Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0652

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
11-01-2013
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
425063 EJ VERZ 7933-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Verzoek is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0116
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 425063 EJ VERZ 7933-12

Beschikking van de kantonrechter d.d. 11 januari 2013 in de zaak van:

de stichting STICHTING NEUTRAAL BIJZONDER ONDERWIJS TWENTE

gevestigd te Hengelo

verzoekster

hierna te noemen SNBOT

gemachtigde: mw. mr. W.M.A. der Weduwe, senior juridisch adviseur in dienst van SNBOT

tegen

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster

hierna te noemen: [verweerster]

gemachtigden: dhr. R.M. Pot, wonende te Amsterdam en dhr. Mr. G.M.J. Prick,

wonende te Heerlen

1. Het verloop van de procedure:

1.1 Bij verzoekschrift dat is ingekomen ter griffie van de Rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Enschede, vraagt SNBOT de arbeidsovereenkomst van partijen, in het geval een dergelijke arbeidsovereenkomst bestaat, op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, zulks zonder toekenning van enige vergoeding. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is op 7 januari 2013 mondeling behandeld en de griffier heeft daarvan proces-verbaal opgemaakt.

2. De feiten:

2.1 In Hengelo (O) waren in het schoolonderwijs actief de Hengelose Schoolvereniging (HSV), en de Stichting Montessori Onderwijs (SMO). In het voorjaar van 2012 besluit HSV de door haar geëxploiteerde school op te heffen. HSV gaat op zoek naar een instelling die het door haar verzorgde onderwijs kan overnemen. Daarover wordt onderhandeld met SMO, maar die onderhandelingen leveren niets op, althans leiden niet tot een overeenkomst. De school van HSV wordt met ingang van 1 augustus 2012 gesloten en al het personeel wordt op grond van artikel 3.8 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Primair Onderwijs, hierna te noemen de CAO, ontslag aangezegd per 1 augustus 2012. [verweerster], geboren op [datum] 1957, behoort tot die personeelsleden. Zij is op 1 januari 1998 als leraar in dienst getreden van HSV en zij vervult deze functie laatstelijk op basis van 0,7587 fte tegen een salaris van € 2.907,93 bruto per maand inclusief vakantietoeslag en andere emolumenten. [verweerster] is geboren op [datum] 1957.

2.2 Hoewel de vorenbedoelde onderhandelingen van HSV en SMO niet tot een overnameovereenkomst hebben geleid gaat het overgrote deel van de leerlingen van HSV met ingang van het schooljaar 2012/2013 onderwijs volgen bij SMO dat wordt gegeven in schoolgebouw waarin ook HSV onderwijs gaf. Om aan de voormalige HSV-leerlingen regulier basisonderwijs (geen Montessori) te kunnen aanbieden heeft SMO per 1 augustus 2012 haar statuten aangepast en haar naam gewijzigde in SNBOT. Op 17 oktober 2012 wordt HSV in staat van faillissement verklaard. [verweerster] neemt het standpunt in dat er sprake is van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 7: 663 BW. SNBOT is van mening dat een overgang van een onderneming niet heeft plaatsgevonden. [verweerster] vordert in kort geding dat SNBOT wordt veroordeeld haar salaris te betalen vanaf 1 augustus 2012. Bij vonnis van de kantonrechter te Enschede van 20 december 2012 wordt de vordering toegewezen in die zin dat SNBOT wordt veroordeeld aan [verweerster] haar salaris met emolumenten te betalen vanaf 1 augustus 2012 totdat op enigerlei wijze een einde aan het dienstverband van [verweerster] bij SNBOT zal zijn gekomen.

3. Het standpunt van SNBOT:

3.1 SNBOT heeft de “onderneming” HSV niet overgenomen en [verweerster] is niet per 1 augusutus 2012 in dienst gekomen van SNBOT. Vandaar dat het verzoekschrift een voorwaardelijk karaker heeft verkregen.

