Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2635

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-10-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
08.760105-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige man is door de rechtbank veroordeeld tot 30 maanden cel waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens het medeplegen van een overval op een McDonalds.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - meervoudige kamer

Parketnummer: 08.760105-13

Uitspraak: 31 oktober 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in de P.I. Achterhoek, locatie Ooyerhoek te Zutphen.

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2013, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.G. Pekkeriet-Bischop, advocaat te Zwolle. Als officier van justitie was aanwezig mr. M.C. Jongtien-Polfliet.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 januari 2013 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassalade (met inhoud, zijnde een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Koningshaven B.V. en/of McDonald's, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- (gewapend met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) richting de kassa van de McDrive is/zijn gelopen en/of gegaan en/of (vervolgens)

- door het geopende loket en/of raam met luidde stem(verheffing) (tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) heeft/hebben geroepen en/of gezegd en/of medegedeeld: "kassa open, dit is een overval", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht, in elk geval een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp duidelijk zichtbaar en/of bedreigend aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of (vervolgens)

- de kassalade (met inhoud) heeft/hebben gepakt en/of meegenomen.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Inleiding

Op zondag 27 januari 2013 te 00.08 uur kreeg de politie een melding dat er zojuist een gewapende overval had plaatsgevonden op de McDonald’s aan de Floresstraat 60 te Zwolle. Het loket van de McDrive was buiten overvallen door twee mannen die aan waren komen lopen. Ze hadden de caissière bedreigd met een pistool en hadden de kassalade, met daarin een bedrag van € 577, 21, meegenomen.

De politie is ter plaatse gegaan en sprak met aangevers en getuigen. Ook werden de beelden van de bewakingscamera’s bekeken. Op de beelden was te zien dat twee mannen aan waren komen lopen over de oprit vanuit de richting Floresstraat. De mannen kwamen de oprit op, op het moment dat een witte Audi A1 opreed vanaf de bestelzuil richting de kassa. Zij overvielen vervolgens het loket juist op het moment dat de bestuurster van de witte Audi A1 aan het afrekenen was en daartoe de kassa zou worden geopend.

De dag na de overval meldden de inzittenden van de witte Audi A1 zich als getuigen bij de politie. Dit waren medeverdachte [medeverdachte 1] en [betrokkene 1].

Bij nadere bestudering van de beelden werd gezien dat de witte Audi A1 alvorens deze de oprit van de McDrive op reed aan kwam rijden over de Floresstraat vanaf de Ceintuurbaan/Meppelerstraatweg. Daarbij viel op dat de Audi niet rechtstreeks de oprit van de McDrive op reed maar eerst rechtsaf verder de Floresstraat in reed. Vervolgens was te zien dat deze witte Audi verderop in de Floresstraat keerde op de weg. Na te hebben gekeerd reed de witte Audi de oprit op naar de bestelzuil en het loket. Op het moment dat de witte Audi vanaf de bestelzuil op reed naar de kassa is te zien dat de twee overvallers vanaf het begin van de oprit aan kwamen lopen.

Gelet op het vorenstaande en gelet op het feit dat getuigen hadden gezien dat de overvallers in een grijze Nissan Micra waren gestapt en [medeverdachte 1] op 9 februari 2013 tezamen met medeverdachte [medeverdachte 2] in een dergelijke auto was gesignaleerd, ontstond het vermoeden dat de inzittenden van de witte Audi A1 betrokken waren bij de overval. In verband hiermee werden de historische verkeersgegevens telefonie opgevraagd van medeverdachte [medeverdachte 1]. Hieruit bleek dat er op de avond van de overval meermalen telefonisch contact was geweest tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], zowel (onder meer) op tijdstippen kort voorafgaand aan de overval als na de overval. Naar aanleiding hiervan werden ook de telefoongegevens van medeverdachte [medeverdachte 2] opgevraagd. Hieruit kwam naar voren dat medeverdachte [medeverdachte 2] op de avond van de overval twee maal contact heeft gehad met het telefoonnummer van verdachte. Vervolgens zijn ook de historische telefoongegevens van verdachte opgevraagd. Deze gegevens bevestigen genoemd contact met [medeverdachte 2].

Op 13 mei 2013 werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangehouden. Op 15 mei 2013 werd ook verdachte aangehouden, mede naar aanleiding van Bel-M meldingen die binnen waren gekomen nadat de beelden van de overval op Tv-Oost en Opsporing Verzocht waren vertoond.

Bij de politie hebben zowel verdachte als zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ontkend bij de overval betrokken te zijn geweest. Ook ter terechtzitting van 17 oktober 2013 heeft verdachte ontkend bij de overval betrokken te zijn geweest.



Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd. Zij is van oordeel dat op basis van hetgeen zich in het dossier bevindt wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte tezamen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de overval heeft gepleegd. Zij wijst onder meer op het feit dat uit de historische telefoongegevens volgt dat verdachte op de avond van de overval rond 21.30 uur contact heeft gehad met [medeverdachte 2]. Voorts is in de woning van verdachte kleding aangetroffen die zeer veel gelijkenis vertoont met de bij de overval gedragen kleding. De officier van justitie is van oordeel dat het feit dat verdachte voor bovengenoemde feiten en omstandigheden geen redelijke verklaring heeft gegeven, door de rechtbank in haar overwegingen kan worden betrokken. Zij wijst daarbij voorts op het tapgesprek tussen verdachte en [betrokkene 2] en het feit dat verdachte geen alibi heeft.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Zij is van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is voor een veroordeling. Verdachte heeft immers een plausibel verhaal voor alle belastende aspecten in het dossier, zodat de rechtbank op grond van het dossier niet de overtuiging kan bekomen dat verdachte betrokken is geweest bij de overval op de McDonald’s.

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 27 januari 2013 werd door [slachtoffer 1] aangifte gedaan. Zij was die avond aan het werk bij de McDonald’s achter het eerste raam van de McDrive. Over de overval verklaart aangeefster het volgende:

Op 27 januari 2013 omstreeks 00.05 uur was ik met een klant aan het afrekenen. (..) Net op het moment dat ik de kassa wilde aanslaan, stonden (..) twee jongens voor mijn raam. De jongens bogen voorover het geopende raam in. Ik hoorde (..) “kassa open, dit is een overval”. Ik schrok hier enorm van. Ik keek beide personen aan en zag dat de jongen die voor mij links van het raam stond een pistool in zijn handen had. Dit was de jongen met de grijze muts en lichtblauwe trui. Ik zag dat het pistool op mij gericht was. Ik keek zo de loop in. Hij had het pistool in zijn rechter hand en de vinger om de trekker. (..) Ik voelde mij enorm bedreigd. (..) Omdat ik zo in paniek was, lukte het me niet om de kassa te openen. (..) Op dat moment kwam [slachtoffer 2] mijn manager binnen lopen. Ik zag dat [slachtoffer 2] de kassa opende (..) Op het moment dat de kassa open ging, reikte de jongen met de zwarte trui verder naar binnen en ik zag dat hij de kassalade uit de kassa haalde. Ik zag ze wegrennen (..) in de richting van de Floresstraat.

De overvallers hebben de kassalade met een inhoud van € 577, 21 meegenomen.

Door aangeefster werd een signalement van de overvallers gegeven. De man met het pistool droeg een licht blauwe sweater/trui. De andere persoon droeg een zwarte sweater. 2

Ook door [slachtoffer 2] als manager werkzaam bij de McDonald’s aan de Floresstraat 60 te Zwolle is aangifte gedaan. Zij verklaart als volgt:

Op 27 januari 2013 omstreeks 00.05 uur was ik bezig met het invullen van een klachtenformulier. Plots hoorde ik iemand roepen: “Dit is een overval”. Ook hoorde ik “schiet op, schiet op”. (...) Ik ben toen opgestaan en naar het eerste raam gelopen. (…) Ik zag toen twee mannen voor het raam staan. Vervolgens ben ik naar binnen gelopen. Gelijktijdig zag ik dat de man met de man die links voor het raam stond een pistool op mij richtte. Dit was de man met de blauwe sweater. (…) Ik zag dat [slachtoffer 1] in paniek de kassa probeerde te openen. Ik zag dat dit niet lukte en ik duwde [slachtoffer 1] zacht aan de kant om de kassa te openen. Ik opende de kassa en wilde de kassalade eruit halen om deze aan de overvallers te overhandigen. Ik zag dat de overvaller, met de zwarte sweater, die rechts voor het raam stond naar binnen reikte om de kassalade te pakken. Ik zag dat hij de kassalade pakte en zich omdraaide en vervolgens samen met de andere persoon wegrende in de richting van de ingang van de McDrive. 3

