Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3650

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2013
Datum publicatie
08-03-2013
Zaaknummer
K/0802/391228 CV EXPL 11-6549
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Registratie Bedrijvenindex op internet; bedrog; geen wil om overeenkomst te sluiten; bewijswaardering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/171
Prg. 2013/121
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: K/0802/391228 CV EXPL 11-6549

Datum vonnis: 26 februari 2013

Vonnis

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MKB DEVELOPMENTS B.V.,

h.o.d.n. MKB Marketing & Communicatie,

tevens h.o.d.n. MKB Bedrijvenindex,

gevestigd te Groningen, kantoorhoudende te Amsterdam,

eiseres,

hierna te noemen ‘MKBD’,

gemachtigde: mr. R. Skála, advocaat te Haren,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMMUNICAIETECHNIEK TWENTE B.V.,

gevestigd te Borne, kantoorhoudende te Apeldoorn,

gedaagde,

hierna te noemen ‘CTT’,

zelfprocederende.

1. Het verdere procesverloop

1.1. Naar aanleiding van het tussenvonnis van de kantonrechter van 27 maart 2012 heeft er op 28 augustus 2012 een getuigenverhoor aan de zijde van CTT plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.2. Op 7 november 2012 stond het getuigenverhoor aan de zijde van MKBD gepland. Dit getuigenverhoor heeft niet plaatsgevonden, omdat de getuigen niet waren verschenen. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

1.3. Op 29 januari 2013 heeft een getuigenverhoor aan de zijde van MKBD plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

1.4. Partijen hebben vonnis gevraagd, welk vonnis is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

2.1. De kantonrechter neemt hier over hetgeen zij heeft overwogen en beslist in haar tussenvonnis van 27 maart 2011.

2.2. In genoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter CCT toegelaten om te bewijzen dat er sprake is van bedrog.

2.3. CCT heeft in het kader van de aan haar opgedragen bewijsopdracht

de heer [X] als getuige doen horen. Hij heeft de volgende relevante verklaringen afgelegd:

“Ik was niet bekend met de bedrijven Index. Ik ben toen op de site gaan kijken. Ik heb toen gezien dat zij wat in elkaar hadden geprutst. Ze hebben tekst van onze eigen website gehaald en ze hebben een bekend logo gebruikt. Voor die tijd hadden we daar geen registratie. Het logo wat er op stond gebruikte wij al heel lang niet meer.

De heer [B] werd gebeld met de vraag of wij de registratie wilde voortzetten op de MKB bedrijven Index. De naam geeft de suggestie dat we te maken hadden met MKB Nederland en dat is vertrouwd. Toen de heer [B] daarover was gebeld, heeft hij contact met mij gehad. Ik heb toen gezegd dat we dat niet gingen doen. Toen is hem telefonisch verteld, dat als hij het formulier zou ondertekenen dat wij eraf zouden zijn. Daarom heeft de heer [B] het formulier ondertekend. Omdat er aan de telefoon gezegd was dat het om continuering ging, dacht de heer [B] dat we die registratie al hadden.

De factuur van 21 december 2010 hebben we een of twee dagen na die datum ontvangen. Wij hebben op die factuur gereageerd via onze brief van 4 januari 2011. Tijdens de kerst wordt er op ons bedrijf niet gewerkt. Het is zo goed als gesloten. Er zijn alleen mensen om de telefoon op te nemen. We hebben in onze brief laten weten dat we niet wilden betalen omdat dat niet de afspraak was.

Het logo dat wij hanteren staat op het briefpapier en dat is groen. En op internet is het een wat breder logo met wat meer gegevens. Het logo dat op de wensite is gebruikt was blauw.

(…)

Op 10 december 2010 heeft de heer [B] telefonisch contact gehad met MKB bedrijven Index. Er zijn op die dag geen afspraken gemaakt. Er werd alleen maar gevraagd of de registratie gecontinueerd moest worden voor een bedrag van €4200 per jaar. Ik heb toen tegen [B] gezegd dat we dat niet gingen doen. Hem is toen verteld dat als hij het formulier zou onderteken dat wij eraf zouden zijn.”

2.4. MKBD heeft in contra-enquête de heren [K] en [H] doen horen. Deze getuigen hebben de volgende relevante verklaringen afgelegd:

de heer [K]:

“Ik ben in 2010 ongeveer een half jaar in dienst geweest bij MKB Developments BV. Mijn functie was telefonisch adviseur. Ik heb in die periode contact gehad met de heer [B] van Communicatietechniek Twente BV. Ik weet dat omdat ik dat net heb gehoord van de heer Skala die vandaag als gemachtigde optreedt namens MKB Developments BV. Hij heeft mij de stukken laten lezen. Ik kan mij lang niet alle gesprekken herinneren. Ik heb elke dag toen zoveel gesprekken gevoerd.

