Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2022:1535

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-04-2022
Datum publicatie
26-04-2022
Zaaknummer
C/01/359379 / HA ZA 20-385
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis in een IT-zaak over de implementatie van een computerprogramma. In conventie gaat het om de vragen of sprake is van slecht projectmanagement, of het geïmplementeerde systeem gebrekkig is en of het IT-bedrijf de overeenkomst tussentijds had mogen opzeggen. In reconventie zijn de vergoeding van meerwerk en de rectificatie van een persbericht aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

zaaknummer / rolnummer: C/01/359379 / HA ZA 20-385

Vonnis van 20 april 2022

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PEELGEMEENTEN,

tevens bekend onder de naam GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PEELGEMEENTEN,

zetelend te Deurne,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A. al Mansouri te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INFO SUPPORT B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M. Jansen te Arnhem.

Partijen zullen hierna Peelgemeenten en Info Support genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 november 2020

  • -

    het proces-verbaal van regiezitting van 7 april 2021

  • -

    de akte in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties, van Peelgemeenten,

  • -

    de antwoordakte met producties van Info Support

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 januari 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Inleiding

2.1.

Partijen hebben na twee aanbestedingsprocedures op 13 oktober 2016 twee overeenkomsten gesloten, waarbij Info Support zich heeft verplicht om de applicatie1 c2GO bij Peelgemeenten te implementeren2, waarna de Go Live3 op 1 januari 2017 zou plaatsvinden.

2.2.

Tijdens de implementatie ontstonden diverse problemen, waardoor Peelgemeenten pas op 9 januari 2017 met c2GO Live kon gaan. Info Support bracht daarna diverse verbeteringen in c2GO aan, maar zij weigerde te voldoen aan alle eisen van Peelgemeenten. Partijen verschillen van mening of Peelgemeenten die eisen kon baseren op de twee overeenkomsten (zoals Peelgemeenten meent) of dat het ging om wensen die niet op die overeenkomsten waren gebaseerd (zoals Info Support meent).

2.3.

Peelgemeenten verwijt Info Support slecht projectmanagement, dat c2GO bij de Go Live gebrekkig was en dat Info Support na die Go Live ten onrechte weigerde om alle gebreken te herstellen. Peelgemeenten vordert in verband met dat verwijt een schadevergoeding van € 743.708,55.

2.4.

Daarnaast verwijt Peelgemeenten Info Support dat Info Support in april 2018 de twee overeenkomsten heeft opgezegd per 1 januari 2019, hoewel in die overeenkomsten geen mogelijkheid van tussentijdse opzegging was opgenomen. Peelgemeenten vordert in verband met dat verwijt een schadevergoeding van € 734.949,.

2.5.

Info Support heeft tegenvorderingen ingesteld. Zij vordert dat Peelgemeenten wordt veroordeeld tot betaling van € 13.340,25 en € 137.362,50 voor het meerwerk dat Info Support voor het project heeft verricht. Daarnaast vordert Info Support rectificatie van een persbericht dat Peelgemeenten heeft uitgebracht en dat volgens Info Support onrechtmatig was.

2.6.

De rechtbank heeft op de regiezitting meegedeeld dat bij de eerste mondelinge behandeling (en daarmee ook in dit vonnis) alleen de volgende onderwerpen aan de orde zouden komen:

- in verband met de gebrekkige software: juridische geschilpunten in verband met aansprakelijkheid (uitleg overeenkomsten, fatale termijn, garanties, risicosfeer bij vertraging, acceptatie en verzuim), feiten (voor zover die nodig zijn voor de beoordeling van de juridische geschilpunten) tot en met Go Live, niet specifiek alle bevindingen, niet causaal verband en schade;

- in verband met de opzegging: feiten, aansprakelijkheid en causaal verband, niet de hoogte van de schade,

- niet de buitengerechtelijke kosten en de rente die ook nog door Peelgemeenten gevorderd worden;

- in verband met het meerwerk: aansprakelijkheid, niet de hoogte van de bedragen,

- in verband met de rectificatie: aansprakelijkheid, niet de inhoud van een eventuele

rectificatie.

3. De feiten

Oprichting Peelgemeenten

3.1.

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor taken in verband met:

1) de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo)

2) Jeugdzorg (Jeugdwet)

3) bijzondere bijstand (Participatiewet)

Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor:

4) schuldhulpverlening (door Peelgemeenten schulddienstverlening genoemd)

5) minimabeleid.

3.2.

De vijf gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren besloten om voor de uitvoering van die vijf taken samen met de gemeente Helmond de gemeenschappelijke regeling “GR Peel 6.1.” te treffen. In afwachting van de formele oprichting daarvan werden de taken vanaf 1 januari 2015 voorlopig uitgevoerd door de gemeente Helmond op basis van een dienstverleningsovereenkomst. Omdat de samenwerking met de gemeente Helmond stroef liep, besloten de andere vijf gemeenten begin 2016 om per 1 januari 2017 zonder de gemeente Helmond verder te gaan in de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten (een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid zoals bedoeld in artikel 8 Wet gemeenschappelijke regelingen).

3.3.

Voor de uitvoering van de vijf taken worden een frontoffice en een backoffice gebruikt (hierna ook afgekort tot FO en BO). De frontoffice bestaat uit de consulenten die de contacten met de inwoners onderhouden en de beslissingen nemen. Die consulenten zijn bij Peelgemeenten onderverdeeld in vijf lokale gebiedsteams. De backoffice verwerkt de beslissingen van de frontoffice en bestaat uit administratief medewerkers, financiële medewerkers en functionele applicatiebeheerders.

