Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2138

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-09-2013
Datum publicatie
10-09-2013
Zaaknummer
C/08/141954 KG RK 13-993, C/08/141955 KG RK 13-994 en C/08/141957 KG RK 13-995
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

E-Court:; Samenvoeging van arbitrale zaken. Beoordeling verlof tot tenuitvoerlegging per zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer / rolnummer: C/08/141954 KG RK 13-993, C/08/141955 KG RK 13-994 en C/08/141957 KG RK 13-995

Beschikking van 5 september 2013(lm)

in de zaak van

de stichting E-COURT,

gevestigd te Staverden,

verzoekster,

verder te noemen E-Court,

advocaat: mr. F.F.P.M. Vermeer te Harderwijk.

1 Het procesverloop

1.1.

E-Court heeft een verzoekschrift, met producties 1 tot en met 3, ingediend ex

artikel 1058 lid 1 onder b en 1062 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

E-Court heeft een tweetal verzoeken ingediend. Op het verzoek tot akte van depot ex artikel 1058 lid 1 onder b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is reeds afzonderlijk beslist. Dat verzoek behoeft daarom geen verdere bespreking.

2.2.

E-Court verzoekt voorts, namens BV Notarian, verlof tot tenuitvoerlegging ex artikel 1062 lid 1 Rv, van één arbitraal vonnis (nummer: IP-2013-003A) dat is gewezen te Almelo door mr. R.R.G.M. van Beurden tussen BV Notarian en [naam 1] (nummer: IPS-2013-003A-000001), tussen BV Notarian en [naam 2] (nummer: IPS-2013-003A-000002), en tussen BV Notarian en [naam 3] nummer: (IPS-2013-003A-000003), hierna te noemen ‘het arbitraal vonnis’.

2.3.

In de kern komt het verzoek van E-Court er op neer dat zij een uitspraak wenst van de voorzieningenrechter in deze rechtbank over de haalbaarheid van verlening van exequatur van - naar haar eigen zeggen - één arbitraal vonnis bestaande uit een drietal ‘samengevoegde’ arbitrale zaken. In het bijzonder gaat het E-Court daarbij om de gevolgen dat zulks heeft voor de heffing van griffierechten.

2.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de inhoud van het arbitraal vonnis niet blijkt van samenvoeging van zaken. De arbiter heeft, gelet op de inhoud van het arbitraal vonnis, niet getoetst of de zaken samenhangen in die zin dat de zaken gelijke feiten en/of gelijke rechtsvragen betreffen op grond waarvan bij afzonderlijke berechting een risico van tegenstrijdige beslissingen ontstaat. Nu er derhalve geen sprake is van samenvoeging, kan er in dat opzicht ook geen sprake zijn van één arbitraal vonnis van samengevoegde zaken. Het verzoek tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis dient reeds hierom te worden afgewezen.

De omstandigheid dat in het arbitraal vonnis wordt overwogen dat arbitrale procespartijen zijn overeengekomen hun geschil te beslechten via het Arbitrage Reglement van E-Court, dat deel uitmaakt van de arbitrageovereenkomst en waarvan de arbiter is gebleken (hetgeen E-Court in haar inleidende verzoekschrift nader toelicht in die zin dat het reglement een expliciete bevoegdheid tot samenvoeging inhoudt), maakt dat oordeel niet anders.

De omstandigheid dat er op het ‘voorblad’ van elk van de arbitrale zaken zoals overgelegd als productie 1 bij het verzoekschrift, wordt verwezen naar hetzelfde arbitraal gedingnummer IP-2013-003A, maakt het oordeel van de voorzieningenrechter evenmin anders.

2.5.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter het verzoek tot tenuitvoerlegging van het ‘ene arbitrale vonnis’, geadministreerd onder nummer

IP-2013-003A, niet kan verlenen.

Hoewel niet uitdrukkelijk verzocht, begrijpt de voorzieningenrechter het verzoek van

E-Court aldus, dat zij subsidiair verlof tot tenuitvoerlegging vraagt van de door haar als productie 1 overgelegde vonnissen, geadministreerd onder nummers

IPS-2013-003A-000001, IPS-2013-003A-000002 en IPS-2013-003A-000003). Aan toewijzing van dat verzoek staat niets in de weg, zodat dat hierna zal worden toegewezen.

2.6.

De voorzieningenrechter overweegt voorts - geheel ten overvloede - het

volgende.

2.7.

