Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBONE:2013:2835

Instantie
Rechtbank Oost-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2013
Datum publicatie
30-08-2013
Zaaknummer
844657
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Complicaties (bobbels/verhardingen) na vrijwillige cosmetische ingreep aan wenkbrauwen. Niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen (artikel 7:401 BW). Tekortkoming niet voor herstel vatbaar en correcte nakoming is blijvend onmogelijk (artikel 6:74 BW en artikel 6:81 BW). Thans is sprake van een cosmetisch acceptabel resultaat. Immateriele schadevergoeding van € 750,00 redelijk en billijk voor de in vier jaar tijd ondergane behandelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 844657 \ CV EXPL 12-6092 \ 407\474

uitspraak van 29 maart 2013

vonnis

in de zaak van

[eisende partij]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. A.H. Klein Hofmeijer

toevoegingsnummer [nummer]

tegen

[gedaagde partij], voorheen handelend onder de naam [handelsnaam]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

gemachtigde [naam gemachtigde]

Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 november 2012 en de daarin genoemde processtukken

- de voorafgaand aan de comparitie van partijen ingediende brief van 22 januari 2013 van de zijde van [gedaagde partij] (met aanvullende producties)

- de voorafgaand aan de comparitie van partijen ingediende fax van 28 januari 2013 van de zijde van [eisende partij] (met aanvullende producties 1 tot en met 4)

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 29 januari 2013.

2 De vordering en het verweer

2.1

[eisende partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

a. a) voor recht verklaart dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor door [eisende partij] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade tegen gevolge van de door [gedaagde partij] uitgevoerde behandeling waarbij een vloeistof is geïnjecteerd in de wenkbrauwen van [eisende partij];

b) [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling van € 1.250,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2009 tot aan de dag van algehele voldoening, vanaf 1 januari 2009 tot en met 1 september 2012 berekend op € 184,20;

c) [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling van € 610,24 aan materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2012 tot aan de dag van algehele voldoening;

d) [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling van € 2.031,30 aan kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2012 tot aan de dag van algehele voldoening;

e) [gedaagde partij] veroordeelt in de proceskosten.

2.2

[eisende partij] baseert haar vordering op de stelling dat [gedaagde partij] niet als zorgvuldig opdrachtnemer heeft gehandeld. [gedaagde partij] is toerekenbaar te kort geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht tot het opvullen van wenkbrauwen met permanent effect (wanprestatie). Daarom dient [gedaagde partij] de schade te vergoeden. De materiële schade bestaat uit de behandelingskosten van [gedaagde partij] ad € 300,00, de behandelingskosten van de Rembrandt Kliniek ad € 50,00, de kosten van de medische rapportage van het Diaconessenhuis te Leiden ad € 60,24 en de reis- en belkosten, begroot op € 200,00 (in totaal € 610,24). Met het oog op toekomstige kosten wordt tevens een verklaring voor recht gevraagd dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor de schade van [eisende partij]. De immateriële schade is op basis van de ANWB Smartengeldgids 2009 redelijkerwijs vastgesteld op € 1.250,00 en dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de behandeling is verricht. Daarnaast vordert [eisende partij] op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW € 2.031,30 aan advocaatkosten. Daarbij merkt [eisende partij] op dat zij niet verplicht is van de verleende toevoeging gebruik te maken.


2.3 [gedaagde partij] betwist de overeenkomst van opdracht en voert aan dat zij de behandeling niet heeft uitgevoerd. Wel zijn meerdere ontharingsbehandelingen bij [eisende partij] gedaan en daarvoor staat nog een bedrag van € 750,00 open. Verder voert [gedaagde partij] aan dat het probleem van de bobbeltjes bij de wenkbrauwen zonder operatie te behandelen is. Als [eisende partij] contact opgenomen had, had [gedaagde partij] het gratis en zonder risico voor haar kunnen oplossen.