Op de beelden van de bewakingscamera’s was te zien dat twee mannen aan waren komen lopen over de oprit vanuit de richting Floresstraat. De mannen kwamen de oprit op, op het moment dat een witte Audi A1 opreed vanaf de bestelzuil richting de kassa. De mannen overvielen vervolgens het loket juist op het moment dat de bestuurster van de witte Audi A1 aan het afrekenen was en daartoe de kassa zou worden geopend. Direct na het wegnemen van de kassalade renden de verdachten weg in de richting van de Floresstraat, waar zij ook vandaan waren gekomen. Op de beelden is te zien dat verderop in die straat enige seconden later de achterlichten van een auto aangaan en dat die auto wegreed. 4

Getuigen [getuige 1] en [getuige 2] stonden ten tijde van de overval in de straat geparkeerd achter de McDonald’s. [getuige 1] heeft verklaard dat hij twee jongens in de richting van de McDonald’s zag lopen. Ook heeft er blijkens de verklaring van [getuige 1] één persoon in de auto gezeten die ongeveer 50 meter voor hen stond te wachten. Dit betrof een grijze Nissan Micra, een model vanuit 1996. De jongens kwamen terug en renden richting die auto. De jongen met de zwarte jas had toen iets van een zwarte koffer in zijn hand.5

Uit de historische gegevens telefonie kwam naar voren dat door medeverdachte [medeverdachte 2] op de avond van de overval omstreeks 21.30uur twee maal naar het telefoonnummer van verdachte is gebeld.6 Uit onderzoek van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] bleek in zijn contactenlijst het telefoonnummer van verdachte opgeslagen te zijn.7 Verdachte heeft bij de politie ontkend dat hij medeverdachte [medeverdachte 2] kent. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij [medeverdachte 2] van gezicht kent via [medeverdachte 1]. Mogelijk dat [medeverdachte 2] hem die avond heeft gebeld om te chillen, maar hij kan het zich niet goed herinneren.


Op de avond en in de nacht van de overval werd de telefoon van verdachte aangestraald via masten in de nabijheid van de McDonald’s (en zijn eigen woning).8

In de slaapkamer van [verdachte] werd onder meer een trainingsjack, kleur blauw/zeegroen, met witte smalle biesjes op de naden van de mouwen en iets bredere biesjes op de zomen van de pols en taille, van het merk Montezuma, aangetroffen. Volgens Google zou dat merk niet in Nederland worden verkocht. Ook is een trainingsjack met capuchon, kleur wit/crème, van het merk Adidas, aangetroffen. De kleding is vergeleken met de kleding van de overvallers op de beelden en de politie constateert dat de kleding identiek was aan de door één van de overvallers bij de overval gedragen kleding.9
Verdachte heeft, nadat hij in eerste instantie heeft ontkend wel eens kleren van anderen te lenen, verklaard dat hij het grijze Adidas jack van een vriend heeft geleend na de voetbal. Ten aanzien van het blauw/groene jack heeft hij eerst verklaard dat deze van [betrokkene 2] kan zijn. Die heeft dat echter ontkend. Later heeft verdachte verklaard dat het jack mogelijk van mensen is die op uitnodiging van zijn ouders bij hen hebben gelogeerd.

De rechtbank overweegt op grond van het vorengaande het volgende. In de slaapkamer van verdachte worden twee kledingstukken aangetroffen die (minst genomen) sterke gelijkenis vertonen met de kleding die door één van de overvallers werd gedragen. De verklaring van verdachte dat deze kledingstukken niet van hem zijn acht de rechtbank niet geloofwaardig. Verdachte heeft in eerste instantie verklaard nooit kleding van anderen te lenen.10 Het is dan opmerkelijk dat uitgerekend de combinatie van twee kledingstukken die beide (minst genomen) sterke gelijkenis vertonen met de door één van de overvallers bij de overval gedragen kleding, niet van hem zouden zijn.

