Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BY9701

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2013
Datum publicatie
28-01-2013
Zaaknummer
05/700475-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Arnhem, spreekt een (destijds) 18-jarige man vrij van het plegen van ontuchtige handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een, op dat moment, 13-jarige jongen.

De rechtbank verklaart zich ten dele onbevoegd om kennis te nemen van de strafzaak, namelijk voor zover de tenlastelegging ziet op de periode dat de man nog minderjarig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2013/89.14
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/700475-11

Data zittingen : 10 december 2012 en 14 januari 2013

Datum uitspraak : 28 januari 2013

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. J.W.J. Hopmans, advocaat te Groesbeek.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2009 tot en met 25 december 2009 en/of de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 mei 2010 te Doorwerth, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft gepleegd met [slachtoffer], geboren op

[geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt welke ontuchtige handelingen (onder meer) hebben bestaan uit het in de mond nemen en/of houden van de penis van genoemde [slachtoffer] en/of het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus van genoemde [slachtoffer].

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 14 januari 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.W.J. Hopmans voornoemd.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd, waarbij door de raadsman van verdachte eveneens is betoogd dat vrijspraak dient te volgen.

2a. Beslissing inzake de (partiële) onbevoegdheid van de rechtbank

Op grond van artikel 488, eerste lid en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn op de verdachte, die ten tijde van het begaan van het ten laste gelegde feit de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, bepalingen van toepassing die afwijken van het recht zoals dat wordt toegepast in zaken waarin het gaat om een verdachte die ten tijde van het plegen van een feit meerderjarig was (het zogenaamde 'jeugdstrafrecht'). In artikel 495 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat een jeugdstrafzaak bij de rechtbank in eerste aanleg door de kinderrechter wordt behandeld, dan wel door een meervoudige kamer waar tevens een kinderrechter deel van uitmaakt. Een dergelijke zaak wordt daarnaast ingevolge artikel 495b van het Wetboek van Strafvordering, anders dan de zaak waarin het een verdachte betreft die ten tijde van het ten laste gelegde feit meerjarig was, in beginsel ook achter gesloten deuren behandeld.

In het onderhavige geval zijn in de tenlastelegging twee periodes opgenomen. Gedurende de eerstgenoemde periode, te weten van 1 mei 2009 tot en met 25 december 2009, was verdachte minderjarig. Niettemin is verdachte voor het plegen van feiten in deze periode eveneens gedagvaard voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank, zonder dat verdachte als minderjarige is gedagvaard en waardoor in die combinatie geen kinderrechter zitting heeft.

Ter terechtzitting van 14 januari 2013 hebben zowel de raadsman van verdachte als de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank zich voor dat deel van de tenlastelegging dat betrekking heeft op feiten gepleegd in de periode waarin verdachte nog minderjarig was, onbevoegd dient te verklaren. De rechtbank acht deze conclusie juist en heeft ter terechtzitting van 14 januari 2013, na kort beraad, dan ook uitgesproken dat zij zich onbevoegd acht te oordelen over de feiten ten laste gelegd in de periode van 1 mei 2009 tot en met 25 december 2009.

3. De beslissing inzake het bewijs

Vrijspraak ten aanzien van het ten laste gelegde feit

[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) heeft verklaard dat verdachte op diens kamer in Doorwerth vier of vijf keer dingen bij [slachtoffer] heeft gedaan die [slachtoffer] niet fijn vond, zoals "pijpen" en "neuken". [slachtoffer] heeft concreet over drie incidenten met verdachte verklaard.

De eerste keer zou verdachte met zijn mond op en neer gaande bewegingen over het geslachtsdeel van [slachtoffer] hebben gemaakt.

De tweede keer moest [slachtoffer] op zijn buik op bed gaan liggen en zou verdachte zijn penis in de anus van [slachtoffer] hebben gebracht.

De derde keer zou verdachte een porno-filmpje aan [slachtoffer] hebben getoond.

Over incidenten ná die derde keer verklaart [slachtoffer] desgevraagd dat hij voor de rest niets meer weet.

[slachtoffer] heeft, meer in het algemeen, verklaard over de incidenten dat deze zich "rond de kerst" en "eigenlijk nog voor de kerstdagen" in 2009 hebben voorgedaan.

Wel heeft hij verklaard dat "het" in 2010 ook nog wel eens is gebeurd.

Of "het", wat volgens [slachtoffer] in 2010 ook nog wel eens zou zijn gebeurd, het plegen of ondergaan van seksuele handelingen, het bekijken van pornofilmpjes of iets anders was, wordt uit zijn verklaring niet duidelijk. Of de drie incidenten waarover [slachtoffer] specifiek heeft verklaard allemaal vóór Kerst plaatsvonden of deels ook na de jaarwisseling blijkt daaruit evenmin ondubbelzinnig. Kortom, of de ten laste gelegde seksuele handelingen - of een deel daarvan - ook nog in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 mei 2010 zouden hebben plaatsgevonden, wordt uit zijn verklaring niet duidelijk. Evenmin verschaffen de verklaringen van derden of andere bewijsmiddelen in het dossier daarover duidelijkheid.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en zij zal verdachte daarvan vrijspreken.

4. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de onderhavige strafzaak, voor zover deze ziet op het plegen van feiten in/omstreeks de periode van 1 mei 2009 tot en met 25 december 2009.

Spreekt verdachte, voor het overige, vrij van het ten laste gelegde feit.

Aldus gewezen door:

mr. E. de Boer (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. J.M.J.M. Doon, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2013.