Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0423

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
04-02-2013
Zaaknummer
07-663653-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

voorbereidingshandelingen, vrijwillige terugtred; strafmaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07/663653-11 (P)

Uitspraak: 10 januari 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[Verdachte],

geboren op [datum en plaats],

wonende te [adres en plaats],

thans verblijvende in [plaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2012, 31 mei 2012, 12 juli 2012, 16 juli 2012, 8 augustus 2012, 20 december 2012 en 27 december 2012.

De verdachte is op 31 mei 2012, 8 augustus 2012 en 20 december 2012 verschenen, telkens bijgestaan door mr. M.K.J. Dikkerboom, advocaat te Amersfoort.

Als officier van justitie was aanwezig mr. C.C.S. Bordenga-Koppes.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 31 mei 2012 en 20 december 2012 overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd.

De verdachte is - na wijziging tenlastelegging - ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 15 december 2011 te Almelo en/of Raalte en/of Zwolle en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweld voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren afpersing, opzettelijk een of meer voorwerp(en) en/of stoffen en/of informatiedrager(s) en/of vervoermiddelen, te weten:

- twee, althans één, (slagers)messen en/of

- handschoenen en/of

- een sporttas met kledingstukken en/of

- een nylonkous/panty en/of

- (sport)schoenen en/of

- (een) muts(en) en/of

- touw en/of

- petjes en/of

- één rol (ongebruikte) vuilniszakken en/of

- één of meer communicatiemiddelen te weten telefoons en/of computers en/of

- een personenauto (met kenteken: [kenteken]) waarin hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich bevonden ten tijde van de aanhouding,

bestemd tot het (tezamen en in vereniging) begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, dan bepleit de raadsvrouw dat er sprake is van vrijwillige terugtred. Verdachten hebben door angst afgezien van hun plan en zijn in een andere plaats aangehouden op kilometers voorbij het vermeende doel. Zij heeft hierbij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 1-12-2011(LJN BU7740). De nadruk ligt op de opzet op het doorrijden waardoor het beoogde strafbare feit niet verder kon worden uitgevoerd en er sprake is van vrijwillige terugtred.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

Naar aanleiding van een aantal processen-verbaal van de CIE, heeft de politie een onderzoek ingesteld en zijn er een aantal (IP)taps geplaatst.

In het onderzoek komen de volgende e-mailadressen naar voren:

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [medeverdachte 1]. Dit blijkt uit een verklaring van [medeverdachte 2] en een verklaring van [persoon 1].

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [persoon 2].

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [verdachte].

- [e-mailadres]. Deze is in gebruik bij [medeverdachte 2].

Uit deze IP-taps bleek onder andere dat er op 6 december 2011 een chatgesprek plaatsvond vanaf het IPadres dat in gebruik is bij [medeverdachte 1] en de gebruiker van het e-mailadres [e-mailadres]. Aan de gebruiker van [e-mailadres] wordt eerst gevraagd wat de politie hem allemaal vroeg, waarop deze antwoordt “wat ik bij die mensen aan de deur deed, of ik vrijdag ook daar was en hoe ik aan die gannoe (vuurwapen) kwam etc.”

De rechtbank leidt hieruit in combinatie met het gegeven dat verdachte daags daarvoor door de politie was aangehouden en meegenomen voor verhoor af dat de gebruiker van [e-mailadres] daadwerkelijk [verdachte] zelf is.

Verderop in het chatgesprek zegt deze: ‘Ik heb weer een mooie adres goldish’ en ‘dit x zoek ik de juiste mensen uit denk met me mee’.

Op 8 december 2011 voert [medeverdachte 1] een telefoongesprek met een man die gebruik maakt van telefoonnummer [nummer], volgens de politiesystemen (BHV) in gebruik bij [persoon 3]. [medeverdachte 1] vraagt aan deze man: “ja man luister, ik heb jou ook nodig volgende week man. Of kan je niet volgende week?”

Op 13 december 2011 omstreeks 14:57 uur chat [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) met [e-mailadres] ([medeverdachte 1]). Deze zegt tegen [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) dat hij niet over tories (overvallen) met anderen moet praten. Hij vraag [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) om even te kijken voor een bandana en ‘het enigste wat ik osso heb is binnenkort de ganoe voor als ze binnen stormen’. [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) vraagt of hij al bezig is met zo’n ding en [e-mailadres] ([medeverdachte 1])bevestigt dit. Omstreeks 15:07 uur zegt [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) tegen [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) dat hij binnenkort een ganoe (vuurwapen) in osso (huis) heeft. [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) vraagt om een tip en zegt dat hij alle tools (werktuigen) van waggie (auto) tot tweede man tot ganoe heeft. Ten slotte zegt [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) dat hij sowieso een juwa (juwelier) gaat klaren want die leveren doekhoe (geld) op.

