Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BY9264

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
14-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
833849 - CV EXPL 12-6407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht. Citaatrecht artikel 15a Auteurswet (Aw).

Gedaagde heeft zonder toestemming van eiser en meestal zonder naamsvermelding foto’s van eiser, een professioneel fotograaf, geplaatst op zijn website. Eiser stelt dat gedaagde daarmee inbreuk heeft gemaakt op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten op die foto’s en vordert onder meer een schade¬vergoeding. Gedaagde beroept zich op het citaatrecht. De manier van citeren door gedaagde op zijn website van zowel een klein deel van de tekst van het nieuwsbericht als de bijbehorende nieuwsfoto in miniatuurformaat in de vorm van nieuwsoverzichten valt naar het oordeel van de kantonrechter onder citeren in de zin van artikel 15a lid 2 Aw. Dit citeren is toegestaan indien aan de vier cumulatieve vereisten van artikel 15a lid 1 Aw is voldaan. De kantonrechter komt tot de conclusie dat daaraan is voldaan, zodat gedaagde geen inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van eiser. De vorderingen van eiser worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 833849 \ CV EXPL 12-6407 \ 441 \ 502

uitspraak van 14 januari 2013

vonnis

in de zaak van

[eisende partij],

tevens h.o.d.n. [handelsnaam]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde: mr. M.M.S. van den Berg

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 augustus 2012 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek met een productie

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eisende partij] is professioneel fotograaf. Hij exploiteert zijn foto’s door middel van zijn eenmanszaak [handelsnaam].

2.2. [gedaagde partij] exploiteert de website www.ihvbreda.nl (Ik Hou Van Breda), onderdeel van de website www.ihvn.nl (Ik Hou Van Nederland). De website www.ihvbreda.nl is een internet portaal voor Breda en omgeving en heeft als doel om via het internet en social media een inzage te realiseren in wat er leeft en te doen is in Breda.

2.3. Onderdeel van deze website is de sectie “Nieuws”. Hier wordt onder de subafdeling “Nieuws Stream” via een geautomatiseerd systeem een nieuwsoverzicht met hyperlinks naar nieuwspublicaties over Breda gepubliceerd met daarbij een bronvermelding. In het nieuws¬over¬zicht wordt het kopje met de eerste twee à drie regels van het oorspronkelijke nieuws¬bericht weergegeven, met indien beschikbaar een miniatuurfoto van de bij het nieuwsbericht behorende nieuws¬foto, die afkomstig zijn van verschillende externe online nieuwsbronnen zoals bijvoorbeeld www.telegraaf.nl en www.bndestem.nl. De koptekst boven de overgeno¬men regels van het nieuwsbericht en de bijbehorende miniatuurfoto bevatten een hyperlink naar het volledige nieuwsbericht op de bronwebsite. Door hierop te klikken wordt men doorgeleid naar de oorspronkelijke nieuwsbron met het volledige nieuwsbericht en de bijbehorende foto in het originele formaat.

2.4. [eisende partij] is auteursrechthebbende op de volgende vijf foto’s van nieuwswaardige gebeurtenissen in Breda en omstreken (hierna: de foto’s van [eisende partij]):

1) de brand bij het Moerdijkse bedrijf Chemie-pack op 5 januari 2011 (foto 1);

2) de brand bij Chemiebedrijf Ineos-Nova op 15 maart 2011 in Breda (foto 2);

3) een foto van een auto zonder wielen in Breda op 23 december 2011 (foto 3);

4) een brandweerman die een kat uit de boom haalt op 16 januari 2012 (foto 4);

5) een foto van een straat in Oudenbosch op 20 februari 2012 (foto 5).

2.5. Deze foto’s zijn door [gedaagde partij] (één of meerdere malen) geplaatst op de website www.ihvbreda.nl. Het gaat in totaal om tien publicaties waarvan acht zonder vermelding van de naam van [eisende partij] als de maker van de foto:

- foto 1 is vier keer gebruikt zonder naamsvermelding;

- foto 2 is drie keer gebruikt, waarvan twee keer zonder naamsvermelding;

- foto 3 is één keer gebruikt zonder naamsvermelding;

- foto 4 is één keer gebruikt met naamsvermelding;

- foto 5 is één keer gebruikt zonder naamsvermelding.

2.6. Medio maart 2011 is [eisende partij] erachter gekomen dat [gedaagde partij] zonder zijn toestemming gebruik maakte van deze foto’s op de website www.ihvbreda.nl. Hierop is [gedaagde partij], laatstelijk op 30 mei 2012, aangeschreven en is hem medegedeeld dat [eisende partij] de auteursrechthebbende is van de foto’s en dat [gedaagde partij] zonder toestemming en dus onrechtmatig gebruik maakt van de foto’s, en dat [eisende partij] als gevolg van deze auteursrechtinbreuk schade heeft geleden, waarvoor [gedaagde partij] aansprakelijk is gesteld. [gedaagde partij] is gesommeerd elk gebruik van het werk van [eisende partij] te staken en gestaakt te houden en een bedrag van € 2.550,00 aan schadevergoeding te betalen.

2.7. [gedaagde partij] weigert de gevraagde schadevergoeding te betalen en weigert elk gebruik van het werk van [eisende partij] te staken. De hiervoor genoemde vijf foto’s van [eisende partij] staan inmiddels niet meer op de website van [gedaagde partij].

3. De vordering en het verweer

3.1. [eisende partij] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat [gedaagde partij] door de publicatie van de foto’s van [eisende partij] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eisende partij];

II. [gedaagde partij] te veroordelen tot het voldoen van een schadevergoeding van € 2.850,00, dan wel een bedrag dat de kantonrechter redelijk voorkomt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2012 althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

III. [gedaagde partij] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 450,00 en [gedaagde partij] te veroordelen in de proceskosten.

3.2. [eisende partij] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gepleegd op zijn auteursrechten ex artikel 1 Auteurswet (Aw) en zijn persoonlijkheidsrechten ex artikel 25 Aw, waardoor hij schade heeft geleden die [gedaagde partij] dient te vergoeden. Daartoe stelt hij dat [gedaagde partij] de onder 2.4 genoemde foto’s zonder zijn toestemming en meestal zonder naamsvermelding openbaar heeft gemaakt op de website www.ihvbreda.nl. Volgens [eisende partij] komt [gedaagde partij] geen beroep toe op het citaatrecht van artikel 15a Aw, omdat de foto’s door [gedaagde partij] enkel zijn gebruikt ter verfraaiing en versiering van zijn website en geen enkel zelfstandig doel dienden, het citeren niet is gebeurd in de context van serieuze uitingen als bedoeld in 15a lid 1 aanhef Aw en afbreuk is gedaan aan de exploitatierechten van [eisende partij]. Voor het begroten van zijn schade heeft [eisende partij] aansluiting gezocht bij artikel 18 en 19 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie.

3.3. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer en betwist dat er sprake is van een inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij]. Hij stelt dat hij op grond van het citaatrecht gerechtigd was zonder toestemming van en zonder vergoeding aan [eisende partij] gebruik te maken van de foto’s van [eisende partij] op de website www.ihvbreda.nl in de vorm zoals hij dat doet. De miniatuurfoto’s in het nieuwsoverzicht op zijn website dienen niet ter versiering van de website, maar worden weergegeven (geciteerd) binnen de context van een nieuwsoverzicht dat primair als doel heeft om de internetgebruiker door te linken naar het publiekgemaakte nieuwsmateriaal, waarvan de foto’s van [eisende partij] onderdeel uitmaakten, op de bronwebsite en om het nieuwsmateriaal voor de internetgebruiker beter herkenbaar en vindbaar te maken.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Beoordeeld dient te worden of [gedaagde partij] een inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij] heeft gemaakt en of hij op grond daarvan jegens [eisende partij] schadeplichtig is.

4.2. De auteursrechten van de foto’s van [eisende partij] berusten bij [eisende partij], zodat aan hem op grond van artikel 1 Aw het uitsluitend recht toekomt om deze foto’s openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit niet tenzij voorafgaande toestemming van [eisende partij] is verkregen. Vast staat dat [gedaagde partij] deze foto’s zonder voorafgaande toestemming van [eisende partij] op de website www.ihvbreda.nl heeft geplaatst. Dit levert dan ook in beginsel een inbreuk op de aan [eisende partij] toebehorende auteursrechten.

4.3. [gedaagde partij] beroept zich op de beperking van artikel 15a Aw (citaatrecht) op het auteursrecht. De kantonrechter ziet zich voor de vraag gesteld of er sprake is van toelaatbaar citeren door [gedaagde partij]. Bij de beoordeling daarvan dient ervan uitgegaan te worden dat het gaat om beeldcitaten van gehele fotografische werken als bedoeld in artikel 15a Aw in verbinding met artikel 10 lid 1 sub 9 Aw.

4.4. In artikel 15a Aw is geregeld onder welke voorwaarden het geoorloofd is te citeren uit een auteursrechtelijk beschermd werk zonder toestemming van de maker ervan. Dat er krachtens artikel 15a lid 1 aanhef alleen maar in de context van een aankondiging, beoorde¬ling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling of voor een uiting met een vergelijkbaar doel geciteerd mag worden is onjuist. Ingevolge lid 2 is het ook toegestaan in de vorm van persoverzichten te citeren uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen, mits wordt voldaan aan de vereisten van lid 1. De manier van citeren door [gedaagde partij] op zijn website van zowel een klein deel van de tekst van het nieuwsbericht als de bijbehorende nieuwsfoto in miniatuurformaat in de vorm van nieuwsoverzichten, zoals uitvoerig omschreven onder 2.3, valt naar het oordeel van de kantonrechter onder citeren in de zin van lid 2. Dit citeren is toegestaan indien aan de onderstaande vier cumulatieve vereisten van lid 1 is voldaan:

1) het werk waaruit wordt geciteerd rechtmatig openbaar is gemaakt;

2) het citeren in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs is geoorloofd en aantal en omvang van de geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd;

3) artikel 25 Aw (dat de zogenaamde persoonlijkheidsrechten van de auteursrechthebbende bevat) in acht wordt genomen; en

4) voor zover redelijkerwijs mogelijk de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke wijze wordt vermeld.

4.5. Niet in geschil is dat de nieuwsberichten met de bijbehorende foto’s van [eisende partij] waaruit [gedaagde partij] in het nieuwsoverzicht op zijn website heeft geciteerd rechtmatig zijn openbaar gemaakt op de achterliggende externe nieuwswebsites. Aan het vereiste onder 1 is derhalve voldaan.

4.6. Partijen verschillen van mening over de vraag of de beeldcitaten van de foto’s van [eisende partij] op de website van [gedaagde partij] naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs waren geoorloofd en of het aantal en de omvang van de beeldcitaten door het te bereiken doel waren gerechtvaardigd.

4.7. Dat van een rechtsgeldig beeldcitaat alleen maar sprake kan zijn indien de foto wordt opgenomen ter verduidelijking of onderbouwing van de eigen mededeling van de citeerder, die in de citerende uiting besloten ligt, vindt geen steun in het recht (vgl. Hof Arnhem 4 juli 2006, NJ 2006, 497). Het enkele feit dat het nieuwsoverzicht op de website van [gedaagde partij] geen eigen uitingen van [gedaagde partij] bevat - de daarin opgenomen teksten zijn geheel ontleend aan de achterliggende oorspronkelijke nieuwsberichten op de externe nieuwswebsites - waarin de beeldcitaten (de foto’s van [eisende partij]) ter onderbouwing zijn opgenomen, is dus geen beletsel om de in dat nieuwsoverzicht opgenomen beeldcitaten en de daarbij behorende eveneens geciteerde teksten, onder de bescherming van het citaatrecht van artikel 15a Aw te brengen.

4.8. Wil een beeldcitaat redelijkerwijs geoorloofd zijn dan is van belang dat het citaat inhoudelijk relevant is (niet slechts ter illustratie) en slechts een klein onderdeel uitmaakt van het werk (de publicatie) in het geheel waarin het beeldcitaat is opgenomen. Dat wil zeggen dat niet elk hergebruik van een foto een toegestaan citaat is. Hergebruik van beeld dat uitsluitend of in overwegende mate dient als versiering of verfraaiing is niet toegestaan.

