Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:1472

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-04-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
414208 CV EXPL 12-6832
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2013:1470
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:297, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Eiser maakt in conventie op grond van een tussen partijen bestaande overeenkomst aanspraak op betaling van vastrecht door gedaagde ter zake van levering van warmte. In reconventie vordert gedaagde betaling van in totaal € 13.427,44. De rechtbank beveelt eiser om de huurovereenkomst tussen gedaagdeen zijn verhuurder betreffende zijn woning in het geding te brengen en houdt iedere verdere beslissing aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 414208 CV EXPL 12-6832

Uitspraak : 16 april 2013 (t)

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Essent Local Energy Solutions B.V.

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch

eisende partij in conventie, verweerster in reconventie

hierna ook wel Essent te noemen

gemachtigde: M.G. de Jong, gerechtsdeurwaarders & Incassokantoor te Arnhem

tegen

[gedaagde]

wonende te [adres]

gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie

hierna ook wel [gedaagde] te noemen

zowel in persoon als schriftelijk procederend

1 procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 25 juli 2012;

  • -

    de rolbeschikking van 5 november 2012;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie met een vermeerdering en een vermindering van eis, tevens houdende een antwoord in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie.

Het vonnis is bepaald op heden.

2 feiten

2.1

Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende betwist, het navolgende vast.

2.2

[gedaagde] is vanaf 1 september 1989 huurder van de woning aan de [adres] te [woonplaats]. De woning is aangesloten op het warmtenet/installatie van (de rechtsvoorgangster) van Essent.

2.3

Op 16 juli 2006 heeft [gedaagde] voor de laatste keer de meterstand met betrekking tot de verbruikte warmte en warmtapwater doorgegeven. Die stand bedroeg toen 71,84 GJ.

2.4

[gedaagde] heeft Essent nadien niet toegestaan de meterstand op te nemen.

2.5

Bij brief van 30 november 2009 deelt Essent [gedaagde] o.a. het volgende mee:

In uw brief van 8 oktober 2009 geeft u aan dat u de door u betaalde vastrechtkosten vanaf 1 januari 2005 terug betaald wil hebben. Graag geef ik u in deze brief een reactie hierop.

Op 7 september is de heer [medewerker Essent], exploitatiemanager, bij u op bezoek geweest om over de warmteaansluiting te praten. Hij heeft toen geconstateerd dat u in een huurwoning woont, vanaf 2005 geen warmte meer verbruikt, dat onze warmtemeter niet meer functioneert en dat u uw woning verwarmt met elektrische radiatoren. De heer [medewerker Essent] heeft met u afgesproken dat hij uit zou zoeken of het mogelijk is u af te sluiten voor warmte.

In de koopovereenkomst van elke woning die warmte heeft wordt vastgelegd dat de eigenaar de woning aan moet sluiten op de stadsverwarming en aangesloten moet blijven. Dat houdt in dat uw woningbouwvereniging er zorg voor moet dragen dat uw woning aangesloten is op de stadsverwarming.

Vanaf eind 2004 heeft u al meerdere malen verzocht om afgesloten te worden van warmte. Wij hebben toen aangegeven dat enkel en alleen de woningbouwvereniging aan kan vragen of we de woning af willen sluiten van het warmtenet. Echter verlenen wij nimmer toestemming voor het afsluiten van warmte tenzij een woning afgebroken wordt. Wij verlenen deze toestemming niet omdat het vastrecht nodig is voor het dekken van de investerings- en onderhoudkosten aan het warmtenet.

2.6

Bij brief van 2 maart 2010 deelt Essent [gedaagde] o.a. het volgende mee:

In uw brief van 12 januari 2010 geeft u aan dat u van mening bent dat u wel afgesloten moet worden van warmte. Wij hebben intern hier nog eens uitgebreid naar gekeken en zijn tot de volgende reactie gekomen.

Wanneer is iemand klant ?

De woning aan de [adres] in [woonplaats] van de woningbouwvereniging, die u als huurder bewoont, is aangesloten op het warmtenet. De bewoner van een op het warmtenet aangesloten woning is automatisch klant van Essent Warmte. Wanneer u niets verbruikt betekent dat nog niet dat u geen klant bent. U betaalt vastrecht voor de aansluiting die bij de woning hoort, ongeacht of u wel of geen warmte verbruikt heeft.

