Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0567

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
232979
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Conformiteit; vrraag of autoclaaf aan de overeenkomst beantwoordt, art. 7:17 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/232979 / HA ZA 12-580

Vonnis van 23 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres]

eiseres,

advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. W. van Dijk te Ede.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 oktober 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 12 december 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] en [gedaagde] hebben op 27 november 2006 een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiseres] een sterilisatieautoclaaf (een drukvat waarin producten onder druk of stoom gebracht kunnen worden, in casu bedoeld voor de sterilisatie van vlees, verder: de autoclaaf) heeft gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 29.181,50 exclusief BTW en exclusief de kosten voor transport, plaatsing en aansluiting.

2.2. [gedaagde] heeft de autoclaaf in mei 2007 geplaatst bij [eiseres] in Heerlen.

2.3. Bij de stukken bevindt zich een op 27 november 2006 door [gedaagde] aan [eiseres] gezonden opdrachtbevestiging. Hierin staat onder meer:

“(…) Overeenkomstig het met u hedenmiddag gevoerde telefonisch onderhoud, bevestigen wij de door u aan ons verstrekte opdracht, volgens onderstaand omschreven en bijgevoegde algemene condities, voor de opbouw levering en plaatsing met aansluiting, van de onder omschreven sterilisatie autoclaaf. (…)”

Onderaan de eerste pagina van de opdrachtbevestiging staat, in een kleiner lettertype dan dat van de rest van de tekst, het volgende vermeld:

“Algemene condities:

Op al onze offertes, op alle opdrachten aan ons en op alle met ons gesloten overeenkomsten zijn toepasselijk de Metaalunievoorwaarden, gedeponeerd ter Griffie van de Rechtbank te Rotterdam, zoals deze luiden volgens de laatstelijk aldaar neergelegde tekst. De leveringsvoorwaarden worden u op verzoek toegezonden.”

Onderaan de laatste pagina van de opdrachtbevestiging staat het volgende vermeld:

“Bijlagen: Factuur 30991/06754 voor de 1e betaling.

Metaalunie voorwaarden.”

2.4. [eiseres] heeft een rapport van 16 december 2008 van ing. M. [betrokkene 1] van Zuid-Nederlands Expertisebureau BV in het geding gebracht. Hierin staat, onder andere: “(…) INLEIDING

In opdracht van Arag Rechtsbijstand hebben wij op 10 november 2008 een expertise uitgevoerd op de aan de [adres] aanwezige sterilisatieautoclaaf, eigendom van [eiseres] Vlees en Vleeswaren B.V. te Heerlen, hierna te noemen partij I. (…)

CONCLUSIE

A. Aflevering/plaatsing van deze autoclaaf is niet conform de opdrachtbevestiging geschied c.q. afgehandeld.

B. De autoclaaf dient te worden verplaatst om de in punt 1 genoemde afsluiters te kunnen monteren.

C. Verder dienen de ontbrekende relais en meetvoeler zoals genoemd in de punten 2 en 3 geleverd en gemonteerd te worden.

D. Het is onmogelijk om de autoclaaf als zodanig in werking te stellen, zolang de problemen met de deursluiting niet zijn opgelost.

E. Nadat de hiervoor genoemde problemen zijn beëindigd, dient een volledige inbedrijfstelling door partij II plaats te vinden. Dan pas kan vastgesteld worden of door dezelve een sterilisatieautoclaaf geleverd is conform de genoemde opdrachtbevestiging. (…)”

2.5. Op 10 maart 2009 heeft [gedaagde], onder andere, het volgende geschreven aan de advocaat van [eiseres]:

“(…) In goede orde ontvingen wij uw schrijven inzake de aan Logtman geleverde sterilisatie-autoclaaf met uw verwoording van het met u gevoerde telefonisch onderhoud d.d. 18 februari j.l. (…)

Zoals in ons gesprek door ons reeds naar voren gebracht zou het zeer zinvol zijn dat Logtman nu eindelijk, alvorens wij tot een gezamenlijk gesprek zouden komen, door inhuur van een ontwerp of adviesbureau, een definitieve opzet c.q. tekening laat verzorgen voor het te volgen systeem voor koeling, zodat daarmee daadwerkelijk de levering van deze autoclaaf tot een productionele opzet kan komen en niet zoals tot heden, (reeds vanaf 2006) slechts wordt gepraat en onterecht wordt beschuldigd. (…)”

2.6. Bij verzoekschrift van 7 april 2009 heeft [eiseres] deze rechtbank verzocht een onafhankelijke deskundige te benoemen om in een voorlopig deskundigenbericht over de autoclaaf te rapporteren. Door de rechtbank is ing. J.P.E. Verschuren, technical manager bij Lloyd’s Register Nederland B.V. (verder: Verschuren) als deskundige benoemd. In het in oktober 2009 door Verschuren opgestelde rapport, staat voor zover van belang:

“(…) 3. Antwoorden op de vragen met toelichting.

a. Is de autoclaaf conform de overeenkomst geleverd?

Nee, de afsluiters voor het koelwater zijn niet gemonteerd. Het sterilisatie proces kan niet werken zonder koelwater. (…)

b. Vertoont de autoclaaf gebreken?

Ja, de deur van de autoclaaf werkt niet naar behoren.

Er is een grote kracht voor nodig om de deur te openen en te sluiten. Bij het sluiten moet zelfs de hele deur een paar centimeter opgetild worden. Het sluiten en openen van de deur dmv de tandheugel kost veel te veel kracht. Er worden twee pijpjes gebruikt om de benodigde kracht te verminderen, maar dat werkt maar ten dele. (…)

c. Voldoet de autoclaaf aan de Richtlijn Drukapparatuur en de eisen die het stoomwezen aan en autoclaaf stelt?

De autoclaaf kan nog niet beoordeeld worden volgens de Richtlijn Drukapparatuur. Het samenstel is namelijk nog niet gereed. Doordat het koelsysteem ontbreekt kan het proces niet zoals voorgenomen uitgevoerd worden. Het kan in deze situatie niet in bedrijf genomen worden.

Tevens vraagt het Warenwetbesluit, bij de keuring voor ingebruikneming, om een controle van de veilige bediening en werking.

Het Wet specifiek Accreditatie (de basis voor aanwijzing van keuringsinstellingen) stelt dat een AKI beoordeelt of de veilige bediening en werking (inclusief voorzieningen voor vullen en ledigen) gegarandeerd is.

(…)

h. Kan de autoclaaf thans in gebruik genomen worden?’

Nee.

De koelwater aansluiting ontbreekt, de sluit- en openingskracht van de deur is te groot, het koelwater zou niet voldoende afgevoerd kunnen worden.

Tevens is het niet mogelijk om de deur geheel te openen. Dit feit zou geen reden zijn om de autoclaaf niet in gebruik te nemen. Maar het beperkt wel de oplossingen die gekozen kunnen worden voor het aanbrengen van de koelwaterafsluiters. De autoclaaf kan immers niet naar voren verplaatst worden. (…)”

2.7. Op 22 december 2009 heeft de advocaat van [eiseres] een brief gezonden aan [gedaagde]. Hierin staat onder meer:

“(…) Bijgaand zend ik het rapport van de deskundige. Uit de rapportage blijkt dat de door u geleverde autoclaaf gebreken vertoont en u toerekenbaar tekort bent geschoten in uw verplichtingen op grond van de (koop)overeenkomst.

Namens cliënte stel ik u bij deze in de gelegenheid om uw verplichtingen op grond van de overeenkomst na te komen en de autoclaaf (dus) naar behoren in een arbeidsgang te herstellen vóór 22 januari 2010.

Laat u voornoemde termijn verstrijken dan zal ik u in ieder geval in rechte betrekken. Alsnog ga ik er vanuit dat u aan voornoemd verzoek gevolg geeft.

Namens cliënte stel ik u desalniettemin aansprakelijk voor schade die cliënte lijdt en nog zal lijden als gevolg van uw handelen en nalaten. Ik deel u mede dat cliënte (ook al gaat u over tot herstel) aanspraak maakt op vergoeding van gevolgschade die cliënte lijdt en nog zal gaan lijden als gevolg van het niet naar behoren functioneren van de autoclaaf. Indien u overgaat tot herstel zal cliënte uiteraard geen aanspraak maken op vergoeding van vervangingsschade (de kosten van herstel). (…)”

2.8. In 2010 zijn door [gedaagde] alsnog de koelwateraansluitingen op de autoclaaf gerealiseerd.

2.9. Op 27 juli 2010 heeft [..] [gedaagde], algemeen directeur van [gedaagde] (verder: de heer [gedaagde]), in een mailbericht met als onderwerp: “RE: Bespreking Autoclaaf d.d. 15 juli 2010” het volgende meegedeeld aan [..] [eiseres], algemeen directeur van [eiseres]:

“(…) Zoals telefonisch besproken bevestigen wij hiermede de afspraken:

Wij houden ons aan de gemaakte afspraken zoals in het bijzijn van Mr. Van Sintmaartensdijk en de aanvullende eisen van de heer [betrokkene 2] komen hiermee te vervallen.

