Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2122

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-09-2013
Datum publicatie
06-09-2013
Zaaknummer
142961 KG ZA 13-313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Motivering van eerder uitgesproken vonnis. Vorderingen: verbod publicatie concept-artikel door Wegener en afgifte van reacties van lezers met daarbij gegevens van de lezers. Journalistieke bronbescherming. Verbod afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/291
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: 142961 KG ZA 13-313

datum vonnis: 30 augustus 2013

Motivering d.d. 6 september 2013 van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 30 augustus 2013, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

De besloten vennootschap Pretium BV,

gevestigd te Haarlem,

eisende partij,

verder te noemen Pretium,

advocaat: mr. A. Killan te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap Wegener Media BV,

tevens h.o.d.n. De Twentsche Courant Tubantia,

gevestigd te Enschede,

gedaagde partij,

verder te noemen Wegener,

advocaat: mr. T.J. van Veen te Ede.

1 Het procesverloop

1.1

Pretium heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 30 augustus 2013. Ter zitting zijn verschenen: namens Pretium de heer [O], vergezeld door mr. Killan en namens Wegener de heer [T] en de heer [V], vergezeld door mr. Van Veen. De standpunten zijn toegelicht.

1.3

De voorzieningenrechter heeft wegens de spoed reeds bij vonnis van 30 augustus 2013 op het door Pretium gevorderde beslist, zonder motivering. De motivering van de beslissing van de voorzieningenrechter volgt hieronder.

2 De feiten

2.1

Pretium is een Nederlands telecommunicatiebedrijf dat sinds 1996 actief is als aanbieder van vaste telecommunicatiediensten in Nederland. Na KPN is Pretium de grootste aanbieder van traditionele vaste telefonie aan consumenten in Nederland.

2.2

Wegener is uitgever van het dagblad De Twentsche Courant Tubantia. De Twentsche Courant Tubantia behoort tot de middelgrote dagbladen van Nederland. Naast de krant brengt Wegener het nieuws ook online op de website www.tubantia.nl.

2.3

Wegener heeft op 13 juli 2013 (op de website) en 19 juli 2013 (in het dagblad) een artikel gepubliceerd met de titel “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?”.

2.4

Pretium is van mening dat voormelde publicatie onrechtmatig is om een aantal redenen. Pretium heeft Wegener gevraagd zich van een dergelijke oproep verder te onthouden en zij heeft gevraagd Pretium te voorzien van eventuele reacties die Wegener naar aanleiding van de oproep ontvangt, met vermelding van de naam, de woonplaats en het telefoonnummer van de betreffende persoon die heeft gereageerd.

2.5

Wegener heeft Pretium op 13 augustus 2013 gemeld dat zij naar aanleiding van de oproep 100 reacties heeft ontvangen. Wegener weigert de gevraagde gegevens te verstrekken aan Pretium.

2.6

Op 11 september a.s. staat bij deze rechtbank en deze locatie een kort geding zitting gepland tussen Pretium en Wegener. Pretium vordert kort gezegd dat Wegener wordt geboden om de publicatie te verwijderen van de website en Wegener te bevelen een bepaalde rectificatietekst te publiceren in het dagblad en op de website van Wegener, zulks op straffe van een dwangsom.

2.7

Op 28 augustus 2013 heeft Wegener Pretium een (paginagroot) conceptartikel over Pretium gemaild en verzocht om uiterlijk 30 augustus 2013 vóór 10.00 uur het eventuele commentaar van Pretium door te geven. Wegener is voornemens het artikel op

31 augustus 2013 te publiceren.

3 Het geschil

3.1

Pretium heeft als voorlopige voorziening gevorderd I. Wegener te verbieden de concept-publicatie met de titel “Werving telefoonabonnees valt verkeerd” te publiceren of de inhoud anderszins openbaar te maken, althans ten minste tot na de uitspraak van het reeds aanhangige kort geding, en voorts II. om Wegener te gebieden om aan Pretium op maandag 2 september 2013 vóór 17.00 uur alle vermeende signalen en klachten te overhandigen, voorzien van NAWT-gegevens (naam, adres, woonplaats en telefoonnummer), met daarbij een korte omschrijving van elke klacht, en III. beide veroordelingen op straffe van een dwangsom, voor het geval Wegener niet aan de veroordelingen voldoet.

