Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0594

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
08-02-2013
Zaaknummer
233454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. De overeenkomst is rechtsgeldig opgezegd. Geen schadevergoeding, wel onkostenvergoeding verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/233454 / HA ZA 12-617

Vonnis van 23 januari 2013

in de zaak van

[eiseres]

eiseres,

advocaat mr. P. Lesquillier te Utrecht,

tegen

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. Ch.M. de Ruiter Kardol te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 oktober 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 14 december 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 24 augustus 2010 heeft [gedaagde] aan [eiseres] en twee anderen gevraagd om te brainstormen over een te maken documentaire over de 1e generatie Molukkers in Culemborg (hierna ook: het filmproject). [eiseres] is professioneel filmmaakster.

2.2. Op 8 april 2011 heeft [gedaagde] het ‘Aanvraagformulier voor buurtbudget van buurtpanels’ aan [eiseres] gemaild. Later heeft zij daarover aan [eiseres] gemaild:

[eiseres],

Ik heb het een en ander al ingevuld, zou je het nog even door willen / kunnen nemen? Indien nodig graag corrigeren.

Ik denk dat het op mijn naam moet omdat het om Culemborgse senioren gaat.

2.3. [eiseres] heeft een begroting gemaakt voor een documentaire met de professionele werktitel ‘Eerste generatie Molukse ouderen in Culemborg’. Deze begroting is samen met het ‘Aanvraagformulier voor buurtbudget van buurtpanels’ en het daarbij behorende ‘Plan van aanpak’ naar de gemeente Culemborg gestuurd.

2.4. Op 25 juni 2011 heeft [eiseres] filmopnames gemaakt tijdens een bijeenkomst van Stichting Pelita in Barneveld, welke stichting zich bezighoudt met belangenbehartiging van onder andere oudere Molukkers in Nederland.

2.5. Bij brief van 2 maart 2012 heeft de gemeente Culemborg het volgende aan [gedaagde] geschreven:

U hebt een aanvraag ingediend voor het maken van een film over de eerste generatie Molukse ouderen in Culemborg in het kader van het Bewonersinitiatief Terweijde.

De regiegroep bewonersinitiatief Terweijde is positief over het idee en heeft besloten een bedrag van maximaal € 12.199,- inclusief BTW (= € 10.251 exclusief BTW) beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het initiatief. (…)

2.6. Bij e-mail van 22 april 2012 heeft [gedaagde] onder meer het volgende aan [eiseres] geschreven:

Op deze on chique manier willen we kenbaar maken dat we helaas geen gebruik kunnen maken van je diensten. Reden we kunnen je niet betalen. Omdat we ook rekening dienen te houden met de kosten van de presentatie, en een eventuele tentoonstelling. (suggestie van de subsidiegever). We danken je hierbij voor je bereidwilligheid en je inzet.

[betrokkene] heeft een prijsopgave gevraagd aan zijn (oom) [betrokkene 2]. Hij is bereid de opnames te maken, voor minder dan de helft van jouw prijsopgave, inclusief vertaling en ondertiteling.

De kosten die je hebt gemaakt voor de prijsopgave + reiskosten zullen we vergoeden. Wil je nog je banknummer doorgeven?

Een en ander is met de subsidiegever besloten. (…)

2.7. Bij e-mail van 26 april 2012 heeft [eiseres] hierop het volgende geantwoord:

Ik ben hier erg verdrietig over. Je had tenminste aan mij kunnen overleggen/vragen of ik het voor minder had willen doen en of voor een bedrag die aannemelijk is voor gemeente Culemborg. Vooral omdat ik er vanaf het begin – nu bijna twee jaar geleden – bij betrokken ben en ook vanaf het begin heb bijgedragen aan de inhoud van dit project.

Bovendien heb ik je de laatste weken vaak gezien/gesproken. We hebben zelfs bijna 4 uur samen in een auto gezeten dus je had alle tijd om dit te bespreken en/of jullie beslissing mondeling kan doorgeven!

Dit verwacht ik van commerciële bedrijven maar toch echt niet voor een project waarmijn hart ligt en die ik erg belangrijk vind voor onze geschiedenis en nogmaals vanaf het begin bij betrokken ben.

