Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2022:3575

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-08-2022
Datum publicatie
30-08-2022
Zaaknummer
01/112991-22
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in korte tijd, midden op de dag, in het centrum van Maarheeze onder de ogen van het aanwezige publiek een viertal vrouwen aangerand. De rechtbank kwalificeert dit handelen als drie feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid en een verkrachting. Daarnaast heeft verdacht een winkeldiefstal gepleegd.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Twee slachtoffers hebben zich als benadeelde partij gesteld. Hun vorderingen worden [deels] toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer dagvaarding: 01.112991.22
Parketnummer vordering: 01.163150.21

Datum uitspraak: 30 augustus 2022

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren [geboortejaar] 1994,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd in de p.i. Vught, afdeling PPC.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 augustus 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 juli 2022. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Maarheeze, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:
- het (over de kleding) brengen en/of duwen en/of steken van zijn vinger in haar anus en/of
- het (vast)pakken en/of grijpen van haar billen, en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte:
- die [slachtoffer 1] onverhoeds (van achter) is genaderd/heeft benaderd en/of
- die [slachtoffer 1] heeft vastgegrepen en/of op haar schouders heeft geslagen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Maarheeze, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] (op onverhoedse wijze) benaderd en/of van achter vastgegrepen en/of op haar schouders geslagen en/of (vervolgens) de billen van die [slachtoffer 1] gepakt/gegrepen en/of (ruw) zijn vinger (over de jurk) in/tegen de anus, althans tussen de billen, van die [slachtoffer 1] gestoken/geduwd;

2. hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Maarheeze, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 2] (op onverhoedse wijze) benaderd en/of (vervolgens) van achter (over haar kleding) haar anus aangeraakt en/of in haar anus en/of (tussen haar) billen geknepen;

3. hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Maarheeze, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 3] (op onverhoedse wijze) benaderd en/of (vervolgens) van achter in en/of tussen haar billen geknepen;

4. hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Maarheeze, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte meerdere malen, althans eenmaal, (onverhoeds) de borsten van die [slachtoffer 4] (vast)gepakt en/of in haar borsten geknepen en/of een arm om haar nek geslagen en/of zijn gezicht in haar nek gelegd/gedaan;

5. hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Maarheeze, althans in Nederland, een fles drank (cocktail watermeloen), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Lidl, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01.163150.21 is aangebracht bij vordering tot tenuitvoerlegging van 14 juni 2022. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 30 juli 2021. De politierechter heeft verdachte bij dat vonnis veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat van de hiervoor genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf de tenuitvoerlegging al is gelast bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 13 juli 2022. Gelet hierop zal de rechtbank de officier van justitie niet ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke gevangenisstraf zoals die thans aan de rechtbank is voorgelegd.

De beoordeling van de ten laste gelegde feiten

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten en de verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bij dit vonnis gevoegde bewijsbijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Nadere overwegingen.

Ter terechtzitting van 16 augustus 2022 heeft de verdediging een aantal verweren gevoerd. De rechtbank merkt die verweren aan als bewijsverweren. Die verweren vinden hun weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor de afzonderlijke feiten heeft gebruikt en zoals die in de bij dit vonnis behorende bijlage zijn opgenomen. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de rechtbank doen twijfelen aan de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de bewijsmiddelen.

De rechtbank overweegt daarbij nog dat uit de inhoud van de bewijsmiddelen en het verhandelde op de zitting van 16 augustus 2022 is gebleken dat verdachte in zijn contacten met de verschillende aangeefsters telkens nagenoeg hetzelfde patroon van handelen heeft gevolgd. De seksueel getinte handelingen die verdachte tijdens de ontmoetingen bij de aangeefsters heeft verricht, kwamen ten aanzien van alle aangeefsters op diverse punten overeen. Er is niet gebleken dat aangeefsters elkaar kenden en er is geen aanleiding te veronderstellen dat hun verklaringen op elkaar afgestemd zijn. Afzonderlijk van elkaar schetsen zij sterk vergelijkbaar gedrag van verdachte. Deze overeenkomsten tussen de verschillende aangiften zijn zodanig dat de rechtbank van oordeel is dat de afzonderlijke aangiften elkaar ondersteunen.

De conclusie

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, een en ander zoals hierna onder “De bewezenverklaring” nader zal worden omschreven.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. [primair] op 6 mei 2022 te Maarheeze door een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten:
- het over de kleding brengen of duwen of steken van zijn vinger in haar anus en
- het vastpakken en/of grijpen van haar billen

en bestaande die andere feitelijkheid hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer 1] onverhoeds van achter is genaderd/heeft benaderd en

- die [slachtoffer 1] heeft vastgegrepen;

2. op 6 mei 2022 te Maarheeze door een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, immers heeft verdachte die [slachtoffer 2] op onverhoedse wijze benaderd en vervolgens van achter over haar kleding in haar anus en tussen haar billen geknepen;

3. op 6 mei 2022 te Maarheeze door een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte die [slachtoffer 3] op onverhoedse wijze benaderd en vervolgens van achter in en/of tussen haar billen geknepen;

4. op 6 mei 2022 te Maarheeze door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft verdachte meerdere malen onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 4] vastgepakt en in haar borsten geknepen en een arm om haar nek geslagen en zijn gezicht in haar nek gelegd;

5. op 6 mei 2022 te Maarheeze een fles drank (cocktail watermeloen) welk goed aan de Lidl toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

In geval van een bewezenverklaring, heeft de verdediging bepleit verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De ernst van de bewezen verklaarde feiten

Juridisch-technisch bezien moet en zal het onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit als een verkrachting worden gekwalificeerd. Gelet echter op de feitelijke toedracht komt dit echter meer overeen met wat een forse aanranding wordt genoemd. De rechtbank zal bij het opleggen van een straf aan verdachte het onder 1 primair bewezen verklaarde feit dan ook - voor wat betreft de strafmodaliteit - als een forse aanranding meewegen. Bij het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf gaat de rechtbank dus uit van vier aanrandingen en een winkeldiefstal.

Verdachte heeft door het plegen van de aanrandingen, seksueel geladen feiten, ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Dergelijke delicten veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden vaak nog lange tijd last van wat hen is overkomen en worden daardoor gehinderd in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vordering van [slachtoffer 4] ter terechtzitting van 16 augustus 2022 blijkt dat zij dit ook zo heeft ervaren en nog steeds zo ervaart.

De door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben grote onrust veroorzaakt in de plaatselijke gemeenschap. Verdachte heeft in korte tijd, midden op de dag, in het centrum van Maarheeze onder de ogen van het aanwezige publiek op schaamteloze wijze een viertal vrouwen aangerand. Eén van die vrouwen was ouder dan 80 jaar. Verdachte heeft met zijn gedrag groot disrespect en brutaliteit laten zien. Meerdere slachtoffers hebben verklaard dat de handelingen van verdachte uit het niets kwamen, dat verdachte tijdens het uitvoeren van zijn handelingen niet aanspreekbaar leek en dat hij na het uitvoeren van zijn handelingen moest lachen. Dit alles moet voor de slachtoffers uiterst vernederend zijn geweest, wat verdachte wordt aangerekend.

Tenslotte weegt de rechtbank mee dat verdachte tijdens de behandeling van deze zaak op de zitting van 16 augustus 2022 heeft verklaard dat als hij al slachtoffers zou hebben betast, dit bij wijze van grap is gebeurd. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers aangedane leed kennelijk niet inziet. Ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.

Naast de aanrandingen heeft verdachte een winkeldiefstal gepleegd, waar hij zelf nogal luchtig over doet. Een winkeldiefstal is ergerlijk en brengt veel gedoe met zich mee voor de winkelier.

De strafmodaliteit

De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij tegen verdachte een vrijheidsbeneming op zijn plaats. In verband met een juiste normhandhaving kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Conclusie

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat passend en geboden is verdachte – overeenkomstig de eis van de officier van justitie – te veroordelen tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De voorlopige hechtenis.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank de ernstige bezwaren en gronden waar de voorlopige hechtenis op is gebaseerd, nog onverkort aanwezig. Het verzoek van de verdediging om opheffing van de voorlopige hechtenis wordt daarom afgewezen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade heeft geleden. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar tot het gevorderde bedrag van € 849,95, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 6 mei 2022 tot de dag der algehele voldoening. Voor een matiging, zoals de verdediging heeft verzocht, ziet de rechtbank geen aanleiding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2022 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade heeft geleden. De materiële schadevergoeding van € 49,95 zal geheel worden toegewezen. De immateriële schadevergoeding zal, na matiging, worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,--. Het toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding van € 1.049,95 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2022 tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 60a, 63, 242, 246 en 310 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit:

verkrachting

Ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten telkens:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde feit:

diefstal

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

Ten aanzien van de onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten:

een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot drie maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit voorts:

maatregel van schadevergoeding voor [slachtoffer 2] .

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 849,95. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal zestien dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het toegewezen bedrag, bestaande uit € 49,95 materiële schadevergoeding en € 800,-- immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 06 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde feit voorts:

maatregel van schadevergoeding voor [slachtoffer 4] .

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 1.049,95, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 20 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het toegewezen bedrag, bestaande uit € 49,95 materiële schadevergoeding en € 1.000,-- immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 06 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 849,95.

Het toegewezen bedrag, bestaande uit € 49,95 materiële schadevergoeding en € 800,-- immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 06 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 1.049,95.

Het toegewezen bedrag, bestaande uit € 49,95 materiële schadevergoeding en € 1.000,-- immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 06 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vordering met parketnummer 01.163150.21.

Wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter,

mr. R. van den Munckhof en mr. S.J.H. van de Kant, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 30 augustus 2022.