3.4.

Peelgemeenten werd op 9 december 2016 opgericht. Tot die tijd trad de gemeente Gemert-Bakel op als penvoerder. De gemeente Gemert-Bakel volgde de twee aanbestedingsprocedures en sloot op 13 oktober 2016 de twee overeenkomsten met Info Support. Op 19 januari 2017 werden die twee overeenkomsten overgenomen door Peelgemeenten. Hierna zal de rechtbank de naam Peelgemeenten ook gebruiken voor handelingen die nog door de gemeente Gemert-Bakel zijn verricht.

De aanbestedingsprocedures

3.5.

De gemeente Helmond gebruikte de applicatie GWS4ALL voor de uitvoering van haar taken in verband met de Wmo, de Jeugdzorg, de bijzondere bijstand en het minimabeleid. Voor de schulddienstverlening gebruikte de gemeente Helmond de applicatie EOS van Conclusion.

3.6.

Peelgemeenten besloot om GWS4ALL te vervangen door twee nieuwe applicaties en daarvoor twee aanbestedingsprocedures te starten, de eerste voor de backoffice en de tweede voor de frontoffice. Peelgemeenten besloot EOS voor de schulddienstverlening te blijven gebruiken, waarvoor de overeenkomst tussen Conclusion en de gemeente Helmond werd gesplitst (prod. 123 IS). Wel moest in de nieuwe applicatie voor de frontoffice een financiële analyse zitten in de vorm van een vragenlijst waarmee een consulent kan beoordelen of een inwoner in aanmerking komt voor schulddienstverlening. De twee opvolgers van GWS4ALL moesten op 1 januari 2017 in gebruik worden genomen, omdat Peelgemeenten vanaf die datum niet meer met de gemeente Helmond samenwerkte en daarom niet meer over GWS4ALL kon beschikken. Infosupport heeft zich ingeschreven voor beide aanbestedingen. Uiteindelijk koos Peelgemeenten in beide aanbestedingen voor c2GO, de applicatie van Infosupport, zodat zij één geïntegreerd systeem kon gebruiken voor zowel de backoffice als de frontoffice.

3.7.

Peelgemeenten besloot ook nieuwe applicaties in gebruik te nemen voor een documentcreatietool (waarmee zij documenten wilde maken) en voor een zaaksysteem (waarin zij die documenten per zaak wilde opslaan). Peelgemeenten had die applicaties nog niet geselecteerd toen zij de twee aanbestedingen voor de opvolgers van GWS4ALL startte. Later koos Peelgemeenten voor de documentcreatietool SmartDocuments en voor het zaaksysteem Atos e-Suite dat door Dimpact aan Peelgemeenten werd geleverd. Voor de keuze van de documentcreatietool was een aanbesteding nodig, maar voor de applicatie voor het zaaksysteem kon Peelgemeenten zonder aanbesteding kiezen omdat die applicatie (Atos e-Suite) al door de gemeente Gemert-Bakel werd gebruikt.

3.8.

Peelgemeenten werd bij de aanbestedingen begeleid door het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB). Peelgemeenten zette de eerste aanbesteding voor de backoffice uit op 30 juni 2016, een half jaar voor de deadline van 1 januari 2017 voor de Go Live. Bij het aanbestedingsdocument (bijlage 1 bij prod. 4 PG) waren bijlagen gevoegd, waaronder de “ICT inkoopvoorwaarden 2013” van de gemeente Gemert-Bakel die van toepassing zouden zijn (bijlage 4 bij prod. 4 PG, hierna de Inkoopvoorwaarden) en een concept overeenkomst (prod. 75 PG).

3.9.

Peelgemeenten gaf in het aanbestedingsdocument aan dat zij alleen SaaS oplossingen wilde gaan gebruiken (Software as a Service). Een SaaS-applicatie wordt niet op computers bij de klanten geïnstalleerd maar alleen op het netwerk van de aanbieder. De klanten kopen de applicatie niet, maar krijgen alleen een gebruiksrecht daarop. Alle klanten kunnen via het internet een standaardversie van de applicatie gebruiken. De aanbieder beslist zelf of een wens van een klant in de applicatie wordt verwerkt omdat die wens de applicatie verbetert en/of ook voor andere klanten zinvol is.

3.10.

In het aanbestedingsdocument was een Programma van Eisen (PvE) opgenomen, waarin technische en functionele eisen waren opgenomen waaraan de applicatie voor de backoffice moest voldoen. Het ging om een zogenaamde functionele aanbesteding, waarbij alleen werd omschreven welke functionaliteiten in de applicatie moesten zitten en niet hoe die functionaliteiten moesten werken.

3.11.

In het aanbestedingsdocument waren gunningscriteria opgenomen, waaronder een implementatieplan en een demo film. In die demo film moest de inschrijver aan de hand van een casus laten zien hoe zijn applicatie werkte, zodat Peelgemeenten de gebruikersvriendelijkheid en de volledigheid van de applicatie kon beoordelen.

3.12.