Afsluiten

In tegenstelling tot elektriciteit en gas wordt een klant die warmte van Essent Warmte heeft nooit afgesloten van levering, tenzij in een contract tussen de woningeigenaar en Essent Warmte anders is afgesproken. […]

Zoals ik eerder in mijn brief van 30 november 2009 ( in andere bewoording) aangegeven heb, nemen wij enkel en alleen een aanvraag om een woning af (te) sluiten van het warmtenet in behandeling wanneer de eigenaar van de woning ( in uw situatie de woningbouwvereniging) de aanvraag indient. U bent niet de woningeigenaar maar de huurder. Daarom kunnen wij de woning aan (de) [adres] in [woonplaats] op uw verzoek niet afsluiten van het warmtenet.

2.7

Op 8 september 2011 schrijft Essent aan [gedaagde] o.a.:

In het verleden heeft u meerdere malen met ons gecommuniceerd over uw aansluiting op de stadsverwarming van Essent.

Wij hebben aangegeven dat u niet bent gehouden tot het afnemen van warmte, maar wel op het hebben van de aansluiting. U kunt de afname reduceren tot nul, maar wij blijven wel de kosten voor vastrecht in rekening brengen.

Daarop heeft u aangegeven geen gebruik te maken van de stadsverwarming en u wenst ook geen vastrecht te betalen. Om deze reden hebben wij uw dossier overgedragen aan Gerechtsdeurwaarders- & Incassokantoor MG de Jong. Naar aanleiding van uw verweerschrift willen wij u de volgende keuzemogelijkheiden aanbieden.

Optie 1: U bent vrij in het al dan niet afnemen van warmte, maar u dient wel het vastrecht te betalen.

[…]

Optie 2: U kunt afgesloten worden van de stadsverwarming, maar dient zelf de afsluitkosten en herstelkosten te betalen.

Alleen de eigenaar van het pand[adres 2] te [woonplaats] ( de kantonrechter leest hier [adres] te [woonplaats]) kan de aansluiting opzeggen. In uw geval is dat de woningcorporatie. U dient daarom de woningcorporatie expliciet akkoord te vragen en dit schriftelijke akkoord dient ondertekend te zijn door een gemachtigde medewerker [..].

Uw woningcorporatie geeft aan geen verzoek ontvangen te hebben en wij hebben geen ondertekend akkoord van de woningcorporatie ontvangen.

[…]

3 geschil

in conventie:

de vordering

3.1

Essent vordert – zakelijk weergegeven en na vermeerdering en vermindering van eis – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 2.089,61 vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.653,96 vanaf 18 juli 2012 tot de dag der algehele voldoening. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2

Essent baseert haar vordering op de vaststaande feiten en op de navolgende stellingen. Hoewel Essent na 23 jaar geen schriftelijke overeenkomst meer in het geding kan brengen was [gedaagde], vanaf het moment dat hij huurder is geworden van de woning aan de [adres] te [woonplaats], aangesloten op het warmtenet/installatie van Essent. [gedaagde] heeft diverse keren verzocht afgesloten te worden van het warmtenet maar aan dat verzoek kan, nu [gedaagde] geen eigenaar van de woning is, geen gehoor worden gegeven. Essent verwijst in dat kader naar de door haar overgelegde correspondentie, zoals hiervoor opgenomen bij de vaststaande feiten.

Essent vordert van [gedaagde] voorschotbedragen (voornamelijk bestaande uit vastrecht) vanaf 6 mei 2009 tot 11 november 2012 tot een bedrag, na vermeerdering van eis, van € 1868,90. Daarnaast maakt zij aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ad € 150,00 en, na vermindering van eis, € 70,71 aan wettelijke rente. Het totaal te vorderen bedrag komt daarmee op € 2.089,61.

het verweer

3.3

In zijn verweer voert [gedaagde] – samengevat – aan dat het warmtecontract tussen Essent en [gedaagde] na opzegging door [gedaagde] met ingang van 1 januari 2005 heeft opgehouden te bestaan en dat [gedaagde] sindsdien geen financiële verplichtingen meer heeft aan Essent. Essent is volhardend in haar standpunt dat een warmtecontract niet kan worden opgezegd, maar dat is in strijd met de geest van artikel 6: 236 B van het Burgerlijk Wetboek. De vordering dient te worden afgewezen met veroordeling van Essent in de proceskosten.

