Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:1367

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
10-07-2013
Zaaknummer
C/08/138264 / KG ZA 13-137
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering van de vrouw tot medewerking aan de overdracht van het onverdeelde aandeel van de man in de woning afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/138264 / KG ZA 13-137

datum vonnis: 27 juni 2013

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats], [land],

eiseres,

verder te noemen de vrouw,

advocaat: mr. J.G. Kalk te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen de man,

advocaat: mr. D.G. Geerdink te Oldenzaal.

1 Het procesverloop

1.1

De vrouw heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 20 juni 2013. Ter zitting zijn verschenen: de vrouw vergezeld door mr. Kalk en de man vergezeld door mr. Geerdink. De standpunten zijn toegelicht.

1.3

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

2.2

Partijen zijn beiden, ieder voor de onverdeelde helft, eigenaar van het perceel met de woning, staande en gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna te noemen de woning).

2.3

Partijen hebben op 30 december 2005 een hypotheek van € 145.676,00 bij Bouwfonds Hypotheken gesloten. Op 10 maart 2010 is de hypotheek verhoogd met € 62.520,00.

2.4

In maart 2007 is de woning te koop gezet voor € 389.000,00 k.k.. Op 26 januari 2010 is de prijs verlaagd naar € 349.000,00 k.k.. Op 27 juli 2011 is de woning tijdelijk van de markt gehaald. Op 15 november 2011 is de woning opnieuw aangeboden voor de vraagprijs van € 300.000,00 k.k.. Op dit moment staat de woning te koop voor deze prijs.

2.5

Bij onderhandse akte van 25 november 2011 hebben partijen de financiële situatie omtrent de woning vastgelegd. In deze akte is onder meer het volgende opgenomen:

Resumerend:

De ondergetekende [eiseres] heeft bij de gezamenlijke aankoop

in privé betaald twee honderd dertig duizend euro. € 230.000,00

Het netto te ontvangen saldo van de afrekening bij de aankoop is

geheel betaald aan de ondergetekende [gedaagde] en bedraagt vijf

duizend vier honderd acht en zestig euro en drie en negentig euro-

cent. € 5.468,93

Subtotaal twee honderd vijf en dertig duizend vier honderd acht en

zestig euro en drie en negentig eurocent. € 235.468,93

Bij de gezamenlijke hypothecaire lening van tien maart tweedui-

zend tien heeft de ondergetekende [eiseres] netto ontvangen vijf-

tig duizend euro (€ 50.000,00) en de ondergetekende [gedaagde] net-

to elf duizend twee honderd dertien euro en een en zeventig euro-

cent (€ 11.213,71).

Het verschil bedraagt acht en dertig duizend zeven honderd zes en

tachtig euro en acht en twintig eurocent. € 38.786,28

De ondergetekende [eiseres] heeft mitsdien recht op een bedrag

ad een honderd zes en negentig duizend zes honderd twee en tach-

tig euro en vijf en zestig eurocent, € 196.682,65

te voldoen uit de netto opbrengst van de woning (gezamenlijke ei-

gendom).

Mocht dit bedrag bij de verkoop van de woning niet uit de opbrengst (na aflossing

hypotheek, makelaarskosten en dergelijke) betaald kunnen worden, dan dient de on-

dergetekende [gedaagde] uit privé middelen te voldoen aan de ondergetekende

[eiseres] in privé de helft van het tekort”.

2.6

Sinds het verbreken van de relatie woont de man in de woning.

3 Het geschil

3.1

De vrouw vordert -samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. de man te veroordelen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de overdracht van zijn onverdeelde aandeel in de woning aan de vrouw, waarbij uitdrukkelijk wordt opgenomen dat de woning een waarde vertegenwoordigt van

€ 250.000,00 en het onverdeelde aandeel van de man een waarde vertegenwoordigt van

€ 125.000,00, waarop in mindering moet worden gebracht de helft van de hypothecaire geldlening, zijnde € 104.098,00.