Peelgemeenten stelde als voorwaarde dat de inschrijver diverse koppelingen moest realiseren4. Die koppelingen moesten voldoen aan de landelijke standaarden5. De applicatie voor de backoffice moest gekoppeld worden met:

- de nog te selecteren applicatie voor de frontoffice (later werd c2GO geselecteerd voor zowel de backoffice als de frontoffice, zodat deze koppeling feitelijk niet nodig was);

- de nog te selecteren documentcreatietool (dat werd later SmartDocuments);

- het nog te selecteren zaaksysteem (dat werd later Atos eSuite);

- CompeT&T, een portaal dat kan worden gebruikt om persoonsgegevens op te halen uit de Basisregistratie Personen (BRP), de opvolger van de Gemeentelijke basisadministratie (GBA);

- vijf Landelijke Voorzieningen (CAK, SVB, CORV, GGK en RDW).

3.13.

Verder werd in het aanbestedingsdocument gevraagd om een datamigratie6, die beperkt zou zijn tot diverse productenboeken7 en stamgegevens. Partijen zijn het erover eens dat Peelgemeenten verantwoordelijk was voor de extractie van gegevens uit GWS4ALL en de conversie van die gegevens naar een landelijk formaat, en dat Info Support daarna verantwoordelijk was voor de conversie van de gegevens naar het formaat van c2GO en de feitelijke migratie van de gegevens.

3.14.

De IT-bedrijven die geïnteresseerd waren in de aanbesteding, konden vragen stellen aan Peelgemeenten. De antwoorden van Peelgemeenten op al die vragen werden verzameld in de Nota van Inlichtingen (bijlage 2 prod. 4 PG).

3.15.

Info Support schreef op 10 augustus 2016 met haar applicatie c2GO in op de aanbesteding voor de backoffice (later bij de BO-overeenkomst gevoegd als bijlage 3 prod. 4 PG; deze inschrijving is ook overgelegd als prod. 17 IS, maar die versie bevat meer bijlagen). Info Support maakt onderdeel uit van een grotere IT-onderneming. De applicatie c2GO is ontwikkeld door haar groepsgenoot C2WMO B.V. (hierna C2WMO), die handelt onder de naam c2GO. Omdat C2WMO niet aan de aanbestedingseisen voldeed, trad Info Support op als inschrijver en C2WMO als onderopdrachtnemer van Info Support. Hierna doelt de rechtbank met Info Support op beide vennootschappen, tenzij het onderscheid van belang is.

3.16.

De applicatie c2GO was vrij nieuw en moest nog worden uitontwikkeld. Info Support had alleen nog maar een paar kleine gemeenten als klant. Zij hoopte met Peelgemeenten haar eerste grote klant binnen te halen en door de samenwerking met Peelgemeenten haar applicatie zodanig te kunnen uitbreiden dat ze binnen drie à vier jaar totaal 40 á 50 klanten zou hebben. Info Support schreef daarom in tegen een lagere prijs dan haar concurrenten.

3.17.

In c2GO waren functionaliteiten opgenomen in verband met de Wmo en de Jeugdzorg. Voor de functionaliteiten in verband met de bijzondere bijstand en het minimabeleid maakte Info Support gebruik van de applicatie X-Works van Company-X Software B.V. (hierna Company-X), die als onderopdrachtnemer van Info Support optrad.

3.18.

Info Support gaf in haar inschrijving aan dat de eerste versie van c2GO nog niet volledig functioneel zou zijn, maar dat de applicatie in de productieomgeving8 volledig functioneel zou zijn, inclusief alle koppelingen. Bij de inschrijving waren een demo film en een projectplanning gevoegd. Die planning werd aangeduid als implementatieplan.

3.19.

Peelgemeenten was enthousiast over de werkwijze van c2GO die op de demo film te zien was. Bij de beoordeling van de gunningscriteria kreeg het implementatieplan van Info Support het cijfer 3, maar bij andere criteria scoorde Info Support hoog. Peelgemeenten gunde de overeenkomst voor de backoffice op 18 augustus 2016 voorlopig aan Info Support. Partijen spraken af dat Info Support direct in augustus 2016 aan het werk zou gaan in verband met de korte tijd die nog resteerde tot de Go Live.

3.20.

Ondertussen was op 9 augustus 2016 ook de aanbesteding voor de frontoffice uitgezet, waarbij eisen werden gesteld die vergelijkbaar waren met de eisen voor de backoffice. Bij het aanbestedingsdocument (bijlage 1 prod. 3 PG). waren bijlagen gevoegd, waaronder de Inkoopvoorwaarden die ook hier van toepassing zouden zijn (bijlage 4 bij prod. 3 PG) en een concept overeenkomst (prod. 74 PG). Die concept overeenkomst week op een aantal punten af van de concept overeenkomst voor de backoffice.

3.21.

Over de aanbesteding voor de frontoffice werden minder vragen gesteld door geïnteresseerde IT-bedrijven, zodat de Nota van Inlichtingen (bijlage 2 prod. 3 PG) korter was.

3.22.

Op 3 september 2016 stelde Info Support in overleg met Peelgemeenten een uitgebreider projectplan voor de implementatie van het backofficesysteem op (prod. 17 IS, hierna het BO-implementatieplan).

3.23.

Info Support schreef op 5 september 2016 in op de aanbesteding voor de frontoffice (bijlage 3 prod. 3 PG). Bij die inschrijving was een projectplan voor de implementatie van het frontofficesysteem (hierna het FO-implementatieplan) gevoegd dat vergelijkbaar was met het uitgebreide BO-implementatieplan (en later van Peelgemeenten het cijfer 8 kreeg). Daarnaast was een projectplanning bijgevoegd vergelijkbaar met de planning behorend bij de inschrijving voor de backoffice (3.18).

