Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2360

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-10-2013
Datum publicatie
02-10-2013
Zaaknummer
C/08/142256 / KG ZA 13-287
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser vordert verwijdering en rectificatie van in een oproep en vijf uit die oproep voortvloeiende artikelen op de website van en in de krant Twentsche courant Tubantia, gepubliceerd door gedaagde, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter gebiedt verwijdering van de oproep en wijst de overige vorderingen af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/446
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/142256 / KG ZA 13-287

Vonnis in kort geding van 2 oktober 2013(lm)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRETIUM B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaten mrs. A. Killan en L. van Huizen te ‘s-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WEGENER MEDIA B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. A. Robustella te Ede.

Partijen zullen hierna Pretium en Wegener genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de wijziging van eis

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Pretium

  • -

    de pleitnota van Wegener.

1.2.

Ten slotte is vonnis gevraagd. Het vonnis is - na aanhouding - bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Pretium is een Nederlands telecommunicatiebedrijf dat sinds 1996 actief is als aanbieder van vaste telecommunicatiediensten in Nederland. Zij biedt haar diensten aan door middel van telemarketing.

2.2.

Wegener is uitgever van het dagblad De Twentsche Courant Tubantia.

De Twentsche Courant Tubantia behoort tot de middelgrote dagbladen van Nederland.

De krant verschijnt ook online op www.tubantia.nl.

2.3.

Wegener heeft op 13 juli 2013 op haar website, met daarbij een afbeelding van de homepage van Pretium, en op 19 juli 2013 in het dagblad, het volgende artikel gepubliceerd: “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?

ENSCHEDE- Deze krant ontvangt signalen van lezers dat telecomfirma Pretium een offensief is begonnen in Twente om KPN-abonnees over te halen een Pretium-abonnement te nemen.

Volgens de lezers hebben vooral de oudere abonnees niet in de gaten dat ze een ander abonnement afsluiten. Ze willen niet switchen, maar krijgen toch een brief thuis waarin ze worden gefeliciteerd met hun nieuwe abonnement. Waar ze vervolgens naar eigen zeggen moeilijk van af komen. Deze krant wil hier met hulp van zoveel mogelijk lezers onderzoek naar doen.

Daarom de oproep om uw ervaringen met provider Pretium onder vermelding van naam, woonplaats en telefoonnummer te mailen aan: [e-mailadres].”

2.4.

Pretium heeft Wegener gevraagd voornoemde publicatie op de website te verwijderen en de oproep in de krant niet meer te herhalen. In reactie daarop heeft Wegener de afbeelding van de homepage van Pretium, verwijderd.

2.5.

Pretium heeft, voordat de behandeling van onderhavig kort geding zou plaatsvinden, Wegener gedagvaard in kort geding tegen de zitting van 30 augustus jl., onder meer om te voorkomen dat Wegener het artikel “Werving telefoonabonnees valt verkeerd” zou gaan publiceren.

2.6.

Bij vonnis in kort geding van 30 augustus 2013, welk vonnis op 6 september 2013

nader is gemotiveerd, heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank het door Pretium gevorderde verbod tot publicatie van het artikel: “Werving telefoonabonnees valt verkeerd”, alsmede het door Pretium gevorderde gebod om alle vermeende signalen en klachten te overhandigen voorzien van NAWT-gegevens, afgewezen.

2.7.

Op 31 augustus heeft Wegener in De Twentsche Courant Tubantia een vijftal artikelen geplaatst met de titels: “Met wie? Werving Pretium valt verkeerd”, “Ik heb niets getekend”, “Verkoopprocedure veranderen”, “Bron blijft geheim” en “Rechter abonnee”.

2.8.

Onderhavig kort geding is behandeld op 11 september jl.

3 Het geschil

3.1.

Pretium vordert, na vermeerdering van eis,  samengevat - verwijdering door Wegener van de publicaties met de titels “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?”, “Met wie? Werving Pretium valt verkeerd”, “Ik heb niets getekend”, “Verkoopprocedure veranderen”, “Bron blijft geheim” en “Rechter abonnee”. Daarnaast vordert Pretium rectificatie van die artikelen op straffe van een dwangsom, een en ander op de wijze zoals zij heeft gevorderd bij vermeerdering van eis.

3.2.

Wegener voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Pretium heeft gelet op de aard van haar vorderingen, waaronder rectificatie van de door Wegener gepubliceerde artikelen, een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Zij is ontvankelijk in haar vorderingen.

4.2.