Op 13 december 2011 omstreeks 15:23 uur chat [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) met [e-mailadres] ([verdachte]). [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) vraagt aan [e-mailadres] ([verdachte]) wat hij geregeld heeft voor zichzelf voor donderdag. Daarop wordt geantwoord dat hij alles heeft wat hij nodig heeft en hij wil weten waarom geen [medeverdachte 2]. [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) zegt dat hij echte soldiers mee neemt die niet aarzelen. Hij wil niet dat de torie mislukt, een andere mocro uit Lelystad gaat mee. Op een gegeven moment zegt [e-mailadres] ([medeverdachte 1])‘fuck [medeverdachte 2], hij doet altijd biggie, hij heeft zijn ding al’. Vervolgens vraagt [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) aan [e-mailadres] ([verdachte]) of hij 1 ‘biggiebigie niffa’ voor hem kan regelen. Verder zegt hij: ‘bel die vrouw vandaag al, maak een afspraak voor donderdagavond en zeg je komt alleen, je wilt sieraden aan haar verkopen’ en ‘geef mij nummer, we gaan vandaag daar, laat me die huis zien, blijf jij thuis, ik klaar hem dan donderdag, ik wil tempo duurt te lang weetje, deze week is de deathline’.

Later die dag zegt [e-mailadres] ([verdachte]) tegen [e-mailadres] ([persoon 2]) : ‘maar beter neme we [medeveverdachte 2] ook mee man ik had hem al over deze getalkt’ Daarop reageert [e-mailadres] ([persoon 2]): ‘mar die wik ik effe uitwassen of waryaaa’ en ‘panty met die muts zo bn ik ook na binnen gerend.’

[e-mailadres] ([persoon 2]) chat op 15 december 2011 omstreeks 09.37 uur met [e-mailadres] ([medeverdachte 1]). Tijdens deze chat zegt [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) tegen [e-mailadres] ([persoon 2]): ‘Kom half 4 Braak ken je ook handschoenen fixxen voor me; $’. Op dezelfde dag omstreeks 09.50 uur chat [e-mailadres] [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) en wederom met [e-mailadres] ([medeverdachte 1]). Aan [e-mailadres] ([persoon 2]) wordt tijdens deze chat gevraagd om een ‘niffa’ (een mes) te regelen. [e-mailadres] ([persoon 2]) zegt dan: ‘ja dat komt goed’. [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) chat die dag ook met [e-mailadres] ([medeverdachte 1]) en vraagt hem waarom hij stress heeft. Er wordt geschreven dat de tijd sloom loopt omdat hij zich verheugt op één ding. [medeverdachte 2] vraagt: ‘wanneer dan? Ochtend togg of avond?’ Geantwoord wordt: ‘tonight, hoe bedoel je ochtend, ben je crazy’. [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) zegt: ‘ik zeg je ochtend is de beste’.

[e-mailadres] ([medeverdachte 1]) schrijft: ‘in de ochtend alleen winkel kan maar osso is crisis, people see you’.

Kort na deze chat werd er op de computer van verdachte [verdachte] gekeken op de website van [naam] in Almelo.

Op 15 december 2011 tussen 16.02 uur en 18.40 uur vond er telefoonverkeer plaats tussen verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1]: ‘Bel me en ik kom er aan, waar ben je?, kom braak nunu, schiet op man ik wacht al kk lang’.

Naar aanleiding van het bovenstaande en andere chatgesprekken tussen [e-mailadres] ([medeverdachte 2]) [e-mailadres] ([persoon 2]), [e-mailadres] ([medeverdachte 1]), [e-mailadres] ([verdachte]) ontstond bij de politie het vermoeden dat er overval gepleegd zou gaan worden op [naam] in Almelo. Er werd een observatieteam ingezet en op 15 december 2011 omstreeks 17.10 uur zagen verbalisanten 2 donkergetinte jongens staan tegenover de BP-tankshop op de [adres] te Raalte. Beide jongens stapten in een [merk] met het kenteken [klenteken]. Op het moment dat de auto richting Almelo reed, besloot de politie de inzittenden van de auto aan te houden. Het betroffen verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [persoon 3] .

