Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:1186

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-06-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
C/08/137150 KG ZA 13-90
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Rechtsgeldige overdracht van samenwerkingsovereenkomst?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingplaats Almelo

zaaknummer: C/08/137150 KG ZA 13-90

datum vonnis: 6 juni 2013

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting

Stichting Skoel,

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

eisende partij,

verder ook te noemen: Skoel,

advocaat: mr. M.S. van Knippenberg te Enschede,

tegen

de stichting

Woningstichting Domijn,

kantoorhoudende te Enschede,

gedaagde partij,

verder ook te noemen: Domijn,

advocaat: mr. R. Smink te Enschede.

1 procedure

1.1

Skoel heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 26 april 2013.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van woensdag 8 mei te 13:30 uur. Ter zitting verschenen [S], bestuurder van Skoel, bijgestaan door mr. Van Knippenberg. Domijn is verschenen bij [B 1], senior projectontwikkelaar, bijgestaan door mr. Smink. Beide gemachtigden hebben de standpunten van partijen mondeling toegelicht, waarbij zij zich hebben bediend van een pleitnota. Skoel heeft vervolgens een akte wijziging (precicering) van eis genomen.

1.3

De mondelinge behandeling is vervolgens geschorst, om daarna te worden voortgezet op woensdag 22 mei 2013 te 12:30 uur.

1.4

Het vonnis is bepaald op heden.

2 feiten

2.1

Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden voorshands als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende zijn bestreden.

2.2

Skoel is een stichting met als doel het “bevorderen, zowel direct als indirect van de volksgezondheid” en het bieden van “zorg- en dienstverlening op maat”. De Stichting ICOO Interculturele Ouderen Organisatie Overijssel, hierna ook te noemen: ICOO, heeft als doel de “overige belangenbehartiging n.e.g. “ (niet elders geregeld’) en “het bevorderen van interculturele zorg, welzijn en wonen voor ouderen”. Skoel is sinds 1 augustus 2012 de voorzitter van ICOO.

2.3

De Stichting Paan, tot bevordering van interculturalisatie, integratie, participatie en communicatie, heeft als doel de dienstverlening voor uitvoerende kunst en het bevorderen van intercultureel bewustzijn en samenwerking. De bestuurder van Paan is de partner van [S], de bestuurder van Skoel. Paan en Skoel zijn gelieerd in de zin dat zij gedragingen onderling kunnen afstemmen.

2.4

In oktober 2007 zijn ICOO en Domijn een overeenkomst aangegaan, die kort weergegeven, inhield dat Domijn een gebouw zou doen realiseren voor de verhuur en huisvesting van Surinaamse senioren met een Hindoestaanse achtergrond. Namens ICOO is de overeenkomst ondertekend door haar bestuur, te weten voorzitter [R], haar secretaris [RS] en haar penningmeester [B 2].

2.5

In het addendum, d.d. 4 oktober 2007, behorende bij voornoemde samenwerkingsovereenkomst tussen ICOO en Domijn is het navolgende overeengekomen, voor zover hier van belang:

[… .]

Domijn stelt € 30.000,- Incl. BTW beschikbaar om de casco te leveren gemeenschappelijke ruimte in te richten. De besteding van dit bedrag dient direct gerelateerd te zijn aan de functie en het gebruik van deze ruimte. Deze bijdrage houdt op geen enkele wijze verband met de huuropbrengsten voor deze ruimte. Indien de invulling van deze ruimte het bedrag van € 30.000,- Incl. BTW te boven gaat komt het meerdere voor rekening van ICOO.

2.6

Op 5 mei 2008 is de voorzitter van ICOO, [R], overleden.

