Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2183

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-09-2013
Datum publicatie
12-09-2013
Zaaknummer
2148797 EJ-VERZ 13-5785
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkneemster verzoekt de ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Werkneemster, 56 jaar oud, is op 1 september 1973 in dienst getreden van werkgever in de functie van

huishoudelijk assistente. Zij heeft zich binnen het bedrijf opgewerkt tot HR Coördinator. Aan haar verzoek heeft werkneemster ten grondslag gelegd dat de wijze waarop de werkgever haar in het ongewisse

heeft gelaten en blijft verzuimen een adequate onderbouwing te verstrekken over een op handen zijnde reorganisatie waarbij haar functie komt te vervallen, haar in de communicatie tot administratief

medewerkster heeft gekortwiekt en heeft getracht haar in een onwelgevallige en niet passende functie te dringen, voortzetting van het diensterband niet langer van haar gevergd kan worden. Geoordeeld

wordt dat van Werkneemster een positievere houding verwacht had mogen worden bij de re-integratie in een van de aangeboden functies. Dat heeft zij niet gedaan. Ontbinding per 1 januari 2014 met een vergoeding

van € 25.000,-- bruto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0699
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 2148797 EJ-VERZ 13-5785 (ak)

Beschikking d.d. 5 september 2013 in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. M. Colenbrander, advocaat te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE BROEIERD TWENTESTAD B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

verwerende partij,

hierna te noemen: De Broeierd,

gemachtigde: mr.drs. F.C. Boel, advocaat te ‘s-Gravenhage.

1 De procedure

1.1

[eiseres] heeft een verzoekschrift ingediend, ontvangen door de griffie op 5 juli 2013, strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

1.2

De Broeierd heeft een verweerschrift ingediend, ontvangen ter griffie op 19 augustus 2013. Bij brief van 20 augustus 2013 heeft De Broeierd aanvullende producties overgelegd.

1.3

Het verzoek is behandeld ter zitting van 22 augustus 2013, waar [eiseres] is verschenen bijgestaan door mr. Colenbrander en waar namens De Broeierd de heer [P], Director of Finance, is verschenen, bijgestaan door mr. Boel.

1.4

Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht met gebruikmaking van een pleitnota. Van hetgeen verder ter zitting is besproken, heeft de griffier proces-verbaal opgemaakt.

2 De vaststaande feiten

2.1

[eiseres] is op 1 september 1973 bij De Broeierd in dienst getreden als huishoudelijk assistente. Inmiddels is [eiseres] werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor 20 uur per week in de functie van HR Coördinator en ontvangt zij een bruto maandsalaris van € 1.683,38 exclusief 8% vakantiegeld en 1,25% eindejaarsuitkering. [eiseres] is 56 jaar.

2.2

In januari 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiseres] en de toenmalige HR directeur, mevrouw [L] (hierna: [L]). In dat gesprek heeft [L] aan [eiseres] meegedeeld dat De Broeierd voornemens is een reorganisatie door te voeren ten gevolge waarvan de functie van [eiseres] komt te vervallen. [L] heeft aan [eiseres] gevraagd te kijken naar alternatieve functies. Naar aanleiding hiervan heeft [eiseres] op 13 januari 2012 aangegeven belangstelling te hebben voor de functie medewerker Sales en/of In-house Sales.

2.3

Op 18 september 2012 heeft [eiseres] zich ziek gemeld met burn-out klachten. In het eerste verslag van bedrijfsarts staat daarover het volgende vermeld:

Ze is uitgevallen met medische mentale klachten door langdurige overbelasting/werkdruk en onzekerheid over haar baan/toekomst binnen de organisatie.

2.4

Op 28 september 2012 heeft de regio directeur de heer [N] (hierna: [N]) [eiseres] thuis bezocht. In het door hem van dit bezoek opgemaakte verslag dat bij e-mailbericht van 18 oktober 2012 aan [eiseres] is verzonden, staat onder meer het volgende vermeld:

(…) Begin van het jaar heeft u middels gesprekken met [L] (..) en vervolgens met lokaal hotelmanagement (…) vernomen dat HR gerelateerde werkzaamheden zullen worden gecentraliseerd. Een en ander is vervolgens om moverende redenen, mede door plotseling vertrek van [L], helaas blijven hangen.