Zoals besproken zullen wij een stoomslang meebrengen welke dan door de door u te verzorgen opening in de wand naar buiten kan worden gelegd om het condensaat af te voeren.

Onze heer [betrokkene 3] zal donderdag 05-08-2010 tussen 13:00 uur en 14:00 uur arriveren en zal dan de autoclaaf in bedrijf nemen en u en/of uw mensen bedieningsuitleg geven.

Hiermee zij dan (op de nog te leveren pakking na) de openstaande punten afgewerkt. (…)”

2.10. Bij de stukken bevindt zich een e-mail van 23 juli 2010 van W. [betrokkene 4] van Energie Consult Holland BV gericht aan de heer [gedaagde]. Hierin staat, onder andere:

“(…) Onder verwijzing naar ons telefoongesprek hedenochtend, delen wij u mede dat het achteraf aanbrengen van CE-markering in het kader van de Richtlijn Drukapparatuur (97/23/EG) op een drukapparaat uit 1978, dus gebouwd in de periode voor het van kracht worden van deze richtlijn, praktisch gezien niet mogelijk is. (…)”

2.11. Op 15 september 2011 heeft de advocaat van [eiseres] een brief gezonden aan [gedaagde]. Hierin staat, voor zover van belang:

“(…) In casu heb ik u bij herhaling medegedeeld dat de autoclaaf gebreken vertoont. Dit blijkt onder meer uit het deskundigenbericht die in opdracht van de Rechtbank is opgesteld.

Cliënte heeft vastgesteld dat de gebreken tot op heden - ondanks toezeggingen van uw zijde - niet zijn verholpen/hersteld. Het betreft in casu het volgende:

1. Speciaal veiligheidscircuit inzetten (relais + overig). Middels hardware stroomtoevoer onderbreken via punt 3. Veiligheid over software is te riskant. Handbediende afsluiter kan door de operator vergeten worden waardoor er een levensgevaarlijke (mogelijk dodelijke) situatie ontstaat.

2. Gecodeerde veiligheidsschakelaars op de deur monteren, dubbel uitgevoerd. Nu kan bij geopende deur de deurvergrendeling verdraaid worden waardoor de deurschakelaar bekrachtigd wordt en het proces verder loopt of gestart wordt!!!! Levensgevaarlijk.

3. Elektrisch bediend veiligheidsventiel (mogelijk dubbel uitgevoerd) die de stroomtoevoer (voeding) onderbreekt

4. Noodstoppen

5. Deurrubber vervangen, geleverde past niet

6. Indicatieplaatjes boven lampjes, tekst is verdwenen

7. Claxon foutsituatie / einde proces

8. Getekende CE verklaring

9. Ketelboek

10. Degelijke gebruiksaanwijzing met bediening en onderhoudsinstructie

11. Kallibratie rapport drukveiligheid autoclaaf

12. Keuring voor ingebruikname Lloyds

Bij deze verzoek ik u voornoemde gebreken binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief te herstellen. Vooralsnog ga ik er vanuit dat u gevolg geeft aan deze laatste sommatie. (…)”

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert - samengevat - dat de rechtbank [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen om aan [eiseres] alle schade te vergoeden die [eiseres] heeft geleden door het toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde] in haar verplichtingen op grond van de koopovereenkomst, welke schade moet worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 19 april 2008, althans vanaf de datum der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

3.2. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de door [gedaagde] aan haar geleverde autoclaaf gebreken vertoont en als gevolg daarvan niet beantwoordt aan de overeenkomst. Zij vordert vergoeding van de door haar geleden schade, nader op te maken bij staat. Het gaat hierbij volgens haar om herstelwerk dat nog uitgevoerd moet worden en verlies van inkomen, dat wordt geraamd op ongeveer € 15.000,00.

