Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2429

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-09-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
C/08/144564 / KG ZA 13-340
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffing beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/144564 / KG ZA 13-340

Vonnis in kort geding van 30 september 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRUNIEKRIJNVALLEI VOER B.V.,

gevestigd te Wageningen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.H.N. van Spanje te Wageningen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIVAR NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Scherpenzeel,

2. [A],

wonende te [plaats],

3. [B],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. R.A. van Huussen te Veenendaal.

Partijen zullen hierna Agruniekrijnvallei en Givar c.s. (dan wel Givar, gedaagde in conventie tevens eiseres in reconventie sub 1) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Eerder is in deze zaak een deelvonnis gewezen dat op 23 september 2013 is uitgesproken. Daarbij is overwogen dat bij (het onderhavige) eindvonnis de gronden waarop de beslissing in het deelvonnis rust, zullen worden gegeven.

2 De feiten

2.1.

Agruniekrijnvallei is leverancier van veevoer. Givar is een groothandel in levend vee. Gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie sub 2 en 3 zijn middellijk bestuurder van Givar.

2.2.

Op 1.223 biggen, welke zich bevinden in de stallen [C] ([adres 1]) en [D] ([adres 2]) heeft Agruniekrijnvallei na op 10 en 11 juni 2013 verkregen verloven op 11 juni 2013 conservatoir verhaalsbeslag doen leggen. Het verhaalsbeslag strekt ter meerdere zekerheid van een vordering die Agruniekrijnvallei pretendeert op Veluvar – een bedrijf dat zich bezighoudt met de handel in slachtvarkens en vleesbiggen – te hebben ter zake schade die Agruniekrijnvallei heeft geleden in verband met het (beweerdelijk) onrechtmatig afvoeren van verpande varkens.

2.3.

Bij gemeld vonnis van 19 juni 2013 heeft de voorzieningenrechter het namens Agruniekrijnvallei gelegde pandhoudersbeslag opgeheven, voor zover dat rust op de door Veluvar opgelegde biggen in de stallen [C] en [D].

2.4.

Op 1.252 varkens, welke zich bevinden in de stallen [C] en [D], heeft Givar na op 12 september 2013 verkregen verlof op 16 september 2013 conservatoir beslag tot afgifte doen leggen. Dit beslag strekt ter bewaring van het eigendomsrecht dat Givar pretendeert te hebben op varkens die zij aan Veluvar heeft geleverd. De op deze levering betrekking hebbende facturen zijn tot een bedrag van € 65.500,00 onbetaald gebleven.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Agruniekrijnvallei vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

(1) het op 16 september 2013 namens Givar c.s. gelegde conservatoir beslag tot afgifte van 844 varkens op de locatie [adres 2] ([D]) en 408 varkens op de locatie [adres 1] ([C]) zal opheffen onder gehoudenheid van Agruniekrijnvallei om een deugdelijke garantie te verstrekken van

€ 65.500,00 door storting op de rekening van de Stichting Derdengelden A&S advocaten of een bankgarantie;

(2) Givar c.s. ieder zal verbieden om de twee locaties waar het beslag is gelegd, te weten (1) [adres 2] ([D]) en (2) [adres 1] ([C]),

a. te betreden of te laten betreden, zonder schriftelijke instemming van Agruniekrijnvallei, op straffe van een hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 1.000,00 voor elke overtreding;

b. varkens af te (laten) voeren op straffe van een hoofdelijk te verbeuren dwangsom van

€ 50.000,00 voor elke overtreding;

(3) Givar c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten en nakosten, voor zover deze noodzakelijk zijn, met de wettelijke rente daarover vanaf de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot aan betaling.

3.2.

Givar c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal de voorzieningenrechter, voor zover nodig, hierna ingaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Givar c.s. vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij vonnis:

Primair:

(1) het op 11 juni 2013 namens Agruniekrijnvallei gelegde conservatoir verhaalsbeslag op 697 biggen in de Stal [C] en op 526 biggen in de Stal [D] zal opheffen, met veroordeling van Agruniekrijnvallei in de kosten van het geding in reconventie, vermeerderd met € 131,00 nakosten;

Subsidiair:

(2) het onder (1) bedoelde verhaalsbeslag zal opheffen onder de voorwaarde dat Givar c.s. uiterlijk maandag 23 september 2013 via Veluvar BV, gevestigd en kantoorhoudende te

’t Harde, vervangende zekerheid zal stellen tot een bedrag van € 120.000,00 op de rekening van de Stichting Derdengelden A&S advocaten.

