Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0585

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
223231
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het laatste tussenvonnis is aan Geerlofs opgedragen te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zij Kingspan voor het sluiten van de onderhavige overeenkomst op de hoogte heeft gesteld van de bijzondere omstandigheden binnen de ruimte waarin de panelen moesten worden aangebracht. Geerlofs is niet geslaagd in het bewijs. Vorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/223231 / HA ZA 11-1529

Vonnis van 30 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEERLOFS KOELTECHNIEK B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rijswijk,

eiseres,

advocaat mr. E. Hermsen te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINGSPAN B.V.,

gevestigd te Dodewaard, kantoorhoudende te Tiel,

gedaagde,

advocaat mr. B.F. Kuipers te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Geerlofs en Kingspan genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 juli 2012

- de akte van Geerlofs

- de processen-verbaal van getuigenverhoor van 26 september 2012 en 28 november 2012

- de aktes na getuigenverhoor van partijen.

1.2. Daarna is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. In het laatste tussenvonnis is aan Geerlofs opgedragen te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zij Kingspan voor het sluiten van de onderhavige overeenkomst op de hoogte heeft gesteld van de bijzondere omstandigheden binnen de ruimte waarin de panelen moesten worden aangebracht.

2.2. Geerlofs heeft als getuigen doen horen [.] [getuige 1], inkoper bij Geerlofs, en haar algemeen directeur, R. [getuige 2]. In de contra-enquête zijn M.H. [getuige 3] en [getuige 4], verkoopmanager respectievelijk contractsmanager bij Kingspan, als getuigen gehoord.

2.3. De verklaringen van de getuigen Van [getuige 1] en [getuige 3] stemmen in zoverre met elkaar overeen, dat daaruit volgt dat er tussen hen in september/oktober 2009 vooroverleg is geweest om te komen tot enige overeenkomst. Verder volgt uit die verklaringen dat toen niet specifiek is gesproken over de bijzondere omstandigheden binnen het bedrijf van [A]. Dat strookt ook met de verklaringen van [getuige 2], F. [betrokkene] (algemeen directeur van Kingspan) en [getuige 3] hierover tijdens de comparitie.

2.4. Over de totstandkoming van de onderhavige overeenkomst op 25 februari 2010 heeft de getuige Van [getuige 1] het volgende verklaard:

“Ik heb telefonisch bij Kingspan een offerte aangevraagd voor de sandwichpanelen. Er volgde een aanbieding via e-mail. In dit traject wordt altijd gevraagd wat de toepassing is en om hoeveel vierkante meter het gaat. Ik heb aangegeven dat het om een groentewasserij/snijderij ging. We hebben vaker bij [A] gewerkt. Bij de aanvraag van de offerte heb ik de naam van [A] genoemd en aangegeven dat het om een groentewasserij/snijderij ging. Ik herinner mij dat mij gevraagd is of de groente in aanraking zou komen met de sandwichpanelen. Daar heb ik op geantwoord dat het om een plafond ging, zodat er geen contact was met voedsel. Voor zover ik mij herinner is hierover in het traject dat leidde tot de totstandkoming van de overeenkomst alleen contact geweest tussen [betrokkene 2] van de Verkoop Binnendienst bij Kingspan en mij”.

(Op vragen van mr. Hermsen:)

“Ik herinner mij dat over de functie van de ruimte is gesproken, groentewasserij/snijderij. De luchtvochtigheid is in het gesprek niet specifiek aangekaart, maar het zal duidelijk zijn dat zo een ruimte vochtig is (…).

U vraagt mij of ik in dit specifieke traject om advies gevraagd heb. In dit traject heb ik contact gehad met [getuige 3] en met de Binnendienst van Kingspan. De normale route was, zeker in het begin, dat ik contact had met [getuige 3] over de prijzen en dat ik vervolgens werd doorverwezen naar de Binnendienst. In dit traject kwamen, zoals ik al aangaf, vragen naar boven over de toepassing en de omstandigheden waarin de panelen toegepast zouden worden. We kregen een offerte voor een bepaald type en gelet op de specificatie en de documentatie die duidelijk waren, twijfelde ik geen seconde hierover”.

