Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:1654

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-07-2013
Datum publicatie
31-07-2013
Zaaknummer
141687 / KG ZA 270-13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffing conservatoir beslag op woning die deel uit maakt van een bijzondere gemeenschap, te weten een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 180
Burgerlijk Wetboek Boek 3 189
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2013/108
RFR 2013/127
Prg. 2013/270
JPF 2014/5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: 141687 / KG ZA 270-13

datum vonnis: 29 juli 2013

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1.

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

hierna ook wel [eiseres] te noemen,

advocaat: mr. R. Kroon te Almelo,

2.

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

hierna ook wel [eiser] te noemen,

advocaten: mr. I. Wassenaar en mr. R.B. van Hees, beiden te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap

Equinix (Netherlands) BV,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

hierna ook wel Equinix te noemen,

advocaten: mr. R. Schellaars en mr. F.M.A. Potter, beiden te Amsterdam.

Het procesverloop

[eiseres] en [eiser] hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 25 juli 2013. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres] en [eiser] vergezeld door mr. Kroon resp. mrs. Wassenaar en Van Hees. Equinix is verschenen bij de

mrs. Schellaars en Potter. De standpunten zijn aan de hand van pleitnota’s toegelicht.

[eiseres] en [eiser] hebben hun eis ter zitting in gelijke zin vermeerderd.

Equinix heeft verweer gevoerd. Equinix heeft akte gevraagd van de uitlating van

mr. Wassenaar dat een back-to-back overeenkomst bestaat en een derdenverklaring, welke tot zekerheid dienen.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

In deze zaak staat het navolgende vast.

- [eiseres] en [eiser] zijn ex-echtelieden en waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij zijn in 2012 gescheiden. De voormalige echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) maakt deel uit van de nog onverdeelde gemeenschap. [eiseres] en [eiser] hebben ieder een aandeel van 50% in de onverdeelde gemeenschap.

- Bij echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank d.d. 11 januari 2012 is de woning aan [eiseres] toebedeeld. De overdracht aan haar van de onverdeelde helft van [eiser] heeft nog niet plaatsgevonden.

- Equinix heeft ter verzekering van een vordering op onder anderen [eiser] op
20 maart 2013 verlof gevraagd om conservatoir beslag te leggen (onder meer) "op de onroerende zaak in eigendom van Herke [eiser], met de volgende kenmerken (…) [adres] te [woonplaats]".
Equinix heeft na verkregen verlof op 21 maart 2013 conservatoir beslag doen leggen op "de onverdeelde helft van de onroerende zaak (…) [adres] te [woonplaats]".

- [eiseres] en [eiser] hebben eind april 2013 met derden een overeenkomst van koop en verkoop gesloten met betrekking tot de woning, met als datum van levering
1 september 2013.

[eiseres] en [eiser] vorderen, na vermeerdering van eis, kort gezegd dat de voorzieningenrechter verstaat dat het door Equinix op de onroerende zaak gelegde conservatoire beslag nietig is, althans vervallen, althans geen werking heeft, althans dat dit beslag met onmiddellijke ingang wordt opgeheven, met veroordeling van Equinix om binnen twee uur na toezending van dit vonnis te (doen) zorgen voor doorhaling in de hypothecaire registers, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Equinix in de kosten van de procedure. Bovendien moet het, aldus [eiseres] en [eiser], Equinix worden verboden om in de toekomst, ter verzekering van verhaal van haar vermeende vorderingen op [eiser] (opnieuw) beslag te leggen op het onroerend goed en/of het onverdeelde aandeel in dat onroerend goed, zulks op straffe van een dwangsom.

[eiseres] en [eiser] hebben hiertoe, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

De eigendomsoverdracht van de woning is bepaald op 1 september 2013. [eiseres] heeft op of omstreeks 1 juli 2013 een koopovereenkomst gesloten voor een nieuwe huis en is in dat kader verplichtingen jegens derden aangegaan. De overdracht van dat huis is gepland op

1 september 2013. Volgens [eiseres] en [eiser] kan het beslag om verschillende redenen geen stand houden: er is geen verlof gevraagd en verkregen om beslag te leggen op het onverdeelde aandeel in de gemeenschap, er is verlof gevraagd en gekregen om beslag te leggen op de onroerende zaak, in eigendom van [eiser]. Dat is niet op één lijn te stellen. Daarnaast zou ook een belangenafweging het voordeel van [eiseres] en [eiser] moeten uitvallen. Als het beslag niet wordt opgeheven verbeuren [eiseres] en [eiser] een boete van

€ 65.650,00. De woning is bij beschikking van de rechtbank aan [eiseres] toebedeeld. De overwaarde van de woning bij verkoop gaat geheel naar [eiseres].

