Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2197

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-09-2013
Datum publicatie
16-09-2013
Zaaknummer
C/08/141567 / KG ZA 13-262
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Burenruzie. Gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van zijn openhaardhout dat op het perceel van zijn buren ligt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/141567 / KG ZA 13-262

datum vonnis: 4 september 2013 (s)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1 [eiser], en

2. [eiseres]

beide wonende te [woonplaats],

eisers,

verder te noemen eisers,

advocaat: mr. D.G. Geerdink te Oldenzaal,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen gedaagde.

1 Het procesverloop

1.1

Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 21 augustus 2013. Ter zitting zijn verschenen: eisers vergezeld door mr. D.G. Geerdink en gedaagde. De standpunten zijn toegelicht.

1.3

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1

Partijen zijn buren en familieleden van elkaar. Eisers zijn woonachtig aan de [adres a] te [woonplaats], gedaagde woont op het naastgelegen perceel aan het adres [adres b] te [woonplaats].

2.2

Op het perceel van eisers staat een schuur. Deze schuur staat op ongeveer 25 centimeter afstand van het perceel van gedaagde.

2.3

Op het perceel van gedaagde is te zijnen laste met betrekking tot de schuur een erfdienstbaarheid van gootrecht gevestigd. Deze erfdienstbaarheid houdt in dat de eigenaar van het lijdend erf moet dulden dat op zijn terrein eventueel benodigde onderhoudswerkzaamheden aan de schuur worden verricht, alsmede dat de eigenaar van het erf toegang moet verlenen aan die personen, welke met deze onderhoudswerkzaamheden zijn belast.

2.4

Gedaagde heeft onder de goot van de schuur openhaardhout geplaatst. Dit openhaardhout stond tot voor kort op de strook grond van ongeveer 25 centimeter breed die in eigendom toebehoort aan eisers.

2.5

Gedaagde heeft het grootste deel van het openhaardhout van de grond van eisers weggehaald. Op het moment van de zitting ligt een gedeelte van het hout nog wel op de grond van eisers.

2.6

Gedaagde heeft het openhaardhout ongeveer 25 centimeter verplaatst en tegen de erfscheiding opgestapeld.

3 De standpunten van partijen

3.1

Eisers vorderen - verkort weergegeven - veroordeling van gedaagde om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het openhaardhout van de grond van eisers te verwijderen en voorts gedaagde te verbieden om in de toekomst op hetzelfde stuk grond weer openhaardhout of andere roerende zaken te plaatsen. Dit alles op straffe van een dwangsom. Voorts verzoeken eisers een zodanige voorlopige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter redelijk en billijk acht. Tevens vorderen eisers de veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3.2

Eisers stellen daartoe - kort samengevat - dat gedaagde inbreuk maakt op hun eigendomsrecht. Het openhaardhout stond opgestapeld op een tot hun eigendom behorende strook grond en ligt voor een deel nog altijd op hun grond. Verder stellen eisers dat gedaagde het overeengekomen gootrecht frustreert. Door het hoog opgestapelde openhaardhout kunnen eisers de onderkant van de goot niet meer goed onderhouden. Daarnaast stellen eisers dat zij door het hoog opgestapelde openhaardhout last hebben van ongedierte in hun schuur.

3.3

Gedaagde voert verweer en stelt dat hij geen inbreuk maakt op het eigendomsrecht van eisers. Daartoe voert hij aan dat hij ondertussen het openhaardhout naar zijn eigen grond heeft verplaatst. Tegen de erfscheiding heeft hij het openhaardhout weer opgestapeld. Ook merkt hij op dat op een klein gedeelte van de grond van eisers nog wat van zijn openhaardhout ligt.

4 De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang gegeven. Er is sprake van een vordering tot beëindiging van inbreuk op iemands eigendomsrecht en een dergelijke vordering is naar zijn aard spoedeisend. Ook is het door eisers gestelde spoedeisend belang niet door gedaagde betwist.

4.2

Vast is komen te staan dat het meeste openhaardhout voor de zitting van

21 augustus 2013 van de grond van eisers is weggehaald. Aan de vordering van eisers is dus gedeeltelijk tegemoetgekomen. Ook is komen vast te staan dat er op het moment van de zitting nog een gedeelte van het openhaardhout op de grond van eisers ligt. Met het openhaardhout dat nog op de grond van eisers ligt maakt gedaagde ongeoorloofd inbreuk op het eigendomsrecht van eisers. Het openhaardhout van gedaagde dat op de grond van eisers ligt zal dan ook weggehaald moeten worden. De voorzieningenrechter zal, ook al is aan het gevorderde van eisers voor een groot deel reeds door gedaagde voldaan, het gevorderde toewijzen.

4.3

Overigens merkt de voorzieningenrechter het volgende op. Het overeengekomen gootrecht brengt niet met zich dat eisers zich te allen tijde op het perceel van gedaagde mogen begeven. Voor het onderhouden van de betreffende goot zal het betreden van dit perceel enkele keren per jaar volstaan. Daartoe is tevoren overleg met gedaagde geboden. Daar staat tegenover dat het gootrecht wel met zich brengt dat gedaagde eisers die keren de gelegenheid moet bieden om hun goot te kunnen onderhouden. Openhaardhout dat dan in de weg ligt zal op dat moment ook verwijderd moeten worden.

4.4

De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding om de hoogte van de gevorderde dwangsom per dag te matigen. De voorzieningenrechter acht een dwangsom van

€ 500,-- per overtreding, met een maximum van € 25.000,--, redelijk.

4.5

De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt gedaagde binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis zijn openhaardhout dat op het perceel grond van eisers ligt te verwijderen.

II. verbiedt gedaagde in de toekomst op hetzelfde stuk grond weer openhaardhout of andere roerende zaken te plaatsen.

III. veroordeelt gedaagde om aan eisers een dwangsom te betalen van € 500,-- per dag dat hij niet aan de onder I en II uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, zulks tot een maximum van € 25.000,-;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde;

V. compenseert de kosten van deze procedure aldus dat ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.