3.2 In het geval toch een arbeidsovereenkomst bestaat, dient deze op een zo kort mogelijke termijn te worden ontbonden. Er doen zich de navolgende veranderingen in de omstandigheden voor, omdat SNBOT is geconfronteerd met:

a. Tegenvallende leerlingenaantallen. Er is geen werk voor [verweerster] voorhanden. Er is sprake van een formatieoverschot. De CAO biedt verregaande bescherming aan (onderwijzend) personeel en dat heeft tot gevolg dat SNBOT niet één van haar leerkrachten kan inruilen voor [verweerster]. Overigens heeft [verweerster] gesolliciteerd bij SNBOT en zij werd ongeschikt geacht om als onderwijskracht bij SNBOT werkzaam te zijn.

b. Forse exploitatietekorten en eerst bij een recente bestuurswisseling zijn oude dossiers boven water gekomen met pijnlijke financiële gevolgen. Het is al moeilijk genoeg de betalingen aan het huidige personeel veilig te stellen.

c. Een incompatiblité d’humeur die een samenwerking onmogelijk maakt.

3.3 Geen termen zijn aanwezig [verweerster] een vergoeding toe te kennen.

4. Het verweer:

4.1 [verweerster] is van mening dat het verzoek van SNBOT moet worden afgewezen. Het volgende is naar voren gebracht:

4.2 Tussen partijen bestaat een arbeidsovereenkomst.

4.3 De door SNBOT gestelde veranderingen van omstandigheden zijn niet voldoende onderbouwd en deze zijn irrelevant voor de beoordeling van het verzoek. Zoals SNBOT zelf aangeeft biedt de CAO bescherming tegen het ontslag. De CAO omvat een regeling met betrekking tot het ontslagbeleid en daarmee samenhangende afvloeiingscriteria. Een voorbeeld: een werkgever kan besluiten de functie van een werknemer in het risicodragend deel van de formatie (rddf) te plaatsen. Niet is in te zien waarom – om aan te haken bij dit voorbeeld – de arbeidsovereenkomst van [verweerster] moet worden ontbonden terwijl het mogelijk is haar functie in het rddf te plaatsen. Het sollicitatiegesprek waaraan SNBOT refereert heeft 20 minuten geduurd. [verweerster] heeft altijd naar volle tevredenheid van ouders, leerlingen en het bestuur van HSV als leraar gewerkt. Een incompatiblité d’humeur kan er niet zijn. [verweerster] heeft nog altijd een goede verstandhouding met haar collega’s die wel bij SNBOT in dienst zijn gekomen en met het huidige recent aangetreden bestuur van SNBOT heeft zij tot op heden geen of nauwelijks contact gehad.

5. De beoordeling van het verzoekschrift:

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod. Dat is niet het geval.

5.2 Het onder 4.3 weergegeven verweer van [verweerster] wordt grotendeels onderschreven. Indien een arbeidsovereenkomst bestaat tussen partijen komt haar de ontslagbescherming toe als in de CAO zijn opgenomen. Indien de formatie van SNBOT kleiner moet worden is het mogelijk dat [verweerster] in dienst blijft en een collega, die al feitelijk werkzaam is voor SNBOT, voor haar moet wijken. Deze gang van zaken kan [verweerster] niet euvel worden geduid. Zij kan, net als haar collega’s een beroep doen op de CAO-bepalingen die van doen hebben met ontslagbescherming. Hetgeen [verweerster] naar voren heeft gebracht over onverenigbaarheid van karakters wordt geheel door de kantonrechter onderschreven. De slotsom is dat zich geen veranderingen van omstandigheden voordoen op grond waarvan de arbeidsovereenkomst van partijen, in het geval komt vast te staan dat deze nog bestaat, kan worden ontbonden. Het verzoek van SNBOT zal worden afgewezen.

5.3 SNBOT zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing:

Wijst het verzoek af.

Veroordeelt SNBOT in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerster] gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Aldus gegeven te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.