3.3. [gedaagde] voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de door [gedaagde] aan haar geleverde autoclaaf gebreken vertoont en als gevolg daarvan niet aan de overeenkomst beantwoordt. Zij verwijst hiertoe naar de door haar in het geding gebrachte rapporten van Zuid-Nederlands Expertisebureau BV en de door de rechtbank benoemde deskundige Verschuren. Ter comparitie is van de zijde van [eiseres] toegelicht dat (thans nog) sprake zou zijn van een vijftal gebreken:

1. Het rubber van de deur van de autoclaaf voldoet volgens [eiseres] niet. [eiseres] stelt dat het deurrubber dat oorspronkelijk was meegeleverd kapot is gegaan. Zij geeft aan dat [gedaagde] pas nadat dit was gebleken, aan haar heeft meegedeeld dat het rubber met teflon ingevet had moeten worden. [eiseres] erkent dat [gedaagde] al twee keer een nieuw rubber heeft opgestuurd, de maatvoering van deze rubbers voldoet volgens haar echter niet. [eiseres] bevestigt dat [gedaagde] heeft aangeven dat er een nieuw rubber zal worden opgestuurd wanneer de juiste maten worden doorgegeven, zij geeft evenwel aan geen maten door te willen geven omdat zij geen verantwoordelijkheid naar zich toe wil trekken.

2. [eiseres] stelt dat de deur van de autoclaaf niet goed sloot en verwijst in dit kader naar de door haar in het geding gebrachte rapporten van de deskundigen. [eiseres] voert aan dat [gedaagde] de nokken van de deursluiting heeft geslepen in een poging de deur soepeler te laten sluiten. Zij vraagt zich af of de autoclaaf na het slijpen door [gedaagde] nog wel veilig is.

3. De handleiding van de autoclaaf ontbreekt, zo stelt [eiseres]. [gedaagde] sr., de vader van de heer [gedaagde], zou toegezegd hebben deze alsnog te verstrekken. Er is wel anderhalf A-4tje nagezonden, maar de tekeningen, de onderdelenlijst, de onderhoudsinstructie en de risico-inventarisatie ontbreken.

4. Volgens [eiseres] ontbreekt voorts een getekende CE-conformiteitsverklaring. Volgens haar dient alsnog een CE-keurmerk te worden aangebracht op de autoclaaf omdat [gedaagde] op het originele drukvat uit 1978 zelf een besturingssysteem heeft aangebracht. [eiseres] stelt dat dit vereist zou zijn op grond van de Machinerichtlijn en de EU-richtlijn, maar kan geen exacte bepalingen uit deze richtlijnen geven waarin een dergelijke eis wordt gesteld.

5. Volgens [eiseres] ontbreken er ten slotte veiligheidsaspecten aan de autoclaaf. Als gevolg hiervan kan de deur van de autoclaaf geopend worden terwijl er stoom in het apparaat zit, hetgeen onveilig is. Daarnaast zit de noodstop niet extern, maar loopt deze over de software van de autoclaaf. Ook dit is onveilig.

[eiseres] betwist dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn. Zij bestrijdt voorts te laat te hebben geklaagd over de door haar gestelde gebreken aan de autoclaaf.

4.2. [gedaagde] betwist dat de door haar geleverde autoclaaf niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit blijkt volgens haar ook niet uit de door [eiseres] in het geding gebrachte rapporten, waarvan [gedaagde] de inhoud betwist.

[gedaagde] stelt aan [eiseres] een autoclaaf te hebben verkocht die aan alle eisen voldoet, hetgeen volgens haar ook zal blijken als [eiseres] de autoclaaf laat keuren. [gedaagde] geeft aan dat de keuring van een autoclaaf tweeledig is. Enerzijds dient de autoclaaf zelf periodiek, dat wil zeggen om de vier jaar, gekeurd te worden. Anderzijds dient voorafgaand aan de ingebruikname bij een afnemer een keuring voor ingebruikname plaats te vinden. Hierbij wordt de door de afnemer op de autoclaaf aangesloten randapparatuur gekeurd.

