Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:BY7749

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
04-01-2013
Zaaknummer
06/940334-12 en 06/850348-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een verdachte die op 8 juli 2012 tijdens een vechtpartij te Vaassen grof en levensgevaarlijk geweld heeft toegepast is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, namelijk tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk.

De verdachte is met zijn volle gewicht op het hoofd van het slachtoffer gesprongen, terwijl deze weerloos op de grond lag. De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd. Zij acht het ter voorkoming van herhaling van belang dat verdachte een behandeling zal volgen. De officier van justitie had dit niet gevorderd, hoewel dit wel was geadviseerd. Verder heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met de nog jeudige leeftijd van de verdachte, dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is en dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft de verdachte ook veroordeeld tot het betalen van de door het slachtoffer gevorderde schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 06/940334-12 en 06/850348-12 (ter terechtzitting gevoegd)

Uitspraak d.d.: 4 januari 2013

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1990],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Raadsvrouw: mr. B.A.T. Brouwer, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

De zaak is behandeld door de meervoudige kamer van deze rechtbank op de terechtzittingen van 18 december 2012 en 28 december 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 06/940334-12:

hij op of omstreeks 08 juli 2012 te Vaassen, gemeente Epe, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, opzettelijk [slachtoffer A] van het leven te beroven, met dat opzet, (terwijl voornoemde [slachtoffer A] (bewusteloos) (op zijn rug) op de grond lag) meermalen (met kracht) (met geschoeide voet(en) tegen/op het hoofd/gezicht, althans het lichaam, van die [slachtoffer A] heeft geschopt/getrapt en/of (met kracht (met zijn volle

lichaamsgewicht, ongeveer 74 kilogram)) (met geschoeide voet(en) op het hoofd van voornoemde [slachtoffer A] is gesprongen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 08 juli 2012 te Vaassen, gemeente Epe, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (terwijl voornoemde [slachtoffer A] (bewusteloos) (op zijn rug) op de grond lag) meermalen (met kracht) (met geschoeide voet(en) tegen/op het hoofd/gezicht, althans het lichaam, van die [slachtoffer A] heeft geschopt/getrapt en/of (met kracht)(met zijn volle lichaamsgewicht, ongeveer 74 kilogram)) (met geschoeide voet(en) op het hoofd van voornoemde [slachtoffer A] is gesprongen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

parketnummer 06/850348-12

hij op of omstreeks 15 augustus 2010 te Heerde met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Dorpsstraat en/of de Lange Slag, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C], welk geweld bestond uit het (met kracht) (meermalen) slaan/stompen en/of het (met kracht) (meermalen) schoppen/trappen (op/tegen het lichaam en/of op/tegen het hoofd) van voornoemde [slachtoffer B] en/of voornoemde [slachtoffer C];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 8 juli 2012 omstreeks 02.17 uur kreeg de politie een melding dat er te Vaassen een jongen na een vechtpartij onwel was geworden. De politie is ter plaatse gegaan en arriveerde nagenoeg gelijktijdig met de ambulance. De jongen werd op de toegangsweg van een bedrijf aangetroffen en was voor het ambulancepersoneel niet of nauwelijks aanspreekbaar. Hij is vervolgens naar een ziekenhuis in Zwolle overgebracht dat is gespecialiseerd in hoofdletsel, omdat het vermoeden bestond dat er sprake was van een mogelijk neurologisch trauma. De politie heeft een onderzoek ingesteld. Verdachte is op 28 augustus 2012 aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 06/940334-12 primair ten laste gelegde feit en van het onder parketnummer 06/850348-12 ten laste gelegde feit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Met betrekking tot parketnummer 06/940334-12 heeft de officier van justitie aangevoerd dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Verdachte heeft naar zijn oordeel het ‘volle’ opzet gehad aangever [slachtoffer A] van het leven te beroven. Verdachte is opgesprongen en met zijn gehele gewicht van 74 kilo en met beide voeten op het hoofd van [slachtoffer A] gesprongen, terwijl deze op een betonnen ondergrond lag.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van hetgeen onder parketnummer 06/940334-12 ten laste is gelegd aangevoerd dat er voor het primair ten laste gelegde vrijspraak dient te volgen.