2.8. Bij brief van 1 mei 2012 hebben [gedaagde] en drie anderen, die zich samen ‘de DVD groep’ noemen, het volgende geschreven:

(…) Zij (rb: [gedaagde]) heeft immers namens ons te kennen gegeven, dat dvd groep geen gebruik van je services zal maken tijdens het vervaardigen van de film over onze ouderen in Culemborg.

De belangrijkste reden is de vraagprijs (hetgeen geen verrassing voor je kan zijn gezien onze eerdere discussie hierover), die is eenvoudigweg veel te hoog. Wij kunnen hierover in onze budgetaanvraag bij de gemeentelijke subsidiegever geen overeenstemming bereiken en waren daarom genoodzaakt, verder om ons heen te kijken. Tijdens dit proces heeft [betrokkene], zoals je weet, [betrokkene 2] bereid gevonden de film te maken. [betrokkene 2] verricht de door jou aangeboden werkzaamheden tegen een veel lager tarief.

Wij hadden je de afwijzing graag persoonlijk mede willen delen, maar dat is helaas niet gelukt. (…)

Wij begrijpen, dat je mogelijk kosten hebt gemaakt tijdens de aanloopprocedure van de film. Wij bedoelen hiermee je werkzaamheden rondom het filmen van de ouderen uit Culemborg op de Pelitadag en je reiskosten met betrekking tot je aanwezigheid bij de vergaderingen.

Vanzelfsprekend willen wij proberen, deze kosten voor jou bij onze subsidieverstrekker in rekening te brengen. Mogen wij je daarom verzoeken, ons een gespecificeerde factuur voor deze kosten te overhandigen. (…)

2.9. Bij e-mail van 29 mei 2012 heeft mevrouw F. [betrokkene 3] het volgende aan [eiseres] en de regiegroep geschreven:

Dag [gedaagde] en de regiegroep,

Naar aanleiding van het filmproject Molukse ouderen van de 1e generatie in Culemborg wil ik met zorgvuldigheid mijn commentaar geven. Van verschillende kanten bereikt mij tegenstrijdige berichten over het hoe en waarom van het project. Vanwege mijn indirecte betrokkenheid bij het project en om verdere escalatie te voorkomen meen ik het een en ander hierover te moetn zeggen.

Op zondag 24 oktober 2010 zijn [gedaagde], [betrokkene A], [eiseres] [eiseres] en mijn persoon, [.] [betrokkene 3] bij elkaar gekomen om te brainstormen over het project en om verdere afspraken te maken. Vanuit mijn werk kan ik alleen indirect bij het project betrokken worden omdat er anders sprake zou zijn van belangenverstrengeling. Als initiatiefneemster zou [gedaagde] de kar trekken.

Die bewuste zondag zijn er ook afspraken gemaakt, namelijk:

- begroting maken

- subsidie aanvragen voor het project ([betrokkene A], [gedaagde] en [eiseres])

- regie van de film: [eiseres]

(…)

Mag ik jullie erop wijzen dat een mondelinge afspraak zoals wij die op 24 oktober 2010 hebben genomen is net zo bindend als een schriftelijke. Ik hoop niet dat jullie daardoor in de problemen komen. Ik spreek dan ook de hoop uit dat jullie de kwestie in een ‘open setting’ met elkaar zullen bespreken.

Vat mijn betrokkenheid alstublieft niet op als een bemoeien met….. maar zie het als een zorg voor het filmproject. Bovendien zijn we allemaal gebaat bij een goede afhandeling van de betreffende kwestie. [eiseres] en [gedaagde] ken ik al jarenlang en ben met beiden bevriend, vandaar deze reactie. (…)

2.10. Bij brieven van 11 juni en 12 juli 2012 heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de door [eiseres] geleden schade.