[gedaagde] voert aan dat de aan [eiseres] verkochte autoclaaf, een tweedehands autoclaaf uit 1978, is (goed)gekeurd door Lloyd’s (voorheen het Stoomwezen) voordat hij aan [eiseres] is geleverd. Doordat [eiseres] ervoor gekozen heeft de autoclaaf niet (direct) op een koelsysteem aan te sluiten, heeft de keuring voor ingebruikname - welke bij [eiseres] zelf dient plaats te vinden en daarom ook is uitgesloten in de overeenkomst - tot op heden nog niet plaatsgevonden. Wordt deze uitgevoerd, dan zal blijken dat de autoclaaf voldoet, zo stelt [gedaagde]. [gedaagde] voert aan dat de autoclaaf op verzoek van [eiseres] bij aflevering in een tamelijk kleine ruimte is geplaatst waardoor niet de mogelijkheid bestond koelwateraansluitingen aan te brengen. Dit leverde op dat moment geen problemen op, omdat [eiseres] er voor gekozen had de autoclaaf niet (direct) aan te sluiten op een koelsysteem. Dat de rapporteurs tot de conclusie zijn gekomen dat de afsluiters voor het koelwater niet zijn gemonteerd en de keuring voor ingebruikname niet heeft plaatsgevonden, klopt volgens [gedaagde] maar is in lijn met hetgeen partijen zijn overeengekomen. Van een autoclaaf die niet aan de overeenkomst beantwoordt is volgens haar dan ook geen sprake.

[gedaagde] voert aan uit coulance in 2010 alsnog de koelwateraansluitingen te hebben gerealiseerd. Zij was in de veronderstelling dat hiermee alle oneffenheden tussen partijen van tafel waren en was dan ook verbaasd bij brief van 15 september 2011, vijf jaar na de verkoop van de autoclaaf, alsnog een lijst met (grotendeels nieuwe) gebreken gepresenteerd te krijgen (r.o. 2.11).

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat op de overeenkomst tussen partijen de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn. Zij voert aan dat de door [eiseres] gevorderde schade in daarin expliciet is uitgesloten. Daar komt nog bij dat door [eiseres] niet binnen de in de algemene voorwaarden gestelde termijn van 14 dagen is gereclameerd, zodat, volgens [gedaagde], de gevorderde schade ook om die reden afgewezen dient te worden.

Voor zover geoordeeld zou moeten worden dat de Metaalunievoorwaarden niet van toepassing zijn, is volgens [gedaagde] niet geklaagd binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn.

Ten aanzien van de door [eiseres] gestelde gebreken aan de autoclaaf is van de zijde van [gedaagde] het volgende aangevoerd:

1. [gedaagde] werpt op dat het door haar geleverde deurrubber voldeed. Zij voert aan dat bij levering van de autoclaaf direct is aangegeven dat het deurrubber ingevet dient te worden met teflon, maar dat dit niet is gedaan door [eiseres]. Hierdoor is het oorspronkelijk meegeleverde deurrubber kapot gegaan, met als gevolg dat de deur stroever sloot, zoals in het rapport van Verschuren ook is aangegeven. [gedaagde] bevestigt uit coulance al tweemaal nieuwe deurrubbers op te hebben gestuurd, welke kennelijk niet de goede maat hebben. [gedaagde] geeft aan dat [eiseres], ondanks verzoeken daartoe, de juiste maten nimmer heeft doorgegeven. Zij voert aan dat de prijs van een dergelijk rubber ongeveer € 100,00 is en de levertijd slechts enkele dagen. Gelet op het feit dat het gaat om uit coulance nagezonden rubbers, voelt zij zich niet gehouden om iemand vanuit Ede af te laten reizen naar Heerlen op de maten op te laten nemen.

2. [gedaagde] erkent dat zij de nokken van de deursluiting heeft geslepen en voert aan dat het apparaat op deze wijze zeker nog gebruikt kan worden. Ook hier geldt dat bij een door [eiseres] uit te voeren keuring zal blijken dat de autoclaaf aan alle (veiligheids)eisen voldoet.

3. [eiseres] betwist dat de handleiding van de autoclaaf ontbreekt. Zij geeft aan dat de volledige bedieningshandleiding van de autoclaaf slechts anderhalf A4-tje beslaat en reeds aan [eiseres] is verstrekt. Daarnaast zouden volgens [gedaagde] ook, inmiddels al wel vijf keer, per mail van alle onderdelen de bedieningshandleidingen zijn verstrekt aan [gedaagde]. Voorzover [eiseres] op het ontbreken van het ketelboek doelt, voert [gedaagde] aan dat dit eigendom van Lloyd’s is en dus niet aan [eiseres] verstrekt kan worden.

