Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2556

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
ak_13_1408
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelbeslissing op bezwaar. Geen voor beroep vatbaar besluit. Rechtbank verklaart zich onbevoegd

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: ZWO 13/1408 WABOA

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eisers],

beide wonende te Sint Jansklooster, eisers,

gemachtigde: mr. M.J. Smaling,

en

het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,

gevestigd te Steenwijk, verweerder,

en

[belanghebbende],

wonende te Sint Jansklooster, belanghebbende

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2012 heeft verweerder aan belanghebbende:

- een reguliere bouwvergunning verleend voor het bouwen van een berging;

- met toepassing van de ontheffingsbepaling van art. 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een reguliere bouwvergunning verleend voor een ligboxenstal, en

- een aanlegvergunning verleend voor het verplaatsen van een houtwal.

Een en ander op de percelen Kadastraal bekend gemeente Vollenhove, sectie L, nummers 1599 en 599, plaatselijk bekend [adres] te Sint Jansklooster.

Eisers hebben daartegen bezwaar gemaakt.

Bij schrijven van 16 mei 2013 heeft verweerder een deelbeslissing op bezwaar bekendgemaakt, inhoudende dat het advies van de bezwarencommissie om de bezwaren gegrond te verklaren en nader onderzoek te doen naar eventuele andere mogelijkheden om de gevraagde bouwvergunning alsnog te verlenen, wordt gevolgd. Daarbij is aangegeven dat er nog geen beroep bij de rechtbank Overijssel kan worden aangetekend en dat de beslissing op bezwaar met toepassing van artikel 7:10, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt uitgesteld.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van 10 september 2013 behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G. Holtjer en G. Jongsma. Tevens is belanghebbende verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote [naam].

Overwegingen

1.

In geschil is of het schrijven van verweerder van 16 mei 2013 kan worden aangemerkt als een voor beroep vatbaar besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

2.

Eisers stellen zich op het standpunt dat sprake is van een beslissing op bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van de Awb waartegen beroep kan worden ingesteld. Daarbij geven eisers aan dat het dictum niet volledig is omdat verweerder de bij besluit van 20 december 2012 verleende vergunning had moeten herroepen.

3.

De rechtbank stelt vast dat een bestuursorgaan op grond van het bepaalde in artikel 7:10, vierde lid, aanhef en onder c, van de Awb, de beslissing op een bezwaarschrift verder kan uitstellen dan is aangegeven in het eerste tot en met derde lid van dat artikel, voor zover dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften.

Gelet op de inhoud van het schrijven van 16 mei 2013 en de toelichting van verweerder ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat verweerder, ondanks de vermelding van de bewoordingen “deelbeslissing op bezwaar” in de aanhef van dat schrijven, niet heeft beoogd om een beslissing op het bezwaar te nemen, doch slechts mededeling heeft willen doen dat de beslissing op bezwaar met toepassing van de in artikel 7:10, vierde lid, aanhef en onder c, van de Awb bedoelde bevoegdheid, verder wordt uitgesteld.

In dat verband wijst de rechtbank er op dat in het schrijven expliciet is aangegeven dat gebruik wordt gemaakt van die bevoegdheid. Voorts is aangegeven dat het advies van de bezwarencommissie wordt overgenomen hetgeen onder meer inhoudt dat nader dient te worden onderzocht of de bouwvergunning voor (een gedeelte van) de ligboxenstal alsnog kan worden verleend.

Ter zitting heeft verweerder er in dat verband nog op gewezen dat de vergunning slechts middels een zogenaamd projectbesluit, met de daarbij behorende tijdvergende procedurevoorschriften, kan worden verleend.

Nu derhalve geen sprake is van een beslissing als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb, is de rechtbank onbevoegd van het beroep kennis te nemen

3.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Bruggen, rechter, en door haar en M.W. Hulsman als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op: 24 september 2013

Afschrift verzonden op: 24 september 2013

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep