Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0404

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
16-01-2013
Datum publicatie
04-02-2013
Zaaknummer
202773
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN BP8600 en LJN BX8895.

Rechtbank zal aanvullend deskundigenonderzoek naar de werking van de oorspronkelijke drukregelaar bevelen. Partijen mogen zich uitlaten over de vragen die de rechtbank aan de deskundige wil stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

team kanton en handelsrecht

zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: 202773 / HA ZA 10-1334

Vonnis van 16 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASR VASTGOED VERMOGENSBEHEER B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

naamloze vennootschap

NUON CUSTOMER CARE CENTER N.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.M.W. Werker te Arnhem.

Partijen zullen hierna ASR en Nuon CCC genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 september 2012

- de akte van Nuon CCC.

Daarna is vonnis bepaald.

De (verdere) beoordeling van het geschil

in reconventie

1. In het laatste tussenvonnis is aan Nuon CCC de gelegenheid gegeven te reageren op het nieuwe verweer van ASR, dat een nader deskundigenbericht nodig is naar de werking van de (mogelijk defecte) drukregelaar zoals die is gebruikt in de flat aan de Staalmeesterlaan 191 te Amsterdam.

2. Nuon CCC heeft aangegeven dat de oorspronkelijke drukregelaar nog steeds in voornoemde flat aanwezig is, maar dat een nader onderzoek naar de werking daarvan niet nodig is, omdat er geen reden is te veronderstellen dat de drukregelaar niet goed heeft gefunctioneerd.

3. Dat de oorspronkelijke drukregelaar in voormelde flat niet goed heeft gefunctioneerd kan op voorhand niet met zekerheid worden uitgesloten. Dat volgt ook uit het rapport van de deskundige van 26 april 2012, waarin (onder 1.7) staat dat “het niet kunnen beschikken over het oorspronkelijk drukreduceer (…) mogelijk wel van invloed (is) geweest op het onderzoek”. Feit blijft bovendien dat zich in het gasverbruik van de twee identieke flatgebouwen aan de Staalmeesterlaan 191 en 193 aanmerkelijke verschillen hebben voorgedaan. Daarom zal een aanvullend deskundigenonderzoek naar de werking van de oorspronkelijke drukregelaar worden bevolen.

4. De rechtbank is voornemens de volgende vragen ter beantwoording aan de deskundige voor te leggen:

a. Is het mogelijk dat u de in uw rapport van 26 april 2012 bedoelde “Testmethode configuratie 3” uitvoert met toevoeging van het oorspronkelijk drukreduceer zoals zich dat bevindt in het flatgebouw aan de Staalmeesterlaan 191 te Amsterdam?

b. Zo ja, kunt u vaststellen of het oorspronkelijke drukreduceer defect is en als dat het geval is, kunt u dan aangeven of het gebruik van dit drukreduceer gevolgen heeft gehad voor de registratie van het gasverbruik in dit gebouw?

c. Zo ja, waardoor wordt dit dan veroorzaakt?

d. Wilt u, indien mogelijk en op een wijze die u het best voorkomt, het hiervoor bedoelde onderzoek verrichten en de resultaten daarvan, per jaar uitgesplitst, in uw rapport vermelden?

e. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

5. De zaak zal weer naar de rol worden verwezen om de partijen in de gelegenheid te stellen gelijktijdig bij akte te reageren op de hiervoor weergegeven vragen en daarop eventueel aanvullingen voor te stellen.

In conventie en in reconventie

6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

in reconventie

verwijst de zaak naar de zitting van 13 februari 2013 voor het gelijktijdig nemen van een akte door beide partijen zoals onder 5 is overwogen, waarna wederom vonnis zal worden bepaald,

in conventie en in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2013.

Coll.: ED