Een en ander heeft direct consequenties voor uw werkzaamheden. Dit is de reden dat bij monde van het lokaal management aan u reeds begin van het jaar is verzocht na te denken over mogelijk alternatieve functies. Hierop heeft u richting management verschillende initiatieven genomen. Naar ik heb begrepen heeft u gereageerd op veelal sales (…) gerelateerde functies. Lokaal management heeft dergelijke initiatieven naar uw zeggen vervolgens onvoldoende serieus genomen en is hier niet of onvoldoende op ingegaan. Derhalve heeft een en ander niet geleid tot een voor u passend en zinvol alternatief.

Recentelijk is de centralisatie doelstelling van HR taken nogmaals door [T] (…) en [P] (…) aan lokaal management bevestigd. Vervolgens is alles in een stroomversnelling gekomen. De voortdurende onzekerheid over de individuele consequenties voor u heeft u meer aangegrepen dan uzelf zowel als het verantwoordelijk management heeft ingeschat. Dit spijt ons oprecht zeer.

(…)

U verzocht mij verder na te denken over een mogelijke oplossingsrichting. Daartoe heb ik in ons gesprek d.d. 28 september reeds aangegeven dat we wellicht kunnen kijken of een andere deeltijdfunctie bijvoorbeeld binnen F&B en/of op het gebied van yield & revenu management haalbaar zou zijn. Ook heb ik aangegeven dat de bedrijfseconomische sitautie van het hotel niet van dien aard dat dit voor het huidige aantal gecontracteerde uren van dit moment verantwoord is. Ik vroeg u derhalve mede na te denken over een mogelijke andere positie in combinatie met het eventueel terugbrengen van het aantal werkuren per week. Een positie in sales, waarvan in het begin van het jaar door u aangegeven was hier wel interesse in te hebben, is niet opportuun. Enerzijds daar we hier nu geen vacature hebben, anderzijds daar wij voor invulling van deze positie kandidaten gezocht en gevonden hebben met bewezen succesvolle trackrecord op dit gebied. (…)

2.5

Bij e-mailbericht van 20 november 2012 heeft [eiseres] gereageerd op bovenvermeld e-mailbericht en aan [N] onder meer het volgende meegedeeld:

(…) In uw mail van 18 oktober 2012 wordt de gang van zaken op meerdere punten dan ook onjuist geschetst.

(…)

Ik heb lokale hotelmanagers zelf geïnformeerd over het gesprek van januari. (…) Zij wilden mij houden in de regio. (…)

Ik stel dan ook nadrukkelijk vast dat er geen sprake is van verval van werkzaamheden als hotelmanagers mijn taken straks zouden moeten overnemen. Mijn functie blijft dus onverkort bestaan.

(…)

Geheel onverplicht heb ik mijn interesse in een passende functie kenbaar gemaakt. Dit was al in januari 2012. (…) Ik ben dus ronduit gepasseerd in mijn pogingen een alternatieve functie te krijgen.

4) Vanaf het moment dat ik vermoedde dat er toch een drastische wijziging in het HR beleid zat aan te komen, heb ik herhaaldelijk gevraagd om een schriftelijk standpunt vanuit de organisatie over de boodschap die mij in januari was gedaan. Nooit iets anders gehoord dan ‘wij willen je behouden in jouw functie’.

(…)

6) Minstens tien maanden lang heeft Hampshire deze situatie laten sloffen. Echter vanaf het moment dat ik mij ziek meldde was er kennelijk haast geboden. (…) Toch liet u zich ontvallen dat het moeilijk zou worden voor mij een passende, gelijkwaardige staffunctie te vinden omdat staffuncties zullen worden uitgehold. Mogelijk was er iets te regelen ‘for the time being’ op yield & revenu. Maar niet voor de 20 uur die ik nu maak. Onbekend is ook, zo zei u, hoelang deze functie overeind gehouden kon worden.

(…)

Dit nog los van het feit dat er nog altijd geen formeel en goed onderbouwd besluit omtrent eventueel verval van mijn functie is.

