Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ4358

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
18-03-2013
Datum publicatie
18-03-2013
Zaaknummer
05/800425-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer te Arnhem heeft een 30-jarige militair op 18 maart 2013 veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar, wegens het verkrachten van zijn ex-partner in april 2011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/800425-11

Data zittingen : 17 december 2012 en 4 maart 2013

Datum uitspraak : 18 maart 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 02 april 2011 te Nijmegen,

(telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen van verdachtes penis en/of het

steken van één of meer vingers in de vagina van voornoemde [slachtoffer], welk geweld

of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere

feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk die [slachtoffer]

tegen de meterkast heeft geduwd en/of met een hand in haar broek/onderbroek is

gegaan en/of heeft gestoken en/of die [slachtoffer] onder valse voorwenselen naar

boven/in de woning heeft gelokt/laten gaan en/of onverhoeds de broek van die

[slachtoffer] heeft losgemaakt en/of die [slachtoffer] voorover op/tegen de tafel heeft

geduwd en/of die [slachtoffer] heeft toegevoegd: "Die broek moet uit, die broek moet

uit" en/of de opmerkingen van [slachtoffer] genegeerd heeft dat ze het niet wilde

en/of dat het geen spelletje was en/of dat hij maar andere wijven moest gaan

neuken en/of die [slachtoffer] op de bank heeft gelegd/gegooid en/of terwijl die

[slachtoffer] haar broek vast hield en/of omhoog trachtte te houden, haar broek en

onderbroek naar beneden heeft getrokken;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 4 maart 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Amersfoort.

Als benadeelde partij heeft [slachtoffer] zich schriftelijk in het geding gevoegd. Zij is eveneens ter terechtzitting verschenen, vertegenwoordigd door mr. S.F. Nijhuis, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het tenlastegelegde

De feiten

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 2 april 2011 is verdachte aanwezig in de woning van zijn ex-partner [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) te Nijmegen2. Verdachte en [slachtoffer] zoenen elkaar2, zij belanden op de bank in de woonkamer en de broek van [slachtoffer] gaat naar beneden3.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging betwist dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen. Het zoenen gebeurde niet op zíjn maar op háár initiatief en ook het uitdoen van de broek van [slachtoffer] deed zij zelf op haar eigen initiatief. Er is voorts geen sprake van dat hij met zijn penis in haar vagina is geweest. De raadsman heeft aangevoerd dat niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen op basis van de enkele aangifte van [slachtoffer]. De door haar afgelegde verklaringen zijn bovendien innerlijk tegenstrijdig, en worden slechts ondersteund door 'de auditu' verklaringen van anderen. Nu niet aan het bewijsminimum is voldaan is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, hetgeen moet leiden tot vrijspraak.

Beoordeling door de militaire kamer

[slachtoffer] verklaart dat verdachte op 2 april 2011 haar woning binnenkomt en direct zegt dat zij er leuk uitziet. Als ze naar de keuken lopen, zet verdachte [slachtoffer] op het aanrecht. [slachtoffer] verklaart: "Ik zat met mijn benen wijd. Ik had een spijkerbroek aan. Ik zag dat hij een erectie had omdat hij die boven zijn broek uit liet zien. Ik duw hem van mij af."

[slachtoffer] gaat dan van het aanrecht af en rookt een sigaret op het balkon om daarna de kamer weer binnen te gaan. Zij verklaart: "Ik stond bij de kapstok en hij had mijn broek los en hij ging met zijn hand in mijn broek en ging met zijn vingers naar binnen. Ik zei van: "doe normaal." Hij duwt mij tegen de meterkast aan en duwt zijn tong naar binnen. Ik duw hem weg en wordt boos op mezelf dat ik het niet onder controle had. Hij vroeg of ik geen zin had en dat het toch lekker was tussen ons. Ik zei: "Kom we gaan naar beneden."

Beneden aangekomen merkt verdachte op dat hij zijn zonnebril nog is vergeten, waarop [slachtoffer] naar de keuken gaat om die te halen. Ze verklaart vervolgens: "Hij komt achter mij aan en hij maakt mijn broek los. Hij had een erectie en hij deed zijn broek naar beneden. Ik heb zijn armen vast. Ik liep daarna naar de kamer. Ik zie zijn bril op de tafel in de kamer liggen. Hij duwde mij voorover op tafel en ik hoorde dat hij zei: "Die broek moet uit, die broek moet uit." Hij trok aan mijn broek maar het lukte niet om die broek los te krijgen. Ik hield mijn broek vast. Ik kwam overeind en ik zag dat hij zijn broek los had. Hij bracht mij naar de bank en mijn been ging meteen omhoog. Mijn rechtse been deed hij helemaal omhoog. Hij stopt hem erin en hij gaat bezig. Hij stopte zijn penis in mijn vagina. Ik weet dat hij mij op een gegeven moment aankeek en zijn gezicht betrok en hij zag dat ... hoe ik erbij lag. Hij stopte en zei: "oh ben ik nu te ver gegaan"."4

Door verdachte weg te duwen en te zeggen dat het geen spelletje was heeft [slachtoffer] duidelijk willen maken dat ze niet wilde dat hij haar aanraakte. [slachtoffer]: "Ik zei tegen hem dat ik dat niet wilde. Hij geloofde dat niet. Hij was alleen met zichzelf bezig, hij was alleen met zijn erectie bezig. Ik heb tegen hem gezegd ga andere wijven neuken. Hij zei dat hij dat niet wilde en dat hij mij wilde5."

De militaire kamer hecht geloof aan de verklaringen van [slachtoffer].

In de eerste plaats stelt de militaire kamer vast dat haar verklaringen gedetailleerd zijn. [slachtoffer] heeft voorts ter terechtzitting van 4 maart 2013, als getuige onder ede, volhard in haar verklaring die zij bij haar aangifte van 4 mei 2011 heeft afgelegd, waarmee ook sprake is van consistentie in haar verklaringen. Dat [slachtoffer] na een eerder informatief gesprek op 22 april 2011 met de politie, heeft laten weten dat zij bedenktijd wilde voor het doen van aangifte, acht de militaire kamer geen contra-indicatie voor de geloofwaardigheid van haar verklaringen. De militaire kamer acht het heel wel denkbaar dat, wanneer sprake is van een zedenmisdrijf tussen ex-partners, in het bijzonder wanneer zij samen een kind hebben, wordt getwijfeld over het wel of niet doen van aangifte. De gevolgen zijn immers, ook voor aangeefster zelf en voor de dochter, ingrijpend.

De verklaringen van aangeefster worden ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]. [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] een dag ná het incident met verdachte aan [getuige 1] heeft verteld dat verdachte [slachtoffer] in eerste instantie al ondanks haar tegenwerpingen probeerde te betasten, te zoenen, haar broek probeerde los te doen en haar nadat [slachtoffer] terug was gelopen om de zonnebril te halen op een tafel en bank heeft gelegd, haar broek heeft losgemaakt en haar meerdere keren heeft gepenetreerd6. [getuige 2] verklaart dat zij al diezelfde avond van [slachtoffer] heeft gehoord dat verdachte in eerste instantie al zijn piemel liet zien en aan haar zat en later, toen [slachtoffer] de zonnebril ging halen, haar ondanks protesten en tegenwerking van [slachtoffer] op de bank heeft geduwd en meerdere malen heeft gepenetreerd7. Ten slotte heeft ook [getuige 3], een paar weken na het incident, van [slachtoffer] gehoord dat zij was verkracht8. Alle drie de getuigen hebben hun verklaringen gehandhaafd bij de rechter-commissaris9.

Hoewel het hier gaat om verklaringen 'van horen zeggen' ondersteunen zij het verhaal van [slachtoffer]. Ook hetgeen [slachtoffer] tegen deze getuigen heeft verteld blijkt zeer consistent te zijn.

Daarnaast wordt haar verklaring op wezenlijke onderdelen van het ten laste gelegde ondersteund door de verklaring van verdachte zelf, waar hij immers heeft verklaard (zie onder vaststaande feiten) dat hij die dag bij haar is geweest en dat er toen sprake is geweest van zoenen en dat de broek van [slachtoffer] uitging. Hij heeft voorts bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat ze heftig zoenden, dat ze al zoenend naar de woonkamer liepen, dat [slachtoffer] zich op de bank liet vallen, dat haar broek over haar billen ging en dat hij zelf reeds één of meerdere knopen van zijn broek had losgemaakt10 en dat ze op het punt stonden seks te gaan hebben.11

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat het juist [slachtoffer] was die het initiatief nam en niet andersom, dat hij perplex was dat [slachtoffer] hem, staande in de hal, zoende en dat hij dat ook niet tegen zou hebben kunnen houden acht de militaire kamer ongeloofwaardig.

Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat het verdachte was die gevoelens had voor [slachtoffer] en haar daartoe ook benaderde.

Zo stuurde verdachte op 18 februari 2011 tussen 20:57 en 21:18 uur 3 sms-berichten aan [slachtoffer] met respectievelijk de inhoud: "[slachtoffer] , ben in de buurt. Wil je echt graag zien. Kun je?"; "Ben er. Wil je laten weten of je kunt of wilt. X" en "Ik kreeg kriebels toen ik aan je dacht en wilde je graag zien om je dat te vertellen"12. De militaire kamer ziet redelijkerwijs geen andere verklaring voor deze mailberichten in combinatie gezien dan dat verdachte seksuele of romantische gevoelens had voor [slachtoffer]. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij [slachtoffer] met deze berichten wilde "paaien" om de relatie met haar goed te houden is ongeloofwaardig. [slachtoffer] heeft die avond 18 februari 2011 kort na de sms-berichten, om 21:30 uur, de politie gebeld en blijkens het door het service-centre van de politie opgenomen gesprek gemeld dat haar ex haar wil zien en haar "zal overhalen seks met hem te hebben", dat hij die avond al twee keer heeft aangebeld, dat hij haar heeft gebeld en sms'jes heeft gestuurd en dat ze wil dat verdachte haar met rust laat maar dat hij haar blijft lastigvallen.13

Ook een e-mailbericht van [slachtoffer] van 7 maart 2011 aan haar advocaat, mr. [naam 1], waarin [slachtoffer] schrijft dat ze de omgang geregeld wil zien en dat verdachte haar weer lastig valt14 alsmede de verklaring van mr. [naam 1] dat verdachte haar op 14 april 2011, dus na de tenlastegelegde datum, heeft gebeld en haar heeft verteld dat hij nog van [slachtoffer] houdt, dat er iets van twee kanten rommelt en dat hij baalt van zijn verkeerde keuzes, weerspreken zijn verklaring dat [slachtoffer] zich opdrong terwijl hij haar juist afhield en onderschrijven de verklaringen van [slachtoffer] dat zij geen contact meer met verdachte wilde - behoudens in het kader van de omgang tussen hem een hun dochter - maar dat hij zich aan haar opdringt. Dit laatste wordt ook nog ondersteund door een mededeling op de patiëntenkaart van de huisarts van [slachtoffer] met als inhoud dat [slachtoffer] op 18 maart 2011 melding doet van een "nare ervaring met ex-man en stalken"15.

De bovenstaande bewijsmiddelen versterken de betrouwbaarheid van [slachtoffer]' verklaringen, in die zin zij bevestigen dat het ook op andere momenten verdachte was die gevoelens voor haar had en die zich op een door [slachtoffer] ongewenste wijze aan haar opdrong.

Gelet op de verklaring van [slachtoffer] zoals ondersteund door de andere voornoemde bewijsmiddelen.

acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd.