4. [gedaagde] betwist voorts dat de autoclaaf voorzien moet worden van een CE-keurmerk. Zij werpt op dat dit, nu het drukvat uit 1978 is en het CE-keurmerk pas in 1995 is ingevoerd, niet meer kan en verwijst hiertoe naar de reeds bij conclusie van antwoord in het geding gebrachte e-mail van W. Henterdink van Energie Consult (r.o. 2.10).

5. [gedaagde] betwist ten slotte dat de autoclaaf niet aan de overeenkomst beantwoordt omdat veiligheidsaspecten zouden ontbreken. [gedaagde] voert aan dat de autoclaaf van origine niet is uitgerust met stoombeveiliging, hetgeen geen problemen oplevert bij de keuring. Als [eiseres] aanvullende beveiligingen aangebracht had willen hebben, dan hadden deze overeengekomen kunnen worden. Dit is niet gebeurd.

4.3. Op grond van het bepaalde in artikel 7:17 lid 1 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. De zaak beantwoordt blijkens artikel 7:17 lid 2 BW niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

4.4. De vraag die voorligt is of de door [gedaagde] aan [eiseres] geleverde autoclaaf aan de overeenkomst beantwoordt. Van belang daarbij is, gelet op bovenstaande, of de autoclaaf de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Tussen partijen staat vast dat [eiseres] in het najaar van 2006 een tweedehands autoclaaf uit 1978 heeft gekocht van [gedaagde]. Deze autoclaaf is voorafgaand aan de levering namens [eiseres] door de heer Neven geïnspecteerd bij [gedaagde]. Voorts is de autoclaaf, alvorens deze werd geleverd aan [eiseres], bij [gedaagde] goedgekeurd door Lloyd’s (voorheen het Stoomwezen). [eiseres] heeft de autoclaaf vooralsnog niet laten keuren voor ingebruikname. Zij stelt evenwel dat de door [gedaagde] geleverde autoclaaf niet aan de overeenkomst beantwoordt. Volgens haar is sprake van een vijftal gebreken. De rechtbank overweegt ten aanzien van de gestelde gebreken als volgt.

1. Het deurrubber

4.5. Partijen zijn het er over eens dat de door [gedaagde] geleverde autoclaaf een deurrubber bezat dat kapot is gegaan als gevolg van onjuist onderhoud. Nu partijen het hier over eens zijn kan, nog los van de vraag of reeds direct bij de levering door [gedaagde] is aangegeven dat het deurrubber met teflon ingevet dient te worden of pas nadat het rubber kapot is gegaan, niet gezegd worden dat de autoclaaf op het moment van levering niet aan de overeenkomst voldeed. De autoclaaf bezat toen immers een goed rubber en kon op normale wijze gebruikt worden.

2. Afgesleten nokken

4.6. Partijen zijn het er over eens dat [gedaagde] de nokken van de deursluiting heeft afgesleten. [eiseres] vraagt zich af of het apparaat op deze wijze nog wel gebruikt mag worden. [gedaagde] beantwoordt die vraag bevestigend. [eiseres]s punt met betrekking tot de afgesleten nokken betreft geen stelling, maar een vraag. Indien en voorzover er veronderstellenderwijs vanuit gegaan wordt dat [eiseres] heeft bedoeld te stellen dat de autoclaaf als gevolg van de - volgens haar ingrijpend - afgesleten nokken niet meer gebruikt mag worden, had het gelet op het onderbouwde verweer van [gedaagde] - van de zijde van [gedaagde] is ter comparitie aan de hand van foto’s aangegeven welk gedeelte is geslepen, waarbij is uitgelegd dat dit geen enkel bezwaar oplevert voor ingebruikname, hetgeen volgens [gedaagde] ook zal blijken wanneer een keuring voor ingebruikname wordt uitgevoerd - op haar weg gelegen haar stelling op dit punt nader te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten. De rechtbank passeert derhalve de onvoldoende onderbouwde stelling dat de autoclaaf, als gevolg van de afgesleten nokken, onveilig is en niet meer aan de overeenkomst beantwoordt.

