Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2172

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-09-2013
Datum publicatie
11-09-2013
Zaaknummer
C/08/142466 / KG ZA 13-292
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Weigering mee te werken aan verdeling van de woning en de woning te verlaten na beschikking van de rechtbank

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/142466 / KG ZA 13-292

datum vonnis: 5 september 2013 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. M. Ichoh te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

in persoon verschenen.

1 Het procesverloop

1.1

[eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 29 augustus 2013. Ter zitting zijn verschenen: [eiser] vergezeld door mr. Assink, een kantoorgenoot van mr. Ichoch en [gedaagde]. De standpunten zijn toegelicht.

1.3

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

Partijen zijn gewezen echtgenoten. Hun huwelijk is op 14 december 2012 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

2.2

Ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden heeft deze rechtbank bij beschikking van 27 maart 2013 onder meer het volgende overwogen:

De rechtbank stelt vast dat partijen van mening verschillen over hun bedoeling ten aanzien van de eigendom van de woning bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden. Aan deze bedoeling kan de rechtbank dan ook geen argumenten ontlenen om de woning aan de één of aan de ander toe te bedelen.

Nu de kinderen nog erg jong zijn en bovendien toch moeten gaan wennen aan twee woonomgevingen, ontleent de rechtbank ook aan het belang van de kinderen geen argument voor de toedeling van de woning.

Dan blijft naar het oordeel van de rechtbank van belang dat de man de woning heeft gebouwd/heeft laten bouwen en dat de woning aan hem toebehoorde, voordat partijen onder het maken van huwelijkse voorwaarden in het huwelijk traden.

Dit feit weegt naar het oordeel van de rechtbank voldoende om de balans in de belangenafweging aan de zijde van de man te doen doorslaan.

De woning zal dan ook aan de man worden toebedeeld (…).

(…)

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat aan haar het voortgezet gebruik van de woning en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en de boedel daarvan gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.

De man heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat indien hij de woning krijgt toebedeeld, hij niet kan instemmen met het voortgezet gebruik daarvan door de vrouw. In dat geval wil hij de woning zo snel mogelijk kunnen gebruiken.

De rechtbank stelt vast dat de echtscheidingsprocedure inmiddels al lang duurt en dat de vrouw ook al geruime tijd het gebruik van de woning heeft.

Naar het oordeel van de rechtbank strookt het niet met de beslissing over de toedeling van de woning aan de man en over de verdeling van de inboedel om thans de vrouw nog weer een periode te geven van het alleengebruik daarvan.

Dit zou slechts anders zijn in geval van klemmende bezwaren gestoeld op de redelijkheid en billijkheid en hiervan is de rechtbank niet gebleken.

Het verzoek van de vrouw zal dan ook worden afgewezen”.

2.3

Voorts zijn in de beschikking van 27 maart 2013 de volgende zaken aan [eiser] toebedeeld:

“Deelt aan de man toe:

de tuintafel met stoelen, parasol en BBQ inclusief gasfles

de helft van het linnengoed en serviesgoed

de persoonlijke zaken van de man

de op de lijst, productie 19 van de man, genoemde zaken waarvan geen verschil van mening bestaat dat deze aan de man toekomen

de overige in onderling overleg verdeelde inboedel”.

2.4

De beschikking van 27 maart 2013 is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen de beschikking is geen hoger beroep ingesteld.

2.5

[eiser] heeft [gedaagde] herhaaldelijk verzocht om uitvoering te geven aan de beschikking van 27 maart 2013. [gedaagde] blijft het gebruik van de woning voortzetten.

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert -kort samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

- [gedaagde] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en ontruimd te houden met al het hare en al de haren, onder afgifte van de sleutels aan [eiser] en onder achterlating van al hetgeen bij beschikking van 27 maart 2013 aan [eiser] is toebedeeld alsmede onder achterlating van al hetgeen tot de woning behoort, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- te bepalen dat indien deze dwangsommen tot het maximum van € 100.000,00 zijn verbeurd zonder dat [gedaagde] aan de ontruimingsveroordeling heeft voldaan, [eiser] gemachtigd is om de woning alsnog te laten ontruimen, zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie en voor rekening van [gedaagde];

- [gedaagde] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan de verdeling van de woning door de daartoe strekkende akte van levering te ondertekenen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

- [gedaagde] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen de gebruiksvergoeding van € 2.433,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 608,33 vanaf 1 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [gedaagde] te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2

[eiser] stelt daartoe dat [gedaagde] herhaaldelijk is verzocht om uitvoering te geven aan de beschikking van de rechtbank van 27 maart 2013. Desondanks weigert [gedaagde] mee te werken aan de verdeling van de woning en de woning te verlaten. [gedaagde] blijft het gebruik van de woning voortzetten, terwijl [eiser] zich genoodzaakt ziet een woning te huren en de huurlasten daarvan te dragen. Nu [gedaagde] gebruik is blijven maken van de woning, is [gedaagde] aan [eiser] een gebruiksvergoeding verschuldigd. De rechtbank heeft de waarde van de woning reeds vastgesteld op € 365.000,00. Het aandeel van de man in de overwaarde bedraagt € 182.500,00. De gebruiksvergoeding dient volgens [eiser] derhalve vastgesteld te worden op 4% per jaar van het aandeel van de man in de overwaarde, derhalve € 7.300,00 per jaar. Dit is € 608,33 per maand.