3 De beoordeling

3.1

[eisende partij] heeft de door haar gestelde problemen met haar wenkbrauwen onderbouwd

met verklaringen van P. Musarella (arts) van 1 december 2011, van B. Gundogdu (arts-assistent plastische chirurgie)/D.G. van de Broecke (plastisch chirurg bij het Diaconessenhuis te Leiden) van 27 januari 2012 en van drs. T. van Eijk (cosmetisch arts bij de Rembrandt Kliniek) van 17 januari 2013. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] de bobbeltjes/verhardingen in de wenkbrauwen van [eisende partij] niet betwist. [gedaagde partij] voert echter aan dat zij geen behandeling heeft uitgevoerd bij [eisende partij] en betwist daarmee het bestaan van een overeenkomst van opdracht.

3.2

Tijdens de comparitie van partijen heeft [eisende partij] uitgebreid verklaard over de periode waarin de behandeling door [gedaagde partij] plaatsvond (november 2008, vlak voor Sinterklaas), de plaats van behandeling (in de praktijkruimte in de woning van [gedaagde partij] te [woonplaats]), de wijze van (contante) betaling (na te hebben gepind op het Vijf mei plein te [woonplaats]) en de complicaties die na de behandeling zijn opgetreden (zwellingen, bobbels/verhardingen). Verder heeft [eisende partij] gewezen op het e-mailcontact dat zij van 25 april 2012 tot en met 23 mei 2012 met [gedaagde partij] heeft gehad.

3.3

Gezien de gedetailleerde toelichting van [eisende partij] ten aanzien van de behandeling, alsmede gelet op de inhoud van de overgelegde e-mailberichten tussen haar en [gedaagde partij] is de enkele ontkenning van [gedaagde partij] dat zij de behandeling niet heeft uitgevoerd, onvoldoende. Uit de overgelegde e-mailberichten blijkt namelijk dat [gedaagde partij] op de herhaalde vragen van [eisende partij] wanneer de behandeling precies heeft plaatsgevonden en welke gel er destijds is gebruikt, niet ontkent dat zij de wenkbrauwen van [eisende partij] heeft behandeld. In haar e-mailbericht van 22 mei 2012 van 13.56.32 uur bevestigt [gedaagde partij] zelfs dat [eisende partij] ‘dure gel heeft gedaan’.

3.4

De kantonrechter gaat er in het navolgende dan ook van uit dat [gedaagde partij] in november 2008 in opdracht van [eisende partij] de wenkbrauwen van [eisende partij] heeft ingespoten met een gel/filler en dat als gevolg hiervan bobbels/verhardingen zijn ontstaan.

3.5

Nu de behandeling door [gedaagde partij] en de klachten van [eisende partij] vast staan, stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde partij] niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en

redelijk handelend vakgenoot zou doen en dat [gedaagde partij] dus ondeugdelijk heeft gepresteerd. [gedaagde partij] heeft bij haar werkzaamheden niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen (artikel 7:401 BW). Zij is te kort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Nu niet gesteld of gebleken is dat de gevolgen van de behandeling van de wenkbrauwen [gedaagde partij] niet kunnen worden toegerekend, is sprake van wanprestatie.

3.6

Om aanspraak te kunnen maken op schadevergoeding dient naast de wanprestatie tevens sprake te zijn van verzuim. Ook hieraan is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. De wijze waarop [gedaagde partij] [eisende partij] heeft behandeld en/of het door haar gebruikte middel hebben tot gevolg gehad dat in het gelaat van [eisende partij] rondom de wenkbrauwen bobbels/verhardingen zijn ontstaan. Had [gedaagde partij] haar werkzaamheden wel naar behoren uitgevoerd dan wel had [gedaagde partij] een deugdelijk middel toegepast dan waren deze problemen niet opgetreden. De tekortkoming van [gedaagde partij] is daardoor niet voor herstel vatbaar en correcte nakoming is blijvend onmogelijk (artikel 6:74 BW en artikel 6:81 BW). Daarbij overweegt de kantonrechter dat - gezien de door [eisende partij] overgelegde verklaringen van B. Gundogdu van 27 januari 2012 dat de verhardingen alleen door middel van excisie kunnen worden verwijderd en de verklaring van T. van Eijk van 17 januari 2013 dat het inspuiten van de bulten met een oplosmiddel onvoldoende resultaat gaf zodat de gel/filler daarna mechanisch is ontlast door evacuatie onder plaatselijke verdoving - [gedaagde partij] met de enkele verwijzing naar een website onvoldoende heeft onderbouwd dat de bobbels/verhardingen zonder operatie zijn te behandelen. Daarbij betrekt de kantonrechter nog dat [gedaagde partij] ondanks herhaalde verzoeken daartoe weigerachtig bleef aan te geven welke gel/filler destijds is gebruikt, hetgeen kennelijk wel relevante informatie is voor de behandeling van de complicaties.