3.24.

In de BO- en FO-implementatieplannen is vermeld “Decharge vindt plaats wanneer de in het implementatieplan gestelde doelstellingen volledig zijn behaald. Opdrachtgever sluit met de decharge officieel de implementatie af.”

3.25.

De overeenkomst voor de frontoffice werd op 15 september 2016 voorlopig aan Info Support gegund. De definitieve gunning voor de backoffice volgde op 8 september 2016 en die voor de frontoffice op 23 september 2016

De overeenkomsten

3.26.

Partijen sloten op 13 oktober 2016 de overeenkomst voor de backoffice (prod. 4 PG, de BO-overeenkomst) en de overeenkomst voor de frontoffice (prod. 3 PG, de FOovereenkomst). In die overeenkomsten gaf Peelgemeenten opdracht aan Info Support voor het uitvoeren, beschikbaar stellen en implementeren van c2GO.

3.27.

De tekst van de overeenkomsten was gebaseerd op de concept overeenkomsten die bij de aanbestedingsdocumenten waren gevoegd (inclusief de verschillen tussen het concept voor de backoffice en het concept voor de frontoffice). In artikel 3 werden de Inkoopvoorwaarden van de gemeente Gemert-Bakel van toepassing verklaard, met vermelding van een aantal aanvullingen en wijzigingen daarop. Die aanvullingen en wijzigingen werden toegevoegd naar aanleiding van de antwoorden die Peelgemeenten had gegeven in de Nota’s van Inlichtingen. Omdat in de Nota van Inlichtingen voor de frontoffice minder vragen waren gesteld, werden in de BO-overeenkomst meer aanvullingen en wijzigingen vermeld dan in de FO-overeenkomst. Verder werden details ingevuld, zoals de prijzen waarmee Info Support had ingeschreven.

3.28.

Volgens artikel 2 van de BO-overeenkomst ging die overeenkomst in op 16 september 2016 met een looptijd van vier jaar (dus tot 16 september 2020) met de mogelijkheid van vier verlengingen van één jaar (dus maximaal tot 16 september 2024).

Artikel 2 van de FO-overeenkomst vermeldt een gebruiksfase die ingaat op 1 januari 2017 met een looptijd van drie jaar (dus tot 1 januari 2020) en de mogelijkheid van één verlenging van één jaar (dus tot 1 januari 2021). Volgens Peelgemeenten koos zij bewust voor die verschillende looptijden en verlengingsmogelijkheden, omdat de applicatie voor de backoffice het kloppend hart was en de applicatie voor de frontoffice gemakkelijker uitwisselbaar was.

3.29.

Ook de termijnen voor de implementatiefase in artikel 2 van de BO- en FO-overeenkomsten (die al in de concept overeenkomsten waren vermeld) wijken af:

Backoffice

Frontoffice

Start implementatiefase

---

zo spoedig mogelijk na 23 september 2016

Testomgeving

1 oktober 2016

15 oktober 2016

Oplevering systeem inclusief koppelingen met andere applicaties

1 november 2016

15 november 2016

Koppeling met CompeT&T ten behoeve van de BRP

---

1 december 2016

Koppeling met zaaksysteem

15 december 2016

15 december 2016

Go Live

---

uiterlijk 1 januari 2017

Koppeling tussen BO en FO

1 maart 2017

1 maart 2017

Koppeling met Landelijke voorzieningen

1 juli 2017

1 juli 2017

Partijen zijn het erover eens dat het de bedoeling was dat ook de Go Live van de applicatie voor de backoffice uiterlijk 1 januari 2017 zou plaatsvinden en dat dit ook in de BO-overeenkomst had moeten staan. Die datum is wel in de aanbestedingsstukken genoemd.

3.30.

In artikel 10 van de BO-overeenkomst en artikel 9 van de FO-overeenkomst zijn bepalingen opgenomen over tussentijdse beëindiging van de overeenkomst. Een mogelijkheid om de overeenkomsten tussentijds op te zeggen is daarin niet opgenomen.

3.31.

Tegelijk met de BO- en FO-overeenkomsten sloten partijen ook twee overeenkomsten met de naam “Service Level Agreement” (SLA) over het beheer en onderhoud van c2GO (bijlage 5 prod. 3 en 4 PG). De tekst van deze SLA’s werd opgesteld door Info Support, waarna partijen daarover onderhandelden en de tekst nog werd gewijzigd.

3.32.

In artikel 13 van de BO-overeenkomst en artikel 11 van de FO-overeenkomst is vermeld dat de bijlagen integraal onderdeel uitmaken van de overeenkomst en dat bij tegenstrijdigheden de volgende rangorde wordt gehanteerd:

1. deze overeenkomst;

2. de nota van inlichtingen;

3. het aanbestedingsdocument;

4. de inkoopvoorwaarden;

5. de inschrijving;

6. SLA.

3.33.

Partijen sloten op 10 november 2016 ook nog een overeenkomst over de levering van een koppeling met de CORV-applicatie van Info Support. Die overeenkomst speelt in deze procedure geen rol.

3.34.

Tot april 2018 betaalde Peelgemeenten alle facturen van Info Support. Die betalingen gelden volgens de Inkoopvoorwaarden niet als acceptatie van de applicatie.

De implementatie

3.35.