(…)

Hoewel ik de inhoud van dit verslag niet ken, heb ik inderdaad met deze arts besproken dat helderheid mijn herstelprocedure zou kunnen bevorderen.

(…)

Eerst iets fatsoenlijks op papier, een goed omschreven en onderbouwd plan. (…) Ik laat mij echter niet afschepen met vage toezeggingen, urenverminderingen, salarisverminderingen en tijdelijke klussen; gelet op mijn staat van dienst en het feit dat verval van mijn functie allerminst vast staat, ben ik van mening dat ik recht heb op een permanente oplossing en duidelijkheid. Als u van mening bent dat er een reden zou zijn voor ontslag, dan ben ik ook bereid een redelijk voorstel van u ter zake (op papier) in beraad te nemen.

2.6

In het verslag van de bedrijfsarts naar aanleiding van een consult op 12 december 2012 staat als werkhervattingadvies vermeld dat [eiseres] zeker wil weten dat haar functies echt is vervallen en dat ze open staat voor een passende andere functie. Opgemerkt wordt dat een vertrouwensprobleem is ontstaan en geadviseerd wordt daarover in gesprek te gaan waarbij een onafhankelijke derde waardevol kan zijn. Het hierop gevolgde mediationtraject heeft geen oplossing geboden.

2.7

Bij brief van 26 februari 2013 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan De Broeierd onder meer het volgende meegedeeld:

(…)

in de eerste plaats blijft u, ondanks uw uitdrukkelijke toezegging aan cliënte daartoe, verzuimen de gewenste onderbouwing van het vermeende verval van haar functie te verstrekken. Cliënte is dus nog altijd niet gebleken dat haar functie komt te vervallen of dat daartoe een formeel besluit is genomen.

In de tweede plaats wordt cliënte al wel twee alternatieve functies aangeboden. Naast de omstandigheid dat dit chronologisch niet juist is (immers eerst dient te worden vastgesteld dat de eigen werkzaamheden komen te vervallen voordat alternatieven aan bod komen) zijn de aangeboden werkzaamheden niet passend voor cliënte.

De functie van medewerkster Yield Management is niet passend voor cliënte qua werkinhoud (het sluit niet aan bij de achtergrond en kwalificaties van cliënte), vanwege de omstandigheid dat aan cliënte uitdrukkelijk is bevestigd dat dit slechts een tijdelijke functie is (…) en tot slot (…) omdat de functie in het geheel niet vacant is.

Dat de functie van allround medewerker bediening wordt aangeboden acht cliënte zeer beschadigend. Deze functie is zeker niet passend voor haar. Naast de omstandigheid dat zij dit niveau al vele jaren ontgroeid is, is cliënte vanuit medisch perspectief (…) niet in staat deze werkzaamheden te vervullen. (…).

Conclusie

Nu u kennelijk van mening bent dat de functie van cliënte is komen te vervallen (…) en nu er kennelijk geen passende alternatieve functies voor cliënte binnen de organisatie voorhanden zijn, lijkt een einde van het dienstverband onvermijdelijk. (…) Het lijkt mij derhalve op uw weg te liggen een voorstel te doen om tot beëindiging van het dienstverband te komen. (…).

2.8

In het verslag van de bedrijfsarts d.d. 22 maart 2013 wordt het volgende werkhervattingsadvies gegeven:

(…) U heeft haar passend werk geboden en u kan samen met haar daarop een re-integratie plan maken. Ik denk dat ze na aanvang van de re-integratie per 28-3 en in zeg 6 weken kan opbouwen naar 100%.

2.9

Ingaande 28 maart 2013 is [eiseres] gestart met de re-integratie in de functie medewerker Yield Management/gastvrouw FB. Hierbij is door [eiseres] de aantekening geplaatst dat het verval van haar huidige functie HR Coördinator niet voldoende en schriftelijk is onderbouwd. De aangeboden functies acht ze niet passend bij haar niveau en lange staat van dienst. Bovendien is, zo stelt [eiseres], het voortbestaan van de functie medewerker Yield Management volgens de regio directeur zeer onzeker en zal ook deze functie komen te vervallen.