2.7

Tussen het bestuur van ICOO en het bestuur van Skoel is op 25 november 2008 het navolgende overeengekomen, voor zover hier van belang:

Bestuurlijke Vertegenwoordiging & Volmacht

Het bestuur van Stichting ICOO [… .] verklaart bij deze algehele volmacht conform haar statuten artikel 4 en artikel 7 te verlenen aan:

Stichting Skoel [… .] hierna te noemen de “gevolmachtigde”

Voorts in het kader van de realisatie van de Pilot woonzorg appartementen Ramelebrink te Enschede zitting te nemen in vertegenwoordigende organen zoals de stuurgroep en de projectgroep conform artikel 6.4 en 6.6 van de samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen Stichting ICOO en de wooncorporatie Domijn op 4 oktober 2007. Daartoe de bevoegdheid hebbende en gemandateerd te zijn in de ruimste zin van het woord gericht op het realiseren van het appartementen naar geest en letter van de voornoemde overeenkomst.

Overwegende dat de heer [S], vertegenwoordigende de stichting Skoel, als grondlegger en algehele coördinator geldt in de realisatie van voornoemd project.

Tenslotte procesmatige en bestuurlijke handelingen in en buiten rechte te verrichten.

[… .]

2.8

Skoel heeft voor Domijn een subsidieaanvraag voorbereid. Bij brief van 15 december 2009 heeft de Provincie Overijssel, kenmerk 2009/0201300, onder meer het navolgende aangegeven.

Besluit

Wij hebben uw aanvraag getoetst aan de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de criteria die zijn opgenomen in de hoofdstukken 1 en 5 [… .] van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2007 (Ubs)

Uw aanvraag voldoet aan de voornoemde regelgeving, criteria en de inhoudelijke doelstellingen van ons provinciaal beleid. [… .]

Aan deze subsidieverlening verbinden wij de volgende voorschriften:

Prestaties en voorwaarden:

a. Er moet een woonvoorziening met 26 seniorenappartementen worden gerealiseerd.

b. [… .]

c. Het complex zal worden ontwikkeld/gerealiseerd door “Domijn woningcorporatie” in samenwerking met “Stichting Skoel”.

d. “Stichting Skoel” zal gebruiker zijn en de begeleiding verzorgen van de groep toekomstige bewoners.

e. [… .]

f. U wendt deze subsidie aan voor het bekostigen van de activiteiten, die zijn opgenomen in uw aanvraag d.d. 30 september 2009.

g. [… .]

2.9

Op 5 april 2010 sluiten [B 1], namens Domijn en [S], namens Skoel, de navolgende overeenkomst:

Overeenkomst

Uitvoering Provinciale Subsidie Bouwimpuls Community Woonvorm Senioren: Loketfunctie

Bijlage: provinciale beschikking kenmerk: 2009/0192691 & 2009/0201300

Partijen komen overeen tot uitvoering van de provinciale subsidie toekenningsbeschikking,kenmerk 2009/0192691 & 2009/0201300. De subsidie is toegekend in het kader van het provinciaal beleid bouwimpuls gericht op bijzondere woonvorm voor doelgroepen met achterstand op de woonmarkt. Skoeltwente heeft in dit verband vanaf 2004 diverse initiatieven en plannen ontwikkeld met betrokken partijen waaronder Domijn en de provincie. Dit heeft geresulteerd in een projectplan met een subsidie toekenning door de Provincie. Stichting Skoel en Domijn komen overeen tot uitvoering te gaan van onder de voorwaarden zoals genoemd in de beschikking.

Met betrekking tot de loketfunctie wordt vermeld, voor zover hier van belang:

Loketfunctie:

In overleg met de in de beschikking genoemde partijen (Skoeltwente en Domijn) en de provincie [… .] starten wij met een loketfunctie, per 1 juli 2010. [… .]

Ten behoeve van de loketfunctie, zijnde juli 2010 t/m juni 2013 wordt aan Skoeltwente door Domijn 150.000 Euro subsidie toegekend, in het kader van verkregen provinciale subsidie. Het betreft een periode van 3 jaar, voor het bekostigen van voornoemde activiteiten van de loketfunctie [… .]