2.11. Bij brieven van 20 juni en 19 juli 2012 heeft [gedaagde] haar aansprakelijkheid afgewezen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert, na vermindering van eis ter comparitie:

a) voor recht te verklaren dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarbij [eiseres] de film / documentaire zou maken,

b) [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 350,20 ter vergoeding van door haar gemaakte kosten,

c) [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2. [eiseres] stelt dat zij met [gedaagde] heeft afgesproken dat zij tegen betaling de documentaire over de 1e generatie Molukkers in Culemborg zou maken. Nu [gedaagde] deze overeenkomst eenzijdig, zonder overleg met en toestemming van [eiseres] heeft opgezegd, dient [gedaagde] de daardoor door [eiseres] geleden schade te vergoeden, aldus [eiseres].

3.3. [gedaagde] voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Overeenkomst van opdracht?

4.1. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of [gedaagde] aan [eiseres] opdracht heeft gegeven om een documentaire over de 1e generatie Molukkers in Culemborg te filmen.

4.2. Volgens [gedaagde] is er géén overeenkomst tot stand gekomen met [eiseres]. Zij stelt dat zij alleen vrijblijvend met [eiseres] over de documentaire heeft gesproken, dat [eiseres] vrijwillig heeft geholpen met de subsidieaanvraag en dat uiteindelijk door de DVD groep is besloten om geen gebruik te maken van de – volgens hen te dure – diensten van [eiseres]. De proefopname bij de bijeenkomst van Stichting Pelita in Barneveld heeft [eiseres] geheel vrijwillig en om niet gemaakt en betreft niet de documentaire over 1e generatie Molukkers in Culemborg, aldus [gedaagde]. [gedaagde] wijst erop dat in de subsidieaanvraag en het Plan van aanpak de naam van [eiseres] in het geheel niet is genoemd. Aan de in artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde wijze voor de totstandkoming van een overeenkomst is volgens [gedaagde] niet voldaan omdat er geen sprake is van een voldoende bepaald aanbod, van een aanvaarding die met het aanbod overeenstemt en omdat er geen sprake is van wilsovereenstemming, in welke vorm dan ook.

4.3. [eiseres] stelt dat er geen sprake was van vrijblijvendheid maar wel degelijk van een overeenkomst. Zij stelt dat partijen het eens waren over de film en de prijs, welke prijs was opgenomen in de begroting voor de subsidieaanvraag en welke prijs bovendien veel lager was dan het in haar branche / beroep geldende tarief. Dat het de bedoeling van [gedaagde] was dat zij de documentaire zou gaan maken blijkt volgens [eiseres] uit het feit dat zij vanaf het begin bij het project betrokken was en dat zij inhoudelijk heeft meegewerkt aan de subsidieaanvraag door het maken van de begroting. Ook blijkt dit volgens [eiseres] uit het feit dat:

- [gedaagde] op het ‘Aanvraagformulier voor buurtbudget van buurtpanels’ onder meer het volgende heeft geschreven:

2. Voorts heb ik al een deskundige filmster (lees zij maakt de opnamens) in de arm genomen en over dit initiatief gesproken. Zij heeft ruime ervaring in het filmen. Bovendien heeft ze reeds een documentaire gemaakt voor de Ikon, zij is van Molukse origine en kan de 70+ in hun eigen moluks maleise taal aanspreken.

- [gedaagde] in het bij de subsidieaanvraag behorende ‘Plan van aanpak’ onder het kopje ‘Vooronderzoek/benadering van personen’ onder meer het volgende heeft geschreven:

Een Molukse regisseuse is bereid gevonden om deze documentaire te maken. In het eerste gesprek werd duidelijk dat zij ook vindt dat deze documentaire gemaakt moet worden.

- mevrouw F. [betrokkene 3] in haar e-mail van 29 mei 2012 aan [eiseres] en de regiegroep heeft geschreven dat er op 24 oktober 2010 (rb: bedoeld moet zijn:24 augustus 2010) is afgesproken dat [eiseres] de regie van de film zou doen.