In dit kort geding ligt ter beoordeling voor of Wegener:

- met de publicatie van het artikel “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?” (hierna ook te noemen de oproep) onrechtmatig handelt jegens Pretium, in die zin dat de inhoud van deze publicatie en de (werk)wijze waarop de betrokken journalist het artikel tot stand heeft gebracht, een ontoelaatbare aantasting inhouden van de reputatie van Pretium, alsmede of zij

- met de publicatie van de op 31 augustus jl. in de krant geplaatste artikelen (hierna ook te noemen de vijf artikelen) onrechtmatig handelt jegens Pretium, in die zin dat de inhoud en de wijze van publiceren van die artikelen een ontoelaatbare aantasting inhouden van de reputatie van Pretium.

4.3.

Het gaat bij de beantwoording van voornoemde vragen om een afweging van de betrokken belangen, waarbij alle relevante omstandigheden dienen te worden betrokken. Het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de eer en goede naam strijden daarbij om voorrang.

4.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in de samenleving aan de persvrijheid (als vorm van meningsuiting) een bijzondere waarde moet worden toegekend. De pers moet als ‘publieke waakhond’ kunnen optreden en vrijelijk commentaar kunnen geven over onderwerpen van algemeen belang. Het is een groot goed dat, mede getuige de rechtspraak over persvrijheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, niet snel aan banden wordt gelegd. De (vermeende) inbreuken op het recht van vrijheid van meningsuiting dienen vanuit het perspectief van de waarde van deze vrijheid voor een goed functionerende democratische samenleving te worden beoordeeld. Het vergaande recht van de pers op vrijheid van meningsuiting omvat tegelijkertijd ook verantwoordelijkheden. Juist omdat de pers burgers informeert over wat er gaande is in de samenleving, kan zij belangrijke invloed uitoefenen op opinie- en beeldvorming en kan zij reputaties maken of breken. Vooral verantwoordelijkheden op het punt van verificatie en zorgvuldigheid komen daarbij aan journalisten toe.

De oproep

4.5.

Pretium stelt dat de publicatie “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?” ernstige beschuldigingen en insinuaties bevat aan het adres van Pretium. De toon van de publicatie is negatief en de beschuldigingen zijn onjuist en ongefundeerd. Wegener verweert zich en stelt dat een combinatie van een persoonlijke ervaring en het opvangen van signalen van lezers de journalist van Wegener heeft bewogen tot het plaatsen van de oproep.

4.6.

Beoordeeld moet worden of Wegener met de oproep de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.

4.7.

De onderhavige oproep kan voor Pretium reputatieschade opleveren. De bewoordingen van de oproep hebben een negatieve lading en suggereren dat Pretium lichtvaardig vooral oudere mensen als abonnee tracht in te palmen. (“offensief”, “over te halen”, “hebben de vooral oudere abonnees niet in de gaten”, “Ze willen niet switchen, maar krijgen toch een brief waarin ze worden gefeliciteerd met hun nieuwe abonnement” en “moeilijk van af komen”).

4.8.

Ter zitting is gebleken dat de aanleiding voor plaatsing van de oproep was: ‘reacties in de privésfeer van de journalist naar aanleiding van de persoonlijke ervaring van de vader van de journalist met Pretium’. Wegener heeft deze reacties, ook ter zitting, niet nader geconcretiseerd. Verder is ter zitting naar voren gekomen dat de persoonlijke ervaring van de vader van de journalist niet kan worden gekwalificeerd als een negatieve ervaring. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat de directe aanleiding voor de oproep in de onderhavige bewoordingen in het vage blijft.

4.9.

Juist in gevallen als het onderhavige, waarin nog in het geheel niet duidelijk is of de journalistieke oproep die wordt geplaatst zal leiden tot een uitkomst die door de oproep wordt gesuggereerd, weegt de journalistieke zorgvuldigheid zwaar. Een oproep als de onderhavige is weliswaar een erkend journalistiek middel om mogelijke misstanden te onderzoeken, maar het stelt forse eisen aan de gekozen bewoordingen. De oproep behoort niet op voorhand het lijdend voorwerp daarvan, zeker als daarmee geen overleg heeft plaatsgevonden, al dusdanig te beschadigen dat reacties op de oproep ogenschijnlijk daardoor al niet tot nauwelijks meer kunnen toe- of afdoen aan het door de oproep gecreëerde beeld. Duidelijk moet zijn dat de journalist (voordat hij tot publicatie overgaat) zo goed mogelijk geprobeerd heeft de informatie te verifiëren. Wegener heeft in deze procedure echter op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat zij die ‘signalen van lezers’ heeft geverifieerd. Het lijkt er op dat Wegener zonder onderzoek tot publicatie van de oproep in haar huidige vorm is overgegaan. Wegener heeft daarmee in dit bijzondere geval haar journalistieke zorgvuldigheids- en onderzoeksplicht geschonden en Pretium bij voorbaat in een kwaad daglicht gesteld.

4.10.

