Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BY8479

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
15-01-2013
Datum publicatie
16-01-2013
Zaaknummer
C/08/133443 / KG ZA 12-248
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Valt op internet geplaatste beschuldiging jegens een bedrijf onder de vrijheid van meningsuiting of is sprake van onrechtmatig handelen jegens dat bedrijf?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/133443 / KG ZA 12-248

datum vonnis: 15 januari 2013

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Nederland, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bedrijfsreclame Nederland B.V.,

gevestigd te Groningen,

eiseres,

verder te noemen BRN,

advocaat: mr. R. Skála te Haren,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde].

in persoon verschenen

1. De procedure

1. BRN heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 8 januari 2013. Ter zitting zijn verschenen:

mr. R. Skála namens BRN en [gedaagde] in persoon. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 Op 31 mei 2012 heeft [gedaagde] op zijn LinkedIn-account het volgende vermeld:

‘SLIMME oplichterstruc! Of je wilt bevestigen dat je niet verlengen wilt BRN: Bedrijfs Reclame Nederland uit Groningen.

Gisteren werd ik gebeld door een telefonische verkoper, ik zei dat ik geen tijd of budget had. Nee, zegt hij: u staat vermeld op het bedrijvenblad.nl en wij hebben een opzegging hiervoor ontvangen. Klopt het dat u niet wilt verlengen?

Ik had nooit gehoord van die lui, dus ik zei: als verlengen mij geld kost, wil ik niet verlengen. Gaat hij mij een fax sturen waarop ik kan bevestigen dat ik niet wil verlengen.

LET OP:

Op de fax staat het volgende:

‘In vervolg op ons gesprek van vandaag bevestigen wij u hierbij onze afspraken betreffende uw online vermelding in hetbedrijvenblad.nl, conform onderstaande specificaties:

(…)

Uw vermelding op www.hetbedrijvenblad.nl is voorzien van uw logo (indien beschikbaar), een link naar uw e-mailadres, uw internetadres en een routekaart/planner met nawt gegevens. De vermelding geldt voor een periode van twaalf maanden aaneengesloten tegen een tarief van € 99,-- exclusief btw per maand waarvan u de totaalfactuur nog ontvangt. Wijzigingen in uw gegevens kunt u te allen tijde doorgeven en zullen binnen 2 werkdagen verwerkt worden.

CONFORM AFSPRAAK VOLGT GEEN AUTOMATISCHE VERLENGING!

En daarna kun je jouw naam en functie invullen en tekenen.

Als je dit tekent, KRIJG JE EEN FACTUUR VAN 12X 99! WANT DAAR HEB JE ZOJUIST VOOR GETEKEND!!

Het is een nieuwe truc, pas daar voor op !!! Als je NIET wilt, krijg je WEL een factuur! Het gaat om BRN, Bedrijfs Reclame Nederland uit Groningen.

Verspreid deze boodschap!

Bescherm jezelf en anderen tegen dit soort praktijken!’

Later zet [gedaagde] op zijn LinkedIn-account een link naar het schrijven dat hij van BRN heeft ontvangen, met daarbij het advies om de brief te downloaden. Ook op facebook heeft [gedaagde] informatie over BRN gepubliceerd.

2.2 BNR heeft [gedaagde] gesommeerd het door hem op internet geplaatste bericht en hiermee verband houdende berichten direct te verwijderen en verwijderd te houden. [gedaagde] heeft hieraan geen gehoor gegeven. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het aanhangig maken van dit kort geding door BRN.

3. Het geschil

3.1 BRN vordert samengevat om [gedaagde] te veroordelen tot het kenbaar maken van de internetsites waarop hij informatie over BRN heeft geplaatst, het door [gedaagde] verwijderen en verwijderd houden van alle op internet geplaatste informatie en het plaatsen van een rectificatie door [gedaagde], als vermeld in de dagvaarding, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de totale kosten die BRN heeft moeten maken, dan wel met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2 BRN legt daaraan ten grondslag dat BRN tegen betaling gegevens van bedrijven opneemt in een online raadpleegbaar register. Daarvoor stuurt BRN aanbiedingen aan bedrijven, waarin expliciet is vermeld dat er pas een overeenkomst tot stand komt nadat de wederpartij de aanbieding bevoegd ondertekend retour heeft gezonden. BRN is er door potentiële klanten op geattendeerd dat [gedaagde] gegevens over BRN op het internet heeft gezet, waarbij [gedaagde] BRN uitmaakt voor oplichters. BRN heeft door deze handelwijze van [gedaagde] zowel potentiële klanten als bestaande klanten verloren, daar de gegevens van [gedaagde] bij het invoeren van de naam BRN als eerste worden vermeld.

3.3 [Gedaagde] voert verweer.

3.4 Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Kern van het geschil tussen partijen is of [gedaagde] met de door BRN gestelde en door [gedaagde] niet betwiste uitlatingen en publicaties op zijn LinkedIn- en facebookaccount, onrechtmatig heeft gehandeld en thans nog handelt jegens BRN.

4.2 Het gevorderde vormt een beperking van het aan een ieder toekomend recht op

vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het EVRM. Dat recht kan ingevolge het bepaalde in het tweede lid van artikel 10 EVRM slechts worden beperkt indien de beperking bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van rechten van anderen. Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de publicatie onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW.

4.3. Bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde] onrechtmatig in vorenbedoelde zin heeft gehandeld moet vooropgesteld te worden dat een ieder het recht heeft om gedachten en gevoelens van welke inhoud dan ook, te uiten. Dat betekent dat een ieder de vrijheid heeft zijn of haar hart te luchten en zich op negatieve wijze over iemand uit te laten, ook als die uitlatingen een beschuldiging aan het adres van die ander inhouden. Dat recht om vrijelijk zijn mening te uiten, vindt zijn begrenzing in het geval daarmee iemands eer en goede naam op onrechtmatige wijze wordt aangetast. Of daarvan sprake is, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

4.4 BRN stelt dat de geciteerde uitlatingen feitelijk onjuist en ongefundeerd zijn en BRN schade berokkenen in die zin, dat BRN door de uitlatingen (potentiële) klanten verliest. Volgens BRN is de gebruikelijke gang van zaken binnen haar organisatie dat haar callcenter bedrijven belt en informeert of zij in de database opgenomen willen worden c.q. belang hebben bij plaatsing. Zodra het bedrijf akkoord is, wordt er zijdens BRN een fax verzonden waarin de inhoud van het telefoongesprek wordt bevestigd en er wordt verzocht bij akkoord het formulier voorzien van een handtekening te retourneren. Na retourontvangst wordt de informatie geplaatst en na zeven dagen (in verband met eventuele spijtoptanten) wordt de factuur verzonden. BRN betwist dat zij andere bedrijven oplicht, daartoe de intentie zou hebben of enige poging daartoe zou hebben ondernomen. Ter zitting is namens BRN betoogd dat de fax die aan [gedaagde] is gestuurd, eerst is verzonden nadat [gedaagde] telefonisch aan BRN kenbaar had gemaakt geïnteresseerd te zijn in een vermelding. De fax is volgens BRN enkel bedoeld als offerte en daarin wordt volgens BRN niet de indruk gewekt dat er al een contractuele band bestaat tussen BRN en [gedaagde].

4.5 [Gedaagde] betwist dat hij telefonisch dan wel anderszins interesse heeft getoond voor een (voortgezette) vermelding op de site hetbedrijvenblad.nl. Toen hij telefonisch door BRN werd benaderd kende hij het bedrijf niet en ging hij ervan uit dat zijn bedrijf niet op de site vermeld stond. Geheel uitsluiten dat zijn bedrijf toch op de site vermeld stond kon [gedaagde] echter niet, aangezien hij het bedrijf vrij recent had overgenomen en het mogelijk was dat de vermelding van voor dat moment dateerde. Gelet echter op zijn gewoonte om geen interesse te tonen als hij door een telefonische verkoper wordt benaderd met een aanbod waaraan meer kosten dan een euro zijn verbonden, stelt hij ook geen interesse te hebben getoond in het telefonische aanbod van BRN tot verlenging van vermelding op de site.

4.6 Indien juist is wat [gedaagde] stelt, namelijk dat hij de fax diende te ondertekenen en retourneren ter bevestiging van het telefoongesprek met een callcentermedewerker van BRN, waarin hij had aangegeven dat, als zijn bedrijf al vermeld staat op de site, hij deze vermelding in ieder geval niet wilde verlengen, dan is de inhoud van de fax niet goed verklaarbaar. Als het bedrijf van [gedaagde] op de site vermeld heeft gestaan zonder dat hij zich daarvan bewust was, en er dus al een contractuele relatie tussen BRN en [gedaagde] was, ligt het niet voor de hand dat in het kader van een bevestiging van een opzegging c.q. niet verlenging van het contract aangaande de vermelding reeds eerder over de vermelding gemaakte afspraken worden bevestigd en dat op dat moment wordt bevestigd dat er nog een factuur zal worden verstuurd over een (grotendeels) reeds afgesloten periode. Ook de vermelding dat conform afspraak geen automatische verlenging volgt is in het kader van een bevestiging van een niet verlenging niet logisch. Indien de fax wordt gelezen met in het achterhoofd een recent gevoerd telefoongesprek waarin is gesproken over het niet verlengen van een vermelding die aan de hand van een nog toe te zenden fax schriftelijk bevestigd dient te worden, kan met name door de vermelding in hoofdletters dat geen automatische verlenging plaatsvindt, de indruk ontstaan dat met de ondertekening van de fax deze telefonisch doorgegeven aankondiging de vermelding niet te willen verlengen, wordt bevestigd. Indien BRN op deze manier onder valse voorwendselen gepoogd zou hebben [gedaagde] een offerte te laten tekenen waarin de bevestiging ligt besloten dat er reeds een contractuele band bestaat, zou dat onrechtmatig kunnen zijn.

4.7 De in de fax gebruikte bewoordingen passen naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter eerder bij een offerte waarin een aanbod wordt gedaan tot vermelding van het bedrijf op de site, onder vermelding van de voorwaarden waaronder deze zal plaatsvinden. Dit is volgens BRN ook precies wat er is gebeurd. De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij ontkenning door BRN van het door [gedaagde] gestelde, het aan [gedaagde] is, als degene die jegens BRN beschuldiging heeft geuit, om de beschuldigingen in dit kort geding voldoende aannemelijk te maken door voldoende onderliggende feiten te stellen en waar betwist te onderbouwen.

4.8 [Gedaagde] baseert zijn beschuldigingen aan het adres van BRN op de omstandigheid dat de inhoud van het telefoongesprek anders zou zijn geweest dan door BRN is gesteld en dat de fax niet met het in het telefoongesprek besprokene in overeenstemming is. [Gedaagde] onderbouwt dit echter niet. Nu [gedaagde] bovendien geen factuur heeft ontvangen, kan hij zijn stelling dat het tekenen en retourneren van de fax betekent dat je een factuur krijgt van 12 x € 99,-- evenmin onderbouwen en kan hij de beschuldiging aan het adres van BRN dat sprake is van een slimme oplichterstruc niet daarop stoelen. Evenmin kan daarvoor steun worden gevonden in de door [gedaagde] op internet gevonden informatie. Deze informatie heeft met name betrekking op het bedrijf PROM. Weliswaar staat in een door [gedaagde] overgelegd afschrift van een bericht dat op 8 november 2012 op internet is geplaatst dat PROM zijn naam heeft gewijzigd in BRN, maar niet duidelijk is van wie dit bericht afkomstig is en wat de (juridische) status is van dit bericht. Hoewel in een ander door [gedaagde] overgelegd afschrift van een bericht, dat op internet is geplaatst en dat dateert van 14 november 2011 wel wordt gesproken over ‘BRN’, een reclamebureau dat gevestigd is in Groningen, wordt de volledige naam van BRN, de eisende partij in deze procedure, niet genoemd en staat niet buiten kijf dat het om hetzelfde bedrijf gaat. Nog afgezien daarvan geldt voor dit bericht eveneens dat de herkomst en juridische status niet helder is.

4.9 Nu [gedaagde] niet heeft kunnen onderbouwen dat de door hem op internet over BRN gepubliceerde informatie op tenminste door hem zelf ervaren feiten berust, en BRN voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de publicatie haar in zakelijk opzicht schade berokkent dan wel zal berokkenen, betekent dit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat [gedaagde] met de door hem op internet geplaatste uitingen en publicaties onrechtmatig handelt jegens BRN. Daaruit volgt dat in dit geval het recht van BRN op bescherming van haar eer en naam en zakelijke belangen dient te prevaleren boven het recht van [gedaagde] op vrijheid van meningsuiting. Dit betekent ook dat BRN belang heeft bij de vordering tot het verwijderen en verwijderd houden van alle door [gedaagde] onrechtmatig over haar op internet geplaatste informatie. Deze vordering zal daarom worden toegewezen. Daardoor komt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het belang te ontvallen bij de vordering dat [gedaagde] de internetsites waarop hij de bewuste informatie heeft geplaatst, kenbaar maakt. Gelet op het vorenstaande heeft BRN ook belang bij de door haar gevorderde rectificatie. De vorderingen II en III zullen derhalve worden toegewezen in de vorm zoals hierna bepaald.