Het beeld moet worden overgenomen, omdat het nodig is in het werk waarin het wordt opgenomen. Het beeld moet een duidelijk functioneel verband hebben met het werk waarin het wordt gebruikt (HR 26 juni 1992, IER 1992/40, Damave/Trouw). Ook mag het citaat niet neerkomen op een verkapte exploitatie van het origineel (HR 22 juni 1990, NJ 1991, 268, Malmberg/Beeldrecht). Verder moet het citaat proportioneel zijn. Dit betekent dat niet meer mag worden overgenomen dan nodig is voor het werk.

4.9. Derhalve moet eerst beoordeeld worden of de foto’s van [eisende partij] in overwegende mate ter versiering of verfraaiing van (het nieuwsoverzicht van) de website van [gedaagde partij] dienden of dat ze hieraan ondergeschikt waren, daarmee redelijkerwijs een geheel vormden en ertoe strekten de internetgebruiker een indruk van de desbetreffende nieuwsberichten te geven.

4.10. Het werk waarin de foto’s van [eisende partij] waren opgenomen is een nieuwsoverzicht op de website van [gedaagde partij]. Niet in geschil is dat er een voldoende duidelijk verband was tussen de foto’s en de inhoud van de daarbij behorende nieuwsberichten, waarvan een deel van de tekst samen met een miniatuur van de foto was opgenomen in het nieuwsoverzicht op de website van [gedaagde partij]. De foto’s zijn namelijk nieuwsfoto’s die betrekking hebben op nieuwsfeiten die beschreven zijn in de daarbij behorende nieuws¬berichten. De nieuwsbe¬richten zijn ook in combinatie met de daarop betrekking hebbende foto op de achterliggende externe nieuwswebsites gepubliceerd. De foto’s kunnen beschouwd worden als een beeldende beschrijving en ondersteuning van de inhoud van de desbetreffende nieuws¬berichten en hebben hierdoor een duidelijke functie bij de overgenomen tekst in het nieuwsoverzicht, namelijk het nieuwsbericht extra goed herkenbaar maken voor de lezer en een indruk geven van het achterliggende nieuwsartikel met als doel dat de lezer door op de hyperlink te klikken wordt doorgestuurd naar het originele nieuwsartikel op de achter¬liggende bronwebsite, alwaar de lezer zich het volledige nieuwsbericht eigen kan maken. Gelet hierop kunnen de foto’s samen met de daarbij behorende tekst in het nieuwsoverzicht op de website van [gedaagde partij] redelijkerwijs beschouwd worden als een geheel dat ertoe strekt om aan de lezer een indruk van de desbetreffende nieuwsartikelen te geven. Door de omvang van de foto’s (in miniatuurformaat) in vergelijking met de daarbij behorende tekst waarbij geen sprake was van een wanverhouding in grootte of opmaak, en door de wijze van opmaak van het nieuwsoverzicht op de website van [gedaagde partij] waarbij de foto’s geen prominente rol spelen, is op de foto’s (ook) niet een zodanige nadruk komen te liggen dat zij in overwegende mate de functie van trekker naar en versiering van die website hebben gekregen. Immers, door het kleine formaat van de foto’s vielen de foto’s niet op en waren ze ondergeschikt aan (het nieuwsoverzicht van) de website van [gedaagde partij].

4.11. Daarnaast geldt dat het gebruik van de miniatuurfoto’s op de website van [gedaagde partij], waarvan onvoldoende gemotiveerd bestreden is dat de foto’s slechts gedurende een periode van zeven dagen na publicatie zichtbaar zijn en daarna automatisch van de website worden verwijderd, ook proportioneel is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde partij] daarmee niet langer gebruik gemaakt van de foto’s van [eisende partij] dan nodig was gelet op de actualiteit en de nieuwswaarde van deze nieuwsfoto’s, zodat de litigieuze beeldcitaten proportioneel waren. Dat de beeldcitaten afbreuk zouden doen aan de door het auteursrecht beschermde belangen van [eisende partij] ter zake de exploitatie van deze foto’s is niet komen vast te staan. De overname van deze foto’s als beeldcitaten is een zodanig ondergeschikt onderdeel van de daarbij behorende tekst van het daarmee corresponderende nieuwsbericht in het nieuwsoverzicht op de website van [gedaagde partij], dat daarmee geen sprake is van een vorm van exploitatie van de foto’s van [eisende partij] door [gedaagde partij]. Geconcludeerd moet worden dat aan het vereiste onder artikel 15a lid 1 sub 2 Aw is voldaan.