Ook voor het feit dat [medeverdachte 2] hem de avond van de overval twee maal heeft gebeld heeft verdachte geen redelijke verklaring gegeven. Bij de politie heeft verdachte telkens ontkend [medeverdachte 2] te kennen. Ook heeft hij verklaard dat de combinatie [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hem niets zegt. Ter terechtzitting heeft hij juist verklaard dat hij [medeverdachte 2] slechts kent van gezicht via zijn neefje [medeverdachte 1].11

De rechtbank is, gelet op het hierboven overwogene, aldus van oordeel dat verdachte voor voormelde omstandigheden, die op zichzelf en in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moeten worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat verdachte over verschillende (belastende) feiten en omstandigheden (zoals het aantreffen van voormelde kleding en zijn contacten met medeverdachte [medeverdachte 2]) wisselende verklaringen heeft afgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen, waaronder medeverdachte [medeverdachte 2], de overval op de McDonald’s heeft gepleegd. Gelet op de kleding die bij verdachte is aangetroffen moet verdachte naar het oordeel van de rechtbank de persoon zijn geweest die aan het loket het pistool op de aangeefsters heeft gericht.

De rechtbank wordt in haar overtuiging, dat verdachte één van de mededaders van de overval is geweest, gesterkt door het gesprek dat in de DV&O bus tussen verdachte en [betrokkene 2] heeft plaatsgevonden. Daarin komt onder meer het volgende naar voren:

F: “Ik zit naast [medeverdachte 2]”

Vd: Nee!! (..)
Vd: “ik heb vorige keer die hele verklaring afgelegd: ik ben onschuldig, ik heb een alibi, dus eh?

F: Waar heb je gezegd dat je was?

Vd: Gewoon osso. Ik moest volgende dag voetballen toch?
(..) F: “Jullie hebben gezegd: Jullie kennen elkaar niet, toch?”
Vd: “nee toch”
(..) F (..) Hij zat hier nog te stressen toch. Hij zegt: Gaat [verdachte] zijn mond houden? Ik zeg: natuurlijk man!” 12

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte [medeverdachte 2] meer dan enkel van gezicht kende en dat [medeverdachte 2] zich, aldus [betrokkene 2], kennelijk zorgen maakte over de verklaring die verdachte zou afleggen.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd met dien verstande dat

hij op 27 januari 2013 te Zwolle tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassalade met inhoud, zijnde een hoeveelheid geld, toebehorende aan Koningshaven B.V. en/of McDonald’s, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- (gewapend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) richting de kassa van de McDrive zijn gelopen en vervolgens

- door het geopende loket met luidde stem tegen die [slachtoffer 1] hebben geroepen : "kassa open, dit is een overval", en vervolgens

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gericht, en vervolgens

- de kassalade (met inhoud) hebben gepakt en meegenomen.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft de rechtbank verzocht om, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen, rekening te houden met het feit dat verdachte geen documentatie heeft. Voorts heeft zij erop gewezen dat verdachte een fanatiek voetballer is met talent en dat hij graag weer naar school wil.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen met zijn mededaders op 27 januari 2013 schuldig gemaakt aan een gewapende overval op het loket van de McDrive van de McDonald’s aan de Floresstraat te Zwolle waarbij een kassalade met inhoud werd meegenomen. Aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn daarbij met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bedreigd.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben hun financiële motieven voorop laten staan en hebben daarbij geen enkel oog gehad voor de schadelijke gevolgen voor de slachtoffers. Voor de slachtoffers is de overval een zeer beangstigende ervaring geweest. Uit de slachtofferverklaring van aangeefster [slachtoffer 1] volgt dat de overval een grote impact op haar leven heeft gehad. Nu nog is zij angstig en slaapt zij slecht.

Een dergelijke overval zorgt daarnaast ook maatschappelijk voor gevoelens van onrust en onveiligheid.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de het Landelijk Overleg van de Voorzitters van de Strafsectoren (LOVS) als vertrekpunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval op een winkel waarbij sprake is geweest van bedreiging met geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren.

In dit geval werkt naar het oordeel van de rechtbank strafvermeerderend dat er met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, is gedreigd en dat de rechtbank ervan uit gaat dat verdachte degene is geweest die het pistool, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gehanteerd.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij geen relevante documentatie heeft.

Er is, in het kader van deze strafzaak, een reclasseringsrapport en een psychologische rapportage uitgebracht omtrent de persoon van verdachte. Uit het persoonlijkheidsonderzoek komt naar voren dat sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en obsessief compulsieve trekken. Vanwege de ontkenning kan geen relatie worden gelegd tussen de problematiek en het delict gedrag. Ook de eventuele kans op recidive kan niet worden ingeschat.

Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat het in verdachtes leefsituatie al langere tijd ontbreekt aan een aantal vaste pijlers (geen stabiliteit qua opleiding, werk, inkomen en dagbesteding). Omdat verdachte de verdenkingen volledig ontkent en geen hulpvraag heeft is er geen basis voor een plan van aanpak. Als verdachte schuldig zou worden bevonden is er gezien de combinatie van ernst van het feit, de leeftijd van verdachte en de door NIFP geconstateerde problematiek wel zorg over verdachte en het risico op het afglijden in sociaal maatschappelijk opzicht. Een forensisch psychiatrisch behandeltraject zou overwogen kunnen worden, maar de reclassering onthoudt zich van een advies over de sanctie. Ook de psycholoog ziet amper een ingang tot hulpverlening bij verdachte.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om een deels voorwaardelijke straf met daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld op te leggen.

Mede gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte in combinatie met zijn blanco strafblad acht de rechtbank een deels voorwaardelijke straf op zijn plaats om verdachte er in de toekomst van te weerhouden zich met dergelijke activiteiten in te laten.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Dit is een hogere straf dan aan medeverdachte [medeverdachte 2] wordt opgelegd daar de rechtbank ervan uit gaat dat verdachte - in tegenstelling tot voormelde medeverdachte - één van de twee personen is geweest die aan het loket van de McDrive stond en met het wapen aangeefsters heeft bedreigd.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 2.351, 82, bestaande uit een bedrag van € 631, 82 aan materiële schade en een bedrag van € 1.720,- aan immateriële schade. De materiële post is opgebouwd uit een bedrag van € 100,53 aan niet door de verzekering vergoede geneeskundige behandelingen en medicijnen en een bedrag van € 531,29 wegens gederfde inkomsten, omdat zij psychisch niet in staat was werkzaamheden te verrichten.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde feit.

Ten aanzien de gevorderde materiële schade is de rechtbank van oordeel dat de vordering met de door de benadeelde partij overgelegde stukken is onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken.

De door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade is naar het oordeel van de rechtbank eveneens voor toewijzing vatbaar. Een bedrag van € 1.720,- acht de rechtbank, gelet op de ingrijpende gevolgen die het feit voor aangeefster heeft gehad, niet onredelijk.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

Koningshaven B.V./McDonald’s Zwolle-Noord

Voor aanvang van de terechtzitting heeft Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 4.031, 45, bestaande uit het gestolen geld, de inzet van de kassalade, omzetderving, loonkosten als gevolg van extra gewerkte uren van de restaurantmanager en de supervisor en kosten van de bedrijfsrecherche.

De rechtbank is van oordeel dat uit de gevoegde stukken van de Kamer van Koophandel is gebleken dat [vertegenwoordiger] bevoegd was om namens de benadeelde Koningshaven B.V. de vordering in te dienen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank voorts komen vast te staan dat de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het bewezen verklaarde feit.

Ten aanzien van de gevorderde posten betreffende het weggenomen geldbedrag en de inzet van de kassalade is de rechtbank van oordeel dat de vordering met de door de benadeelde partij overgelegde stukken is onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken.

Ten aanzien van de overige door de benadeelde partij gevorderde kosten is de rechtbank van oordeel dat, gelet ook op de betwisting van de zijde van de verdediging, onvoldoende is onderbouwd waarom deze kosten een rechtstreeks gevolg van het strafbare feit betreffen. Het levert een onevenredige belasting van het strafproces op om nadere adstructie van deze punten te verkrijgen in de onderhavige strafzaak.

De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord voor wat betreft die materiële posten in de vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

beslissing

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 6 maanden, niet worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] wonende te [woonplaats], van een bedrag van € 2.351, 82, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 27 januari 2013, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.351, 82, ten behoeve van [slachtoffer 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 33 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen.

Koningshaven B.V./ McDonald’s Zwolle-Noord

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord gevestigd te Zwolle van een bedrag van € 663,80, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 27 januari 2013, tot die van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 663,80, ten behoeve van Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord voor wat het meer gevorderde betreft in de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. M.A. Wijnands-Veninga en M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2013.

Mr. M. Aksu was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie IJsselland, onder dossiernummer PL04ZO 2013060007, opgemaakt d.d. 26 juli 2013.

2 p. 109-110.

3 p. 114 en eerste alinea p. 115.

4 p. 4 onder ‘eerste beelden ter plaatse’ en p. 14-18.

5 p. 130-131.

6 p. 206-207.

7 p. 9, vierde alinea.

8 p. 207 en 210.

9 p. 211-213.

10 p. 294, antwoord op de 14e vraag.

11 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2013.

12 p. 221-223.