Voorts vordert de vrouw te bepalen dat aan de man geen overwaarde wordt uitgekeerd, nu de aan de man toekomende overwaarde gelet op de onderhandse akte van 25 november 2011 verrekend dient te worden met de vordering van de vrouw op de man zoals is neergelegd in de akte. De man zal alsdan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldleningen. De notariële kosten welke gemaakt dienen te worden in het kader van de verdeling c.q. de overdracht dienen partijen bij helfte te voldoen. Meer in het bijzonder vordert de vrouw -kort gezegd- de man te veroordelen de overeenkomst tot verkoop van de woning voor € 250.000,00 te ondertekenen en de woning uiterlijk voor 15 juli 2013 te ontruimen.

II. aan hetgeen onder I. is gevorderd een dwangsom te verbinden van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat de man in gebreke blijft hieraan te voldoen;

III. te bepalen dat indien het onverdeelde aandeel in de woning aan de vrouw is geleverd en de man weigert zijn medewerking te verlenen aan de levering binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, dit vonnis in de plaats komt van de wilsverklaring van de man in een voor de notaris te verlijden leveringsakte;

IV. de man te veroordelen eraan mee te werken dat de vrouw binnen drie dagen na haar eerste verzoek daartoe de in produktie 10 bij de dagvaarding genoemde zaken kan ophalen in de woning, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

V. een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter geraden acht;

VI. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2

De vrouw stelt daartoe dat de laatste bezichtiging van de woning dateert van 30 december 2011. De vrouw heeft de man voorgesteld de woning nogmaals, door middel van een uitgebreide foto-reportage, onder de aandacht te brengen in de krant. De man heeft aangegeven dat de hieraan verbonden kosten door de vrouw gedragen moeten worden. Gezien het huidige marktbeeld zal de woning verder in prijs moeten worden aangepast om daarmee hernieuwde belangstelling te wekken van aspirant-kopers. In de huidige markt zal de waarde van de woning op circa € 250.000,00 k.k. liggen. Ter onderbouwing heeft de vrouw een e-mail d.d. 16 april 2013 van makelaar Geerdink van Snelder Zijlstra Makelaars en een brief d.d. 5 februari 2013 van makelaak Branderhorst van Snelder Zijlstra Makelaars overgelegd. Gelet op de bevindingen van de makelaars, het ontbreken van belangstelling voor deze woning in het verleden, de huidige verslechterde woningmarkt en het doorlopen van de makelaarskosten alsmede de zeer moeizame verhoudingen tussen de man en de vrouw, is de vrouw nagegaan of zij wellicht de woning kan overnemen voor een bedrag van € 250.000,00. Dat is mogelijk gebleken. De man wenst er echter niet aan mee te werken dat de vrouw de woning overneemt voor een bedrag van € 250.000,00. Daarnaast bevinden veel van de privézaken van de vrouw zich in de door de man bewoonde woning. De man stelt de vrouw echter niet in de gelegenheid zelf haar spullen uit te zoeken en haar privézaken op te halen. De vrouw heeft er recht en belang bij dat zij zo spoedig mogelijk kan beschikken over haar zaken.

3.3

De man heeft de vorderingen van de vrouw gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure. In het navolgende zal de voorzieningenrechter voor zover nodig nader op dat verweer ingaan.

4 De beoordeling

4.1

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw voldoende aannemelijk gemaakt spoedeisend belang te hebben bij de onderhavige vorderingen.

De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat hier sprake is van een gemeenschap en dat een deelgenoot op grond van artikel 3:178 lid 1 BW in beginsel te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. Van de vrouw is daarom in beginsel niet te vergen dat zij voor een onbepaalde periode samen met de man eigenaar blijft van de woning. De vrouw heeft bovendien gesteld dat de woning al lang te koop staat, het hypothecaire regime steeds strenger wordt en de woningmarkt nog steeds verslechtert. Aangezien de man weigert om op dit moment zijn onverdeelde aandeel in de woning aan de vrouw over te dragen, heeft de vrouw naar het oordeel van de voorzieningenrechter een voldoende spoedeisend belang om in kort geding te laten beoordelen of overdracht van het onverdeelde aandeel van de man in de woning aan de vrouw door middel van een voorlopige voorziening gerealiseerd moet worden.

4.2

De voorzieningenrechter komt vervolgens toe aan de vraag of de vorderingen van de vrouw moeten worden toegewezen. Bij de beantwoording van die vraag moeten de belangen van beide partijen tegen elkaar worden afgewogen, rekening houdend met alle feiten en omstandigheden van het geval.