3.2

Naast de vaststaande feiten heeft Pretium het volgende hiertoe aangevoerd, kort samengevat. Wegener heeft vanaf het begin af aan onrechtmatig gehandeld door zonder voldoende aanleiding in een “gekleurde” publicatie lezers op te roepen hun ervaringen met Pretium te delen met Wegener. Ook het publiceren van de voorgenomen publicatie met de titel “Werving telefoonabonnees valt verkeerd” is onrechtmatig. Wegener handelt naar maatschappelijke maatstaven onbetamelijk, door eerst onder valse voorwendselen een oproep te plaatsen, vervolgens Pretium de (vermeende) signalen en 100 klachten te onthouden en daarna Pretium onder druk te zetten om in iets meer dan 24 uur te reageren op de concept-publicatie. Pretium kan zich niet inhoudelijk verweren, zij krijgt immers geen inzage in de (vermeende) signalen en klachten. De kern van de zaak is dat een klacht gecontroleerd moet kunnen worden. Wegener tracht zich op voorhand te onttrekken aan eventuele consequenties van het kort geding van 11 september 2013. Door de publicatie dreigt Pretium nog grotere schade te lijden dan zij al heeft geleden op grond van de valselijke oproep. Wegener heeft bovendien geen spoedeisend belang bij plaatsing van het artikel, daarmee kan gewacht worden tot na het al geplande kort geding op 11 september 2013.

3.3

Wegener heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd, kort samengevat. De op zichzelf reeds niet onrechtmatige oproep d.d. 13 en 19 juli 2013 heeft geresulteerd in de ontvangst van 100 reacties, overwegend klachten (97 van de 100). Om een goede afweging te maken heeft de journalist [T] bij brief van 13 augustus 2013 Pretium vragen gesteld en verzocht om een dagdeel mee te mogen lopen op het call center. Pretium wilde niet inhoudelijk reageren in verband met het kort geding van 11 september a.s. Wegener wil het concept artikel, dat overigens niet 24 uur maar 46 uur van te voren is toegezonden, publiceren omdat een oproep binnen afzienbare tijd een “follow up” dient te krijgen. Eind september, na de uitspraak van het kort geding, is het niet actueel meer. Wegener is bovendien vrij om het tijdstip te bepalen waarop zij artikelen publiceert. Voor Pretium is er overigens niets nieuws onder de zon: de wijze waarop Pretium klanten werft, het zogenaamde cold calling, heeft al eerder in en buiten de rechtspraak tot discussie geleid. Het onderwerp is van algemeen belang en de journalist heeft zich laten leiden door andere dan persoonlijke belangen. De vordering om de bronnen vrij te geven moet worden afgewezen. Een inbreuk op het recht op journalistieke bronbescherming is in de optiek van het EHRM slechts gerechtvaardigd als een algemeen publiek belang dat vereist. Dat is niet eens door Pretium gesteld. Ook het verbod op publicatie dient te worden afgewezen. Preventieve controle op publicatie kan slechts met zeer grote terughoudendheid worden uitgeoefend. Bij voorbaat en buiten twijfel moet vast staan dat publicatie van het artikel een onrechtmatige daad oplevert en dat is niet het geval.

4 De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter overweegt het volgende. Het vereiste spoedeisend belang is in deze zaak aanwezig gelet op de voorgenomen publicatie in de krant van 31 augustus 2013.

4.2

De voorzieningenrechter stelt voorop dat dit kort geding niet gaat over (de publicatie van) het artikel “Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?” of de gestelde onjuiste wijze waarop Wegener/de journalist daarbij te werk is gegaan. Daarover gaat het kort geding tussen partijen op 11 september a.s.

4.3

In dit kort geding gaat het kort gezegd om de vraag of Wegener de ontvangen signalen/klachten van lezers, inclusief NAWT-gegevens van de klagers, moet delen met Pretium en of publicatie van het concept-artikel “Werving telefoonabonnees valt verkeerd” moet worden verboden.

4.4

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hoeft Wegener de signalen/klachten, voorzien van NAWT-gegevens, niet te delen met Pretium. Pretium verzoekt niet alleen om de signalen/de klachten zelf, maar ook om NAWT-gegevens van de klagers, de bronnen van de journalist van Wegener. Pretium wil de klachten kunnen verifiëren. Journalistieke bronbescherming is één van de fundamentele voorwaarden voor persvrijheid. Zonder bescherming zouden die bronnen ervan worden afgeschrikt de pers te helpen het publiek te informeren over zaken van openbaar belang (Rechtbank Almelo, LJN AT5208, r.o. 10). In de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: (EHRM 22 november 2012, Appl.nr. 39315/06, overweging 127): 127.  Protection of journalistic sources is one of the basic conditions for press freedom, as is recognised and reflected in various international instruments including the Committee of Ministers Recommendation quoted in paragraph 61 above. Without such protection, sources may be deterred from assisting the press in informing the public on matters of public interest. As a result the vital public-watchdog role of the press may be undermined and the ability of the press to provide accurate and reliable information may be adversely affected. Having regard to the importance of the protection of journalistic sources for press freedom in a democratic society and the potentially chilling effect an order of source disclosure has on the exercise of that freedom, such a measure cannot be compatible with Article 10 of the Convention unless it is justified by an overriding requirement in the public interest (see Goodwin, cited above, § 39; Voskuil, cited above, § 65; Financial Times Ltd. and Others, cited above, § 59; and Sanoma, cited above, § 51).