2.10

Op 6 oktober 2010 schrijft Skoel aan Domijn het navolgende, voor zover hier van belang:

Betreft : aanvraag voorschot subsidie

Geachte heer [B 1],

In het kader van de uitvoering loketfunctie zijn Skoeltwente en Domijn een subsidie overeengekomen van 150.000 Euro. Bij deze verzoek ik u tot uitbetaling van een voorschot in 2 termijnen: 1e termijn ad 120.000 Euro, per 18 oktober 2010. Het 2e termijn ad 30.000 Euro bij oplevering en verantwoording in juli 2013 naar de provincie Overijssel toe, conform subsidiebepaling. [… .]

2.11

Domijn heeft de 1ste termijn ad € 120.000,-- aan Skoel betaald.

3 vordering

3.1

Skoel vordert (a.) Domijn te gebieden haar binnen drie dagen na betekening van dit vonnis toegang te geven tot het gebouw aan de Ramelebrink te Enschede (gebouw C) als huurder van de voor haar bestemde ruimte, met afgifte van voldoende sleutels tot die ruimte, conform de als productie 12 aan de inleidende dagvaarding gehechte overeenkomst, althans onder de door de voorzieningenrechter te geven huurvoorwaarden, zulks op straffe van een op te leggen dwangsom, met dien verstande dat als ingangsdatum van de huur heeft te gelden het moment van daadwerkelijke toegang tot bedoelde ruimte.

Skoel vordert voorts Domijn te veroordelen om aan haar te betalen:

€ 130.000,00, als het restant van haar toegezegde bijdrage aan de investeringen en activiteiten van Skoel in en vanuit het gebouw;

€ 30.000,00, als de haar toegezegde bijdrage aan de inrichtingskosten van de gemeenschappelijke ruimte;

€ 19.620,00, zijnde de terugbetaling van het door Skoel aan Domijn betaalde bedrag ter dekking van een beweerde huurderving van de door Domijn te verhuren appartementen in het complex.

ad a:

Skoel legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met Domijn is overeengekomen dat zij de aanvankelijk door ICOO in oktober 2007 met Domijn gesloten overeenkomst overneemt, in die zin dat zij de in die overeenkomst door ICOO aangegane verplichtingen op zich heeft genomen en de daarin aan ICOO toegekende rechten heeft gekregen. ICOO en Skoel hebben dit in de vorm van een volmacht d.d. 25 november 2008 [zie 2.5] vorm gegeven. Domijn heeft met deze gang van zaken ingestemd. In dat kader is de benaming ‘volmacht’ niet geheel juist geweest omdat ICOO, Skoel en Domijn een contractovername hebben beoogd. Aldus was het aan Skoel in het kader van die overeenkomst bewoners van het complex te begeleiden alsmede diensten en activiteiten aan te bieden. Cruciaal onderdeel van de gemaakte afspraken is dat Skoel van Domijn een ruimte in het gebouw zou huren met als adres Ramelebrink 1-1 en 1-4 voor gebruik als met name kantoor, balieruimte, studio en recreatieruimte. Domijn heeft tijdens een bespreking van 15 oktober 2012 aan de bestuurder van Skoel een huurovereenkomst voorgelegd [productie 12 bij dagvaarding] met de mededeling dat deze niet meer gewijzigd zou kunnen worden. Skoel heeft deze huurovereenkomst geaccepteerd.

Ongeacht of de huurovereenkomst als gesloten wordt aangemerkt, volgt uit de aanvraag en de toekenning van de subsidie dat Skoel vanuit de gemeenschappelijke ruimte en een kantoor in het gebouw de cliënten kan bedienen. In de beschikking staat expliciet [zie 2.8] dat Skoel “zal gebruiker zijn en de begeleiding verzorgen van de toekomstige bewoners”.

ad b.