4.4. Met betrekking tot de vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen gelden als uitgangspunt de regels van aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW en verder), in combinatie met de wilsvertrouwensleer (artikel 3:33 in verband met artikel 3:35 BW). Beoordeeld zal in dit geval moeten worden of [eiseres] uit de gedragingen van [gedaagde] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen begrijpen dat [gedaagde] aan haar een opdracht heeft verstrekt, met andere woorden: of [eiseres] daarop gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen (artikel 3:35 BW). Indien dit zo is, kan [gedaagde] geen beroep meer doen op het ontbreken van haar wil. Bij deze beoordeling moet rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval, zoals de aard van de rechtshandeling, de aard van de desbetreffende overeenkomst, hetgeen ten aanzien van overeenkomsten als de onderhavige in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is, de eventuele bijzondere deskundigheid van de partijen en de aan de handeling klevende voor- en nadelen voor de partijen.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW tot stand was gekomen onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie zou worden verstrekt. De omstandigheden die de rechtbank daarbij relevant acht zijn:

- [eiseres] is door [gedaagde] benaderd over het filmproject,

- [eiseres] is betrokken bij de subsidieaanvraag voor het filmproject,

- haar prijsopgave is gebruikt in de subsidieaanvraag voor het filmproject,

- de naam van [eiseres] is weliswaar niet letterlijk in de subsidieaanvraag en het Plan van aanpak genoemd, maar uit de omschrijving door [gedaagde] van de door haar in de arm genomen ‘deskundige filmster van Molukse origine’ en ‘Molukse regisseuse’ blijkt dat [gedaagde] hier wel degelijk [eiseres] bedoelde,

- ze is niet teruggefloten toen zij filmopnames heeft gemaakt bij de bijeenkomst van Stichting Pelita in Barneveld terwijl [gedaagde] hier onbetwist van op de hoogte was.

Bij deze laatste omstandigheid is de rechtbank van oordeel dat het maken van deze filmopnames van oudere Molukkers tijdens deze bijeenkomst niet geheel los kan worden gezien van het filmproject, omdat het hier blijkens de onder 2.8 geciteerde brief van de DVD groep om Molukse ouderen uit Culemborg ging.

Door de subsidieverstrekking is de opschortende voorwaarde vervuld en heeft de overeenkomst van opdracht werking gekregen. Dat [gedaagde] dit zich wel degelijk moet hebben gerealiseerd blijkt uit de e-mail van 22 april 2012 en de brief van 1 mei 2012 zoals hiervoor onder 2.6 en 2.8 geciteerd, waarin de bereidheid tot het vergoeden van gemaakte kosten (ook voor het filmen op de Pelita-dag) wordt genoemd.

De gevorderde verklaring voor recht dat partijen een overeenkomst hebben gesloten zal daarom worden toegewezen.

4.6. In verband met het voorgaande constateert de rechtbank dat [gedaagde] de overeenkomst van opdracht met [eiseres] rechtsgeldig heeft opgezegd. Daartoe was zij op grond van artikel 7:408 lid 1 BW te allen tijde bevoegd. In artikel 7:408 lid 3 BW is bepaald dat een natuurlijk persoon die een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, onverminderd artikel 7:406 BW, ter zake van een opzegging géén schadevergoeding verschuldigd. [gedaagde] hoeft dus als natuurlijk persoon geen schadevergoeding aan [eiseres] te betalen. Wel is [gedaagde], gelet op het bepaalde in artikel 7:406 BW, als opdrachtgever verplicht de onkosten die zijn verbonden aan de uitvoering van de opdracht aan [eiseres] te vergoeden. Ter comparitie heeft [eiseres] verklaard dat de onkosten die zij heeft gemaakt in het totaal

€ 350,20 bedragen: € 300,00 loon voor het filmen op de Pelita-dag, € 7,60 aan reiskosten naar Barneveld en zes keer € 7,10 (=€ 42,60) aan reiskosten voor het aanwezig zijn bij zes vergaderingen in Utrecht. [gedaagde] zal worden veroordeeld om dit bedrag als onkostenvergoeding aan [eiseres] te betalen, nu zij dit bedrag niet heeft betwist.

4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiseres] worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- griffierecht € 267,00

- explootkosten € 98,97

- salaris advocaat € 768,00 (2 punten × tarief € 384,00)

Totaal € 1.133,97

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat partijen een overeenkomst hebben gesloten waarbij [eiseres] de film/documentaire over Molukse ouderen in Culemborg zou maken,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 350,20,

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.133,97.

5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2013.

Coll. ES