4.2.

Agruniekrijnvallei voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen zal de voorzieningenrechter, voor zover nodig, hierna ingaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

5.2.

Volgens artikel 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of onnodig is (HR 14 juni 1996, NJ 1997/481). Er zal evenwel beslist moeten worden aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen, waarbij dient te worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. De Hoge Raad heeft hier aan toegevoegd dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering zal kunnen worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade.

5.3.

Aan de vorderingen legt Agruniekrijnvallei, samengevat, ten grondslag dat Givar c.s. geen aanspraak kunnen maken op het eigendomsvoorbehoud. Daartoe voert Agruniekrijnvallei aan dat het niet vast staat dat Veluvar niet heeft betaald en dat de algemene voorwaarden van Givar aan Veluvar voor het aangaan van de koopovereenkomst zijn verstrekt. Voor zover het eigendomsvoorbehoud rechtsgeldig is gevestigd, dan is dit volgens Agruniekrijnvallei komen te vervallen door zaaksvorming. Voor zover in rechte komt vast te staan dat Givar eigenaar is van de varkens, dan stelt Agruniekrijnvallei zich op het standpunt dat zij uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking een vordering op Givar c.s. heeft. In dit verband stelt Agruniekrijnvallei dat zij de afgelopen maanden heeft gezorgd voor de verzorging en het voer van de varkens.

5.4.

Agruniekrijnvallei heeft haar stelling dat het niet vast staat dat Veluvar de varkens niet heeft betaald, op geen enkele wijze onderbouwd. Dat de varkens wel zijn betaald is daarentegen niet aannemelijk. Givar heeft immers na daartoe verlof te hebben verkregen ten laste van Veluvar conservatoir beslag tot afgifte van varkens doen leggen waartegen Veluvar niet is opgekomen.

5.5.

Ten aanzien van de stelling van Agruniekrijnvallei dat de door Givar c.s. gehanteerde Algemene Voorwaarden voor de Veehandel, vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee op 11 mei 1996, niet (tijdig) aan Veluvar zijn verstrekt en Givar zich daarom niet op het daarin opgenomen eigendomsvoorbehoud (artikel 15) kan beroepen, geldt eveneens dat Agruniekrijnvallei deze stelling niet heeft onderbouwd, nog daargelaten de onbevoegdheid van Agruniekrijnvallei om algemene voorwaarden die van toepassing zijn in de rechtsverhouding tussen Givar en Veluvar, te vernietigen. Derhalve dient voorshands van het bestaan en de rechtsgeldigheid van het eigendomsvoorbehoud van Givar te worden uitgegaan.

Anders dan Agruniekrijnvallei betoogt, is de voorzieningenrechter verder met Givar c.s. van oordeel dat niet valt in te zien dat het uitgroeien van een big tot varken een zodanige gedaantewisseling behelst dat sprake is van een nieuwe zaak op grond waarvan geoordeeld moet worden dat Givar c.s. daardoor het eigendomsvoorbehoud niet meer kan inroepen.

De gepretendeerde vordering van Agruniekrijnvallei uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking tenslotte, is een obligatoire verbintenis die geen invloed heeft op het eigendomsvoorbehoud van Givar c.s.

5.6.

