Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2470

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
142725 KG ZA 13-304
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vordering in kort geding de aannemer te veroordelen tot het plaatsen van een nieuwe rieten kap, wordt afgewezen. Niet vast staat dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de schade (geheel) voor rekening komt van de aannemer; mogelijk zijn er andere oorzaken voor de versnelde achteruitgang van de rieten kap. Om dat vast te stellen is nader onderzoek nodig, deze procedure leent zich daar niet voor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht, kamer voor niet-kantonzaken

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 142725 KG ZA 13-304

Uitspraak : 15 oktober 2013 (n)

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eisende partij, hierna ook wel [eiser] te noemen,

gemachtigde: mr. W.B. Brusse, advocaat te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]

gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen,

gemachtigde: mr. R. Kroon, advocaat te Almelo.

1 de procedure

[eiser] heeft bij dagvaarding een vordering ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en heeft [gedaagde] daarbij opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

[gedaagde] heeft produkties in het geding gebracht.

De vordering is behandeld ter terechtzitting van 24 september 2013. [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Brusse. Namens [gedaagde] is verschenen [S], directeur, bijgestaan door mr. Kroon.

[eiser] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde, die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.

[gedaagde] heeft tegen de vordering verweer gevoerd, waartoe ook haar gemachtigde gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 de feiten

[eiser] heeft in 2005 de dakpannen van zijn woonhuis laten vervangen door riet. Bouwkundig Adviesbureau [B] uit [vestigingsplaats] heeft daartoe bestek en voorwaarden opgesteld; op basis daarvan heeft [eiser] aan [gedaagde] opdracht verstrekt om werkzaamheden uit te voeren. Het grootste deel van de werkzaamheden betrof het geschikt maken van de onderconstructie voor een rietbedekking.

Vervolgens is door De Rietdekker B.V. het riet aangebracht. In 2008 en 2011 heeft De Rietdekker onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd, en het dak is in 2008 bespoten met een alg remmend middel.

In 2013 heeft [eiser] zijn woning te koop gezet, en heeft hij mede met het oog op de verkoop [W] gevraagd om een prijsopgave voor groot onderhoud, te weten het afkammen van een laagje riet en het verwijderen van mos, met name aan de zuidzijde van het dak onder een grote eik.

Na inspectie heeft [W] medegedeeld dat het riet in zeer slechte staat verkeert, zodat hij de werkzaamheden niet kan uitvoeren. Op 22 maart 2013 heeft Emad Consultancies B.V. in opdracht van [eiser] onderzoek gedaan naar de oorzaak van de aantasting van het riet. Uit het onderzoek is gebleken dat in de onderconstructie op veel plaatsen luchtlekkages aanwezig zijn; Emad adviseert het dak alsnog luchtdicht te maken.

3 de standpunten van partijen

[eiser] heeft gevorderd bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde] te veroordelen om binnen 9 weken na dit vonnis het riet op de woning en bijgebouwen van [eiser] te verwijderen, vervolgens het dak volkomen luchtdicht te maken en aansluitend het dak weer met riet te bekleden, alles volgens aanwijzingen van een door [eiser], dan wel door de voorzieningenrechter, aan te wijzen deskundige;

  2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00, voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] niet voldoet aan het onder I gevorderde;

  3. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding.

[eiser] stelt daartoe onder meer het volgende. Bij het verstrekken van de opdracht aan [gedaagde] in 2005 is duidelijk gemaakt dat de onderconstructie 100% luchtdicht dient te zijn. Dit blijkt uit bestek en voorwaarden; bovendien was het in 2005 algemeen bekend in de aannemersbranche dat het aanbrengen van riet volgens de schroefdakmethode alleen kan plaatsvinden wanneer de onderconstructie volkomen luchtdicht is.

Op 5 juni 2013 heeft [D] van Rieten Dakadvies het rieten dak onderzocht; zijn conclusie is dat het rieten dak technisch zeer goed is gelegd en dat goed en schoon riet is gebruikt. De oorzaken van het rietprobleem dienen daarom uitsluitend bij [gedaagde] te worden gezocht, die de onderconstructie niet luchtdicht heeft gelegd. Het rieten dak is na 8 jaar al grotendeels verweerd en reparatie is niet meer mogelijk, anders door volledige vervanging.

[eiser] heeft [gedaagde] aansprakelijk gesteld. Overleg tussen partijen heeft niet tot een oplossing geleid.

[eiser] heeft bij de vordering spoedeisend belang. Er is sprake van versnelling van de achteruitgang, doordat het regenwater diep binnendringt; tijdens de komende winter zal het riet door ijsvorming extra snel verpulveren. Verder staat het huis in de verkoop en dient er zo snel mogelijk duidelijkheid te komen over de vervanging van het riet. Tot slot geldt tot

1 maart 2014 een lager BTW-tarief voor de herstelwerkzaamheden.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd en allereerst een beroep gedaan op de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter, nu artikel 49 van de Uniforme Administratieve voorwaarden (hierna: UAV), die in het bestek van toepassing zijn verklaard, bepaalt dat alle geschillen moeten worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Bij de Raad van Arbitrage kan tevens om een spoedvoorziening worden gevraagd.

Subsidiair concludeert [gedaagde] tot afwijzing van het gevorderde, en voert daartoe aan dat de vordering zo vergaand is dat deze nauwelijks als voorlopig is te kwalificeren. In zo’n geval kan alleen worden toegewezen als er met grote mate van waarschijnlijkheid van uit kan worden gegaan dat de rechter in een bodemprocedure tot toewijzing zal beslissen. Dat is niet het geval, omdat de vordering mede gebaseerd is op onderzoeken van deskundigen die niet onafhankelijk zijn. In de rapportage in opdracht van [eiser] stelt [D] van Rieten Dakadvies dat 100% luchtdichtheid geëist kan worden, terwijl dezelfde [D] in een rapportage voor een andere opdrachtgever stelt dat een onderconstructie niet 100% luchtdicht hoeft te zijn en dat die norm ook niet haalbaar is.

Verder betwist [gedaagde] dat overeengekomen is dat de constructie 100% luchtdicht moest worden gemaakt; dit blijkt niet uit de voorwaarden en bestek, [gedaagde] was van die eis niet op de hoogte en hoefde dat ook niet, gezien hetgeen in 2005 over dit onderwerp bekend was. Dat de achteruitgang van het dak alleen te wijten is aan een niet luchtdichte onderconstructie staat ook niet vast; van belang is ook gebrekkig onderhoud en de ligging van de woning ten opzichte van bomen, die veel lek- en schaduwschade aanrichten. Bij meer onderhoud zouden de klachten eerder zijn ontdekt en zouden maatregelen de achteruitgang hebben kunnen beperken. Tot slot wordt betwist dat volledige vervanging van de kap noodzakelijk is, mogelijk volstaat gedeeltelijke vervanging gecombineerd met jaarlijks onderhoud.

Ter onderbouwing van zijn standpunt wijst [gedaagde] op een rapportage van de door hem geraadpleegde deskundige [X].

4 de beoordeling

Aangezien het geschil ziet op de uitvoering van een overeenkomst waarop de UAV van toepassing zijn, dient in de eerste plaats te worden beoordeeld dat hier nog een taak is weggelegd voor de voorzieningenrechter. Gelet op het bepaalde in artikel 1051, tweede lid, wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kán de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaren en de zaak verwijzen; bij de beslissing daarover worden de omstandigheden van het geval in aanmerkingen genomen.

In deze zaak acht de voorzieningenrechter van belang dat eiser een bijzonder spoedeisend heeft bij zijn vordering, nu hij onbetwist stelt dat sprake is van versnelde achteruitgang van de rieten kap en dat de vorst tijdens de komende winter verdere schade zal aanrichten. Tevens wenst [eiser] duidelijkheid over de haalbaarheid van zijn vordering in verband met de voorgenomen verkoop van de woning.

Dat belang verdraagt zich niet goed met verwijzing. De voorzieningenrechter is bevoegd om de vorderingen te beoordelen.

De vordering van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen binnen negen weken de rieten kap te vervangen en de kapconstructie 100% luchtdicht te maken, heeft een dermate vergaande strekking dat deze in het kader van een kort geding uitsluitend kan worden toegewezen indien er met mate grote mate van waarschijnlijkheid van kan worden uitgegaan dat de rechter in een bodemprocedure eveneens tot toewijzing zal beslissen.

Op basis van wat partijen naar voren hebben gebracht, is weliswaar aannemelijk dat de kapconstructie die [gedaagde] heeft gemaakt, op diverse plaatsen luchtlekkages heeft, en dat het rieten dak in een slechtere conditie verkeert dan op basis van de ouderdom verwacht zou mogen worden, maar op dit moment is onvoldoende zeker in welke mate in de bodemprocedure de schade aan [gedaagde] zal worden toegerekend.

Om dat te kunnen vaststellen dient eerst nader te worden onderzocht of partijen zijn overeengekomen, althans of het in 2005 in de aannemersbranche algemeen bekend was, dat de dakconstructie onder een rieten kap 100% luchtdicht moest zijn. De onderhavige kort geding procedure leent zich niet voor zo’n onderzoek.

Verder is van belang dat in de onderhavige zaak een rapportage van één (of een aantal) onafhankelijke deskundige(n) ontbreekt, over zowel de verschillende oorzaken van de slechte staat van de rieten kap, als over de verschillende mogelijkheden tot herstel of vervanging, en de beraamde kosten daarvan. In een dergelijke rapportage dient onder meer aandacht te worden besteed aan de vraag wat de invloed is geweest van de aanwezigheid van grote bomen vlakbij de woning van [eiser], en of voldoende onderhoud is gepleegd door [eiser].

Op basis van de verschillende deskundigenrapporten die tot nu toe zijn ingebracht door partijen, kan niet worden geconcludeerd dat het geheel vervangen van de rieten kap de enige aangewezen oplossing is.

De vordering van [eiser] tot het volledig vervangen van de rieten kap door [gedaagde], zal gezien het voorgaande thans worden afgewezen.

De voorzieningenrechter zal [eiser] veroordelen in de kosten van het geding.

Rechtdoende in kort geding:

I Wijst de vorderingen af.

II Veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot € 589,00 aan griffierecht en € 816,00 wegens het salaris van de advocaat. 

III Verklaart onderdeel II van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te door mr. W. Hangelbroek, kantonrechter, en op 15 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.