Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2022:2970

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-07-2022
Datum publicatie
21-07-2022
Zaaknummer
C/01/381253 / FA RK 22-1650
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kindvriendelijke beschikking.

Afwijzing verzoek van een minderjarige om de contactregeling met zijn vader stop te zetten.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 377g
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/381253 / FA RK 22-1650

Uitspraak : 14 juli 2022

Beschikking op het verzoek van

[naam minderjarige]
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

verder te noemen: [minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

wonende in [woonplaats], gemeente [plaats],

verder te noemen: de moeder,

[naam vader],

wonende in [woonplaats], gemeente [plaats],

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. H.H.C. van de Kerkhof,

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

statutair gevestigd te Eindhoven, locatie ’s-Hertogenbosch,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

De procedure

[minderjarige] heeft een brief geschreven aan de rechter. Die brief is bij de rechtbank op 15 april 2022 binnengekomen.

De rechter heeft op 18 mei 2022 met [minderjarige] over zijn brief gesproken.

De rechter heeft daarna de ouders van [minderjarige] uitgenodigd voor een gesprek.

Op 30 juni 2022 heeft de rechter met de moeder, de vader, mevrouw [naam]van de GI en mevrouw [naam] van de raad voor de kinderbescherming gesproken over [minderjarige]s brief.

De feiten

De ouders van [minderjarige] zijn gescheiden. [minderjarige] woont sinds de scheiding van zijn ouders bij zijn moeder. De ouders van [minderjarige] hebben samen het gezag over hem. Dat betekent dat zij samen beslissingen over hem moeten nemen.

Op 16 juli 2021 heeft de rechter gezegd dat [organisatie] bepaalt hoe en wanneer [minderjarige] en zijn vader contact hebben met elkaar.

Op 1 maart 2017 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. Op 11 september 2020 is [minderjarige] nog een keer onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is daarna verlengd tot 11 september 2022. [naam] is [minderjarige]s gezinsvoogd.

Het verzoek van [minderjarige]

[minderjarige] wil dat de rechter bepaalt dat hij zijn vader niet meer hoeft te zien en dat hij geen kaartjes meer krijgt van zijn vader.

[minderjarige] heeft in het gesprek met de rechter verteld dat zijn vader hem vroeger heeft geslagen en dat hij daar nog steeds boos over is. Ook vertelt [minderjarige] dat zijn vader verslaafd is aan alcohol en dat zijn vader dat niet wil toegeven. Dat vindt [minderjarige] ook vervelend. [minderjarige] vindt de contacten met zijn vader bij [organisatie] en eerder bij [organisatie 2] niet leuk. Hij wil zijn vader daarom niet meer zien en eigenlijk helemaal niks met hem te maken hebben. Hij wil ook niet dat zijn vader hem nog kaartjes stuurt.

De beoordeling van het verzoek van [minderjarige]

Hieronder legt de rechter uit wat de beslissing is en waarom die beslissing is genomen.

In het gesprek met de GI, de raad en de ouders van [minderjarige] wordt het voor de rechter duidelijk dat er al op heel veel verschillende manieren is geprobeerd om [minderjarige] te helpen, maar dat dat tot nu toe niet voldoende heeft geholpen. Het lukt [minderjarige] niet om tegen iemand te vertellen wat hij echt wil, vindt en denkt. De GI en de raad denken dat dit komt omdat [minderjarige] niet genoeg steun voelt vanuit zijn moeder en stiefvader om een leuk contact te hebben met zijn vader. De moeder zegt wel dat ze graag wil dat er contact is tussen [minderjarige] en zijn vader, maar zij laat dat niet zien. De vraag is of [minderjarige] zich vrij genoeg voelt om iets anders te doen dan zijn moeder eigenlijk wil.

De ouders van [minderjarige] hebben ruzie met elkaar en [minderjarige] heeft daar last van. Het zou fijn zijn voor [minderjarige] als zijn ouders leren om hem hier buiten te houden en om [minderjarige] een fijn contact te laten hebben met allebei zijn ouders. De GI probeert de ouders hierbij te helpen, maar dit lukt nog niet, vooral omdat de moeder de hulpverleners niet thuis wil laten meekijken. Dit maakt de situatie niet beter, vooral niet voor [minderjarige]. Dit kan er ook voor zorgen dat [minderjarige] geen contact meer wil met zijn vader, dat hij niet tussen zijn ouders in hoeft te zitten. De raad zegt dat [minderjarige] door de grote ruzie tussen zijn ouders geen plek in zijn hoofd lijkt te hebben voor zijn vader en zijn moeder en daarom kiest hij voor één van de twee.

De rechter vindt de reactie van [minderjarige] heel heftig. [minderjarige] zegt duidelijk dat hij nooit meer contact wil met zijn vader, maar toch vindt de rechter dat geen goed idee. [minderjarige] bestaat voor 50 procent uit zijn moeder en voor 50 procent uit zijn vader. Veel mensen hebben onderzoek gedaan waaruit is gebleken dat het voor de ontwikkeling van kinderen van belang is om contact te hebben met beide ouders. Dat is niet zomaar. Het is namelijk goed om te weten voor [minderjarige] waar hij vandaan komt, op wie hij lijkt, welke karaktertrekken hij heeft van zijn ouders en wie zijn familie is. Het blijkt ook dat kinderen na lange tijd daar toch nieuwsgierig naar zijn. Nu heeft [minderjarige] een zeer negatief beeld van vader. Contactherstel met vader is de enige manier om dit beeld te veranderen. De rechter gaat niet bepalen dat [minderjarige] weer meteen een hele dag naar zijn vader toe moet, maar ze vraagt wel aan de GI om te kijken naar de mogelijkheden om [minderjarige] weer in contact te brengen met zijn vader. Dit kan bijvoorbeeld eerst via de kaartjes die [minderjarige] tot voor kort van vader kreeg, of via de e-mail of via de telefoon. Het kan zijn dat [minderjarige] daar professionele hulp bij nodig heeft. De rechter verwacht dan ook van allebei de ouders dat zij alle hulp zullen inzetten die de GI nodig vindt voor [minderjarige]. Het gaat nu namelijk niet goed met [minderjarige] en de rechter denkt dat er professionele hulp en 100 procent inzet van de ouders en stiefouders nodig is om te zorgen dat [minderjarige] weer lekker in zijn vel zit en een fijn contact heeft met allebei de ouders. Dit kan moeilijk voor hen zijn, maar zij zullen het belang van [minderjarige] hierin voorop moeten zetten.

Dit bekent dat de rechtbank het verzoek van [minderjarige] afwijst. De rechtbank vindt het geen goed idee als [minderjarige] geen contact meer heeft met zijn vader, ondanks alles wat [minderjarige] daarover heeft gezegd.

De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van [minderjarige] af.

Deze beschikking is gegeven door mr. B. Serno, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 juli 2022.

Conc: SvH

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch:

a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator, door tussenkomst van een advocaat: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door de minderjarige zelf als zijn verzoek ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden door tussenkomt van een advocaat: binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

d. door andere belanghebbenden door tussenkomst van een advocaat: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden.