Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BY7752

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
04-01-2013
Zaaknummer
06/940362-12, 06/182736-12 en 06/940442-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte die op 12 september 2012 heeft geprobeerd een winkel te overvallen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat verdachte vele malen eerder met pollitie en justitie in aanraking is geweest, waaronder voor het plegen van een soortgelijk feit. Verder heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging bevolen van 8 maanden gevangenisstraf, die bij een eerder vonnis voorwaardelijk aan verdachte was opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 06/940362-12, 06/182736-12 en 06/940442-11 (tul)

Uitspraak d.d.: 4 januari 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte ],

geboren te [plaats op 1975],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord, te Arnhem.

Raadsvrouw: mr. T. Karasu, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 18 december 2012 en 28 december 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 06/940362-12

hij op of omstreeks 12 september 2012 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] (kassiere) en/of [slachtoffer B] en/of [winkel] (filiaal [winkelcentrum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer A], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, hebbende verdachte toen en daar

-aan [slachtoffer A] (kassiere) een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig voorwerp, getoond/voorgehouden en/of

-(daarbij) tegen die [slachtoffer A] gezegd/geroepen "ik wil al het geld uit de kassa" en/of "geef me al het geld uit de kassa"

, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 12 september 2012 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [winkel] (filiaal [winkelcentrum]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, hebbende verdachte toen en daar

-aan [slachtoffer A] (kassiere) een mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig voorwerp, getoond/voorgehouden en/of

-(daarbij) tegen die [slachtoffer A] gezegd/geroepen "ik wil al het geld uit de kassa" en/of "geef me al het geld uit de kassa"

, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

parketnummer 06/182736-12:

hij op of omstreeks 30 augustus 2012 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen wasmiddel en/of beschuit en/of donuts en/of snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt], gelegen aan [adres], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 12 september 2012 kwam er bij de regionale meldkamer de melding binnen van een gewapende overval bij [winkel te plaats]. Een man had de medewerkster met een mes bedreigd en gezegd dat hij geld uit de kassa wilde. De medewerkster kreeg de kassa niet open. De man heeft toen zelf nog aan de kassalade getrokken en heeft vervolgens zonder buit de winkel verlaten. De dader is door de videobewaking vastgelegd. Een getuige heeft een signalement gegeven van de dader. Vervolgens hebben de verbalisanten de verdachte aan de hand van het signalement aangehouden. Zij hebben aan de hand van de foto's van de camerabeelden geconstateerd dat verdachte degene is geweest die geprobeerd heeft de winkel te overvallen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van hetgeen onder 06/940362-12 ten laste is gelegd is sprake van een poging tot afpersing en een poging tot diefstal vergezeld van bedreiging met geweld.

Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de mogelijke bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

parketnummer 06/940362-121

Aan verdachte is cumulatief ten laste gelegd, kort gezegd, respectievelijk

- poging tot diefstal door middel van geweld of bedreiging met geweld en

- poging tot afpersing.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 18 december 2012 verklaard dat hij op

12 september 2012 te Apeldoorn in [winkelcentrum] heeft geprobeerd geld weg te nemen bij de winkel [winkel]. Hij wilde namelijk snel geld hebben. Toen hij aan de kassa stond, heeft hij een groot slagersmes uit de rechtermouw laten zakken zodat de caissière deze kon zien. Hij heeft gezegd "ik wil al het geld uit de kassa". Dit is niet gelukt omdat de kassalade niet open wilde. Hij heeft zelf nog geprobeerd de kassalade te openen, maar dat lukte ook niet. Hij heeft vervolgens de winkel verlaten.

Voorts is de bewezenverklaring van de poging tot afpersing gebaseerd op:

- het proces-verbaal van aangifte2 door [slachtoffer A];

- het proces-verbaal van aangifte3 door [slachtoffer B] namens [winkel].

Aangezien verdachte duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de poging tot diefstal vergezeld van bedreiging met geld, omdat in de tenlastelegging niet feitelijk is vermeld waaruit de wegnemingshandeling(en) zou(den) hebben bestaan. Het feitencomplex kan derhalve alleen worden gezien als een poging tot afpersing.

parketnummer 06/182736-124

De verdachte heeft ter terechtzitting van 18 december 2012 verklaard dat hij op

30 augustus 2012 te Apeldoorn goederen heeft weggenomen, toebehorende aan de [supermarkt], gelegen aan de [adres] aldaar. Hij heeft daar wasmiddelen, donuts, koekjes en snoep weggenomen.

[naam ] heeft aangifte gedaan5 namens [supermarkt], gevestigd aan de [adres.] Op 30 augustus 2012 liep en er een man met een aantal artikelen de winkel uit. Uit camerabeelden bleek dat hij niet betaald had.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

parketnummer 06/094362-12

hij op 12 september 2012 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer A] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan [winkel] (filiaal [winkelcentrum]), hebbende verdachte toen en daar

- aan [slachtoffer A] (caissière) een mes getoond/voorgehouden en

- daarbij tegen die [slachtoffer A] gezegd/geroepen "ik wil al het geld uit de kassa" en/of "geef me al het geld uit de kassa", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

parketnummer 06/182736-12:

hij op 30 augustus 2012 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen wasmiddel en donuts en snoep, toebehorende aan [supermarkt], gelegen aan de [adres.]

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

parketnummer 06/094362-12

poging tot afpersing.

parketnummer 06/182736-12:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is met betrekking tot het feit onder parketnummer 06/094362-12

een rapport opgemaakt op 10 december 2012 door drs. J.P.M. van der Leeuw,

psycholoog.

De conclusie van het rapport is dat er bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Er is sprake van afhankelijkheid van verschillende middelen en van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en passief-agressieve trekken. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde waren genoemde ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens aanwezig. Verdachte moet als licht verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

Met de conclusie van deze rapportage kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft primair verzocht de zaak aan te houden. Kennelijk is er sprake van een verandering bij verdachte, aangezien hij ter zitting heeft aangevoerd dat hij behandeld wil worden. De reclassering zou kunnen onderzoeken waar verdachte mogelijk behandeld kan worden en kan daartoe voorwaarden opstellen.

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, en voorts heeft zij de tenuitvoerlegging bevolen van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zij zich kan vinden in een aanhouding van de zaak, zoals door de officier van justitie is voorgesteld. Indien de rechtbank niet daartoe zou beslissen, heeft zij verzocht een kortere gevangenisstaf aan verdachte op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Voorts heeft zij verzocht een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden, waaronder een klinische behandeling.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte gedurende de afgelopen acht jaren een uitgebreide geschiedenis van behandelingen heeft opgebouwd, die hem telkens binnen een juridisch kader zijn opgelegd. Verdachte heeft, mede door eigen toedoen, (vrijwel) geen enkele van die behandelingen voltooid. Uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport blijkt dat de motivatie tot behandeling tijdens iedere behandeling minder wordt en dat er dan op enig moment een terugval is in drugsgebruik en delictgedrag. Daar komt nog bij dat de psycholoog van oordeel is dat verdachte wel verplichte behandeling nodig heeft, maar dat de bij verdachte aanwezige dynamiek van het moreel-masochisme elke verplichte behandeling teniet doet. Om die reden is het volgens de psycholoog thans gecontraïndiceerd om verdachte (wederom) te verplichten tot behandeling.

Tegen die achtergrond vindt de rechtbank het niet reëel dat een mogelijkheid van klinische behandeling (nogmaals) onderzocht wordt. Het verzoek tot aanhouding wordt derhalve afgewezen. Mocht het verdachte thans werkelijk ernst zijn om een behandeling te ondergaan, dan kan een en ander binnen het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling worden vormgegeven.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige vorm van vermogenscriminaliteit.

Hij heeft uit geldgebrek het plan opgevat een om een winkel te overvallen. Verdachte heeft een groot mes in zijn mouw gestopt, is naar het winkelcentrum gegaan en heeft een geschikte winkel uitgezocht. Vervolgens heeft hij de caissière een groot mes getoond en haar op deze gedwongen medewerking te verlenen. Delicten als het onderhavige dragen in hoge mate bij tot de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank houdt er rekening meer dat verdachte vele malen eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, waaronder voor het plegen van een soortgelijk feit, en dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is.

Gelet op voormelde omstandigheden, de richtlijnen en met name op uitspraken in (enigszins) vergelijkbare zaken acht de rechtbank alles afwegend de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd om het onder verdachte in beslag genomen mes te onttrekken aan het verkeer. Van de onder verdachte in beslag genomen fiets en trui kan de teruggave aan verdachte worden gelast.

De raadsvrouw heeft zich hier niet over uitgelaten.

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen en nog niet teruggegeven zwarte vleesmes, met betrekking tot welke het onder parketnummer 06/940362-12 bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Van de overige onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een bruine herenfiets, Union Arizona, serienummer [nummer];

- een groene trui, Tenson;

zal de teruggave worden gelast.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van 8 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 1 mei 2012.

De raadsvrouw heeft zich niet in het bijzonder over de vordering tot tenuitvoerlegging uitgelaten.

De rechtbank is van oordeel dat, nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, de bij vonnis van deze rechtbank van 1 mei 2012 (parketnummer 06/940442-11) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden ten uitvoer gelegd dient te worden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 45, 57, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 094362-12 en het onder parketnummer 06/182736-12 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

parketnummer 094362-12

poging tot afpersing;

parketnummer 06/182736-12:

diefstal.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een zwart vleesmes.

* gelast de teruggave aan verdachte van:

- een bruine herenfiets, Union Arizona, serienummer [nummer];

- een groene trui, Tenson;

* gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 1 mei 2012 (parketnummer 06/940442-11), te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Aldus gewezen door mrs. Cremers, voorzitter, Ouweneel en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

4 januari 2013.

Mr. Kropman buiten staat mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2012125175, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, regionaal Overvallen Team Crocus, gesloten en ondertekend op 21 september 2012

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer A] namens [winkel], pag. 49-51

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B] namens [winkel], pag. 52-53

4 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0621 2012118686, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, District Apeldoorn, team Apeldoorn Binnenstad, gesloten en ondertekend op 4 september 2012

5 Proces-verbaal van aangifte door [naam], pag. 5 - 6