Pretium stelt voorts dat Wegener de oproep heeft geplaatst zonder daarover op voorhand contact op te nemen met Pretium. Zij handelt daarmee in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor, aldus Pretium. Wegener betwist dat zij, alvorens zij tot plaatsing van het artikel mocht overgaan, Pretium in de gelegenheid had moeten stellen te reageren.

4.11.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Wegener Pretium in de onderhavige omstandigheden niet in de gelegenheid had hoeven te stellen om voorafgaand aan de publicatie van de oproep haar versie van de “feiten” te geven. In het recht op bescherming van de reputatie kan immers geen positieve verplichting worden ingelezen voor journalisten en uitgevers om mogelijk bezwarende publicaties steeds voorafgaand aan publicatie voor te leggen aan de betrokkene. Daarvan zou naar het oordeel van de voorzieningenrechter overigens ook een te groot ontmoedigend effect uitgaan. Het zou een onwenselijke aantasting opleveren voor de publieke waakhondfunctie van de pers.

4.12.

Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter in dit concrete geval van

oordeel is dat (de inhoud van) de oproep van dien aard is dat deze als onrechtmatig jegens Pretium moet worden aangemerkt. Pretium koppelt aan deze vaststelling de vordering dat de oproep daarom moet worden gerectificeerd op de voorpagina of elders in de zaterdageditie van de krant. Die vordering zal de voorzieningenrechter echter niet toewijzen.

4.13.

Een rectificatie als gevorderd oordeelt de voorzieningenrechter als een te zwaar en

Wegener onredelijk bezwarend middel, nu immers na de oproep op 31 augustus 2013 uitgebreid door Wegener in de krant over Pretium is gepubliceerd. Een rectificatie van de oproep heeft derhalve geen inhoudelijk effect nu dat de eigenlijke inhoudelijke publicatie in de krant over Pretium onverlet laat.

4.14.

De publicaties die naast het artikel “Met wie? Werving Pretium valt verkeerd” zijn gepubliceerd, borduren alle voort op dat laatstgenoemde artikel. Gelet op hetgeen de voorzieningenrechter in deze rechtbank in zijn vonnis van 30 augustus jl. heeft overwogen, kan de beoordeling of de inhoud van de vijf artikelen een ontoelaatbare aantasting inhouden van de reputatie van Pretium niet aan de orde komen, nu daarover reeds door de voorzieningenrechter in deze rechtbank in het vonnis van 30 augustus jl. is beslist. De voorzieningenrechter heeft in rechtsoverweging 4.11. overwogen dat gesteld noch gebleken is dat het artikel fouten of onwaarheden bevat die met zich mee zouden brengen dat, geheel los van de vrijheid van meningsuiting, die publicatie jegens Pretium onrechtmatig zou zijn. De onderhavige procedure kan niet een verkapt rechtsmiddel zijn tegen een eerder op dat punt jegens Pretium gegeven onwelgevallige beslissing door de voorzieningenrechter. De stellingen van Pretium die daarop gericht zijn, dienen reeds daarom te worden gepasseerd.

4.15.

Dan resteert enkel nog de stelling van Pretium dat de disproportionele wijze van publiceren van de artikelen een ontoelaatbare aantasting inhouden van de reputatie van Pretium. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de wijze van publiceren, meer specifiek in welke omvang het artikel wordt geplaatst en op welke pagina(’s), is voorbehouden aan de uitgever. Of zij nu kiest voor een klein dan wel een groot artikel, al dan niet geplaatst op de voorpagina dan wel verspreid over meerdere pagina’s in de krant, de uitgever komt op dit punt redactionele vrijheid toe. In zoverre kan derhalve niet worden geoordeeld dat de wijze van publiceren onrechtmatig is.

4.16.

Dit alles leidt tot het oordeel dat de vorderingen van Pretium beperkt, op de navolgende wijze, voor toewijzing vatbaar zijn. De gevorderde dwangsom wordt beperkt tot € 1.000,- per dag met een maximum van € 100.000,-

4.17.

Wegener zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Pretium worden begroot op:

- griffierecht €  589,00

- explootkosten 84,25

- salaris 816,00

Totaal €  1.489,25.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt Wegener om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de publicatie met de titel “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?” inclusief het Pretium logo en de foto(‘s), alle links naar deze publicatie en alle eventuele reacties daarop, te verwijderen van haar website en deze blijvend verwijderd te houden, zowel uit haar hard copy uitgaven als op het internet,

5.2.

bepaalt dat Wegener voor iedere dag dat zij (na betekening van dit vonnis) in strijd handelt, dan wel in gebreke is met het onder 5.1. bepaalde, aan Pretium een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00,

5.3.

veroordeelt Wegener in de proceskosten, aan de zijde van Pretium tot op heden begroot op € 1.489,25,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op

2 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1