Indien en voor zover de arbiter in zijn arbitraal vonnis zou hebben geoordeeld dat de drie zaken samengevoegd worden behandeld, dan nog kan het (primaire) verzoek van

E-Court, verlof tot tenuitvoerlegging van één arbitraal vonnis bestaande uit een drietal ‘samengevoegde’ arbitrale zaken, niet slagen. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.

2.8.

Samenvoeging van arbitrale zaken heeft - in haar algemeenheid en in de door

E-Court voorgestelde wijze - niet tot gevolg dat (slechts) sprake is van één arbitraal vonnis. De samengevoegde zaken worden weliswaar feitelijk gezamenlijk afgedaan, maar blijven juridisch zelfstandig. De in de samenvoeging betrokken partijen worden immers geen partij in het samengevoegde geding (vergelijk [naam 4], Overeenkomst tot arbitrage, Serie Burgerlijk proces &Praktijk, nr. 13, Kluwer, Deventer 2011, p. 589 e.v.). De wederpartijen in het samengevoegde arbitragebeding zijn niet dezelfde en hebben in hun onderlinge verhouding niets met elkaar van doen (in gelijke zin ook rechtbank Almelo 5 oktober 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BT7623). De samenvoeging heeft enkel tot gevolg dat de zaken gelijktijdig worden behandeld. Dat er één schriftelijk arbitraal vonnis tot stand komt, doet aan de zelfstandigheid van de zaken niet af. Er is en blijft sprake van zelfstandige zaken en dus (binnen dat ene schriftelijke arbitrale vonnis) van zelfstandige vonnissen (met eigen dicta). De in artikel 222 Rv neergelegde regeling van voeging bij de overheidsrechter heeft overigens eveneens tot gevolg dat de gevoegde zaken zelfstandig blijven. Ook in dat geval komt er één schriftelijk vonnis tot stand, maar blijft in wezen sprake van meerdere vonnissen.

2.9.

Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter ten aanzien van ieder zelfstandig vonnis dat tot stand is gekomen in het samengevoegde arbitrale geding

(met andere woorden per zaak), dient te beoordelen of verlof tot tenuitvoerlegging kan worden verleend.

2.10.

Hoewel de gevolgen dat het voorgaande heeft voor de heffing van griffierechten in deze procedure niet ter beoordeling kan voorliggen - daarvoor is immers de verzetprocedure ex artikel 29 Wgbz de aangewezen weg -, overweegt de voorzieningenrechter hierover het volgende. In de omstandigheid dat E-Court zaken samengevoegd behandelt in één arbitraal geding, is geen argument gelegen om slechts één maal griffierecht te heffen.

De samengevoegde zaken blijven zelfstandig en er komen zelfstandige vonnissen tot stand. Elk vonnis verlangt een afzonderlijke beoordeling. Dat betekent dat sprake is van afzonderlijke verzoeken tot verlof tenuitvoerlegging, waarvoor E-Court, gelet op het dwingendrechtelijk bepaalde in de Wgbz, telkens afzonderlijk griffierecht verschuldigd is.


2.11. Gelet op het bovenstaande kan in het midden blijven of samenvoeging van zaken op de door E-Court voorgestelde wijze de toets der kritiek ex artikel 1063 lid 1 Rv, kan doorstaan in de exequaturprocedure. De voorzieningenrechter wenst in dit verband enkel te overwegen dat samenvoeging als doel heeft tegenstrijdige uitspraken te voorkomen (MvT, TvA 1984/4A, artikel 1046 Rv, p. 35) en de proceseconomie te dienen. Samenvoeging van (maximaal 10.000) zaken om kostenefficiënte redenen, zoals door E-Court voorgesteld, lijkt die bedoeling van de wetgever te miskennen.

2.12.

De voorzieningenrechter overweegt tot slot dat de goede procesorde - waarvoor zowel de rechter als de arbiter dient te waken - in beginsel eist dat verschillende zaken afzonderlijk worden berecht. Zelfstandigheid in het proces vormt daarbij een niet te veronachtzamen norm.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verlof tot tenuitvoerlegging van het door mr. R.R.G.M. van Beurden

op 26 juli 2013 tussen BV Notarian en [naam 1] (nummer: IPS-2013-003A-000001), tussen BV Notarian en [naam 2] (nummer: IPS-2013-003A-000002), en tussen

BV Notarian en [naam 3] nummer: (IPS-2013-003A-000003) gewezen arbitrale vonnissen (in het arbitraal geding met nummer IP-2013-003A),

3.2.

wijst af het meer of anders verzochte.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.H. van der Veer op 5 september 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.