Uit het voorgaande volgt dat het gevorderde (1) voor afwijzing gereed ligt. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de door Agruniekrijnvallei aangeboden zekerheidsstelling, anders dan in het geval van een beslag voor een geldvordering, bij een conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken geen rol speelt en dus geen zelfstandige grond voor opheffing van een dergelijk beslag is. Daarbij komt dat Givar c.s. voldoende gemotiveerd hebben gesteld dat zij vanwege de aard van de varkenshandel belang hebben bij voldoende liquide middelen. In het geval van vervangende zekerheidsstelling door storting van een bepaald bedrag op de rekening van de Stichting Derdengelden A&S advocaten of een bankgarantie, kunnen zij niet beschikken over deze gelden. Niet valt in te zien waarom Givar c.s. daarmee genoegen zouden moeten nemen. Voorts neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat Agruniekrijnvallei niet heeft weersproken dat Givar c.s. haar in juli 2013 heeft verzocht het eigendomsrecht te respecteren en dat zij zich, vanwege het uitblijven van een afdoende reactie daarop, genoodzaakt zagen tot het leggen van het conservatoir beslag tot afgifte van de varkens waarvan thans opheffing wordt gevorderd. Het standpunt van Agruniekrijnvallei dat Givar c.s. onevenredig lang hebben gewacht met dit beslag, acht de voorzieningenrechter dan ook niet juist.

5.7.

Het gevorderde (2) dient eveneens te worden afgewezen. Niet is gebleken dat gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie sub 2 en 3 als feitelijk leidinggevenden van Givar op of omstreeks 10 juni 2013 bij de door Agruniekrijnvallei gestelde poging tot het afvoeren van de varkens uit de stal van [G] waren betrokken, zodat op die grond (bestuurdersaansprakelijkheid) niet kan worden geoordeeld dat hen een ernstig persoonlijk verwijt treft en dat zij daarmee jegens Agruniekrijnvallei onrechtmatig hebben gehandeld. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de in de – als productie 2 bij de dagvaarding overgelegde – verklaring van [E] van 11 juni 2013 bedoelde “[A](Givar)”, [A]betreft en voorts dat blijkens deze verklaring laatstgenoemde met [F] (Veluvar) op de locatie van Stal [G] ([adres 3]) met een personenauto aanwezig was. Uit het voorgaande volgt dat het gevorderde verbod om de twee locaties waar beslag is gelegd (de stallen [C] en [D]) te betreden of te laten betreden, zonder schriftelijke instemming van Agruniekrijnvallei, en varkens af te (laten) voeren, moet worden afgewezen.

5.8.

De slotsom is dat de vorderingen van Agruniekrijnvallei niet voor toewijzing in aanmerking komen.

5.9.

Agruniekrijnvallei zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Givar c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 589,00

- salaris advocaat € 452,00 (1 punt x tarief € 452,00)

Totaal € 1.041,00

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Nu uit het voorgaande volgt dat het eigendomsvoorbehoud van Givar vooralsnog moet worden geacht nog steeds gelding te hebben, komt de primair gevorderde opheffing van het namens Agruniekrijnvallei op 11 juni 2013 gelegde beslag, voor wat betreft de roerende zaken, zijnde biggen, die worden gehouden op de adressen [adres 1] (stal [C]) en [adres 2] (stal [D]), onder Veluvar voor toewijzing in aanmerking. De beslaglegger (Agruniekrijnvallei) kan immers slechts beslag leggen op vermogensbestanddelen van de schuldenaar (Veluvar) en niet op zaken van een derde (Givar).

Hieruit volgt tevens dat het subsidiair gevorderde (2) geen bespreking meer behoeft.

6.2.

Agruniekrijnvallei zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Givar c.s. worden begroot op € 452,00 aan salaris advocaat.

6.3.

Voorts zullen de gevorderde nakosten worden toegewezen tot een (forfaitair) bedrag van € 131,00 aan salaris advocaat zonder dat betekening van het vonnis heeft plaatsgehad, verhoogd met een bedrag van € 68,00 indien en voor zover de veroordeelde partij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de veroordeling heeft voldaan en het vonnis om die reden is betekend.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie

7.1.

veroordeelt Agruniekrijnvallei in de proceskosten, aan de zijde van Givar c.s. tot op heden begroot op € 1.041,00;

In reconventie

7.2.

veroordeelt Agruniekrijnvallei in de proceskosten, aan de zijde van Givar c.s. tot op heden begroot op € 452,00;

7.3.

veroordeelt Agruniekrijnvallei in de nakosten, aan de zijde van Givar c.s. begroot op € 131,00 zonder dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgehad, vermeerderd met een bedrag van € 68,00 indien en voor zover de veroordeelde partij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de veroordeling heeft voldaan en het vonnis om die reden is betekend;

7.4.

verklaart dit vonnis in reconventie voor wat betreft voormelde kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2013.