De implementatiefase zou volgens de aanbestedingsdocumenten bestaan uit:

- de inrichting/configuratie9 van c2GO, waarbij Info Support een leidende rol zou spelen;

- de technische realisatie van de koppelingen, waarbij Info Support een leidende rol zou spelen;

- de datamigratie, die een gedeelde verantwoordelijkheid zou zijn;

- de opleiding/training van de medewerkers van Peelgemeenten, waarbij Info Support een leidende rol zou spelen;

- de acceptatietest, de in productie name en de eindacceptatie, die de verantwoordelijkheid van Peelgemeenten zouden zijn.

3.36.

Er werd een stuurgroep op directieniveau opgericht. Partijen wezen daarnaast projectleiders aan. Peelgemeenten schakelde daarvoor de externe partij Quarant in, een adviesbureau dat onder meer is gespecialiseerd in de begeleiding van lokale overheden bij het stroomlijnen van processen en implementatietrajecten van IT-systemen. Van het overleg tussen de projectleiders werden in de weken 40 tot en met 48 en 50 wekelijkse statusrapporten opgemaakt (WSR’s, prod. 27a t/m 27k IS). Na week 50 werden wijzigingen steeds toegevoegd aan de WSR van week 50 (prod. 27k IS en prod. 124 IS).

3.37.

Peelgemeenten/Quarant diende totaal veertien keer een Request for Change (RFC)10 in (prod. 27k IS blad 12). Info Support bracht daarvoor negen offertes uit, die door Peelgemeenten werden geaccepteerd en betaald. Twee RFC’s gingen niet door. Info Support voerde de overige RFC’s wel uit maar verstuurde daarvoor geen offertes.

3.38.

Al snel na de start van de implementatiefase traden diverse problemen op waardoor de implementatie werd vertraagd en de Go Live op 6 december 2016 moest worden uitgesteld tot 6 januari 2017 en op 13 december 2016 tot 9 januari 2017 (besluiten B.22 en B.29, prod. 27k IS blad 14). Hierna worden de belangrijkste problemen besproken.

Frequenties en eenheden van productcodes

3.39.

Bij de configuratie van c2GO kon voor elk van de vijf gemeenten een ander productenboek worden ingevuld. Elke productcode had in c2GO een vaste frequentie of eenheid. Peelgemeenten wilde juist een variabele frequentie of eenheid. Als bijvoorbeeld thuiszorg werd toegekend, dan wilde Peelgemeenten kunnen kiezen voor invoer in uren of in minuten omdat de ene zorgaanbieder met uren per week werkte en de andere zorgaanbieder met minuten per week. Die keuze tussen uren en minuten was in GWS4ALL mogelijk. Omdat c2GO maar één mogelijkheid toestond, was Peelgemeenten gedwongen om alle hulp in minuten in te voeren.

3.40.

Info Support stelde zich op het standpunt dat het ging om een wens van Peelgemeenten die niet in het Programma van Eisen was opgenomen. Peelgemeenten meende dat het ging om een reguliere werkwijze en dat zij mocht verwachten dat c2GO die werkwijze zou ondersteunen omdat Info Support had vermeld dat c2GO flexibel is en dat inrichting conform gewenste werkprocessen en werkprocedures van gemeenten mogelijk is. Peelgemeenten merkte dit aan als een “showstopper”, dus zo belangrijk dat ze het systeem niet in gebruik wilde nemen als het niet was opgelost.

3.41.

Uiteindelijk werd het probleem opgelost doordat Peelgemeenten RFC013 indiende, waarna Info Support een offerte voor meerwerk uitbracht voor het mogelijk maken van producten met meerdere eenheden/frequenties. Die offerte voor meerwerk werd op 8 december 2016 door Peelgemeenten ondertekend (prod. 32 IS). Volgens Peelgemeenten accepteerde zij de offerte alleen om het proces te versnellen.

De koppeling met CompeT&T (BRP)

3.42.

Op 14 september 2016 werd ontdekt dat de koppeling met CompeT&T die op 1 december 2016 beschikbaar had moeten zijn voor het ophalen van gegevens uit het BRP, niet mogelijk was zolang Peelgemeenten nog niet officieel was opgericht (prod. 27k IS blad 3 nr. 1). Er werd daarom gekozen voor een tijdelijke oplossing waarbij een koppeling op naam van één gemeente werd gebruikt. Die oplossing was eigenlijk illegaal en daarom gaf Peelgemeenten op 19 januari 2017 een vrijwaringsverklaring aan Info Support af. De koppeling was bij de Go Live beschikbaar en werkte. De koppeling werd daarna nooit meer vervangen door een koppeling op naam van Peelgemeenten, omdat dat voor partijen geen prioriteit had.

De koppeling met het zaaksysteem Atos e-Suite van Dimpact

3.43.

De koppeling tussen c2GO en het zaaksysteem Atos eSuite bleek om drie redenen niet mogelijk. Het eerste probleem werd op 14 september 2016 geconstateerd: voor een koppeling met eSuite was een VPN-verbinding nodig (prod. 27k IS blad 3 nr. 2). Dit probleem was kennelijk relatief eenvoudig op te lossen, maar op 7 oktober 2016 bleek het tweede belangrijkere probleem: e-Suite ondersteunde geen ‘multitenancy’11, zodat een koppeling met eSuite alleen mogelijk was voor één omgeving en niet voor vijf omgevingen voor vijf gemeenten (prod. 27k IS blad 3 nr. 7). Op 2 november 2016 nam de stuurgroep het besluit om vanwege dit probleem de koppeling met het zaaksysteem voorlopig te laten vervallen, de documenten in c2GO op te slaan en later de impact definitief te bepalen (prod. 27k IS blad 13 besluit B.16). Partijen zijn het erover eens dat de oorzaak van het tweede probleem bij eSuite lag en dat partijen daarom zouden wachten op een oplossing in eSuite voordat ze konden overleggen over het alsnog bouwen van de koppeling met het zaaksysteem door Info Support.