In de auto werden diverse goederen aangetroffen. Voor de rechtervoorstoel werden een panty, een groot koksmes met een zwart handvat, een zwart petje en zwarte sportschoenen aangetroffen. In de kofferruimte van de auto lag een groot mes met een bruin handvat en een paar sportschoen met groene zool. Verder zijn in de auto kleding en twee mobiele telefoons aangetroffen. Uit nader onderzoek bleek dat zich eveneens in de auto bevonden: een grijze muts, bonnetjes, totobonnen, een Samsung GSM, diverse zwarte kleding, een Nokia GSM, een beltegoedbon, simkaartverpakkingen, handschoenen met een wit motief, een flyer met de tekst: ‘Gezocht goud en zilver’, sieraden, een Blackberry GSM, een mes met een zwart heft, een zwart petje, een zwarte muts, een nylonkous, een rol ongebruikte vuilniszakken, een paar grijze Adidas herenschoen en een mes met een houten mes.

Eén mes dat in de auto was aangetroffen was afkomstig van de Hema. Op de bewakingsbeelden was te zien dat een man dit mes kocht op 15 december 2011. Deze man bleek medeverdachte [persoon 2] te zijn.

[persoon 2] heeft hierover bij de politie verklaard dat hij voor een overval het mes en de panty had gekocht bij de Hema en dat hij deze heeft afgegeven aan [medeverdachte 1] danwel [persoon 3]. Bij de rechter-commissaris heeft hij daaraan toegevoegd dat hij wist dat er een overval gepleegd zou gaan worden maar dat hij niet is meegegaan omdat er al genoeg jongens in de auto zaten.

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij wist dat medeverdachten [persoon 3], [medeverdachte 1] en [verdachte] op 15 december 2011 een overval wilden plegen op ‘de [naam]’. [medeverdachte 1] was op 15 december 2011 bij hem aan de deur gekomen om te vragen of hij mee wilde doen aan de overval. Hij is in de auto gestapt en hij hoorde [verdachte] en [persoon 3] vragen of hij ook meedeed aan de overval op ‘de [naam]’. In de auto werd het plan gesproken maar ook via MSN is hierover gesproken.

Met betrekking tot het beroep op vrijwillige terugtred overweegt de rechtbank als volgt.

Ten aanzien van de vrijwillige terugtred bij voorbereiding geldt dat de voorbereider pas straffeloos wordt als hij zijn voorbereidingen weer ongedaan maakt en het daardoor onmogelijk maakt dat met behulp van zijn voorbereidinghandelingen het misdrijf wordt begaan. Dat verdachten aan Wierden zijn voorbij gereden, sluit niet uit dat verdachten op de terugweg vanaf Almelo alsnog het voorbereide misdrijf konden plegen. Een daadwerkelijke terugtred is niet aannemelijk gemaakt.

De rechtbank is, gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, van oordeel dat verdachte zich in de periode 1 december 2011 tot en met 15 december 2011 tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan de voorbereiding van een overval.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat

hij in de periode van 1 december 2011 tot en met 15 december 2011 te Almelo en Raalte en elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf diefstal met geweld in vereniging voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of afpersing in vereniging, opzettelijk voorwerpen en/of informatiedrager(s) en/of vervoermiddelen, te weten:

- een mes en

- handschoenen en

- een sporttas met kledingstukken en

- een nylonkous/panty en

- schoenen en

- mutsen en

- touw en

- petjes en

- één rol ongebruikte vuilniszakken en

- een personenauto (met kenteken: [kenteken]) waarin hij, verdachte en zijn mededader(s) zich bevonden ten tijde van de aanhouding,

bestemd tot het tezamen en in vereniging begaan van dat misdrijf, hebben verworven en voorhanden gehad.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Voorbereiding van diefstal, voorafgegaan door of vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personenen/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikelen 310, 312, 317 juncto artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden en teruggave van de inbeslaggenomen goederen met uitzondering van de computer A.01.02.05 welke verbeurd verklaard moet worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Mocht de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komen dan is een gevangenisstraf voor de duur zoals door de officier van justitie gevorderd passend (vergelijk LJN BW6454 en LJN BW6555). Voorts verzoekt zij alle nog niet teruggegeven inbeslaggenomen goederen aan verdachte terug te geven.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

Uit het rapport d.d. 9 juli 2012 van dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, blijkt onder meer dat er bij verdachte sprake is van een dysthyme stoornis. Verdachte heeft een erg negatief wereldbeeld en negatief beeld van een ander; hij voelt zich miskend, onbegrepen, geen vertrouwen in andere mensen. Hij heeft geen positieve toekomstverwachting. Er is daar al lang sprake van. Voorts is er sprake van misbruik van alcohol en cannabis en een persoonlijkheid met borderline, antisociale en vermijdende trekken. Deze stoornis was ten tijde van het bewezenverklaarde aanwezig. De deskundige kan geen uitspraak doen over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte omdat verdachte ontkennend is. De deskundige acht een klinische behandeling nodig waar aandacht wordt besteed aan de verslaving en de persoonlijkheid van verdachte en agressieregulatie, maar een dergelijke behandeling is alleen zinvol als verdachte gemotiveerd zou zijn. Vanwege het ontbrekende probleembewustzijn en behandelmotivatie is behandeling niet haalbaar.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorbereidingshandelingen zwaar moet worden getild, zeker ook in het licht van de gepleegde overval in een woning aan de [adres], waarvoor in de zaak onder parketnummer 653064-11 een veroordeling wordt uitgesproken. Nu verdachte geen enkele blijk geeft van inzicht in zijn misdragingen en zijn persoonlijkheidsproblematiek, dient van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur een speciaal preventieve werking uit te gaan.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 23 november 2012;