2.10

Bij brief van 20 juni 2013 heeft De Broeierd aan [eiseres] voorgelegd of zij interesse heeft in de functie Reserveringen. Hoewel de functiecategorie van deze functie lager is dan die van HR Coördinator, wordt deze functie aangeboden met behoud van de huidige arbeidsvoorwaarden. Op dit voorstel is door [eiseres] niet gereageerd.

2.11

Ingaande 26 juni 2013 heeft [eiseres] zich weer volledig arbeidsongeschikt gemeld, welke melding door de bedrijfsarts is geaccepteerd.

3 Het verzoek

3.1

[eiseres] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden ingaande 1 januari 2014, althans een in goede justitie te bepalen datum, onder toekenning aan haar van een vergoeding van € 139.770,84 bruto en een aanvullende vergoeding ter hoogte van het loon over de resterende fictieve opzegtermijn, een en ander te betalen op een door [eiseres] aan te geven fiscaal geoorloofde wijze. Ten slotte verzoekt [eiseres] De Broeierd te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder een bedrag van € 10.000,00 ter zake van het salaris van haar gemachtigde.

3.2

[eiseres] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat gelet op de wijze waarop De Broeierd haar in het ongewisse heeft gelaten, blijft verzuimen adequate onderbouwing te verstrekken, haar in de communicatie heeft gekortwiekt tot administratief medewerkster en tracht haar in haar onwelgevallige en niet passende functies te dringen, voortzetting van het dienstverband niet van [eiseres] kan worden gevergd. Hierbij heeft De Broeierd zich ronduit als een slecht werkgever gedragen zodat een ontbindingsvergoeding berekend naar de correctiefactor C=2, op zijn plaats is.

4 Het verweer

4.1

De Broeierd verzoekt de kantonrechter de gevraagde ontbinding af te wijzen en weerspreekt de in het verzoekschrift genoemde verwijten. Sedert begin 2012 weet [eiseres] dat De Broeierd de wens heeft om [eiseres] te behouden voor de organisatie, heeft zij een jaar lang de gelegenheid gehad om een passende functie te aanvaarden en is veelvuldig overleg gevoerd over de betreffende passende functie. Van ‘ronduit slecht werkgever’ is dan ook geen sprake. Het is juist [eiseres] die niet als een goed werknemer handelt door niet open te staan voor mediation en coaching en vervolgens weigert passende functies te aanvaarden. De Broeierd biedt voor de laatste keer de functie van medewerker Yield Management/gastvrouw FB aan, alsmede de functie HR Coördinator op het hoofdkantoor te Amsterdam.

4.2

Indien [eiseres] vasthoudt aan het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, verzet De Broeierd zich hier niet tegen. Er zijn echter geen feiten of omstandigheden gebleken die kunnen billijken dat aan [eiseres] enige vergoeding moet worden toegekend. Gelet op het lange dienstverband is De Broeierd bereid de kosten van een outplacementtraject ter waarde van maximaal € 3.500,00 exclusief BTW te betalen.

5 De beoordeling

5.1

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is ieder der partijen te allen tijde bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden die een dringende reden als bedoeld in artikel 7:667, lid 1 BW zouden hebben opgeleverd indien de arbeidsovereenkomst om die reden onverwijld zou zijn opgezegd, als ook veranderingen in de omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Indien de rechter het verzoek inwilligt wegens veranderingen in de omstandigheden kan hij, zo hem dat met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt, aan een van de partijen ten laste van de wederpartij een vergoeding toekennen.

5.3

De door [eiseres] in het verzoekschrift naar voren gebrachte omstandigheden leveren naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden op als bedoeld in artikel 7:677, lid 1 BW, juncto artikel 7:679 BW. Weliswaar heeft De Broeierd niet op alle punten even zorgvuldig gehandeld jegens [eiseres], de kantonrechter zal hierop in het onderstaande nader ingaan, van een grove veronachtzaming van de plicht van een goed werkgever is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake.