Bewezen verklaard kan worden dat verdachte is opgesprongen en met één voet op het hoofd van aangever [slachtoffer A] terecht is gekomen, terwijl deze op de grond lag. Naar haar oordeel kan echter niet bewezen worden verklaard dat verdachte opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke vorm, om [slachtoffer A] van het leven te beroven. Hij was door het groepsproces niet in staat na te denken en heeft zich dat, doordat hij door dat groepsproces een waas voor zijn ogen had, ook niet gerealiseerd. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel bewezen worden verklaard.

Voorts heeft zij aangevoerd dat het onder parketnummer 06/850348-12 ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Inzake parketnummer06/940334-121

Verklaringen van verdachte:

De verdachte heeft ter terechtzitting van 18 december 2012, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard. Hij was op 8 juli 2012 te Vaassen, gemeente Epe, bij een feest. Naderhand ontstond er ruzie. Hij zag dat zijn groepje vrienden achter een persoon aanging, waarvan hem later is gebleken dat dit aangever [slachtoffer A] was. Hij is ook achter die [slachtoffer A] aan gegaan. Iedereen was op dat moment agressief en boos. Hij heeft gezien dat [slachtoffer A] door zijn groep vrienden te pakken werd genomen. [slachtoffer A] werd geschopt en geslagen terwijl hij op de grond lag. Hij zag dat zijn vrienden “klaar” met hem waren. Omdat hij boos was, is hij naar [slachtoffer A] gelopen en is hij met zijn beide geschoeide voeten op diens hoofd gesprongen. Daarna heeft hij [slachtoffer A] ook nog een trap gegeven. Toen hij op [slachtoffer A] afliep, zag hij dat [slachtoffer A] de ogen open had, maar ook dat [slachtoffer A] afwezig was. [slachtoffer A] heeft zich niet verweerd. Hij heeft direct daarna gezien dat het niet goed ging met [slachtoffer A].

De verdachte heeft tegenover de politie, zakelijk weergegeven, verklaard2, dat hij drank op had. Hij kan daar niet goed tegen, want daar wordt hij agressief van. Hij is doorgelopen naar die jongen. Hij zag dat de jongen op de grond lag en volgens hem was die jongen niet meer bij kennis. De jongen lag op zijn rug. Hij is aan komen lopen en met beide voeten op het hoofd van de jongen gesprongen en heeft hem daarna nog tegen de schouder geschopt. Het hoofd van de jongen was naar rechts gegaan. Het kwam best hard aan. Hij is met zijn hele gewicht op het gezicht van de jongen gesprongen. Hij is ongeveer 74 kilo en hij had op dat moment gympen aan. Nadat hij had geschopt, was hij even bang dat de jongen misschien dood zou zijn.

Verklaring van aangever(s) en getuigen:

[vader slachtoffer A] heeft aangifte gedaan3 namens zijn minderjarige zoon [slachtoffer A]. Uit die aangifte blijkt, zakelijk weergegeven, dat [slachtoffer A] op 7 juli 2012 naar een feest in Vaassen is gegaan. Op 8 juli 2012 bleek dat [slachtoffer A] was geslagen en op de grond had gelegen. Hij is door een ambulance afgevoerd naar een ziekenhuis in Zwolle, dat gespecialiseerd is in hoofdletsel. Op de linker kant van het gezicht van [slachtoffer A] stond een voetafdruk.

[slachtoffer A] is gehoord4. Hij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij na een feest in Vaassen wat gezeur heeft gehad met een groep jongens. Op een gegeven moment zijn er drie of vier jongens hem achterna gerend. Wat er daarna is gebeurd, kan hij zich niet herinneren. Hij weet niets meer van de tijd dat hij in het ziekenhuis heeft gelegen. Hij heeft begrepen dat hij een tijd buiten bewustzijn is geweest. Hij heeft af en toe moeite om over bepaalde dingen na te denken.

[getuige 1] heeft tegenover de politie, zakelijk weergegeven, verklaard5 dat zijn vrienden tegen een jongen die op de grond lag aan het schoppen waren en op de jongen aan het intrappen waren. Verdachte kwam daarna aangerend en [getuige 1] zag dat verdachte omhoog sprong en met zijn schoen op het gezicht van de jongen op de grond trapte. Verdachte gaf de jongen vervolgens nog een trap tegen zijn kaak. [getuige 1] weet het niet zeker maar volgens hem was de jongen op de grond, voordat verdachte er aan kwam, bewusteloos.

[getuige 2] heeft verklaard6 dat hij en drie anderen [slachtoffer A] hebben geschopt en geslagen terwijl [slachtoffer A] op de grond lag. Zij zijn weggelopen. Vervolgens kwam verdachte, die het hoofd van [slachtoffer A] raakte. Vervolgens gingen een jongen en een zekere [getuige 3] naar de jongen, die op de grond lag.

[getuige 3] heeft verklaard7 dat zij naar het terrein van [bedrijf] is gelopen, dat zij [slachtoffer A] [slachtoffer A] op de grond zag liggen en hem op zijn zij heeft gelegd. Nadat zij 112 had gebeld kwamen de politie en de ambulance.

Uit het stamproces-verbaal8 blijkt dat de politie [slachtoffer A] liggend op de toegangsweg van het bedrijf [bedrijf] heeft aangetroffen. Uit het proces-verbaal van bevindingen9 blijkt dat de wegverharding bestaat uit rijen betonplaten.

Medische bevindingen betreffende aangever:

Er is over [slachtoffer A] een letselverklaring opgemaakt door een arts forensische geneeskunde, verbonden aan de GGD Gelre-IJssel10. Daaruit komen onder meer de volgende bevindingen naar voren. In de linkerzijde van het behaarde hoofd linksboven het oor is er tussen de haren een letsel te zien. In dat gebied is een roodheid van de huid te zien. Deze roodheid volgt een patroon, hetgeen zou kunnen passen bij een bloeduitstorting die ontstaan is in contact met een voorwerp met dit patroon. De bovenlip is iets opgezwollen. Aan de binnenzijde van de lip ter hoogte van de zwelling zijn meerdere kleine huidbeschadigingen te zien. Er is sprake geweest van bloedverlies bij de verwonding op het achterhoofd.

De vraag of er vermoeden is van inwendig bloedverlies is beantwoord met: minimaal in het hoofd. Het letsel is minimaal een hersenschudding, mogelijk hersenkneuzing. Er is sprake van verlies van geheugen rondom het voorval en van problemen met het korte geheugen.

Conclusies van de rechtbank:

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte met beide voeten en met zijn volle lichaamsgewicht van 74 kilogram op het hoofd van [slachtoffer A] is gesprongen en dat hij hem daarna ook met kracht een schop tegen het hoofd heeft gegeven, terwijl [slachtoffer A] op dat moment op de grond lag. [slachtoffer A] was op dat moment ten minste weerloos.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe vorenstaande handelingen gekwalificeerd moeten worden.

Uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen blijkt (ook) dat het slachtoffer, op het moment dat verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft verricht, op een betonnen ondergrond heeft gelegen.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte door het groepsproces een waas voor zijn ogen heeft gehad en de mogelijke gevolgen van zijn handelen niet heeft gerealiseerd.

De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden het door verdachte tegenover [slachtoffer A] uitgeoefende geweld zodanig is geweest dat het hierdoor toebrengen van dodelijk letsel een reëel risico was. Het is algemeen bekend dat het menselijk hoofd erg kwetsbaar is en het daarop, onder voornoemde omstandigheden – terwijl het hoofd op de verharde weg lag -, met het volle gewicht springen en tegen trappen al snel kan leiden tot ernstige schade, met als gevolg het overlijden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte tegenover de politie en ter terechtzitting consistent heeft verklaard over wat zijn scherpe herinneringen van het voorval zijn. De rechtbank acht mede daarom het opzet ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit, minstgenomen in voorwaardelijke zin, aanwezig. Het onder 1 primair is dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Inzake parketnummer 06/850348-1211

De verdachte heeft ter terechtzitting van 18 december 2012, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard. Hij was 15 augustus 2010 te Heerde met twee vrienden. Zij kregen op de Dorpstraat ruzie met twee personen, waarvan hem later is gebleken dat dit [slachtoffer B] en [slachtoffer C] waren. Even later is verdachte met zijn twee vrienden achter de jongens aangerend. In de steeg De Lange Slag hebben zij weer met de jongens gevochten, waarbij er is geschopt en geslagen. Verdachte heeft bij de politie verklaard12 dat hij tijdens de vechtpartij heeft geprobeerd één van die jongens te slaan en dat ze toen samen ten val zijn gekomen. De jongen is vervolgens door één van zijn twee vrienden tegen het hoofd geschopt.

Verder is de bewezenverklaring van dit gebaseerd op:

- het proces-verbaal van aangifte13 door [slachtoffer B];

- het proces-verbaal van verhoor14 van getuige [slachtoffer C];

- het proces-verbaal van verhoor15 van verdachte [medeverdachte A];

- het proces-verbaal van verhoor16 van verdachte [medeverdachte B].

Gelet op de omstandigheid dat verdachte dit aan hem ten laste gelegde feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Inzake parketnummer06/940334-12

Primair:

hij op 8 juli 2012 te Vaassen, gemeente Epe, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, opzettelijk [slachtoffer A] van het leven te beroven, met dat opzet, terwijl voornoemde [slachtoffer A] op zijn rug op de grond lag met kracht met geschoeide voeten tegen het hoofd/gezicht van die [slachtoffer A] heeft geschopt/getrapt en met kracht met zijn volle lichaamsgewicht, ongeveer 74 kilogram met geschoeide voeten op het hoofd van voornoemde [slachtoffer A] is gesprongen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Inzake parketnummer 06/850348-12

hij op 15 augustus 2010 te Heerde met anderen, op de openbare weg, de Dorpsstraat en de Lange Slag, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer B] en [slachtoffer C], welk geweld bestond uit het (met kracht) meermalen slaan/stompen en het (met kracht) meermalen schoppen/trappen op/tegen het lichaam en/of op/tegen het hoofd) van voornoemde [slachtoffer B] en voornoemde [slachtoffer C].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

parketnummer06/940334-12

primair: poging tot doodslag;

parketnummer 06/850348-12

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte is met betrekking tot het feit onder parketnummer 06/940334-12 een rapport opgemaakt op 15 december 2012 door B. Laurens, psycholoog.

De conclusie van de deskundige is dat er bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van een identiteitsprobleem in de vorm van een onrijpe persoonlijkheid en van een obsessieve compulsieve stoornis (dwanghandelingen). Door de onrijpe persoonlijkheid is verdachte beïnvloedbaar, wil hij graag bij de groep horen en zal hij grenzen over gaan om dit te bereiken. Deze onrijpe persoonlijkheid met alle bijbehorende facetten is van betekenis geweest voor de keuzes die verdachte heeft gemaakt. Daarnaast is er sprake van ontremming door alcoholgebruik. Door de groepsdruk voelt verdachte zich gedwongen alcohol te drinken zodat hij leuk gevonden wordt. Zijn lage zelfbeeld en onrijpe persoonlijkheid maken dat alcoholgebruik voor verdachte geen keuze is, maar iets waartoe hij zich gedwongen voelt. Op grond hiervan moet verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