2.5. In zijn verklaring, dat voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst tussen partijen is gesproken over de functie van de ruimte waarbinnen de door Kingspan te leveren panelen zouden worden toegepast, staat Van [getuige 1] alleen. De getuigen [getuige 2] en [getuige 4] hebben op dit punt uit eigen wetenschap niets kunnen verklaren, terwijl de getuige [getuige 3] heeft betwist dat daarover is gesproken. Hij heeft verklaard dat, voor zover hij weet, de aanvraag voor de offerte per mail is binnengekomen en dat, voordat de offerte werd uitgebracht, niet met Geerlofs is gesproken over het soort werk en over de toepassing van de panelen en dat in de voorfase evenmin is gesproken over advisering door Kingspan. Deze enkele verklaring van de getuige Van [getuige 1] is tegenover de andersluidende verklaring van [getuige 3] onvoldoende voor het bewijs, nog daargelaten dat uit de verklaring van Van [getuige 1] niet blijkt dat zou zijn gesproken over de extreme relatieve luchtvochtigheid binnen het bedrijf van [A].

2.6. Het voorgaande wordt niet anders door de verklaringen van de getuigen over hetgeen tussen partijen is besproken nadat de klachten aan de panelen zich in januari 2011 hadden geopenbaard. Uit de verklaringen van de getuigen volgt dat daarover ten kantore van Geerlofs een bespreking heeft plaatsgevonden waar, naast de getuigen, [betrokkene] voornoemd aanwezig was. Over hetgeen daar toen is besproken hebben de getuigen achtereenvolgens verklaard.

Van [getuige 1] (op vragen van mr. Hermsen):

“In een bespreking met [getuige 3] kwam aan de orde waar de sandwichpanelen waren toegepast, welke problemen ontstaan waren, dat een vertegenwoordiger van de staalproducent op bezoek was geweest en wat de oorzaak van de problemen kon zijn. In het gesprek met [getuige 3] kwam ter sprake dat er adviezen gegeven waren en hij zei dat het dan bij [A] niet helemaal goed gegaan was. Daarna is er naar een oplossing gezocht op directieniveau (…). Aan het gesprek namen deel: de heren [betrokkene], [getuige 4]. [getuige 3], [getuige 2] en ik”.

[getuige 2]:

“Vervolgens is er een gesprek geweest met Kingspan. Ik was daarbij aanwezig en verder waren daar de heren [betrokkene], [getuige 4], [getuige 3] en Van [getuige 1]. Daar is aan de orde geweest hoe de samenwerking verliep. Van [getuige 1] en [getuige 3] hadden al voor dit project contact met elkaar. Daarin is afgesproken dat Kingspan per situatie advies zou geven. In die bespreking waar ik bij was heeft [getuige 3] aangegeven dat dat bij dit project niet goed gegaan is. Ik herinner mij dat gedeelte van dat gesprek goed. Aan de orde was dat bij elk project doorgesproken zou worden wat de toepassing zou zijn en dat aan de hand daarvan geadviseerd zou worden welke panelen gebruikt moesten worden. Van [getuige 1] zei toen dat die toepassing in het voortraject besproken was en daarop zei [getuige 3] dat Kingspan dan in dit geval het advies niet goed had gegeven. Verder is het voortraject niet aan de orde geweest”.

[getuige 3]:

“Er heeft een vervolggesprek plaatsgevonden bij Geerlofs waaraan onze directeur [betrokkene], [getuige 4], Van [getuige 1], [getuige 2] en ik deelnamen; ik dacht dat ook de projectleider van Geerlofs daar aanwezig was. Ik dacht dat het gesprek plaatsvond in 2011. Er is niet expliciet over de voorfase gesproken. Het ging om de problematiek ter plaatse en over de vraag hoe zulke problemen voor de toekomst voorkomen konden worden. Voor toekomstige projecten wilden wij van tevoren de toepassing weten. Vanaf dat moment werd in aanvragen per mail de toepassing expliciet vermeld”.

(Op vragen van mr. Kuipers:)

“In het gesprek in 2011 heb ik niet aangegeven dat Kingspan een adviesrol had en die niet goed had uitgevoerd. Er is alleen gesproken over een adviesrol voor de toekomst om zulke problemen te voorkomen”.

[getuige 4]:

“Over wat er in de voorfase gebeurd was heb ik pas later gehoord in het gesprek bij Geerlofs, waar beide partijen aanwezig waren. Van ons waren bij dat gesprek aanwezig: [betrokkene], [getuige 3] en ik en van de kant van Geerlofs: [getuige 2] en nog een man of drie.

Wij hadden het in de eerste plaats over de probleemstelling en de richting waarin de oplossing gezocht moest worden, verder over wat er in het voortraject was gebeurd en over wat er in de toekomst in het voortraject moest gaan gebeuren. Wat het voortraject betreft kwam aan de orde dat er een bestelling bij Kingspan gedaan was en dat er geleverd was. De coating die was besteld, was niet toereikend voor de situatie ter plaatse. Er ontstond een soort discussie over wat in onze publicaties stond. Naar de toekomst toe zouden wij een meer adviserende rol moeten en kunnen spelen dan alleen het verschaffen van de prijslijst met daarbij behorende keuze- en toepassingsmogelijkheden, als dat gewenst was.

De discussie die ik bedoelde ging over het volgende. In onze publicaties staan een aantal coatingen met een omschrijving en met toepassingsmogelijkheden. Van de kant van Geerlofs werd gezegd dat er al jarenlang deze coating was besteld en toegepast. Wij gaven aan dat deze coating niet geschikt was voor de ruimte waarin hij gebruikt was. Er is een foutieve coating gebruikt. In dit gesprek is niet aan de orde geweest of er tevoren overleg geweest was over de soort coating; dat overleg was er ook niet geweest”.

(Op vragen van mr. Kuipers:)

“In dit gesprek is door niemand van Kingspan aangegeven dat wij zouden adviseren en dat deze adviesrol niet goed vervuld was. Ik kan mij niet herinneren of iemand van Geerlofs zoiets gezegd heeft; in zulke gesprekken wordt het balletje nog wel eens teruggekaatst”.

2.7. Samengevat komen de verklaringen van Van [getuige 1] en [getuige 2] er op neer dat bij de bespreking aan de orde is geweest dat destijds was afgesproken dat elk project met Kingspan zou worden doorgesproken, dat Kingspan per project advies zou geven en dat Kingspan heeft erkend dat dat bij het project [A] niet goed is gegaan.

Als er al veronderstellenderwijs van zou worden uitgegaan dat bedoelde afspraak over advisering is gemaakt - dat is onzeker, want de getuigen [getuige 3] en [getuige 4] hebben hierover anders verklaard - dan nog gaat het te ver daaruit tevens af te leiden dat ook het project [A] tussen partijen is doorgesproken in die zin, dat Geerlofs Kingspan op de hoogte heeft gesteld van het gebruik van de ruimte waarin de panelen zouden worden aangebracht en/of van de extreme relatieve luchtvochtigheid in die ruimte.

2.8. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat niet kan worden aangenomen dat Geerlofs Kingspan over de aard en de bijzondere omstandigheden van het project [A] op de hoogte heeft gebracht. Dat Kingspan tijdens de bespreking heeft gezegd dat het bij het project [A] niet goed is gegaan hoeft op zichzelf nog niet te betekenen dat zij erkende fouten in de advisering te hebben gemaakt. Tegenover de verklaringen van Van [getuige 1] en [getuige 2] staan immers de andersluidende verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4]. Bij die stand van zaken moet worden geoordeeld dat, nu de rechtbank geen redenen heeft aan de ene verklaring meer waarde te hechten dan aan de andere, en Geerlofs is belast met het bewijs en dus het bewijsrisico draagt, niet kan worden aangenomen dat dat tijdens de bespreking is gezegd.

2.9. De conclusie is dat Geerlofs niet is geslaagd in het bewijs. Aangenomen moet worden dat Geerlofs Kingspan voor het sluiten van de onderhavige overeenkomst niet op de hoogte heeft gesteld van de bijzondere omstandigheden binnen de ruimte waarin de panelen moesten worden aangebracht. De vordering van Geerlofs moet daarom, op de in rechtsoverweging 3.8 in het laatste tussenvonnis genoemde gronden, worden afgewezen.

2.10. Geerlofs zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten

worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Kingspan worden begroot op:

- griffierecht 3.529,00

- getuigenkosten 70,00

- salaris advocaat 5.684,00 (4,0 punt × tarief € 1.421,00)

Totaal € 9.283,00

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt Geerlofs in de proceskosten, aan de zijde van Kingspan tot op heden begroot op € 9.283,00,

3.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2013.

Coll.: ED