in reconventie:

de vordering

3.4

[gedaagde] vordert veroordeling van Essent tot betaling aan hem van een bedrag van € 13.427,44 welk bedrag als volgt gespecificeerd is:

Administratie (kopieer)kosten

€ 14,80

Onderzoekskosten

€ 614,64

Restitutie betaalde voorschotten vanaf

1 januari 2005 t/m 31 januari 2009

€ 1.264,00

Vergoeding wegens stalking

€ 5.134,00

Vergoeding wegens derving inkomsten

€ 6.400,00

Voor een onderbouwing van deze kosten volstaat de kantonrechter kortheidshalve met een verwijzing naar de bladzijdes II5 t/m II10 van de conclusie van antwoord van [gedaagde].

Het verweer:

3.5

Volgens Essent is de vordering ongefundeerd en onbewezen en dient deze te worden afgewezen. Uit niets blijkt dat [gedaagde] ten behoeve van deze zaak administratiekosten heeft gemaakt. Essent betwist voorts dat er een onderzoek naar de warmteinstallatie heeft plaatsgevonden alsmede dat daar noodzaak toe was. Terugbetaling van reeds betaalde voorschotbedragen kan niet aan de orde zijn. Enerzijds zijn deze niet onverschuldigd betaald, anderzijds is een belangrijk deel van die vordering inmiddels verjaard.

Van stalking is geen sprake, ieder begin van bewijs op dit punt ontbreekt. Ook ten aanzien van de gestelde gederfde inkomsten ontbreekt ieder bewijs. Het feit dat [gedaagde] een lesbevoegdheid heeft en bijles geeft maakt niet dat hij als gevolg van een handelen van Essent inkomstenderving heeft gehad. Essent merkt op dat er geen sprake is van enig onrechtmatig handelen van haar kant.

4 beoordeling

in conventie:

4.1

[gedaagde] heeft al vanaf eind 2004 (zie 2.4 bij de feiten) meerdere malen verzocht om afgesloten te worden van het warmtenet van Essent. Een dergelijk verzoek wordt door Essent alleen (en eventueel) gehonoreerd als dit afkomstig is van de eigenaar van de woning.

4.2

De vraag is dus of [gedaagde] met het opzeggen van het warmtecontract toch gehouden is het maandelijks door Essent bij [gedaagde] in rekening gebrachte vastrecht te betalen. Die vraag is op basis van de voorhanden stukken niet direct te beantwoorden. Immers, een schriftelijk contract tussen (de rechtsvoorgangster van) Essent en [gedaagde] is er niet. Dat betekent dat er geen rechtstreekse contractuele verplichting voor [gedaagde] bestaat op grond waarvan hij vastrecht aan Essent verschuldigd zou zijn.

4.3

Essent beschouwt (zie de brief van Essent van 2 maart 2010 zoals bij feiten opgenomen onder 2.5) iemand automatisch als klant indien diens (huur)woning is aangesloten op haar warmtenet.

Vooropgesteld wordt dat overeenkomsten niet automatisch tot stand komen maar door aanbod en aanvaarding. Zie in dat verband artikel 6:217 BW. Dat kan in het onderhavige geval wellicht anders liggen indien in de huurovereenkomst tussen [gedaagde] en zijn verhuurder een derdenbeding als bedoeld in artikel 6:253 BW is opgenomen ter zake de (verplichte) afname van door (de rechtsvoorgangster van) Essent geleverde warmte.

De huurovereenkomst van [gedaagde] is dus van cruciaal belang voor de verdere beoordeling in deze zaak. Essent zal ex artikel 22 Rv bevolen worden deze huurovereenkomst in het geding te brengen.

De zaak zal daartoe worden verwezen naar de hierna te bepalen rolzitting.

4.4

Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

In reconventie:

de beoordeling van deze vordering zal worden aangehouden totdat in conventie een definitieve beslissing is gevallen.

5 rechtdoende

in conventie:

Beveelt Essent om de huurovereenkomst tussen [gedaagde] en zijn verhuurder betreffende de woning aan de [adres] te [woonplaats] in het geding te brengen en verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van dinsdag 14 mei 2013, ambtshalve peremptoir.

in conventie en reconventie:

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen te Enschede door mr. H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 april 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.