3.3

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Op dit verweer wordt hierna -voor zover van belang- nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt een spoedeisend belang bij de onderhavige vorderingen te hebben. Bij beschikking van 27 maart 2013 is de woning aan [eiser] toebedeeld en is het verzoek van [gedaagde] tot het voortgezet gebruik van de woning afgewezen. [gedaagde] verblijft thans echter nog steeds in de woning, terwijl [eiser] genoodzaakt is een woning te huren en de huurlasten daarvan te dragen. Aangezien [gedaagde] weigert om mee te werken aan de verdeling van de woning en de woning te verlaten, heeft [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter een voldoende spoedeisend belang bij onderhavige vorderingen.

4.2

De voorzieningenrechter stelt voorop dat ingevolge artikel 236 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen partijen bindende kracht hebben. Nu tegen de beschikking van 27 maart 2013 geen hoger beroep is ingesteld, is deze beschikking in kracht van gewijsde gegaan. Hiermee staat thans onder meer vast dat de woning aan de man is toebedeeld, dat [gedaagde] het gebruik van de woning niet mag voortzetten en dat de hiervoor onder 2.3 genoemde roerende zaken aan de man zijn toebedeeld.

4.3

[gedaagde] wenst voor de stabiliteit van de kinderen dit schooljaar nog in de woning te blijven wonen. Ze stelt hiertoe dat zij een nieuwbouwwoning aan het bouwen is en dat de kinderen dan niet onnodig vaak van woonruimte hoeven te wisselen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor een belangenafweging geen plaats meer is. De belangen van [gedaagde] en de kinderen zijn -zoals hiervoor onder 2.2 weergegeven- reeds afgewogen in de beschikking van 27 maart 2013 en de rechtbank heeft de toedeling van de woning aan [eiser] al vastgesteld. Dit heeft geleid tot het oordeel dat [gedaagde] het gebruik van de woning niet mag voortzetten. [eiser] heeft nu recht op overdracht van de woning zonder verder uitstel. [gedaagde] bewoont de woning thans zonder recht of titel. Daarom zal de gevorderde ontruiming worden toegewezen. De door [eiser] gevorderde dwangsom zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan dat [eiser] niet aan de ontruimingsveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie zal worden afgewezen. Immers op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen.

4.4

Ten aanzien van de vordering van [eiser] [gedaagde] te veroordelen om medewerking te verlenen aan de verdeling van de woning door de daartoe strekkende akte van levering te ondertekenen overweegt de voorzieningenrechter dat [eiser] belang heeft bij overdracht bij de notaris om de notariële akte te kunnen laten inschrijven in de openbare registers. De door [eiser] gevorderde dwangsom zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan dat [eiser] in gebreke blijft de leveringsakte te ondertekenen, tot een maximum van € 100.000,00.

4.5

Ten aanzien van de gevorderde gebruikvergoeding overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Deze gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling -bij afweging van de belangen van partijen- aan toewijzing niet in weg staat. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering deze toets niet kan doorstaan. [eiser] heeft het bestaan en de omvang van deze vordering onvoldoende onderbouwd, terwijl [gedaagde] heeft gesteld dat zij de helft van de huur van de huurwoning van [eiser] betaalt. Voorts heeft [eiser] het spoedeisend belang bij deze vordering onvoldoende onderbouwd. De gevorderde gebruiksvergoeding zal derhalve worden afgewezen.

4.6

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld. De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis in plaats van -zoals gevorderd- veertien dagen na dagtekening van het vonnis zoals gevorderd. Hetzelfde geldt voor de gevorderde nakosten en de wettelijke rente daarover.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [plaats] te ontruimen en ontruimd te houden met al het hare en al de haren, onder afgifte van de sleutels aan [eiser] en onder achterlating van al hetgeen bij beschikking van deze rechtbank van 27 maart 2013 aan [eiser] is toebedeeld alsmede onder achterlating van al hetgeen tot de hiervoor genoemde woning behoort en al hetgeen overigens niet aan haar toebehoort met uitzondering van de zaken die [gedaagde] expliciet zijn toebedeeld bij beschikking van deze rechtbank van 27 maart 2013, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of een gedeelte daarvan, gedurende welke [gedaagde] niet hieraan voldoet, tot een maximum van € 100.000,00;

II. Veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en na daartoe opgeroepen te zijn door een notaris, om medewerking te verlenen aan de verdeling van de woning door de daartoe strekkende akte van levering te ondertekenen, waarvan een afschrift als productie 4 bij de dagvaarding is overgelegd, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan, gedurende welke [gedaagde] niet tijdig tot ondertekening van de leveringsakte overgaat na daartoe opgeroepen te zijn door een notaris, tot een maximum van € 100.000,00.

III. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hotkamp begroot op € 936,79 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, [gedaagde] daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

IV. Veroordeelt [gedaagde] in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, indien en voor zover gedaagde niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, gedaagde daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

V. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.