Domijn heeft Skoel toegezegd een bedrag van € 250.000,00 te betalen voor het realiseren van activiteiten voor de bewoners, waarvan Skoel reeds € 120.000,00 als voorschot heeft ontvangen. Dit betekent dat Skoel nog aanspraak maakt op € 130.000,00.

In dat kader stelt Skoel dat Domijn, d.w.z. haar Senior Projectontwikkelaar [B 1], voor € 150.000,00 aan activiteiten heeft geparafeerd. Voor nog eens € 100.000,00 mocht Skoel zaken voor de inrichting kopen. Wat er verder van de subsidievoorwaarden en een eventuele daadwerkelijke toekenning zij, uit de rechtstreeks tussen Domijn en Skoel gemaakte afspraken vloeit voort dat Skoel in ieder geval een bedrag gelijk aan de aangevraagde subsidie ad € 250.000,00 van Domijn zou ontvangen, ongeacht of die subsidie daadwerkelijk zou worden ontvangen.

ad c.

In het addendum van 4 oktober 2007, behorende bij de samenwerkingsovereenkomst tussen Stichting ICOO en Wooncorporatie Domijn, productie 14 bij dagvaarding, heeft Domijn € 30.000,00 toegezegd om de casco te leveren gemeenschappelijke ruimte in te richten. De gemeenschappelijke ruimte dient nog steeds naar inzicht van Skoel te worden ingericht.

ad d.

Skoel heeft een bedrag van € 19.620,00 aan Domijn overgemaakt ter dekking van een eventuele huurderving van de door Domijn te verhuren appartementen in het complex. Skoel heeft Domijn voldoende huurders voorgesteld, doch Domijn heeft deze kandidaten voor een aanmerkelijk deel geweigerd door een eigen selectie uit te voeren. Daarmee ontviel de grond aan de betaalde zekerheid, namelijk de verantwoordelijkheid voor het aandragen van kandidaat-huurders. Bovendien is Skoel inmiddels bekend geworden dat Domijn in haar berekening van de huurprijs per appartement een percentage ter dekking van eventuele leegstand heeft opgenomen. Het leegstandrisico was derhalve reeds afgedicht. Door Skoel is dusdoende onverschuldigd betaald.

4 verweer

4.1

Naast het feit dat Domijn de vorderingen van Skoel betwist, stelt zij zich op het standpunt dat deze vorderingen een spoedeisend belang ontberen. Bovendien blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst dat geschillen tussen partijen door middel van mediation moeten worden opgelost.

Voor zover Skoel kan worden ontvangen in haar vorderingen betwist Domijn deze en concludeert zij tot afwijzing daarvan. Primair voert zij daartoe aan dat zij in oktober 2007 met ICOO een samenwerkingsovereenkomst is aangegaan met betrekking tot de realisatie van een gebouw voor de huisvesting van Surinaamse ouderen met een Hindoestaanse achtergrond. ICOO is de contractpartner en niet Skoel. Skoel wordt door Domijn slechts gezien als woordvoerder c.q. gemachtigde van ICOO.

Met betrekking tot de vorderingen van Skoel stelt Domijn:

ad a:

Domijn betwist primair dat tussen haar en Skoel overeenstemming is bereikt over een huurovereenkomst. Skoel kan derhalve geen nakoming vorderen van een tussen partijen tot stand gekomen huurovereenkomst. Een andere grondslag voor het toelaten tot of verhuren van een bedrijfsruimte in het pand aan Skoel ontbreekt. Domijn verwijst naar artikel 9.1 van de samenwerkingsovereenkomst [zie 2.4] . In artikel 1.1. van die overeenkomst wordt oplevering gedefinieerd als: “De ter beschikking stelling van het project door Domijn aan de bewoners”. De samenwerkingsovereenkomst is dus alleen gesloten om het gebouw met de 26 appartementen tot stand te laten komen en meer niet, Zodra het is opgeleverd eindigt de overeenkomst automatisch. De oplevering vond in 2012 plaats. Bij gebreke van enige overeenkomst existeert derhalve geen vordering van Skoel.