3. De Handleiding

4.7. Volgens [eiseres] ontbreekt de handleiding van de autoclaaf. [gedaagde] zou weliswaar anderhalf A-4tje hebben nagezonden, maar de tekeningen, de onderdelenlijst, de onderhoudsinstructie en de risico-inventarisatie zouden ontbreken. [gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat de handleiding van de autoclaaf slechts anderhalf A-4tje beslaat en dat deze reeds is overgelegd aan [eiseres]. Voorts heeft zij aangegeven dat zij, inmiddels al wel vijf keer, per mail van alle onderdelen de bedieningshandleidingen heeft verstrekt aan [eiseres]. Ook dit heeft [eiseres] niet betwist. [gedaagde] heeft ten slotte, voor zover [eiseres] op het ontbreken van het ketelboek mocht doelen, aangevoerd dat dit eigendom van Lloyd’s is en dat dit dus niet aan [eiseres] verstrekt kan worden. Gelet op het onderbouwde verweer van [gedaagde] had het op de weg van [eiseres] gelegen haar stelling nader te onderbouwen en exact aan te geven wat zij nu nog mist aan (bedienings)handleidingen en dat de autoclaaf als gevolg daarvan niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit heeft zij nagelaten. De rechtbank passeert daarom de stelling van [eiseres] met betrekking tot de handleiding, als onvoldoende onderbouwd.

4. CE-Keuring

4.8. [eiseres] stelt dat er alsnog een CE-keurmerk dient te worden aangebracht op de door [gedaagde] geleverde autoclaaf, omdat [gedaagde] op het drukvat uit 1978 zelf een besturingssysteem heeft aangebracht. Door deze ingrijpende verandering dient volgens [eiseres] op grond van de Machinerichtlijn en de EU-richtlijn het gehele vat opnieuw gekeurd te worden. [gedaagde] betwist dat op de autoclaaf nog een CE-keurmerk aangebracht dient te worden. Zij werpt op dat de autoclaaf uit 1978 dateert van voor de invoering van het CE-keurmerk in 1995 en geeft aan dat aan dergelijke apparaten niet alsnog met terugwerkende kracht een CE-keur verstrekt kan worden. [gedaagde] heeft reeds bij conclusie van antwoord verwezen naar de verklaring van W. [betrokkene 4] van Energie Consult, waarin dit wordt bevestigd. Gelet op het onderbouwde verweer van [gedaagde] had het op de weg van [eiseres] gelegen haar stelling, dat de autoclaaf vanwege het ontbreken van een CE-keur niet aan de overeenkomst beantwoordt, nader te onderbouwen. Zij heeft dit nagelaten. De enkele verwijzing naar een tweetal richtlijnen zonder concreet aan te geven waar in de richtlijnen staat dat, anders dan [gedaagde] bepleit en anders dan [betrokkene 4] aangeeft, alsnog een keuring dient plaats te vinden, acht de rechtbank onvoldoende. De rechtbank passeert derhalve de onvoldoende onderbouwde stelling van [eiseres] op dit punt.

5. Veiligheidsaspecten

4.9. [eiseres] stelt ten slotte dat de autoclaaf niet aan de overeenkomst beantwoordt omdat de deur geopend kan worden terwijl er stoom in het apparaat zit en de noodstop over de software loopt. [gedaagde] betwist dat de autoclaaf als gevolg hiervan niet aan de overeenkomst beantwoordt. [gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat de autoclaaf van origine niet is uitgevoerd met een stoombeveiliging, zij geeft aan dat dit voor de keuring ook niet nodig is. [eiseres] had, als zij daar prijs op had gesteld, een aanvullende beveiliging kunnen overeenkomen volgens [gedaagde]. Dit is echter niet gebeurd. Nu [gedaagde] heeft betwist dat de door [eiseres] gestelde veiligheidsaspecten zijn overeengekomen en voorts, onder verwijzing naar de goedkeuring van de autoclaaf door Lloyd’s, gemotiveerd heeft betwist dat dergelijke veiligheidsaspecten nodig zijn, had het op de weg van [eiseres] gelegen haar stelling dat de autoclaaf als gevolg van het ontbreken van veiligheidsaspecten niet aan de overeenkomst beantwoordt, nader te onderbouwen. Zij heeft dit nagelaten. De rechtbank passeert daarom ook de onvoldoende onderbouwde stelling van [eiseres] op dit punt.

4.10. Nu de door [eiseres] gestelde gebreken de stelling dat de autoclaaf niet aan de overeenkomst beantwoordt niet kunnen dragen, kan in het midden blijven of de Metaalunievoorwaarden op de tussen partijen gesloten overeenkomst van toepassing zijn en of [eiseres] tijdig heeft geklaagd over de vermeende gebreken. Gelet op al het voorgaande wordt de vordering van [eiseres] afgewezen.

4.11. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punt × tarief € 452,00)

Totaal € 1.479,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.479,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2013.