3.7

Het voorgaande betekent dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor de door [eisende partij] geleden schade bestaande uit € 50,00 (behandelingskosten) en € 60,24 (medische rapportage). Deze gevorderde en niet betwiste bedragen worden dan ook toegewezen.

3.8

Het gevorderde bedrag van € 300,00 aan behandelingskosten van [gedaagde partij] wordt afgewezen nu dit geen schade betreft als gevolg van het ondeugdelijk presteren van [gedaagde partij]. Het gevorderde bedrag van € 200,00 aan reis- en belkosten wordt eveneens afgewezen omdat dit bedrag onvoldoende is onderbouwd.

3.9

Uit de verklaring van T. van Eijk van 17 januari 2013 blijkt dat thans na vijf behandelingen een cosmetisch acceptabel resultaat is bereikt. Onduidelijk is welk bedrag met deze vijf behandelingen gemoeid is maar het kan wel als schade aangemerkt worden. Met het oog daarop zal de verklaring voor recht dan ook deels worden toegewezen zoals hierna bepaald.

3.10

De aard en ernst van de niet betwiste complicaties rechtvaardigt verder een immateriële schadevergoeding, echter niet het door [eisende partij] gevorderde. [eisende partij] heeft vrijwillig gekozen voor een cosmetische ingreep aan haar wenkbrauwen en thans is sprake van een cosmetisch acceptabel resultaat. De vergelijking van [eisende partij] met de gevallen die in de Smartengeldgids beschreven staan, gaat niet op nu in vrijwel alle gevallen sprake was van blijvend zichtbare ontsiering(en) en/of littekens in het gelaat. [eisende partij] heeft inmiddels een acceptabel cosmetisch resultaat met haar wenkbrauwen bereikt. Nu het wel vier jaar heeft geduurd voor een acceptabel cosmetisch resultaat in het gelaat was bereikt en gelet op de door [eisende partij] ondergane behandelingen, acht de kantonrechter een bedrag van € 750,00 redelijk en billijk.

3.11

[eisende partij] heeft met de enkele overlegging van de urenspecificatie onvoldoende onderbouwd dat zij meer of andere kosten heeft gemaakt dan die waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten (artikel 241 Rv).
Het gevorderde bedrag van € 2.031,30 als vergoeding van de door haar gemaakte advocaatkomsten op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW, wordt dan ook afgewezen behoudens hetgeen hieronder als salaris voor de gemachtigde wordt toegewezen.

3.12

[gedaagde partij] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

4 De beoordeling

De kantonrechter

verklaart voor recht voor recht dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor door [eisende partij] geleden schade

ten gevolge van de door [gedaagde partij] uitgevoerde behandeling waarbij een vloeistof is geïnjecteerd in de wenkbrauwen van [eisende partij], waarbij de schade wordt vastgesteld op de kosten van de vijf behandelingen van de Rembrandt Kliniek zoals genoemd onder overweging 3.9 en het hierna toe te wijzen bedrag;

veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 860,24, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 oktober 2012 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij] begroot op € 572,17 in totaal, welk bedrag bestaat uit € 99,17 aan dagvaardingskosten, € 73,00 aan griffierecht en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

bepaalt dat [gedaagde partij] van het totaalbedrag aan proceskosten het door [eisende partij] betaalde griffierecht van € 73,00 en het salaris gemachtigde van € 400,00 moet betalen aan de gemachtigde van [eisende partij] en de explootkosten van € 99,17 aan de griffier van de rechtbank te Arnhem, waarvoor een nota wordt toegestuurd;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.E.M. Overkamp en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2013.