3.44.

Het opslaan van documenten in c2GO was bij de Go Live beschikbaar, maar de documenten in c2GO voldeden niet aan de eisen van de Archiefwet.

3.45.

Het derde probleem bleek pas na de Go Live: de koppeling met het zaaksysteem kon niet gerealiseerd worden omdat c2GO werkte met de laatste versie van de toepasselijke landelijke standaard (versie 1.2 van de StUF-standaard ZaakDMS), terwijl eSuite nog werkte met een oudere versie (versie 1.1). De koppeling met het zaaksysteem werd daarom nooit gerealiseerd. Op dit derde probleem gaat de rechtbank hier niet verder in omdat die betrekking heeft op de periode na de Go Live, hetgeen in dit vonnis nog niet aan de orde is.

De koppeling met de documentcreatietool SmartDocuments

3.46.

Het was de bedoeling dat c2GO via de koppeling met de documentcreatietool SmartDocuments een bericht naar SmartDocuments zou sturen met het verzoek om een bepaald document te maken met de variabele gegevens die daarin moesten staan. De documenten die met SmartDocuments konden worden gemaakt, bestonden uit synchrone en asynchrone documenten. Synchrone documenten zijn standaard teksten die zonder verdere bewerking kunnen worden opgeslagen, terwijl asynchrone documenten eerst nog door een medewerker van Peelgemeenten moesten worden bewerkt. Beide soorten documenten moesten in het zaaksysteem Atos eSuite worden opgeslagen.

3.47.

Op 7 oktober 2016 bleek echter dat SmartDocuments geen ervaring had met implementatie van de toepasselijke landelijke standaard (ook hier de StUF-standaard ZaakDMS), waardoor het opslaan van documenten problemen gaf (prod. 27k blad 3 nr. 6). Op 7 oktober 2016 werd besloten om te werken met een koppeling tussen c2GO en SmartDocuments op basis van synchrone documentcreatie (prod. 27k blad 13 besluit B.9). Partijen spraken af dat een koppeling op basis van asynchrone documentcreatie pas na de Go Live zou worden onderzocht.

3.48.

De koppeling op basis van synchrone documentcreatie was bij de Go Live technisch gezien beschikbaar, maar de communicatie tussen c2GO en SmartDocuments ging regelmatig verkeerd, zodat documenten vaak niet konden worden gemaakt. Na de Go Live diende Peelgemeenten een wijzigingsverzoek in voor de asynchrone koppeling, maar die koppeling is er nooit gekomen. De rechtbank gaat hier niet verder in op die twee kwesties, omdat die betrekking hebben op de periode na de Go Live, hetgeen in dit vonnis nog niet aan de orde is.

3.49.

Info Support maakt in haar conclusie van antwoord (randnummer 5.19.6) ook nog melding van een besluit over een koppeling tussen SmartDocuments en X-Works, maar partijen zijn het over eens dat die kwestie voor deze procedure niet relevant is.

De koppeling met EOS van Conclusion (schulddienstverlening)

3.50.

Info Support meldt in haar conclusie van antwoord (randnummer 5.5.5) dat ze extra werk moest verrichten voor een koppeling tussen c2GO en EOS van Conclusion die niet in het Programma van Eisen was voorzien. Die koppeling is echter nooit gerealiseerd en partijen zijn het erover eens dat de koppeling voor deze procedure niet relevant is.

De koppelingen met de Landelijke Voorzieningen

3.51.

Van de vijf koppelingen met de Landelijke Voorzieningen die volgens de BO- en FO-overeenkomsten pas op 1 juli 2017 beschikbaar hoefden te zijn, stelde Info Support de koppelingen met SVB, CORV en GGK al bij de Go Live beschikbaar. De koppelingen met CORV en GGK moesten toen nog wel wachten op omzetting naar Peelgemeenten. Die omzetting vond plaats in de periode tussen de Go Live en 31 maart 2017. Het verwijt van Peelgemeenten in verband met de koppelingen met de Landelijke Voorzieningen is alleen dat de koppelingen met CAK en RDW in april 2018 nog steeds niet beschikbaar waren. Dat verwijt is in dit vonnis nog niet aan de orde omdat dit speelt in de periode na de Go Live.

De datamigratie

3.52.

Peelgemeenten gaf in de BO-Nota van Inlichtingen aan dat de te migreren data deels uit Excel moesten komen en deels uit GWS4ALL (vraag 53). Het waren vooral de gegevens uit GWS4ALL die bij de datamigratie problemen gaven.

3.53.