4.10 De voorzieningenrechter ziet voldoende aanleiding voor toewijzing van de gevorderde dwangsommen. Deze worden gemaximeerd zoals hierna omschreven.

4.11 [Gedaagde] wordt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van dit geding. De kosten aan de zijde van BRN worden tot op heden begroot op € 672,57 aan verschotten en € 816,-- aan salaris advocaat. Voor toekenning van een hogere vergoeding van advocaatkosten is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende feitelijke grond aanwezig.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] tot het verwijderen en verwijderd houden van de hieronder weergegeven door hem onrechtmatig op internet geplaatste informatie over BRN op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat de informatie nog op internet vermeld staat zodra 48 uur na betekening van dit vonnis is verstreken, met een maximum van € 25.000,--:

‘SLIMME oplichterstruc! Of je wilt bevestigen dat je niet verlengen wilt BRN: Bedrijfs Reclame Nederland uit Groningen.

Gisteren werd ik gebeld door een telefonische verkoper, ik zei dat ik geen tijd of budget had. Nee, zegt hij: u staat vermeld op het bedrijvenblad.nl en wij hebben een opzegging hiervoor ontvangen. Klopt het dat u niet wilt verlengen?

Ik had nooit gehoord van die lui, dus ik zei: als verlengen mij geld kost, wil ik niet verlengen. Gaat hij mij een fax sturen waarop ik kan bevestigen dat ik niet wil verlengen.

LET OP:

Op de fax staat het volgende:

‘In vervolg op ons gesprek van vandaag bevestigen wij u hierbij onze afspraken betreffende uw online vermelding in hetbedrijvenblad.nl, conform onderstaande specificaties:

(…)

Uw vermelding op www.hetbedrijvenblad.nl is voorzien van uw logo (indien beschikbaar), een link naar uw e-mailadres, uw internetadres en een routekaart/planner met nawt gegevens. De vermelding geldt voor een periode van twaalf maanden aaneengesloten tegen een tarief van € 99,-- exclusief btw per maand waarvan u de totaalfactuur nog ontvangt. Wijzigingen in uw gegevens kunt u te allen tijde doorgeven en zullen binnen 2 werkdagen verwerkt worden.

CONFORM AFSPRAAK VOLGT GEEN AUTOMATISCHE VERLENGING!

En daarna kun je jouw naam en functie invullen en tekenen.

Als je dit tekent, KRIJG JE EEN FACTUUR VAN 12X 99! WANT DAAR HEB JE ZOJUIST VOOR GETEKEND!!

Het is een nieuwe truc, pas daar voor op !!! Als je NIET wilt, krijg je WEL een factuur! Het gaat om BRN, Bedrijfs Reclame Nederland uit Groningen.

Verspreid deze boodschap!

Bescherm jezelf en anderen tegen dit soort praktijken!’.

II. Veroordeelt [gedaagde] tot het plaatsen van een rectificatie op zijn LinkedIn-account en/of facebookaccount inhoudende: ‘De voorzieningenrechter in de Rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Almelo, heeft bij vonnis in kort geding van 15 januari 2013 bepaald dat ik beschuldigingen die ik aan het adres van Bedrijfsreclame Nederland op internet had geplaatst niet heb kunnen onderbouwen, zodat die beschuldigingen onrechtmatig jegens BRN zijn. Ik rectificeer derhalve hierbij mijn eerder geuite beschuldigingen’. De rectificatie dient geplaatst te worden binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1000,-- per dag dat deze rectificatie te laat is geplaatst en op straffe van verbeurte van een dwangsom van eveneens € 1000,-- per dag dat de rectificatie minder dan 30 dagen op het internet staat met in beide gevallen afzonderlijk een maximum van € 10.000,--.

III. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van BRN begroot op € 672,57 aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.