Conclusie

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 02 april 2011 te Nijmegen, (telkens) door geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen van verdachtes penis en het steken van één of meer vingers in de vagina van voornoemde [slachtoffer], welke geweld en andere feitelijkheid hierin heeft bestaan dat verdachte opzettelijk die [slachtoffer] tegen de meterkast heeft geduwd en met een hand in haar broek/onderbroek is gegaan en onverhoeds de broek van die [slachtoffer] heeft losgemaakt en die [slachtoffer] voorover op/tegen de tafel heeft geduwd en die [slachtoffer] heeft toegevoegd: "Die broek moet uit, die broek moet uit" en de opmerkingen van [slachtoffer] genegeerd heeft dat ze het niet wilde en dat het geen spelletje was en dat hij maar andere wijven moest gaan neuken en die [slachtoffer] op de bank heeft gelegd en terwijl die [slachtoffer] haar broek vast hield en/of omhoog trachtte te houden, haar broek en onderbroek naar beneden heeft getrokken;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman pleit voor vrijspraak omdat er geen, althans onvoldoende, wettig en overtuigend bewijs is. Hij heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de militaire kamer

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op een (beknopt) advies van Reclassering Nederland, d.d. 25 mei 2011, betreffende verdachte;

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn ex-partner. Met het plegen van deze handelingen heeft verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn ex-partner. Het is een feit van algemene bekendheid dat gedragingen zoals door verdachte gepleegd, een enorme impact hebben op slachtoffers en in veel gevallen tot psychisch letsel leiden waar de slachtoffers nog jarenlang last van hebben.

De militaire kamer houdt in het voordeel van verdachte rekening met het tijdsverloop in de onderhavige procedure die op de datum van de uitspraak bijna twee jaar heeft geduurd. Ook het aanvankelijk met beider instemming continueren van seksuele handelingen tussen verdachte en zijn ex-partner terwijl hun relatie was beëindigd en de beperkte mate van geweld waaronder het feit is begaan heeft de militaire kamer bij het bepalen van de strafmaat meegewogen.

Dat verdachte, ook ter terechtzitting, geen besef lijkt te hebben van de gevolgen van zijn handelen en weinig empathie toont, is voor de militaire kamer reden om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijke strafdeel dient als waarschuwing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de militaire kamer dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van €8.000 aan immateriële schade en € 395,22 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 2 april 2012.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het integrale bedrag van € 8.395,22, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 2 april 2012, toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel af te wijzen.

Beoordeling door de militaire kamer

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Dat het bewezen verklaarde bij benadeelde leed heeft veroorzaakt en tot psychische klachten heeft geleid is aannemelijk. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op ten minste €3000,00. Om vast te kunnen stellen hoe groot de immateriële schade exact is zal echter nader onderzoek nodig zijn wat een onevenredige belasting van het strafproces zal opleveren, zodat de vordering voor het meerdere niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Tegen de vordering van materiële schade is geen concreet verweer gevoerd. De vordering komt de militaire kamer niet onrechtmatig of ongegrond voor. De militaire kamer zal dit deel van de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 2 april 2012.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de militaire kamer tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente is daar niet bij inbegrepen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 242 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 8 (acht) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen € 3.395,22 (drieduizend driehonderdenvijfennegentig euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 3.395,22 (drieduizend driehonderdenvijfennegentig euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 43 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E. de Boer (rechter) en kol mr. J. Wiersma (militair lid),

in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2013.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27YR/11-000094, gesloten op 1 maart 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 21 en Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 198

3 Proces-verbaal van aangifte, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 22, alinea 9 en Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 199;

4 Proces-verbaal, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 21;

5 Proces-verbaal, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 22;

6 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1], dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 44 en pagina 45;

7 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2], dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 52 laatste 4 regels en 53;

8 Proces-verbaal van verhoor [getuige 3], dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 70, eerste alinea;

9 Processen-verbaal van verhoor van getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3], alle d.d. 6 februari 2013, bij de rechter-commissaris

10 Proces-verbaal verhoor van verdachte, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 199 regel 15-26;

11 Proces-verbaal verhoor van verdachte, dossiernummer PL27YR/11-000094, pagina 203 regel 28-29;

12 Proces-verbaal bevindingen, dossiernummer PL27YR/11-000094, pag. 249 en 250.;

13 Proces-verbaal bevindingen, dossiernummer PL27YR/11-000094, pag. 250;

14 Proces-verbaal, dossiernummer PL27YR/11-000094, pag. 403;

15 Schriftelijk bescheid, afschrift van patiëntenkaart [slachtoffer], p. 240.