- een adviesrapport over de persoon van verdachte d.d. 16 februari 2012, opgemaakt door T. Dol, reclasseringswerker Tactus verslavingszorg;

- een pro justitiarapport over de persoon van verdachte d.d. 9 juli 2012, opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater;

- een pro justitiarapport over de persoon van verdachte d.d. 6 juli 2012, opgemaakt door drs.J.P.M. van der Leeuw, klinisch psycholoog.

BESLAG

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde Personal Computer, code [nummer] moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft met behulp van welke het feit is voorbereid.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde goederen, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

Het betreffen de volgende goederen:

- A.01.06.04: prepaid telefoon mobiel nr. [nummer], pukcode [nummer];

- A.01.07.09: plastic zakje met losse papieren mobiele telefoons, pukcode [nummer], mobiel nr. [nummer]en boekje handleiding Prepaid Simpakket T-mobile;

- A.01.07.11: mobiele telefoon, merk Samsung, voorzien van simkaart nr. [nummer];

- A.01.07.12: mobiele telefoon, merk Samsung, IMEI nr. [nummer];

- A.01.07.13: mobiele telefoon, merk Vodafone, IMEI nr. [nummer];

- A.01.07.14: mobiele telefoon, paars, merk Nokia met sticker met opschrift [nummer], met simkaart nr. [nummer];

- A.01.06.16: Playstation 2, merk Sony, serienr. [nummer];

- A.01.06.17: Playstation 3, merk Sony, serienr. [nummer];

- A.01.06.18: Playstation 3, merk Sony, serienr. [nummer];

- A.01.06.19: een paar schoenen, merk D&G, zwart met zilvergrijs;

- A.01.05.21: een viertal witte plastic kaartjes (model pas) met nrs. [nummer];

- A.01.03.30: spelcomputer, merk Xbox, kleur wit, serienr. [nummer];

- A.01.03.34: doosje met opschrift Samsung Glossy met handleidingen en kaartjes met mobiele nr. [nummer], pukcode [nummer], mobiele nr. [nummer], simcardnr. [nummer], pukcode [nummer] en briefje T-mobile.

TOEGEPASTE WETSARTIKELEN

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

Beslag

De rechtbank verklaart verbeurd de beslaglijst vermelde Personal Computer, code [nummer].

De rechtbank gelast de teruggave van onderstaande goederen aan verdachte:

- A.01.06.04: prepaid telefoon mobiel nr. [nummer], pukcode [nummer];

- A.01.07.09: plastic zakje met losse papieren mobiele telefoons, pukcode [nummer], mobiel nr. [nummer] en boekje handleiding Prepaid Simpakket T-mobile;

- A.01.07.11: mobiele telefoon, merk Samsung, voorzien van simkaart nr. [nummer];

- A.01.07.12: mobiele telefoon, merk Samsung, IMEI nr. [nummer];

- A.01.07.13: mobiele telefoon, merk Vodafone, IMEI nr. [nummer];

- A.01.07.14: mobiele telefoon, paars, merk Nokia met sticker met opschrift [nummer], met simkaart nr. [nummer];

- A.01.06.16: Playstation 2, merk Sony, serienr. [nummer];

- A.01.06.17: Playstation 3, merk Sony, serienr. [nummer];

- A.01.06.18: Playstation 3, merk Sony, serienr. [nummer];

- A.01.06.19: een paar schoenen, merk D&G, zwart met zilvergrijs;

- A.01.05.21: een viertal witte plastic kaartjes (model pas) met nrs. [nummer];

- A.01.03.30: spelcomputer, merk Xbox, kleur wit, serienr. [nummer];

- A.01.03.34: doosje met opschrift Samsung Glossy met handleidingen en kaartjes met mobiele nr. [nummer], pukcode [nummer], mobiele nr. [nummer], simcardnr. [nummer], pukcode [nummer] en briefje T-mobile.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. S.M. Milani en mr. A.M. van der Pal, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2013.