4.3

Zoals hiervoor onder 2.5 is overwogen, hebben partijen bij onderhandse akte van 25 november 2011 de financiële situatie omtrent de woning vastgelegd. De man heeft betoogd dat partijen met deze akte hebben bedoeld de financiële situatie te regelen bij de verkoop van de woning aan derden. Volgens hem is nergens bepaald dat hij zou zijn gehouden om zijn aandeel in de woning in eigendom over te dragen aan de vrouw en wat alsdan de financiële situatie zou zijn. De voorzieningenrechter volgt de man voorshands in het standpunt dat de akte geschreven is vanuit de optiek van de verkoop van de woning aan een derde. De akte spreekt immers uitdrukkelijk over “verkoop van de woning” en “netto-opbrengst van de woning” en bij de overdracht van het aandeel van de man in de woning aan de vrouw is er -zoals hieronder nader uiteen zal worden gezet- geen netto-opbrengst van de woning.

4.4

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het voor de man een wezenlijk verschil maakt of de woning wordt verkocht aan een derde of dat hij zijn aandeel in de woning overdraagt aan de vrouw. De hypothecaire schuld bedraagt (ruim) € 208.000,00. Indien de woning zal worden verkocht aan een derde voor € 250.000,00, dan wordt de hypotheekschuld geheel afgelost. Indien de man zijn aandeel in de woning zal overdragen aan de vrouw, dan zal de vrouw € 125.000,00 aan de man moeten betalen, hetgeen hij moet aflossen op de hypotheek. De man blijft alsdan aansprakelijk voor de hypothecaire schuld van € 208.000,00 minus € 125.000,00 = € 83.000,00.

4.5

De vrouw heeft gesteld dat de man ontslagen kan worden uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening. Ter onderbouwing heeft zij een brief van Florius van 22 april 2013 overgelegd. Uit deze brief blijkt dat de lening van de vrouw te hoog is voor haar inkomen. Om de lening alleen op haar naam te kunnen zetten, moet de vrouw eerst € 62.000,00 extra terugbetalen op de lening. Daarnaast wenst Florius een aantal documenten en ingevulde formulieren van de vrouw te ontvangen. De vrouw heeft ter zitting verklaard dat zij aan alle voorwaarden, waaronder de betaling van € 62.000,00, kan voldoen. De voorzieningenrechter acht deze niet onderbouwde stelling van de vrouw thans echter onvoldoende. Dit klemt temeer nu uit de brief niet blijkt dat de lening bij voldoening aan alle voorwaarden alleen op naam van de vrouw kan worden gezet. Uit de brief blijkt immers dat Florius eerst na ontvangst van alle documenten en ingevulde formulieren van de vrouw beoordeelt of het mogelijk is dat de lening alleen op naam van de vrouw kan worden gezet. De vrouw heeft derhalve naar het oordeel van de voorzieningenrechter thans onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de man bij de overdracht van zijn aandeel in de woning aan de vrouw wordt ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid.

4.6

Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat de man de hypotheeklasten van de woning volledig betaalt en heeft verklaard deze te willen blijven betalen zolang hij de woning bewoont. De vrouw heeft bovendien een woning in Duitsland. Gesteld noch gebleken is dat zij deze woning dient te verlaten en in de door de man bewoonde woning zou moeten gaan wonen.

4.7

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, zal de voorzieningenrechter de vorderingen van de vrouw onder I., II. en III. afwijzen.

4.8

Ten aanzien van de vordering van de vrouw onder IV. overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De vrouw heeft als produktie 10 bij de dagvaarding een lijst overgelegd van zaken die volgens haar haar eigendom zijn. De man heeft betwist dat al deze zaken eigendom van de vrouw zijn. Volgens de man zijn een aantal zaken eigendom van vrouw, een aantal zaken eigendom van de man en een aantal zaken gezamenlijk eigendom. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een nader onderzoek hieromtrent noodzakelijk is, waarvoor dit kort geding zich niet leent. Een bodemprocedure is daarvoor de geëigende weg. De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw onder IV. derhalve eveneens afwijzen.

4.9

Gelet op de voormalige relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen van de vrouw af;

II. Compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.