5.4

Met betrekking tot de vraag of de arbeidsovereenkomst ontbonden kan worden op grond van veranderingen in de omstandigheden als bedoeld in artikel 7:685, lid 2 BW is de kantonrechter van oordeel dat deze vraag bevestigend beantwoord dient te worden. Voldoende duidelijk is geworden dat [eiseres] geen vertrouwen meer heeft in De Broeierd als werkgever en de door De Broeierd aangeboden functies niet wenst te accepteren. In dit verband heeft de kantonrechter tevens van belang geacht dat uit de naar aanleiding van de ziekmelding van [eiseres] uitgebrachte adviezen van de bedrijfsarts blijkt dat sprake is van verstoord vertrouwen tussen werkgever en werknemer. In dat soort situaties kan eventueel mediation soms nog uitkomst bieden, maar gebleken is dat mediation niet tot een oplossing heeft geleid. Bovendien is hiervoor de bereidheid en inzet van beide partijen een voorwaarde. Een en ander betekent dat de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal overgaan.

5.5

De vraag die vervolgens aan de orde komt is of er aanleiding bestaat om [eiseres] een vergoeding toe te kennen. In dit kader is van belang hoe de verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan en wie daar in (overwegende) mate verantwoordelijk voor is. De kantonrechter overweegt hiertoe het volgende.

5.6

Niet in geschil is dat [eiseres] gedurende haar lange dienstverband bij (de rechtsvoorgangster van) De Broeierd steeds goed heeft gefunctioneerd. Van een werkgever mag worden verwacht dat een voorgenomen reorganisatie waarbij bepaalde functies komen te vervallen, goed wordt voorbereid en dat hierover helder en eenduidig wordt gecommuniceerd in de richting van de werknemers wier functie komt te vervallen door de reorganisatie. Ook mag van een werkgever worden verwacht dat zij op zorgvuldige wijze en in samenspraak met de betrokken werknemers, zeker waar het betreft een werknemer met een lange (en goede) staat van dienst, beoordeelt welke alternatieve passende functies binnen de onderneming in aanmerking komen voor de betreffende werknemer.

5.7

Weliswaar heeft [L] aan [eiseres] in januari 2012 meegedeeld dat haar functie van HR Coördinator op termijn komt te vervallen, maar niet gebleken is dat De Broeierd nadien, in ieder geval tot het gesprek van 28 september 2012 tussen Van Nieuwenhuizen en [eiseres], jegens [eiseres] duidelijk is geweest over het verval van de functie. Voorts is niet gebleken dat De Broeierd jegens [eiseres] heeft gereageerd op het door [eiseres] op verzoek van De Broeierd gedane voorstel om haar in aanmerking te laten komen voor de door haar geambieerde functie medewerker Sales waar [eiseres] in januari 2012 reeds op heeft gewezen als mogelijke, passende functie. Hierbij is de kantonrechter, anders dan De Broeierd meent, er niet van overtuigd geraakt dat de bedoelde functie een managersfunctie betreft en geen uitvoerende functie, zodat op voorhand niet valt in te zien waarom [eiseres] hiervoor niet geschikt zou zijn geweest.

5.8

Eerst naar aanleiding van de ziekmelding van 18 september 2012 ten gevolge van langdurige overbelasting/werkdruk en onzekerheid over haar baan (aldus het verslag van de bedrijfsarts) heeft De Broeierd actie ondernomen en voortvarend gehandeld. Of De Broeierd zich hierbij heeft gerealiseerd in welke fase van de acceptatie van de (voorgenomen) reorganisatie [eiseres] zat, is de vraag, waarbij zeker van belang is geweest dat [eiseres] niet, zoals de andere werknemers die niet zijn uitgevallen wegens ziekte, middels roadshows geïnformeerd is over de ins en outs van de reorganisatie. In ieder geval had De Broeierd zich er van dienen te vergewissen dat [eiseres] dezelfde informatie zou ontvangen als haar niet arbeidsongeschikte collega’s.

