Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0495

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
04-02-2013
Zaaknummer
07-650449-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

voorbereidingshandelingen; vrijwillige terugtred; strafmaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummers: 07/650449-11 (P),

07/650334-11 (ttz.gev.)

07/450161-09 (TUL).

Uitspraak: 10 januari 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum en plaats],

wonende te [adres en plaats],

gedetineerd te [plaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2012, 16 juli 2012, 8 augustus 2012, 31 oktober 2012, 20 december 2012 en 27 december 2012.

De verdachte is op 31 mei 2012, 16 juli 2012, 8 augustus 2012 en 20 december 2012 verschenen, telkens bijgestaan door mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht. Als officier van justitie was aanwezig mr. C.C.S. Bordenga-Koppes.

Ter terechtzitting van 15 maart 2012 heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 07/650449-11 en 07/650334-11 tegen de verdachte aangebrachte zaken.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 16 juli 2012 overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd.

De verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 07/650449-11

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 15 december 2011 te Almelo en/of Raalte en/of Zwolle en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf diefstal met geweld in vereniging voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of afpersing in vereniging, opzettelijk een of meer voorwerp(en) en/of stoffen en/of informatiedrager(s) en/of vervoermiddelen, te weten:

- twee, althans één, (slagers)messen en/of

- handschoenen en/of

- een sporttas met kledingstukken en/of

- een nylonkous/panty en/of

- (sport)schoenen en/of

- (een) muts(en) en/of

- touw en/of

- petjes en/of

- één rol (ongebruikte) vuilniszakken en/of

- één of meer communicatiemiddelen te weten telefoons en/of computers en/of

- een personenauto (met kenteken: [KENTEKEN]) waarin hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich bevonden ten tijde van de aanhouding,

bestemd tot het tezamen en in vereniging begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad.

Parketnummer 07/650334-11

hij op of omstreeks 22 september 2011 te Zwolle, althans in de gemeente Zwolle, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning op/aan de [adres] weg te nemen goederen (van zijn/hun gading) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen (van zijn/hun gading) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen

- (via een heg) over een hek is/zijn geklommen en/of

- (vervolgens) over het terrein van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelopen en/of

- (vervolgens) met een koevoet, althans een daaropgelijkend voorwerp, één of meer ramen van die woning heeft/hebben geforceerd en/of

- één of meer raam heeft/hebben geopend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich met betrekking tot het onder parketnummer 07/650334-11 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder parketnummer 07/650449-11 heeft de raadsman vrijspraak bepleit omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte geen van de genoemde voorwerpen voorhanden heeft gehad en dat verdachte betrokken was bij een eventueel plan voor een overval.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Parketnummer 07/650449-11

Naar aanleiding van een aantal processen-verbaal van de CIE heeft de politie een onderzoek ingesteld en zijn er een aantal (IP)taps geplaatst.

In het onderzoek komen de volgende e-mailadressen naar voren:

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [medeverdachte 1]. Dit blijkt uit een verklaring van [verdachte] en een verklaring van [persoon 1].

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [persoon 2].

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [medeverdachte 2].

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [verdachte] .

Uit deze IP-taps bleek onder andere dat er op 6 december 2011 een chatgesprek plaatsvond vanaf het IPadres dat in gebruik is bij [medeverdachte 1] en de gebruiker van het e-mailadres [e-mailadres]. Aan de gebruiker van [e-mailadres] wordt eerst gevraagd wat de politie hem allemaal vroeg, waarop deze antwoordt “wat ik bij die mensen aan de deur deed, of ik vrijdag ook daar was en hoe ik aan die gannoe (vuurwapen) kwam etc.”

De rechtbank leidt hieruit af dat de gebruiker van [e-mailadres] daadwerkelijk [medeverdachte 2] zelf is.

Uit deze IP-taps bleek onder andere dat er op 7 december 2011 een chatgesprek plaatsvond tussen [e-mailadres] en [e-mailadres]. Tijdens dit gesprek zei [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) tegen [e-mailadres] (verdachte): ‘Ik heb weer een mooie adres [naam]’ en ‘dit x zoek ik de juiste mensen uit denk met me mee’.

Op 13 december 2011 omstreeks 15:23 uur chat [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) met [e-mailadres] ([medeverdachte 2]). [medeverdachte 1]mailto: vraagt aan [medeverdachte 2]mailto: wat hij geregeld heeft voor zichzelf voor donderdag. Daarop wordt geantwoord dat hij alles heeft wat hij nodig heeft en hij wil weten waarom geen [verdachte]. [medeverdachte 1]mailto: zegt dat hij echte soldiers mee neemt die niet aarzelen. Hij wil niet dat de torie mislukt, een andere mocro uit Lelystad gaat mee. Op een gegeven moment zegt [medeverdachte 1] mailto: ‘fuck [verdachte], hij doet altijd biggie, hij heeft zijn ding al’.

Later die dag zegt mailto:[medeverdachte 2] tegen [e-mailadres] ([persoon 2]): ‘maar beter neme we [verdachte] ook mee man ik had hem al over deze getalkt’

[e-mailadres] chat op 15 december 2011 omstreeks 09.37 uur met [e-mailadres]. Tijdens deze chat zegt [e-mailadres] tegen [e-mailadres]: ‘Kom half 4 Braak ken je ook handschoenen fixxen voor me; $’. Op dezelfde dag omstreeks 09.50 uur chat [e-mailadres] verdachte en wederom met [e-mailadres]. Aan [e-mailadres] wordt tijdens deze chat gevraagd om een ‘niffa’ (een mes) te regelen.

Kort na deze chat werd er op de computer van medeverdachte [medeverdachte 2] gekeken op de website van [naam] in Almelo.

Naar aanleiding van het bovenstaande en andere chatgesprekken tussen verdachte, [e-mailadres] ([persoon 2]), [e-mailadres] ([medeverdachte 1]), [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) ontstond bij de politie het vermoeden dat er een overval gepleegd zou gaan worden op [naam] in Almelo. Er werd een observatieteam ingezet en op 15 december 2011 omstreeks 17.10 uur zagen verbalisanten 2 donkergetinte jongens staan tegenover de BP-tankshop op de [adres] te Raalte. Beide jongens stapten in een [auto] met het kenteken [KENTEKEN]. Op het moment dat de auto richting Almelo reed, besloot de politie de inzittenden van de auto aan te houden. Het betroffen verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [persoon 3] .

In de auto werden diverse goederen aangetroffen. Voor de rechtervoorstoel werden een panty, een groot koksmes met een zwart handvat, een zwart petje en zwarte sportschoenen aangetroffen. In de kofferruimte van de auto lag een groot mes met een bruin handvat en een paar sportschoen met groene zool. Verder zijn in de auto kleding en twee mobiele telefoons aangetroffen. Uit nader onderzoek bleek dat zich eveneens in de auto bevonden: een grijze muts, bonnetjes, totobonnen, een Samsung GSM, diverse zwarte kleding, een Nokia GSM, een beltegoedbon, simkaartverpakkingen, handschoenen met een wit motief, een flyer met de tekst: ‘Gezocht goud en zilver’, sieraden, een Blackberry GSM, een mes met een zwart heft, een zwart petje, een zwarte muts, een nylonkous, een rol ongebruikte vuilniszakken, een paar grijze Adidas herenschoen en een mes met een houten mes.

Eén mes die in de auto was aangetroffen was afkomstig van de Hema. Op de bewakingsbeelden was te zien dat een man dit mes kocht op 15 december 2011. Deze man bleek medeverdachte [persoon 2] te zijn.

[persoon 2] heeft hierover bij de politie verklaard dat hij voor een overval het mes en de panty had gekocht bij de Hema en dat hij deze heeft afgegeven. Bij de rechter-commissaris heeft hij daaraan toegevoegd dat hij wist dat er een overval gepleegd zou gaan worden maar dat hij niet is meegegaan omdat er al genoeg jongens in de auto zaten.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat medeverdachten [persoon 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 15 december 2011 een overval wilden plegen op ‘[naam]’. [medeverdachte 1] was op 15 december 2011 bij hem aan de deur gekomen om te vragen of hij mee wilde doen aan de overval. Verdachte heeft verklaard toen te hebben aangegeven niet mee te willen doen. Op voorwaarde dat er dan ook geen overval gepleegd zou gaan worden, is hij in de auto gestapt. Daar hoorde hij [medeverdachte 2] en [persoon 3] vragen of hij ook meedeed aan de overval op ‘[naam]’. Ook daarop heeft verdachte verklaard niet mee te willen doen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft volgens verdachte daarop verklaard dat zij slechts zouden gaan “chillen”.

Gelet op het feit dat verdachte eerst in een laat stadium (per MSN) is gevraagd mee te gaan, valt niet uit te sluiten dat verdachte onvoldoende op de hoogte was van de eventuele plannen van een of meer van de andere aangehouden personen. De rechtbank is daarom van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte opzettelijk middelen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad die bestemd kunnen zijn voor het plegen van enig strafbaar feit.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de slotsom dat het onder parketnummer 07/650449-11 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Parketnummer 07/650334-11

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder parketnummer 07/650334-11 ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- de verklaring van aangever [slachtoffer 1] ;

- de bekennende verklaring van verdachte ;

- de verklaring van getuige [getuige 1] ;

- de verklaring van getuige [getuige 2] .

De rechtbank is, gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, van oordeel dat verdachte zich op 22 september 2011 tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de slotsom dat het onder parketnummer 07/650334-11 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder parketnummer 07/650334-11 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

hij op 22 september 2011 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning op/aan de [adres] weg te nemen goederen van hun gading en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en/of inklimming, met een of meer van zijn mededaders, althans alleen

- via een heg over een hek is/zijn geklommen en

- vervolgens over het terrein van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gelopen en

- vervolgens met een koevoet, althans een daaropgelijkend voorwerp, één of meer ramen van die woning heeft/hebben geforceerd en/of

- één of meer raam heeft/hebben geopend,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Van het meer of anders onder parketnummer 07/650334-11 ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN DE FEIT

Het bewezene levert op:

Parketnummer 07/650334-11

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming, strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto artikel 311 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert het genoemde strafbare feit op.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. Voorts vordert de officier van justitie verbeurd verklaring van de inbeslaggenomen goederen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot het onder parketnummer 07/650449-11 vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend. De rechtbank heeft hierbij de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van de LOVS tot uitgangspunt genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot diefstal.

Uit het adviesrapport d.d. 28 februari 2012, opgemaakt door L.B.J. van der Kolk, reclasseringswerker Reclassering Nederland, blijkt dat verdachte geen problemen heeft tot hij de afgelopen jaren aansluiting lijkt te hebben gevonden bij een groep criminele jongeren en zich enige tijd in het gedachtegoed van deze groep te hebben kunnen vinden. In dit opzicht was er sprake van een dubbelleven en heeft verdachte buitenshuis de goede adviezen van zijn ouders in de wind geslagen. Het recidiverisico wordt laag ingeschat. De belangrijkste risicofactoren voor delictgedrag zijn beïnvloeding door vrienden en gedrag/denkpatronen en vaardigheden. Verdachte is tijdens zijn detentie nog meer overtuigd geraakt van de noodzaak afstand te nemen van de groep.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank tevens rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 20 april 2012 en de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.

Beslag

De rechtbank is niet in het bezit van een beslaglijst ten name van verdachte waardoor de rechtbank niet weet of dan wel welke goederen onder verdachte in beslag zijn genomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat zij geen beslissing kan nemen over inbeslaggenomen goederen.

TOEGEPASTE WETSARTIKELEN

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 van het Wetboek van Strafrecht.

VORDERING TENUITVOERLEGGING

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de vordering tenuitvoerlegging geen opmerkingen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde, verbonden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf, heeft overtreden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat het niet opportuun is naast de op te leggen gevangenisstraf.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder parketnummer 07/650449-11 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het onder parketnummer 07/650334-11 is ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder parketnummer 07/650334-11 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

De rechtbank bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de kinderrechter van deze rechtbank d.d. 10 december 2009 met parketnummer 07/450161-09.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mr. S.M. Milani en mr. A.M. van der Pal, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2013.

Mr. A.M. van der Pal voornoemd was buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.