Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2398

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
07-10-2013
Zaaknummer
C/08/141566 / KG ZA 13-261
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering in kort geding. Onvolledigheid van medische gegevens maakt dat de vordering onvoldoende aannemelijk is. De aannemelijkheid van de vordering in dit stadium van het geschil en het restitutierisico onderling wegend, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de vordering thans moet worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/141566 / KG ZA 13-261

datum vonnis: 25 september 2013 (s)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. E. Taş te Deventer,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ASR Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder te noemen ASR,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

verder te noemen [gedaagde sub 2],

verder gezamenlijk te noemen gedaagden,

advocaat: mr. H. van Katwijk te Ermelo.

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- een drietal producties ingebracht door [eiser];

- een negental producties ingebracht door gedaagden;

- de behandeling ter terechtzitting;

- de pleitnota van [eiser];

- de pleitnota van gedaagden.

1.2

De voorzieningenrechter heeft zich bij gelegenheid van de terechtzitting van

14 augustus 2013 bereid getoond om de zaak aan te houden tot 11 september 2013, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een oplossing te komen. In dit kader zou [eiser] aan gedaagden nadere medische informatie verstrekken. Tot een oplossing zijn partijen niet gekomen. Vervolgens is door partijen vonnis gevraagd. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1

Op 8 juli 2012 is [eiser] in haar auto door [gedaagde sub 2] van achteren aangereden (hierna: het ongeval).

2.2

ASR is de WAM-verzekeraar van [gedaagde sub 2].

2.3

ASR heeft aansprakelijkheid erkend voor de gevolgen van het ongeval en in dat kader voorschotten aan [eiser] betaald.

3 De standpunten van partijen

3.1

[eiser] vordert na wijziging van eis - verkort weergegeven - gedaagden hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 19.293,96 als voorschot op de tot op heden door het ongeval geleden schade te vermeerderen met de wettelijke rente, zulks met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.

3.2

[eiser] stelt daartoe - kort samengevat - dat zij door de aanrijding schade heeft geleden. De schade die zij heeft geleden bestaat uit de volgende posten:

- Kosten genezing en herstel € 991,05

- Reiskosten € 161,--

- Huishoudelijke hulp € 12.008,50

- Zelfwerkzaamheid € 450,--

- Overige materiële schade € 1.950,--

- Kosten Kilic Letselschade € 4.642,62

- Kosten Drost letselschade € 593,13

Totaal € 20.796,30

Na aftrek van het volgens [eiser] betaalde voorschot van € 1.500,-- blijft er een te vorderen bedrag van € 19.293,96 over. Voorts stelt [eiser] dat haar spoedeisend belang uit het volgende blijkt. [eiser] is financieel niet in staat een derde in te schakelen die de huishoudelijke werkzaamheden en de zorg over de kinderen overneemt. Hierdoor kan zij zich niet richten op de behandeling van haar klachten. Verder dreigt [eiser] in financiële problemen te komen. Zowel de eerdere belangenbehartiger van [eiser] als de huishoudster dreigen [eiser] in rechte te betrekken vanwege betalingsachterstanden.

3.3

Gedaagden voeren verweer en stellen dat het bestaan en de omvang van de door [eiser] gepresenteerde vordering niet bewezen is en evenmin aannemelijk is geworden dat deze vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Er zijn immers aanwijzingen dat er vóór het ongeval al sprake was van zowel uitgebreide lichamelijke als psychische klachten. Eiseres heeft nagelaten om wat dit betreft complete gegevens over te leggen. Nu [eiser] heeft nagelaten deze gegevens over te leggen, kan zij ook niet stellen dat er sprake is van een spoedeisende situatie. Verder stellen gedaagden dat er sprake is van een groot restitutierisico. Gebleken is dat [eiser] haar schuldeisers niet betaalt of kan betalen.

4 De beoordeling

4.1

[eiser] heeft na de zitting van 14 augustus 2013 stukken met medische informatie aan de voorzieningenrechter gestuurd, met het verzoek deze in de procedure te betrekken. De voorzieningenrechter heeft zich tijdens de zitting van 14 augustus 2013 bereid getoond om de zaak aan te houden tot 11 september 2013, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een oplossing te komen. In dat kader zou [eiser] aan gedaagden nadere medische informatie verstrekken. De voorzieningenrechter heeft [eiser] daarmee niet in de gelegenheid gesteld om nog nadere stukken in het kort geding te brengen. Gedaagden hebben aangevoerd dat deze stukken geen rol kunnen spelen in dit kort geding. Zij hebben niet de gelegenheid gehad op deze stukken te reageren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de door [eiser] gestuurde stukken tardief zijn en zal deze stukken geen rol laten spelen in de beoordeling van dit kort geding.

Toetsingskader

4.2

De vordering strekt tot betaling van een geldsom. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

Spoedeisend belang

4.3

Voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Haar stelling dat financiële problemen haar behandeling in de weg staan is door gedaagden niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken.

Aannemelijkheid van de vordering

4.5

De voorzieningenrechter zal moeten beoordelen of het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk is. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De bodemrechter zal desverzocht deze vordering slechts kunnen toewijzen indien het causaal verband tussen het ongeval en de gevorderde schade komt vast te staan. Of dit causaal verband vast komt te staan is thans, mede gelet op het feit dat [eiser] ter zitting niet heeft weersproken dat de overgelegde medische gegevens onvolledig zijn en heeft meegedeeld in het kader van een minnelijke regeling de volledige medische gegevens aan gedaagden over te leggen, niet met voldoende zekerheid te voorzien. Er dient nader (deskundigen)onderzoek plaats te vinden naar de vraag of de gestelde klachten het gevolg zijn van het ongeval dat [eiser] is overkomen. Voor het verrichten van dat onderzoek is in de onderhavige kort gedingprocedure, gelet op het karakter daarvan, echter geen plaats. Thans is het bestaan van de vordering en de omvang daarvan dus in onvoldoende mate aannemelijk.

Restitutierisico

4.6

Daarbij komt dat voldoende aannemelijk is geworden dat een aanzienlijk restitutierisico bestaat voor een bedrag van een omvang als door [eiser] gevorderd. [eiser] heeft immers gesteld dat haar spoedeisend belang daarin is gelegen dat zij haar schuldeisers niet kan betalen.

4.7

De aannemelijkheid van de vordering in dit stadium van het geschil en het restitutierisico onderling wegend, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de vordering thans moet worden afgewezen.

Kosten van geding

4.8

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vorderingen van [eiser] af;

II. Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 1836,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.