Met de conclusie van deze rapportage kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over en ziet aanleiding dit ook te doen ten aanzien van het feit onder parketnummer 06/850348-12.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw heeft verzocht een lagere straf op te leggen dan door de officier is gevorderd. Verdachte is erg geschrokken van hetgeen hij heeft gedaan en is bovendien nog jong. Hij wil tonen dat het een éénmalige fout is geweest. Verdachte is bereid tot reclasseringcontact en ook bereid tot het ondergaan van elektronisch toezicht.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte in een vechtpartij tussen meerdere groepen grof en levensgevaarlijk geweld heeft toegepast. Hij is met zijn volle gewicht op het hoofd van het slachtoffer gesprongen, terwijl deze weerloos op de grond lag en heeft het slachtoffer ook nog geschopt. Naar de ervaring leert had dit voor het slachtoffer evengoed fataal kunnen aflopen. Daarnaast heeft verdachte met twee mededaders ruzie gezocht en zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de nog jeugdige leeftijd van verdachte, dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Uit de over verdachte opgemaakte rapportage blijkt dat alcoholgebruik, zijn neiging zijn eigen grenzen over te gaan om bij de groep te horen en zijn gebrek aan empathie met zijn slachtoffer van belang zijn voor de kans op recidive. Het feit dat verdachte weinig met zijn ouders bespreekt over zijn alcoholgebruik en wat er in hem omgaat en het feit dat hij bij een vriendengroep zit die vaker tot vechtpartijen komt, maakt dat de kans op recidive aanwezig is. Verdachte moet geholpen worden bij het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Daarom wordt een ambulante behandeling geadviseerd. Dit zou gerealiseerd kunnen worden in het kader van een deels voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringsadvies.

De officier heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd. Alles overwegende zal de rechtbank komen tot de oplegging van een lagere – deels voorwaardelijke – straf. Zij acht het ter voorkoming van recidive van belang dat verdacht de door de reclassering geadviseerde behandeling zal volgen. De rechtbank zal bij het voorwaardelijk strafdeel een drietal van de geadviseerde bijzondere voorwaarden stellen, te weten het meldingsgebod, de behandelverplichting en de deelname aan een gedragsinterventie. Gelet op de tijd die na het ondergaan van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf is verstreken en de behandeling die verdachte dient te ondergaan, acht zij het stellen van de overige bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.950,90 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 06/940334-12 tenlastegelegde. Dit betreft materieel en immaterieel geleden schade. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd met ingang van de schadedatum. Tevens is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering goed is onderbouwd en dat zij daar verder niets aan toe te voegen heeft.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden.

Nu de vordering inhoudelijk niet is weersproken en het gevorderde bedrag de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen met ingang van de pleegdatum van het feit, namelijk 8 juli 2012.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet, gelet op hetgeen is overwogen omtrent de vordering tot schadevergoeding, aanleiding om aan de verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te noemen som geld ten behoeve van voornoemde benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 141 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/940334-12 primair tenlastegelegde en het onder parketnummer 06/850348-12 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

parketnummer06/940334-12

primair: poging tot doodslag;

parketnummer 06/850348-12

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang als de reclassering zulks nodig oordeelt.

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen drie dagen na zijn vrijlating dient te melden bij de reclassering, Houtwal 16d te Zutphen, telefoonnummer [nummer]. Hierna moet veroordeelde zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden blijven melden, zo frequent en zolang als de reclassering dit nodig acht;

- zich ambulant zal laten behandelen bij JustAct forensische (verslavings)polikliniek of een soortgelijke ambulante instelling, voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van die polikliniek in het kader van de behandeling zullen worden gegeven;

* geeft de reclassering opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], rekeningnummer 15.08.06.825, van een bedrag van € 1.950,90 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2012, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A] een bedrag te betalen van € 1.950,90, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2012, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 29 (negenentwintig) dagen hechtenis;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Kropman, voorzitter, Ouweneel en Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

4 januari 2013.

Mr. Kropman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0615-2012092124-52, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team Epe, gesloten en ondertekend op 30 september 2012.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 211-214

3 Proces-verbaal van aangifte door [vader slachtoffer A], pag. 118-121

4 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer A], pag. 130A-130C

5 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], pag. 209 en 210

6 Proces-verbaal van verhoor va. [getuige 2], pag. 193-195

7 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], pag. 172-175

8 Stamprocesverbaal, pag. 14

9 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 110

10 Medische informatie van GGD Gelre-IJssel d.d. 9 juli 2012, pag.123-123a

11 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0618-2010120168, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, team Heerde-Hattem, gesloten en ondertekend op 4 januari 2012.

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 36-37

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B], pag. 19-22

14 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer C], pag. 29-31

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte A], pag. 32-35

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte B], pag. 38-40