Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2199

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
16-09-2013
Zaaknummer
C/08/142578 / KG ZA 13-297
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Binnen het beperkte toetsingsbereik van een executie kort geding is noch van een feitelijke of juridische misslag, noch van nieuwe feiten die zouden leiden tot een noodtoestand gebleken. Van misbruik van bevoegdheid is niet gebleken. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/142578 / KG ZA 13-297

datum vonnis: 3 september 2013 (a)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1 [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen [eiser sub 1],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisers,

verder te noemen [eiseres sub 2],

verder gezamenlijk te noemen [X],

advocaat: mr. J. Goemans te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Groza B.V.,

gevestigd te Haarlem,

gedaagde,

verder te noemen Groza,

1 De procedure

1.1

[X] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. Partijen hebben producties in het geding gebracht.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 27 augustus 2013. Ter zitting zijn verschenen: [eiser sub 1] vergezeld door mr. J. Goemans en namens Groza [B] vergezeld door mr. M. de Winkel. De standpunten zijn aan de hand van pleitnota’s toegelicht.

1.3

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 7 augustus 2013 heeft de rechtbank Den Haag voor zover thans van belang [X] en [eiseres sub 2] veroordeeld om binnen twee weken na betekening van het vonnis medewerking te hebben verleend aan de overdracht van percelen gelegen te respectievelijk Amsterdam en Den Ham, in het bijzonder door voor notaris Poort te verschijnen ten behoeve van het verlenen van medewerking aan de notariële akte tot levering, dit alles op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag met een maximum van € 50.000 per perceel.

2.2

Het vonnis is namens Groza betekend op maandag 12 augustus 2013.

2.3

[X] is tegen het vonnis van 7 augustus 2013 in hoger beroep gegaan of zal dat doen.

Standpunten van partijen

3.1

Kort gezegd vordert [X] primair dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van 7 augustus 2013 wordt geschorst. Subsidiair vordert [X] dat Groza wordt veroordeeld om zekerheid te stellen ten behoeve van [X], zulks op straffe van een dwangsom. Voorts vordert [X] Groza te veroordelen in de proceskosten.

3.2

Daartoe heeft [X] - kort samengevat - gesteld dat de onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard omdat in het vonnis van 7 augustus 2013 sprake is van evidente feitelijke en/of juridische misslagen. [X] stelt daartoe onder andere het volgende:

- De rechtbank heeft in haar vonnis van 7 augustus 2013 geen overwegingen gewijd aan het beroep op het opschortingsrecht van [X].

- De rechtbank is onvoldoende gemotiveerd voorbijgegaan aan het verweer dat de koopovereenkomst feitelijk een overeenkomst onder opschortende voorwaarde is.

- Het vonnis van 7 augustus 2013 is gewezen op basis van een juridische misslag nu Groza Van der Zwaan had moeten informeren over het feit dat het perceel te Amsterdam deel uitmaakt van een beschermd weidevogelgebied en aardkundig waardevol gebied.

- De rechtbank heeft geoordeeld dat Groza [X] niet heeft kunnen informeren over het rapport van 23 juni 2011 omdat dat rapport dateert van na het tekenen van de koopovereenkomst. Het is echter juist de stelling van [X] geweest dat de mededeling in de koopovereenkomst dat er naar aanleiding van een onderzoek geen belemmeringen zijn voor woningbouw, onjuist is geweest omdat er nog geen rapport voorhanden was.

- De rechtbank heeft in haar vonnis ten aanzien van het perceel te Den Ham de verkeerde structuurvisie benoemd als basis van de prospectus. Groza had moeten wijzen op de structuurvisie die nog niet vastgesteld was maar al wel in concept ter inzage had gelegen. Groza heeft dat niet gedaan.

3.3

Groza voert verweer en stelt daartoe dat de dagvaarding van [X] veel weg heeft van een verkapt appel. Voorts heeft hij gemotiveerd betwist dat er in het vonnis van 7 augustus 2013 sprake is van evidente feitelijke en/of juridische misslagen.

De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter merkt - vooraf - het volgende op. [X] heeft in zijn dagvaarding gesteld dat de rechtbank in het vonnis van 7 augustus 2013 er ten onrechte van uitgaat dat notaris Poort de aangewezen notaris is waar de leveringsakte betreffende het perceel te Amsterdam zal passeren. Tijdens de zitting van 27 augustus 2013 heeft [X] zich op het standpunt gesteld dat het noemen van deze notaris in het vonnis van 7 augustus 2013 niet kan leiden tot schorsing van de executie van dat vonnis. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan hetgeen in de dagvaarding in kort geding is gesteld over de in het vonnis van 7 augustus 2013 genoemde notaris.

4.2

Vooropgesteld moet worden dat rechterlijke uitspraken dienen te worden nagekomen. Het gesloten stelsel van in de wet geregelde rechtsmiddelen brengt met zich dat inhoudelijke bezwaren tegen een uitspraak in het stadium van de tenuitvoerlegging ervan niet in de vorm van een executiegeschil kunnen worden aangevoerd, tenzij er sprake is van misbruik van bevoegdheid bij die tenuitvoerlegging. Volgens vaste jurisprudentie kan slechts schorsing van de executie worden bevolen, indien de executant misbruik van zijn executiebevoegdheid maakt. Van misbruik kan sprake zijn indien de te executeren beslissing klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, of indien executie op grond van na de uitspraak voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan.

4.3

Voor het aannemen van een “klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag” ligt de lat onmiskenbaar hoog. Hiervan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter pas sprake als de vergissing in het recht of in de feiten zó in het oog springt, dat daarover geen redelijke twijfel kan bestaan. De stellingen van [X] moeten tegen deze achtergrond worden beoordeeld. De vermeende misslagen van de rechtbank die door [X] naar voren zijn gebracht zien op een eventueel gebrek aan motivering en een eventuele onjuiste beoordeling van de door [X] gevoerde verweren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de door [X] aangevoerde vermeende misslagen niet zijn aan te merken als dermate in het oog springend, dat daarover geen redelijke twijfel kan bestaan. Van “klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslagen” is dan ook geen sprake. Overigens wil dat niet zeggen dat de punten van kritiek die [X] naar voren heeft gebracht in hoger beroep geen relevante punten zouden kunnen zijn. Deze beoordeling hoort echter thuis bij de rechter in hoger beroep.

4.4

Verder is er gesteld noch gebleken dat sprake zou zijn van na de uitspraak voorgevallen of aan het licht gekomen feiten op grond waarvan executie van het vonnis zou leiden tot een noodtoestand aan de zijde van [X].

4.5

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat binnen het beperkte toetsingsbereik van een executie kort geding als het onderhavige, noch van een feitelijke of juridische misslag, noch van nieuwe feiten die zouden leiden tot een noodtoestand, is gebleken. Van misbruik van bevoegdheid is niet gebleken. De primaire vordering van [X] hieromtrent dient dan ook te worden afgewezen.

4.6

Terzake de subsidiaire vordering tot zekerheidstelling oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. [X] heeft gesteld dat het niet denkbeeldig is dat Groza in staat van faillissement komt te verkeren of anderszins niet kan voldoen aan terugbetaling van de koopsom. Groza heeft dit betwist. De voorzieningenrechter oordeelt dat een restitutierisico niet is komen vast te staan. Reeds om die reden dient het subsidiair gevorderde eveneens te worden afgewezen.

4.7

[X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vorderingen van [X] af;

II. veroordeelt [X] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Groza begroot op € 589,-- aan verschotten;

III. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.