Info Support had bij de BO-inschrijving een planning gevoegd, waarin de definitieve datamigratie op 28 oktober 2016 gereed zou zijn. Volgens die planning zou Info Support beginnen door een sjabloon aan te leveren waarin werd aangegeven naar welk formaat Peelgemeenten bij de extractie de gegevens moest omzetten. Dat sjabloon werd ruim op tijd aangeleverd. Daarna moest Peelgemeenten op 19 september 2016 een eerste extractie uit GWS4ALL uitvoeren en de opgehaalde gegevens in het gewenste formaat bij Info Support aanleveren. Info Support zou daarmee een analyse uitvoeren om te controleren of de gegevens op de juiste manier uit GWS4ALL waren gekomen.

3.54.

Peelgemeenten gaf op 30 augustus 2016 aan dat ze de datum van 19 september 2016 niet zou halen. Info Support stelde daarom een nieuwe planning op (prod. 26 IS), waarin de eerste extractie door Peelgemeenten werd uitgesteld tot 3 oktober 2016 en de definitieve datamigratie tot 15 december 2016.

3.55.

Peelgemeenten leverde ook op 3 oktober 2016 de eerste extractie niet aan. Daarna volgden partijen de planning die was opgenomen in een conversiehandboek van 17 november 2016 (pagina 4 van bijlage 1 bij de ontvlechtingsovereenkomst tussen de gemeente Helmond en Peelgemeenten, prod. 123 IS). De eerste versie van dit handboek was begin oktober 2016 opgesteld door [B] van CompanyX (de leverancier van X-Works), die ook ICT-projectleider binnen Peelgemeenten was (bijlage 4 bij prod. 123 IS). Volgens Info Support was [B] ook door Peelgemeenten ingeschakeld voor de extractie, maar Peelgemeenten betwist dat. De rechtbank laat dat voorlopig in het midden..

3.56.

In het handboek was de eerste aanlevering door Peelgemeenten gepland op 1 november 2016 en de definitieve datamigratie door c2GO op 2 en 3 januari 2017. Peelgemeenten zou daarna de datamigratie controleren en op 5 januari 2017 moeten accepteren.

3.57.

Peelgemeenten leverde op 21 oktober 2016 de eerste gegevens aan, maar Info Support bleek die gegevens niet te kunnen inlezen. Peelgemeenten vroeg om ondersteuning door Info Support bij de extractie via RFC007 (prod. 27k IS blad 12). Info Support stelde daarvoor een offerte op, die door Peelgemeenten werd geaccepteerd.

3.58.

Ondertussen was een meningsverschil ontstaan tussen [B] en Info Support over de uitleg van het begrip “stamgegevens” dat in de BO-aanbesteding werd genoemd als onderdeel van de datamigratie. [B] meende dat daaronder ook vielen de beschikkingen gekoppeld aan de voorzieningen, terwijl die volgens Info Support geen onderdeel van de datamigratie zouden zijn (zie de e-mails prod. 30 IS). Uiteindelijk werd dat meningsverschil opgelost doordat Peelgemeenten RFC006 indiende (prod. 27k IS blad 12). RFC006 werd later uitgebreid met extra werk dat Info Support in verband met de extractie en de datamigratie zou gaan uitvoeren. Info Support bracht in verband met RFC006 op 17 november 2016 een offerte op basis van nacalculatie uit, maar die werd niet geaccepteerd door Peelgemeenten omdat die een korting op de prijs wilde. Info Support paste daarna haar offerte aan. Zij verbond aan de prijs op nacalculatiebasis een maximum van € 7.600,. Die offerte werd op 8 december 2016 door Peelgemeenten voor akkoord ondertekend (prod. 39 IS).

3.59.

Op 1 november 2016 werden gegevens aangeleverd die Info Support wel kon inlezen. Info Support voerde daarna een eerste proefmigratie uit die problemen opleverde, maar de tweede proefmigratie verliep ver boven verwachting, zodat Info Support toch nog op 2 januari 2017 met de definitieve datamigratie kon beginnen.

3.60.

De datamigratie was bij de Go Live afgerond. Na de Go Live bleek er een probleem te bestaan in verband met de productcodes uit het productenboek en de matching met het indicatiebesluitnummer, zodat in februari 2017 een correctie van de datamigratie nodig was. Dit probleem zal later worden besproken.

Workshops, werkprocessen en trainingen

3.61.

Volgens de planning bij de BO-inschrijving waren zes workshops met medewerkers van Peelgemeenten gepland in de periode van 19 september 2016 tot en met 3 oktober 2016. Peelgemeenten stelde vier van die workshops uit, waaronder twee workshops voor de vaststelling van de werkprocessen van de backoffice. Die werden uitgesteld tot 29 september 2016 en 13 oktober 2016. Het vaststellen van de werkprocessen was de taak van Peelgemeenten, die als nieuwe organisatie moest beslissen of zij de werkprocessen van de gemeente Helmond zou overnemen of die werkprocessen zou vernieuwen. Pas nadat de werkprocessen waren vastgesteld, kon Info Support bepalen hoe zij c2GO bij de configuratie moest inrichten. Na de twee workshops leverden ook het opstellen van procesbeschrijvingen en werkinstructies problemen op. Peelgemeenten vroeg en kreeg bijstand van Info Support bij werksessies die daarover op 15 en 16 november 2016 werden gehouden (onderdeel van RFC007, prod. 27k IS blad 12). De offerte voor RFC007 werd door Peelgemeenten geaccepteerd.

3.62.

Volgens de planning bij de BO-inschrijving waren gebruikerstrainingen voor de medewerkers van Peelgemeenten gepland in de periode van 17 tot en met 21 oktober 2016. Peelgemeenten stelde die trainingen uit tot 1 december 2016.