Subsidiair stelt Domijn dat de overeenkomst tussen haar en ICOO en/of Skoel voor de toekomst is ontbonden wegens wanprestatie, meer subsidiair dat de overeenkomst is opgezegd met een termijn van één maand, alles met verwijzing naar de inhoud haar brief van 23 april 2013.

Met betrekking tot de door Skoel in het geding gebrachte huurovereenkomst stelt Domijn dat hierover tussen partijen geen wilsovereenstemming bestond. Het contract is niet namens Domijn ondertekend. Het contract is niet op basis van een aanbod aan Skoel verstrekt, doch in een overleg tussen partijen op tafel gekomen en des verzocht, is hiervan een exemplaar aan Skoel verstrekt. Dat er geen (algehele) overeenstemming over de huurovereenkomst is bereikt moge voorts blijken uit de opmerkingen die [S] bovenaan pagina 1 van de huurovereenkomst heeft gemaakt. Aldaar heeft [S] immers onder meer geschreven:

“1. art. 4.2 (geen btw van toepassing) is niet toegepast op de huurprijs. Svp aanpassen”.

ad b:

Domijn betwist uitdrukkelijk dat zij Skoel een bedrag van € 250.000,00 zou hebben toegezegd,voor de door Skoel te realiseren activiteiten voor de bewoners en (andere) mensen uit de doelgroep. Domijn heeft inmiddels van de Provincie een subsidiebedrag van € 200.000,00 ontvangen en daarvan een gedeelte groot € 120.000,00 aan Skoel overgemaakt. Vast staat dat het geld door Skoel niet is of wordt besteed volgens de voorwaarden die door de Provincie aan de besteding van een Bouwimpulssubsidie worden gesteld. De aan de subsidie verbonden voorschriften zijn duidelijk. Het gaat om een woonvoorziening met 26 seniorenappartementen en niet om sociale activiteiten ten behoeve van de bewoners. Het reeds aan Skoel betaalde bedrag van € 120.000,00 moet dan ook wegens besteding in strijd met de subsidievoorwaarden door Skoel worden terugbetaald en zal in een bodemprocedure worden teruggevorderd.

ad c:

Domijn betwist dit deel der vordering. Zij voert daartoe aan voor de gemeenschappelijke ruimte reeds een bedrag van € 77.365,44 te hebben besteed, zodat daarmee ruimschoots aan de verplichting is voldaan om een bedrag van € 30.000,00 voor de inrichting ter beschikking te stellen.

ad d:

Domijn erkent dat deze vordering van Skoel deels toewijsbaar is. Domijn geeft aan voor een bedrag van € 4.014,83 aan huurinkomsten te hebben gederfd op grond van het feit dat Skoel niet tijdig 26 huurders aanleverde, zodat er leegstand was. Skoel heeft derhalve recht op betaling van een bedrag van € 15.605,17. Domijn wenst dit bedrag echter te verrekenen met haar vorderingen op Skoel.

5 beoordeling

5.1

Skoel heeft aangegeven dat al haar investeringen zijn gericht op het werken vanuit het gebouw aan de Rammelebrink zelf voor de bewoners en dat zij de huidige door haar van Domijn gehuurde ruimte aan de Sibculobrink 113 te Enschede per 1 juni 2013 moet verlaten. Daarnaast omvat de vordering van Skoel aanzienlijke geldsommen, terwijl toewijzing hiervan van belang is voor de handhaving van haar huidige financiële positie. Het spoedeisend belang van de vorderingen is hiermee gegeven.