(…)

Ik heb in het gesprek met de heer [B] niet gesproken over voortzetting van een registratie. Ik heb hem verteld dat Communicatietechniek Twente BV toen voor een komende periode op het internet kon laten vermelden zonder automatische verlenging. Door de opdrachtbevestiging ondertekend terug te sturen heeft Communicatietechniek Twente BV ingestemd met onze offerte.

(…)

Ik kan mezelf niet meer herinneren dat ik de heer [B] heb gesproken. Ik weet wel dat ik hem heb gesproken, want dat blijkt uit de code op de offerte. Dat is mijn code.

(…)

Ik heb met de klant geen overleg over hoe de vermelding op het internet eruit komt te zien. Dat doet onze administratie. Ik vermeld wel tijdens het telefoongesprek dat als er fouten staan op het internet dat dit altijd kan worden gemeld en dat we dat dan veranderen.”

de heer [H]:

“Ik ben in de periode van 2010 tot tweede helft 2011 in loondienst geweest bij MKB Developments BV.

(…)

Ik deed in die periode het debiteuren beheer.

(…)

We zijn een commercieel bedrijf. We gaan om die reden niet de hele vordering kwijtschelden. De opdracht was toch immers duidelijk. De afspraak was immers al gemaakt en het gaat niet aan om dan opnieuw met elkaar te onderhandelen.”

2.5. De heer [Y] is geen partijgetuige in de zin van de wet. Hij is geen partij en geen directeur en/of aandeelhouder van CTT. Aan zijn verklaring komt derhalve bewijskracht toe. Uit zijn verklaring en uit de verklaring van de heer [B] tijdens de comparitie van partijen blijkt, dat MKBD CTT telefonisch heeft benaderd met de vraag of CTT haar registratie wilde voortzetten op de MKB Bedrijven Index. Als CTT dat niet wilde, diende zij een faxbericht ondertekend retour te zenden. Er kwam een faxbericht en de heer [B] heeft dit faxbericht ‘in alle bedrijvigheid’ ondertekend retour gezonden. Dit faxbericht betrof echter geen beëindiging, maar een aanbod tot een nieuw contract. De heer [B] heeft verklaard dat hij nooit overeenkomsten namens CTT aanging.

De heer [K], voormalig werknemer bij MKBD, heeft verklaard dat hij zich het telefoongesprek met de heer [B] niet meer kan herinneren, maar dat hij met de heer [B] niet gesproken heeft over voortzetting van een registratie. De bewijskracht van de verklaring van de heer [K] is zeer beperkt, aangezien de gemachtigde van MKBD de heer [K] voorafgaand aan de zitting heeft bijgepraat.

Naar het oordeel van de kantonrechter is CTT geslaagd in de aan haar opgedragen bewijsopdracht. De heer [B] dacht dat hij een formulier tekende, waarmee hij een registratie op het internet beëindigde. Hij heeft het faxbericht niet gelezen. Hij vertrouwde op de telefonische informatie die hij van MKBD had gekregen. Door het gebruik van de term ‘MKB’ had de heer [B] geen reden om aan die telefonische informatie te twijfelen. CTT had dus niet de wil om met MKBD een overeenkomst aan te gaan. De door de heer [B] gezette handtekening hield derhalve geen aanvaarding van het schriftelijke aanbod van MKBD in. Het schriftelijk aanbod kwam niet overeen met hetgeen partijen mondeling hadden besproken. Er was dus sprake van bedrog. De heer [B] ging ook geen overeenkomsten aan namens CTT. Bij CTT ontbrak de wil om het schriftelijk aanbod van MKBD te aanvaarden. Er is derhalve geen rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Dat er sprake was van een misverstand heeft CTT, gezien ook de kerstperiode, binnen een redelijke termijn aan MKBD kenbaar gemaakt. Op 22 of 23 december 2010 kwam CTT erachter dat er wat was misgegaan, omdat zij op die datum een factuur van MKBD had ontvangen. Tussen kerst en oud & nieuw werd er niet of nauwelijks gewerkt bij CTT. Bij brief van 4 januari 2011 heeft CTT aan MKBD bericht dat er sprake was van miscommunicatie.

2.6. De kantonrechter zal op grond van het bovenstaande de vordering van MKBD afwijzen. De kantonrechter heeft bij deze beoordeling tevens laten meewegen dat MKBD geen overleg heeft gevoerd over de wijze waarop de registratie op het internet zou plaatsvinden. Dit heeft de heer [B] verklaard. Ook de heer [K] heeft verklaard dat hij met de klant geen overleg heeft gehad over hoe de vermelding op het internet eruit zou komen te zien. Het door MKBD gebruikte logo was niet juist. Dus ook over de wijze van registratie is geen overleg geweest.

2.7. De kantonrechter zal MKBD als de in het ongelijkgestelde partij veroordelen in de proceskosten en begroot deze kosten aan de zijde van CTT op nihil.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1. Wijst de vordering af.

3.2. Veroordeelt MKBD in de kosten van deze procedure en begroot deze kosten aan de zijde van CTT op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 26 februari 2013.?