4.5

Het gevaar dat bronnen worden afgeschrikt en in het vervolg niet meer zullen reageren, gelet op eventuele consequenties van het verstrekken van NAWT-gegevens, speelt ook in deze zaak. Het zonder toestemming van de klagers moeten verstrekken van NAWT-gegevens zou de waakhondfunctie van de pers te zeer ondermijnen. Mede gelet op hetgeen het EHRM over de reikwijdte van journalistieke bronbescherming heeft overwogen komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat de door Pretium gevraagde gegevens vallen onder journalistieke bronbescherming. Wegener is niet verplicht die gegevens aan Pretium te verstrekken.

4.6

Pretium heeft verder gevorderd publicatie van het concept-artikel “Werving telefoonabonnees valt verkeerd” te verbieden. Een dergelijk verbod houdt een beperking in van de vrijheid van meningsuiting, in dit geval van de pers (art. 7 Grondwet), waarbij gelet op het belang van de voorlichtende taak van de pers een grote terughoudendheid is geboden. Een dergelijke beperking is alleen gerechtvaardigd als deze bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving.

4.7

Een beperking bij de wet voorzien is aan de orde als de publicatie onrechtmatig zou zijn in de zin van artikel 6: 162 van het Burgerlijk Wetboek. De beantwoording van de vraag of de voorgenomen publicatie onrechtmatig is, ligt in het spanningsveld tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op bescherming van de eer en goede naam anderzijds. Hierbij staan derhalve twee hoogwaardige maatschappelijke belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang dat individuele burgers niet door publicaties in de pers worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen; aan de andere kant het belang dat men zich (in het openbaar) kritisch, informerend, opiniërend, of waarschuwend moet kunnen uitlaten. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

4.8

Pretium heeft gesteld dat het niet gaat om de inhoud van het artikel “Werving van telefoonabonnees valt verkeerd”; het gaat om het onbetamelijk handelen van Wegener, waardoor Pretium zich niet inhoudelijk kàn verweren. Wegener handelt naar maatschappelijke maatstaven onbetamelijk, door eerst onder valse voorwendselen een oproep te plaatsen, vervolgens Pretium de (vermeende) signalen en 100 klachten te onthouden en daarna Pretium onder druk te zetten om in iets meer dan 24 uur te reageren op de concept-publicatie.

4.9

Anders dan Pretium ziet de voorzieningenrechter voorshands geen onbetamelijk handelen door Wegener. Zoals hierboven overwogen hoeft Wegener de klachten inclusief NAWT-gegevens niet af te geven aan Pretium. Ook voor het overige lijkt van onbetamelijk handelen van Wegener geen sprake. Wegener heeft Pretium naar aanleiding van de binnengekomen reacties een brief geschreven d.d. 13 augustus 2013, met daarin 14 vragen, kort gezegd over de manier waarop Pretium klanten werft. Pretium heeft er voor gekozen de vragen niet te beantwoorden vanuit de veronderstelling dat zij eerst recht had op onder meer de NAWT-gegevens van de klagers. Zij heeft zichzelf daarmee de mogelijkheid van het geven van een weerwoord onthouden. Ook zonder NAWT-gegevens van klagers had Pretium kunnen reageren op de vragen. Zij had onder meer kunnen wijzen op eventuele gegevens over klachten/opzeggingen uit haar eigen administratie, en zij had Wegener bijvoorbeeld kunnen wijzen op de punten die zij ter zitting heeft genoemd, over het hanteren van een vast telefoonscript, waarin maar één keer het woord KPN voorkomt, en het ten opzichte van KPN hogere percentage klachtenoplossingen.

4.10

Ook heeft Pretium voldoende tijd gehad om commentaar te geven op de voorgenomen publicatie. Wegener heeft bij email van 28 augustus 2013, 12.47 uur gevraagd om commentaar vóór 30 augustus 2013 10.00 uur en de advocaat van Pretium heeft het verzoek om commentaar van Wegener vrijwel direct beantwoord op 28 augustus 2013 om 14.44 uur. Pretium had bijna twee dagen voor een reactie en dat is onder de gegeven omstandigheden voldoende. Pretium wist van de brief d.d. 13 augustus 2013, zij wist waar Wegener mee bezig was.

4.11

Gesteld noch gebleken is dat het conceptartikel fouten of onwaarheden bevat die met zich mee zouden brengen dat, geheel los van de vrijheid van meningsuiting, die publicatie jegens Pretium onrechtmatig zou zijn.

4.12

Gelet hierop zullen de gevraagde voorlopige voorzieningen worden afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk is dat de vorderingen in een eventuele bodemprocedure zullen worden toegewezen. Pretium dient, als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten te dragen.

5 De beslissing (zoals uitgesproken op 30 augustus 2013)

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen van Pretium af.

II. Veroordeelt Pretium in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wegener begroot op € 589,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat;

III. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 augustus 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.