5.2

Voor een inhoudelijke beoordeling door de voorzieningenrechter van deze vordering is plaats, indien er niet een andere, met voldoende waarborgen omklede gelijksoortige rechtsgang openstaat althans open heeft gestaan waarin het door de eisende partij beoogde doel kan of kon worden bereikt. Het in de Samenwerkingsovereenkomst overeengekomen mediationtraject is geen rechtsgang zoals hiervoor bedoeld, althans geen rechtsgang die de voorzieningenrechter in kort geding in spoedeisende gevallen uitsluit zodat Skoel kan worden ontvangen in haar vorderingen.

5.3

Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de vordering in een bodemprocedure naar redelijkerwijze mag worden verwacht voor toewijzing vatbaar zal zijn.

5.4

Domijn beschouwt ICOO als haar contractpartner en niet Skoel. Formeel gezien zijn de uit de tussen ICOO en Domijn gesloten Samenwerkingsovereenkomst voorvloeiende rechten en verplichtingen tussen partijen niet rechtsgeldig overgedragen aan Skoel door middel van de “Bestuurlijke Vertegenwoordiging & Volmacht” zoals hiervoor onder 2.7 geciteerd. De bewoordingen van dat geschrift geven daarvoor geen ingang. Het geschrift kan niet worden aangemerkt als een akte zoals bedoeld in artikel 6:159 BW. Echter dit neemt niet weg dat sinds dit geschrift Domijn Skoel feitelijk als een volwaardig contractspartner is gaan beschouwen. Domijn heeft vanaf dat moment immers telkens overleg met Skoel gevoerd en uiteindelijk op 5 april 2010 [zie 2.9] de hiervoor aangehaalde overeenkomst gesloten. Op basis van het vorenstaande acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de bodemrechter Skoel uiteindelijk als contractpartner van Domijn in dit dossier zal beschouwen.

5.5

Skoel heeft als productie 12 bij de inleidende dagvaarding een huurovereenkomst in het geding gebracht. Deze huurovereenkomst is alleen door de voorzitter van Skoel, [S], ondertekend. Partijen verschillen van mening over de vraag hoe en onder welke omstandigheden het exemplaar van het huurcontract aan Skoel is verstrekt. Afgezien daarvan lijkt het er tenminste op dat, gelet op de aantekening voorkomende op het huurcontract van bestuurder [S], partijen het nog niet eens waren over alle essentialia van de huurovereenkomst. Wat daarvan ook zij, de over en weer geponeerde stellingen van partijen brengen met zich mee dat voor een beslissing op dit deel van de vordering nader onderzoek en het horen van getuigen noodzakelijk zijn, waarvoor in dit kort geding geen plaats is. Een en ander betekent dat de vordering met betrekking tot de toegang van het gebouw C aan de Ramelebrink te Enschede in dit geding niet kan worden toegewezen.

5.6

Met betrekking tot de gevorderde geldsommen overweegt de voorzieningenrechter het navolgende. Voor de toewijsbaarheid van dergelijke vorderingen in kort geding gelden ondermeer de navolgende drie voorwaarden (HR 28 mei 2004, NJ 2004, 602):

a) er moet een spoedeisend belang bij een onmiddellijke voorziening zijn;

b) het bestaan van de vordering moet voldoende aannemelijk zijn;

c) in de afweging van de belangen van partijen moet het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling ingeval van een toewijzing van de vordering worden betrokken.

5.7

Zoals hiervoor reeds overwogen voldoen de (geld-)vorderingen aan het hiervoor onder a) bedoelde voorwaarde.

5.8

Skoel baseert haar vordering ad € 130.000,00 op een tussen haar met Domijn gemaakte afspraak dat zij € 250.000,00 van Domijn zou ontvangen voor het realiseren van activiteiten voor bewoners, waarvan zij inmiddels 120.000,00 heeft ontvangen. Genoemd bedrag zou door Domijn in eigen naam zijn toegezegd, ongeacht het feit of Domijn de aangevraagde subsidie daadwerkelijk zou ontvangen en derhalve losgezien van eventuele subsidievoorwaarden. In dat kader verwijst Skoel naar de op 5 april 2010 tussen partijen gesloten overeenkomst [zie 2.9].

