Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0222

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
05/701476-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

opzettelijk brand te stichten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/701476-12

Data zittingen : 21 december 2012 en 16 januari 2013

Datum uitspraak : 30 januari 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid.

Raadsvrouw : mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort.

Officier van justitie : mr. A.C.J. Nettenbreijers.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is na een door de rechtbank toegestane wijziging ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de nacht van 18 op 19

september 2012 te Wijchen tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

en/of alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen - (een) autosleutel(s) (van een rode Ford Fiesta, gekentekend [x]) en/of

- een mobiele telefoon en/of - een auto (rode Ford Fiesta, gekentekend [x]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal(len) werd(en) voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) - die [benadeelde partij] heeft/hebben gevolgd (naar haar/voornoemde auto) en/of zijn/hun arm(en) om die [benadeelde partij] heeft/hebben geslagen en/of - die [benadeelde partij] (meermalen) heeft/hebben betast en/of tegen de wil van die [benadeelde partij] in de auto van die [benadeelde partij] is/zijn gaan en/of blijven zitten en/of die [benadeelde partij] in die auto heeft/hebben omver geduwd;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 18 op 19 september 2012 te Wijchen, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een auto (rode Ford Fiesta,

gekentekend [x]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van)

zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht

met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand in/aan die auto is

ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer struik(en), en/of een radio/cd speler, merk JVC en/of een versterker,merk: Magnat en/of een luidspreker en/of een DVD brander merk: Philips en/of een bril en/of een zonnebril en/of een jas, merk: Diesel, in elk

geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 18 op 19 september 2012 te Wijchen, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (rode Ford Fiesta, gekentekend

[x]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), in brand heeft gestoken en aldus dat goed heeft vernield

en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 16 januari 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort.

Als benadeelde partij heeft [benadeelde partij] zich schriftelijk in het geding gevoegd:

De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft gerekwireerd en heeft geëist, dat verdachte dient worden veroordeeld voor het onder 1 tenlastegelegde en 2 primair met dien verstande dat verdachte partieel dienen te worden vrijgesproken voor het geweldsaspect in het onder 1 tenlastegelegde feit.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte is in de nacht van 18 op 19 september 2012 in Wijchen, nadat hij met een groep bekenden een kermis heeft bezocht met aangeefster meegelopen naar haar auto. Tot deze groep behoorden, onder anderen ook, verdachte, [betrokkene1], [betrokkene2] en [betrokkene3]. Later heeft [betrokkene4] zich bij deze groep gevoegd. De auto van aangeefster, zijnde een rode Ford Fiesta, gekentekend [x] is vervolgens om 00.43 uur gestolen en daarna in brand gestoken. Hierbij zijn ook een radio/cd speler, merk JVC, een versterker, merk: Magnat, een luidspreker, een DVD brander merk: Philips, een bril, een zonnebril en een jas, merk: Diesel in de brand verloren gegaan . Om 1.17 uur wordt bij de politie een melding gedaan van een autobrand aan de Korte pas in Wijchen .

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal en brandstichting. De verklaringen van [betrokkene1], [betrokkene2], [betrokkene3] en [betrokkene4] acht de officier van justitie betrouwbaar. Daarbij is het door verdachte opgegeven alibi niet sluitend omdat de tijden, dat verdachte bij [getuige] is geweest, niet uitsluiten dat verdachte het gewraakte handelen heeft gedaan.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem onder 1 en 2 tenlastegelegde. Verdachte ontkent het tenlastegelegde te hebben gepleegd en daarbij heeft hij een alibi voor de tijden dat het gewraakte handelen heeft plaatsgevonden. Verder zijn de verklaringen van [betrokkene1], [betrokkene2], [betrokkene4] en [betrokkene3] onbetrouwbaar, omdat zij enkel belastend verklaren over verdachte om hun‘eigen straatje schoon te vegen’. Deze verklaringen kunnen derhalve niet bijdragen aan het bewijs en zeker niet aan de overtuiging.

Beoordeling door de rechtbank

Betrouwbaarheid

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan. Naar het oordeel van de rechtbank staat de geloofwaardigheid van de verklaringen van [betrokkene1], [betrokkene2], [betrokkene3] en [betrokkene4] buiten redelijke twijfel. De verklaringen zijn gedetailleerd, bevatten onmiskenbaar unieke en authentieke elementen en vinden op essentiële en specifieke punten steun in overige bewijsmiddelen, waaronder ook de verklaring van aangeefster en verdachte. De rechtbank acht het dan ook niet aannemelijk dat voornoemde personen enkel hebben verklaard uit lijfsbehoud en om verdachte in een kwaad daglicht te stellen.

Alibi

Verdachte heeft kort gezegd betoogd dat hij de tenlastegelegde feiten niet heeft gepleegd. Ter ondersteuning van dit betoog heeft verdachte onder meer aangevoerd dat hij op de tijdstippen van het gewraakte handelen niet aanwezig was op de plaats delict, maar bij [getuige] was.

De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. [getuige] heeft verklaard, dat verdachte op

18 september 2012 bij haar thuis is geweest en om 21.50 uur naar de kermis is gegaan . Rond 1.00 kwam verdachte weer bij haar thuis en hij is daar nog geen half uur gebleven voordat hij vervolgens weer wegging . Op de uitgekeken beelden is te zien dat iemand in de auto van aangeefster om 00.43 uur wegrijdt . Om 1.17 uur wordt bij de politie een melding gedaan van een autobrand (merk Ford Fiesta kenteken [x]) aan de Korte pas in Wijchen .

De rechtbank hecht daarbij meer waarde aan de verklaring van [getuige] dan aan de verklaring van verdachte omdat [getuige] geen belang heeft bij het afleggen van een valse verklaring, en verdachte wisselend heeft verklaard over zijn activiteiten tijdens die avond en nacht.. Verdachte heeft in eerste instantie aangegeven van 23.30 tot 4.00 uur bij [getuige] te zijn geweest, maar komt hier later op terug .

De rechtbank is van oordeel dat nu de getuige [getuige] geen exacte tijdstippen geeft en de tijdstippen en de korte duur dat verdachte bij [getuige] is geweest, de afstand tussen de plaatsen delicten en de locatie van het huis van [getuige] niet uit te sluiten valt dat verdachte op de plaatsen delict is geweest ten tijde van het gewraakte handelen, sterker nog, het is zelfs heel goed mogelijk.

De rechtbank acht het opgegeven alibi niet sluitend.

Daarbij heeft [betrokkene1] verklaard dat verdachte in de auto van aangeefster is gestapt en is weggereden . [betrokkene2] heeft verklaard dat het verdachte is geweest die de autosleutels van aangeefster heeft gepakt en vervolgens is weggereden in de auto van aangeefster . [betrokkene4] heeft verklaard dat hij, nadat de auto is weggereden, deze nog heeft gezien. De auto werd geparkeerd en iemand stapte uit . Vervolgens zag hij deze persoon gebukt staan bij de auto en zag hij een klein lichtje van en aansteker . Degene die in de auto had gereden stak de auto in de brand . [betrokkene1] heeft verklaard dat hij verdachte heeft horen zeggen dat hij de auto in de fik zou steken . Volgens [betrokkene3] heef verdachte tegen hem gezegd dat hij de auto in de fik heeft gezet .

Gelet op de voorgaande omstandigheden acht de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de nacht van 18 op 19

september 2012 te Wijchen telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen - autosleutel(s) (van een rode Ford Fiesta, gekentekend [x]) en een auto (rode Ford Fiesta, gekentekend [x]), toebehorende aan [benadeelde partij],

2. primair

hij in de nacht van 18 op 19 september 2012 te Wijchen opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een auto (rode Ford Fiesta,

gekentekend [x]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand in/aan die auto is

ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een radio/cd speler, merk JVC en een versterker,merk: Magnat en een luidspreker en een DVD brander merk: Philips en een bril en een zonnebril en een jas, merk: Diesel te duchten was;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal

Ten aanzien van feit 2 primair:

Opzettelijk brandstichten, terwijl daarvoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat er sprake is geweest van een bedreigende situatie voor een kwetsbare vrouw.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 16 november 2012;

• een reclasseringsadvies van Jeugdzorg & Reclassering, opgemaakt door (adviseur), d.d. 9 november 2011, betreffende verdachte.

Uit het reclasseringsadvies komt naar voren dat verdachte geen werk heeft en geen dagbesteding. Verdachte heeft een negatief sociaal netwerk rond zich. Verdachte ziet dit echter niet zo. Verder is verdachte niet ontvankelijk voor begeleiding en/of behandeling. Geadviseerd wordt om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en brandstichting, op de wijze zoals bewezenverklaard. Verdachte is nadat hij met een groep bekenden een kermis heeft bezocht met aangeefster meegelopen naar haar auto. Op een gegeven moment heeft verdachte de autosleutels gepakt en is in de auto van aangeefster weggereden. Vervolgens heeft hij deze auto in de brand gestoken. Dit zijn ernstige feiten. De rechtbank rekent verdachte deze feiten ten zeerste aan. Te meer nu verdachte bij zijn handelen misbruik heeft gemaakt van de fragiele positie van het slachtoffer tegenover de groep jongens, die met verdachte optrokken.

Door de brandstichting is gevaar voor goederen te duchten geweest. Door opzettelijk brand te stichten heeft verdachte schade toegebracht aan de benadeelde. Dergelijke feiten veroorzaken grote gevoelens van onveiligheid bij het directe slachtoffer en ook overigens in de samenleving.

De bovengeschetste ernst van de feiten noopt daarom tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Bij de bepaling van de duur neemt de rechtbank mede in aanmerking de straffen die bij vergelijkbare delicten zijn opgelegd. Gelet hierop acht de rechtbank de eis van de officier van justitie juist en zal zij die volgen.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 788,70.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier heeft verzocht om integrale toewijzing van de vordering met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de vermeerdering met wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

Door en namens de verdachte is de vordering van de benadeelde betwist, nu de verdachte het tenlastegelegde ontkent en de raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Beoordeling door de rechtbank

De verdachte heeft de grondslag van de vordering van de benadeelde weersproken, niet de hoogte. De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering ter zake de materieel gevorderde schade voldoende is onderbouwd en niet weersproken - toewijsbaar.

De rechtbank zal dan ook de gevorderde materiële schade toewijzen.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan de benadeelde partij door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op € 300,--.

De rechtbank zal tevens de wettelijke rente vanaf de datum van het delict toewijzen en de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht toepassen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57, 157 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij], te betalen € 788,70 (zevenhonderdachtentachtig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, vermeerderd met de ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken kosten.

- Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], te betalen € 788,70 (zevenhonderdachtentachtig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. H.P.M. Kester-Bik (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. J.J.H. van Laethem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 januari 2013.