4.12. Vervolgens dient te worden beoordeeld of aan de vereisten van sub 3 en 4 is voldaan. Ingevolge sub 3 moeten de persoonlijkheidsrechten van de maker van de foto gerespecteerd worden. Dit houdt onder meer in dat bij het citeren van de foto de naam van de maker vermeld moet worden. Echter ingevolge sub 4 is vermelding van de bron waaraan het beeldcitaat is ontleend, waaronder de naam van de maker van de foto alleen vereist als dat redelijkerwijs mogelijk is. Dat betekent onder meer dat naamsvermelding niet noodzakelijk is als deze niet in de bron voorkomt.

4.13. Vast staat dat [gedaagde partij] vijf verschillende foto’s van [eisende partij] een of meerdere malen heeft gepubliceerd waarvan acht keer zonder en twee keer met vermelding van de naam van [eisende partij] als de maker van de foto.

4.14. Gesteld noch gebleken is dat van alle litigieuze vijf foto’s van [eisende partij] de naams¬vermelding op de bronwebsite voorkwam. Dit betekent dat niet zonder meer kan worden vastgesteld dat bij alle beeldcitaten [gedaagde partij] nalatig is geweest de naamsvermelding van de maker van de foto te vermelden. Indien de naamsvermelding in de bron ontbrak was het voor [gedaagde partij] redelijkerwijs niet mogelijk om daarvan bij zijn beeldcitaat melding te maken. Van [gedaagde partij] kon in dat geval niet worden verwacht dat hij daarnaar eerst onderzoek had gedaan alvorens gebruik te maken van de foto’s op zijn website. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat, ook al was op de bronwebsite de naam van [eisende partij] als de maker van een of meer foto’s vermeld, dan nog van [gedaagde partij] in dat geval redelijkerwijs niet kon worden verwacht om naast de bronvermelding, die bij alle beeldcitaten duidelijk was opgenomen, ook de naam van [eisende partij] als de maker van de foto(‘s) te vermelden. Daartoe acht de kantonrechter redengevend dat gelet op de context van een nieuwsoverzicht waarbinnen de foto’s van [eisende partij] als beeldcitaten zijn opgenomen, de geautomatiseerde wijze waarop het nieuwsoverzicht wordt gevoed, en het doel en de strekking van het nieuwsoverzicht om de lezer via de hyperlink door te sturen naar de oorspronkelijke nieuwsbron met het volledige nieuwsbericht en de bijbehorende foto, alwaar de naam van [eisende partij] als de maker van de foto zou staan vermeld, de lezer op een vrij eenvoudige en vanzelfsprekende wijze bekend zou raken met de naam van [eisende partij] als de maker van de foto. De kanton¬rechter is van oordeel dat [gedaagde partij] in de gegeven omstandigheden naar alle redelijkheid ook aan het vereiste van bronvermelding van artikel 15a lid 1 sub 4 Aw heeft voldaan. Niet gesteld is dat andere persoonlijkheidsrechten ex artikel 25 Aw door [gedaagde partij] zijn geschonden, zodat ervan wordt uitgegaan dat daaraan en daarmee mede aan het vereiste onder artikel 15a lid 1 sub 3 Aw is voldaan.

4.15. Nu aan alle cumulatieve vereisten van artikel 15a lid 1 Aw is voldaan slaagt het beroep van [gedaagde partij] op het citaatrecht. Dit betekent dat de door [gedaagde partij] op zijn website opgenomen beeldcitaten van de litigieuze foto’s van [eisende partij] toelaatbaar waren en hij hiermee dus geen inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eisende partij]. De vorderingen van [eisende partij] zullen dan ook worden afgewezen.

4.16. [eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde partij].

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde partij] tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2013.