Domijn betwist de door Skoel gestelde toezegging uitdrukkelijk.

Genoemde overeenkomst, dat wil zeggen de hieraan gehechte “loketbrief”, zou de indruk kunnen wekken dat tussen partijen is afgesproken dat ten behoeve van de loketfunctie in de periode van 2010 t/m 2013, door Domijn een bedrag van € 150.000,00 aan Skoel wordt toegekend, doch Senior Projectontwikkelaar Barenbrug heeft ter mondelinge behandeling nadrukkelijk en onderbouwd aangegeven dat hij tijdens het aangaan van die overeenkomst door Skoel op het verkeerde been is gezet, althans mede door toedoen van Skoel heeft gedwaald. Zonder nader bewijs en onderzoek is de stelling van Skoel dat Domijn haar in totaal € 250.000,00 subsidie heeft toegezegd dan ook niet op waarde te schatten. In dit kort geding is dit deel van de vordering dan ook niet voor toewijzing vatbaar.

5.9

Met betrekking tot de vordering sub 4C stelt Domijn dat zij aan haar verplichting jegens Skoel heeft voldaan, nu zij inmiddels ruim € 77.000,00 aan de inrichting van de gemeenschappelijke ruimte heeft besteed. Ten bewijze daarvan heeft Domijn producties in het geding gebracht. Vooralsnog kan de Voorzieningenrechter uit deze producties echter geen kosten afleiden die betrekking hebben op de inrichting van de gemeenschappelijke ruimten. Evenwel, uit de tekst van het addendum kan ook niet expliciet afgeleid dat het genoemde bedrag betaald dient te worden aan ICOO/Skoel ten behoeve van de inrichting van de gemeenschappelijke ruimte. Ook dit deel van de vordering vereist derhalve nader onderzoek en getuigenbewijs zodat ook dit deel van de vordering in dit kort geding niet kan worden toegewezen.

5.10

Met betrekking tot de vordering sub 4D erkent Domijn dat Skoel een bedrag toekomt van € 15.605,17, doch zij wenst dit bedrag te verrekenen met haar vordering op Skoel. Skoel betwist evenwel dat Domijn een vordering op haar heeft. Nu de gegrondheid van het standpunt van Domijn niet op eenvoudige wijze is vast te stellen, is de vordering van Skoel, met verwijzing naar artikel 6:136 BW, dan ook voor toewijzing vatbaar tot een bedrag van € 15.605,17, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als hierna te vermelden. Voor de gegrondheid van het restant van de vordering ad € 4.014,83 zal in een bodemprocedure duidelijkheid dienen te worden verschaft.

5.11

Nu Skoel grotendeels in het ongelijk wordt gesteld dient zij een deel van het griffierecht van Domijn te dragen, zijnde het verschil tussen € 3.715,00 en € 1.836,00. Domijn zal aan de zijde van Skoel in de kosten van deze procedure worden veroordeeld voor een bedrag van € 1.836,00 vanwege griffierecht (zijnde het verschuldigde tarief over het toegewezen bedrag), € 92,82 vanwege explootkosten en € 816,00 vanwege salaris advocaat.

6 rechtdoende:

6.1

Veroordeelt Domijn om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Skoel te betalen een bedrag van € 15.605,17, vermeerderd met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de dag van dagvaarding, zijnde 26 april 2013, tot aan de dag der algehele voldoening.

6.2

Veroordeelt Domijn tot betaling aan Skoel van de kosten van deze procedure, welke kosten worden begroot op € 2.744,82 bestaande uit € 1.836,00 griffierecht, € 92,82 explootkosten en € 816,00 vanwege salaris advocaat.

6.3

Veroordeelt Skoel tot betaling aan Domijn van € 1.879,00 vanwege te veel betaald griffierecht.

6.4

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

6.5

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.