Equinix heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Equinix heeft, kort samengevat, het volgende aangevoerd. Volgens Equinix informeren [eiseres] en [eiser] de voorzieningenrechter onjuist en onvolledig. Equinix heeft de voorzieningenrechter verzocht om ex art. 22 Rv. te bevelen dat [eiser] de back-to-back regeling overlegt, op straffe van een dwangsom. Dit stuk is van belang en [eiser] doet een beroep op dit stuk. Het onderhavige kort geding is een herhaling van zetten en gaat niet in op bekende verweren. Equinix en [eiser] hebben eerder geprocedeerd over onder meer de geldigheid van het beslag en [eiser] heeft die procedure verloren. Het beslag is bovendien geldig: Equinix heeft verlof gekregen om beslag te leggen op het onroerend goed in eigendom van [eiser] en dat heeft zij gedaan, dat wil zeggen op het aan [eiser] toebehorende onverdeelde aandeel. Equinix heeft voorts haar belang aangevoerd in het kader van de belangenafweging. Er is sprake van een substantiële overwaarde waarop Equinix zich kan en mag verhalen, gelet op de door haar geleden schade. Equinix is gelet op de situatie bereid om te kijken naar alternatieve zekerheden, mogelijk te vinden in de back-to-back overeenkomst, maar die worden niet aangedragen.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende. [eiseres] en [eiser] hebben onder meer gesteld dat het beslag moet worden opgeheven gelet op het feit dat Equinix beslag heeft gelegd op de onverdeelde helft, terwijl zij verlof had om beslag te leggen op de onroerende zaak in eigendom van [eiser]. De voorzieningenrechter onderschrijft dat beslag op een onverdeeld aandeel in een gemeenschap iets anders is dan beslag op een eigendomsrecht van [eiser].

5.2

De voorzieningenrechter wijst er op dat voor het verlofrekest van 20 maart 2013, dat voorafging aan de onderhavige beslaglegging, de waarheidsplicht van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldt (vgl. HR 25 maart 2011, LJN BO9675).

Equinix heeft in dat rekest de woning aangeduid als "de onroerende zaak in eigendom van [eiser]", terwijl dat feitelijk onjuist was. [eiser] is immers gerechtigd tot de onverdeelde helft.

5.3

De woning maakt deel uit van een bijzondere gemeenschap, te weten een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Een bijzondere gemeenschap heeft een afgescheiden vermogen. Een schuldeiser die een vordering op een deelgenoot heeft, zoals mogelijk Equinix, kan slechts het aandeel van de betreffende deelgenoot in de gehele gemeenschap uitwinnen. Omdat het vervreemden van dat aandeel veelal niet goed mogelijk is, heeft een dergelijke schuldeiser de wettelijke bevoegdheid verdeling van de gemeenschap te vorderen (artikel 3:180 Burgerlijk Wetboek), maar dan dient hij wel een opeisbare vordering te hebben. Equinix heeft (thans) geen opeisbare vordering.

5.4

Omdat in het verzoekschrift onjuiste, althans onvolledige gegevens aan de voorzieningen-rechter zijn voorgelegd omtrent -zo volgt mede uit het hierboven overwogene- evident van belang zijnde omstandigheden, ligt de vordering tot opheffing van het gelegde beslag reeds op die grond voor toewijzing gereed (vgl. Rb. Haarlem (vzr.) 10 juli 2009, NJF 2009/363 en

Rb. Haarlem (vzr.) 16 januari 2012, NJF 2012/210).

5.5

Nu [eiseres] en [eiser] er belang bij hebben dat het beslag op korte termijn wordt doorgehaald, zal Equinix worden veroordeeld tot het doen doorhalen van het beslag in de kadastrale registers.

5.6

[eiseres] en [eiser] hebben aannemelijk gemaakt dat zij door het beslag op een ingrijpende wijze in hun belangen worden getroffen. Zij riskeren bij niet-levering van het woonhuis een boete ad € 65.650,00, terwijl [eiseres] in het kader van haar huisvesting verplichtingen is aangegaan.

Gelet op deze omstandigheden en gelet op hetgeen in rechtsoverweging 5.3 is vermeld over de bijzondere juridische positie waarin de woning zich bevindt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om in het kader van de afweging van de wederzijdse belangen ook het gevorderde verbod om opnieuw beslag te leggen op de woning en/of het onverdeelde aandeel van [eiser] daarin toe te wijzen.

5.7

Equinix zal als de in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Heft op het door Equinix op de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend als [XXXX] (coördinaten [x-y]), gelegde conservatoire beslag.

II. Veroordeelt Equinix om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het nodige te ondernemen om tot doorhaling van het beslag in de hypothecaire registers te geraken, zulks op straffe van een dwangsom van € 5,000, per dag dat zij in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen.

III. Verbiedt Equinix om ter verzekering van verhaal van de door haar gepretendeerde vordering op [eiser] opnieuw beslag te leggen op de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend als [XXXX] (coördinaten [x-y]), zulks op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- voor iedere overtreding van dit verbod.

IV. Veroordeelt Equinix in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak
- aan de zijde van [eiseres] begroot op € 274,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat,
- aan de zijde van [eiser] begroot op € 375,32 aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat,
- in beide gevallen te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00 zonder betekening, dan wel € 199 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen zeven dagen na dagtekening van dit vonnis en -voor het geval voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaalbedrag, te rekenen vanaf het verstrijken van bedoelde termijn voor voldoening.

V. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.