Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0907

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
08-01-2013
Datum publicatie
20-02-2013
Zaaknummer
607736 CV 12-2848
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Civiel overig. Procesrecht. Ambtshalve splitsing van de procedure aanhangig gemaakt door drie ex-werknemers tegen hun ex-werkgever in drie afzonderlijke procedures. Redengevend daarvoor is dat partijen bij de inrichting van hun stellingen onvoldoende acht hebben geslagen op wat van hen uit oogpunt van een goede procesorde - meer in het bijzonder overzichtelijkheid en hoor en wederhoor - mocht worden verwacht. Aan partijen is vervolgens de gelegenheid geboden om de stellingen aan te passen en aan te vullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0141
NJF 2013/191
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : 607736 CV 12-2848

datum : 8 januari 2013

Vonnis in de zaak van:

1. [EISER 1],

wonende te [woonplaats],

2. [EISER 2],

wonende te [woonplaats],

3. [EISER 3],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mw. mr. M.A. van Zeist, verbonden aan CNV Vakmensen te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap [GEDAAGDE],

gevestigd te [plaats],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. K. Tunç, advocaat te Hengelo.

Eisers zullen gezamenlijk worden aangeduid als ‘[eisers]’ dan wel individueel als ‘[eiser 1]’, ‘[eiser 2]’ respectievelijk ‘[eiser 3]’. Gedaagde zal worden aangeduid als ‘[gedaagde]’.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 2 mei 2012

- het antwoord van [gedaagde]

- de repliek van eisers

- de dupliek van [gedaagde].

Het geschil

De vordering van [eisers] strekt ertoe dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van achterstallig salaris, toeslagen, wettelijke verhoging, wettelijke rente en vergoeding van buitengerechtelijke kosten en tot verstrekking van een bruto-netto-specificatie, onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

[Gedaagde] heeft primair de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit en subsidiair aangevoerd dat de vordering van [eiser 1] tot een bedrag van € 623,12 bruto zal worden toegewezen onder afwijzing van het overige gevorderde, een en ander met veroordeling van [eisers] in de kosten van de procedure.

De beoordeling

1.

In deze zaak hebben [eisers] ieder voor zich een vordering gericht tot hun voormalige werkgever [gedaagde]. Die vorderingen zijn gegrond op iedere eigen arbeidsovereenkomst met [gedaagde] en de daarop telkens van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst Beroepsgoederen-vervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Het gaat daardoor om individuele vorderingen die in deze procedure subjectief zijn gecumuleerd.

2.1

Er is geen wettelijk voorschrift die zo’n cumulatie verbiedt doch ingevolge de jurisprudentie (vgl. o.m. HR 27 oktober 1978, NJ 1980, 102) is het de rechter toegestaan een aldus aanhangig gemaakte procedure - op verlangen van een partij of ambtshalve - te splitsen op de grond dat tussen de vorderingen geen zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Daarbij dient in de regel er vanuit te worden gegaan dat een goede procesorde - uit oogpunt van procesrechtelijke economie, overzichtelijkheid en fair play - afzonderlijke berechting eist.

2.2

Bij het voorgaande dient voorts in acht te worden genomen dat de omstandigheid dat meer personen gezamenlijk vorderen in één procedure hen nog niet tot één partij maakt (vgl. HR 21 november 2008, NJ 2009, 477). Ieders vordering behoudt haar zelfstandigheid zodat ook iedere proceshandeling slechts relatieve - de betrokken partij betreffende - werking hebben. Conclusies en akten die worden gewisseld in de ene zaak gelden daardoor niet van rechtswege als genomen in de andere zaak. De eisen van een behoorlijke rechtspleging brengen immers mee dat voor de rechter en partijen in elke zaak geen onduidelijkheid dient te bestaan omtrent de vraag welke stukken behoren tot de gedingstukken in de betreffende zaak.

2.3

In dit geval is telkens sprake van één processtuk van eisers en één processtuk van gedaagde doch het voorgaande laat onverlet dat een stelling of bewijsmiddel dat door één eiser of één gedaagde wordt gebezigd, niet geacht kan worden te zijn ingenomen of overgelegd ten behoeve van de andere eiser(s) of gedaagde(n). Op dezelfde voet kan een argument dat aan één van eisers of aan één van de gedaagden wordt tegengeworpen, niet geacht worden te strekken tot de andere eiser(s) of gedaagde(n). Dit is slechts anders indien in de stukken voldoende kenbaar is gemaakt op welke zaak de stelling, het argument of het bewijsmiddel (ook) betrekking heeft.

2.4

Het voorgaande in acht nemend, geldt het volgende.

3.

Hoewel de vorderingen gelijksoortig zijn - iedere vordering betreft achterstallig salaris met bijkomende vorderingen en zijn steeds gegrond op de stelling dat [gedaagde] de CAO niet correct heeft nageleefd - hebben de vordering onderling geen samenhang in die zin dat de beslissing op een vordering enige betekenis zou kunnen hebben op een andere vordering of daarvan afhankelijk zou zijn. Daarin schuilt dan ook geen reden om de vorderingen van Eisers niet afzonderlijk te beoordelen.

4.

Vast moet worden gesteld dat [eisers] bij de dagvaarding hun individuele vorderingen

nog afzonderlijk hebben toegelicht en voorts dat per eiser is verwezen naar ieders, individueel betreffende producties. Bij hun conclusie van repliek hebben [eisers] dat onderscheid nagelaten en slechts gezamenlijk verwoorde stellingen ingenomen, zonder te verduidelijken of de betreffende stelling hen allen dan wel slechts één of twee zou aangaan.

Voorts moet worden vastgesteld dat [gedaagde] - wellicht daartoe verleid door samenvoeging door eisers van hun vorderingen in één processtuk - bij conclusie van antwoord noch bij conclusie van dupliek enig onderscheid maakt naar de individuele vordering van de betreffende ex-werknemer. Zij heeft evenmin in enigerlei zin kenbaar gemaakt dat al haar argumenten gelijk gelden tegen de vorderingen van alle eisers.

5.

Voormelde handelwijze van partijen beantwoordt in onvoldoende mate aan wat van hen uit oogpunt van goede procesorde - meer in het bijzonder overzichtelijkheid en het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor, als neergelegd in artikel 19 Rv - mocht worden verwacht, zodat de kantonrechter het ambtshalve passend en geboden acht om de procedure te splitsen in drie afzonderlijke procedures.

6.

Gelet op al het voorgaande zal partijen voorts de gelegenheid worden geboden om desgewenst de eigen stellingen aan te passen en aan te vullen als nader te melden.

7.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

- bepaalt dat de zaak tussen [eisers] en [gedaagde] zal worden gesplitst, in die zin dat de zaken tussen [eiser 1] en [gedaagde], [eiser 2] en [gedaagde] en [eiser 3] en [gedaagde] afzonderlijk zullen worden behandeld;

- bepaalt voorts dat de zaak tussen [eiser 1] en [gedaagde] geregistreerd zal blijven onder zaaknummer 607736 CV 12-2848; dat de zaak tussen [eiser 2] en [gedaagde] geregistreerd wordt onder zaaknummer 639027 CV 12-6849 en de zaak tussen [eiser 3] en [gedaagde] geregistreerd wordt onder zaaknummer 639029 CV 12-6850;

aldus in de zaken 607736 CV 12-2848, 639027 CV 12-6849 en 639029 CV 12-6850:

- bepaalt dat [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] in verband met de afzonderlijke behandeling van zaken op de rolzitting van dinsdag 5 februari 2013 te 10.30 uur ieder voor zich bij akte hun stellingen mogen aanpassen en aanvullen;

- bepaalt dat [gedaagde] op de akte van iedere wederpartij mag antwoorden op een nader te bepalen rolzitting;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 8 januari 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.