5.9

Daartegenover staat dat in het najaar van 2012 ook voor [eiseres] duidelijk moet zijn geweest dat haar functie van HR Coördinator is c.q. komt te vervallen. Niet alleen is dat aan haar in januari 2012 reeds meegedeeld door [L], ook in het gesprek tussen [N] en [eiseres] is dat aan de orde geweest en in het e-mailbericht van 18 oktober 2012 is dit bevestigd. Ook uit de reactie van [eiseres] hierop, blijkt niet dat het voor [eiseres] niet duidelijk is, maar wenst zij slechts een formeel en onderbouwd besluit over het verval van de functie. Niet duidelijk is geworden wanneer de als productie 15 bij verzoekschrift overgelegde directiememo door De Broeierd aan [eiseres] is overhandigd. Hierbij valt het de kantonrechter op dat [eiseres] in haar reactie van 20 november 2012 al de mogelijkheid van een beëindiging van het dienstverband aandraagt, mits De Broeierd een redelijk voorstel doet.

5.10

In de periode daarna blijven partijen verdeeld over de vraag of de door De Broeierd aangeboden combinatie van alternatieve functies, passend is voor [eiseres]. Gebleken is dat de functieschaal van de Yield Medewerker gelijk is aan de functieschaal van de functie HR Coördinator. Dat de functies inhoudelijk verschillen, ligt voor de hand, maar maakt niet dat de functie niet passend zou zijn. Ook de gastvrouwfunctie voor vier uur per week, is geen normale bedieningsfunctie zoals [eiseres] lijkt te suggereren, maar aangepast aan [eiseres] waarbij de combinatie volgens de bedrijfsarts medisch gezien passend is. Ook zijn de functies aangeboden met behoud van de bestaande arbeidsvoorwaarden.

5.11

Hoewel de kantonrechter kan begrijpen dat [eiseres], gelet op haar carrièreverloop, liever een functie op HR-gebied wil blijven vervullen, wordt aannemelijk geacht dat de functie van HR Regio Adviseur te hoog gegrepen is, gezien het salarisniveau van die functie. Ook hetgeen in de directiememo vermeld wordt over de achtergrond van de reorganisatie waarbij HR taken naar hoger niveau getild gaan worden, wijst in die richting.

5.12

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat van [eiseres] een positievere opstelling verwacht had mogen worden bij de re-integratie in één van de aangeboden functies. Dat heeft [eiseres] niet gedaan. Zij lijkt daarentegen in een vroeg stadium gekozen te hebben voor de weg van beëindiging van het dienstverband zonder de re-integratie in de gecombineerde functie, dan wel in een andere functie, een serieuze kans van slagen te gegeven. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in het onderhavige verzoekschrift.

5.13

Op grond van het bovenstaande komt de kantonrechter tot de conclusie dat, rekeninghoudend met de lengte van het dienstverband, de leeftijd van [eiseres] en alle overige omstandigheden, waarbij, zo blijkt uit het voorgaande, in eerste instantie de werkgever verantwoordelijk geacht kan worden voor het ontstaan van een verstoorde relatie, waarna vanaf eind 2012 het juist de werknemer is die onvoldoende meewerkt, een vergoeding van € 25.000,- bruto billijk wordt geacht. Hierbij zal de arbeidsovereenkomst, mede gelet op de nog bestaande arbeidsongeschiktheid, worden ontbonden per 1 januari 2014.

5.14

Nu een vergoeding zal worden toegekend die lager is dan waarom [eiseres] in haar verzoekschrift heeft verzocht, zal [eiseres] in de gelegenheid worden gesteld om haar ontbindingsverzoek in te trekken. Gaat zij daartoe over, dan dient zij de kosten van het geding te dragen. Handhaaft zij het verzoek, dan worden de kosten van deze procedure tussen partijen gecompenseerd.

6 De beslissing

Stelt [eiseres] in de gelegenheid haar verzoek in te trekken door dit vóór 14 september 2013 schriftelijk aan de griffier van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Enschede te berichten.

Veroordeelt in het geval het verzoekschrift wordt ingetrokken [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van De Broeierd gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Indien het niet tot een intrekking komt:

  1. ontbindt de tussen [eiseres] en De Broeierd bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2014 en kent in dat geval aan [eiseres] ten laste van De Broeierd een vergoeding toe van € 25.000,00,- bruto;

  2. compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder van partijen haar eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Enschede en op 5 september 2013 in het openbaar uitgesproken door

mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.