Het testen en de acceptatieprocedure

3.63.

Info Support had in haar BO- en FO-implementatieplannen opgenomen dat zij eerst een testomgeving zou aanbieden ten behoeve van de workshops en de inrichting van c2GO, vervolgens een acceptatieomgeving en na formele acceptatie de productieomgeving. In artikel 9 van de Inkoopvoorwaarden was een acceptatieprocedure geregeld.

3.64.

Info Support stelde op 3 oktober 2016 de testomgeving beschikbaar, op 17 oktober 2016 de acceptatieomgeving en op 18 oktober 2016 de productieomgeving (prod. 27k IS blad 2). De acceptatieomgeving en de productieomgeving waren toen nog leeg en werden alleen voor inrichtingsdoeleinden beschikbaar gesteld (prod. 27k blad 13 besluit B.10).

3.65.

Peelgemeenten voerde enige tests uit in de testomgeving. Zij gaf haar eerste bevindingen op 27 oktober 2016 door aan Info Support (zie de latere bevindingenlijst prod. 44 IS). Ook meldde Peelgemeenten bevindingen na de gebruikerstrainingen van 1 december 2016 (prod. 38 IS).

3.66.

Omdat er te weinig tijd was tot de Go Live op 9 januari 2017, werd de formele acceptatieprocedure niet gevolgd. Info Support bood het systeem niet uitdrukkelijk aan voor acceptatie en Peelgemeenten voerde geen acceptatietest uit.

De releases

3.67.

Info Support bracht in november 2016 twee releases12 uit waarmee nieuwe functionaliteiten in c2GO werden opgenomen (zie het overzicht van releases, prod. 103 IS). Maar het lukte Info Support niet meer om alle functionaliteiten die in het Programma van Eisen waren vermeld, vóór de Go Live in c2GO te verwerken.

3.68.

RFC013 voor het mogelijk maken van producten met meerdere eenheden/frequenties (zie 3.41) werd op 29 december 2016 in de productie-omgeving uitgerold. Peelgemeenten liep daarna nog tegen een probleem aan, maar dat werd op 4 januari 2017 opgelost.

3.69.

Partijen spraken af dat Peelgemeenten Live zou gaan met versie 7.1 van c2GO. Info Support had in haar offerte voor RFC013 van 28 november 2016 (prod. 32 IS) vermeld dat de oplevering van RFC013 gepland stond voor release 7.1 en dat het realiseren van die functionaliteit mogelijk impact zou hebben op de inhoud van release 7.1. Info Support nam de resultaatsverplichting op zich om release 7.1 op 6 januari 2017 op te leveren en de inspanningsverplichting om te proberen de oplevering te vervroegen naar 19 december 2016. Release 7.1 werd in twee delen uitgebracht, het eerste deel op 2 januari 2017 en het tweede deel op 6 januari 2017. Op 16 januari 2017 werd een patch uitgebracht, waarin een aantal fouten in release 7.1 werden verbeterd.

De Go Live

3.70.

Op 9 januari 2017 ging Peelgemeenten Live met c2GO. Bij die Live gang namen de consulenten van Jeugdzorg c2GO nog niet in gebruik voor de frontoffice.

3.71.

Bij de Go Live zaten in c2GO nog niet alle functionaliteiten die in het Programma van Eisen door Peelgemeenten waren geëist.

3.72.

Na de Go Live traden diverse problemen op waardoor Peelgemeenten niet goed met c2GO kon werken. Door de problemen met de communicatie tussen c2GO en SmartDocuments konden vaak geen documenten worden gemaakt. Medewerkers werden na verloop van tijd automatisch uitgelogd uit c2GO en waren daarna hun werk kwijt. Ook waren er problemen met de facturen van zorgaanbieders, die hierna uitgebreider worden besproken.

3.73.

Quarant stuurde op 26 januari 2017 een email naar Info Support (prod. 6 PG), waarin zij aangaf dat Peelgemeenten per omgaande een oplossing wilde zien voor de onvolkomenheden bij c2GO. Volgens Quarant was RFC013 te laat doorgevoerd, waardoor Peelgemeenten pas tijdens de productie aanliep tegen issues die in november-december 2016 naar boven hadden moeten komen en waardoor haar medewerkers nog steeds niet volledig in de applicatie konden werken, terwijl die op 6 januari 2017 operationeel had moeten zijn. Quarant verwachtte dat deze issues uiterlijk 30 januari 2017 opgelost zouden zijn, zodat alle medewerkers volledig en adequaat hun werkzaamheden konden uitvoeren. Quarant verwachtte na 30 januari 2017 ondersteuning vanuit Info Support om hulp te bieden bij het wegwerken van de achterstanden.

3.74.

De heer [A] , toen algemeen directeur van Peelgemeenten, verstuurde op 2 februari 2017 een intern informatiememo (prod. 51 IS), waarin hij meedeelde:

“Het informatiesysteem is operationeel en dat betekent dat onze consulenten de zorgmeldingen kunnen registreren, behandelen en beschikken. Onze procesondersteuners verwerken de beschikking en dragen zorg voor de afhandeling. In 2017 kunnen we de beschikbare functies in het systeem verder ontwikkelen waardoor we de werkprocessen nog beter kunnen inrichten.”

Berichtenverkeer en facturering

3.75.

Partijen doelen met het begrip berichtenverkeer op de communicatie tussen Peelgemeenten en zorgaanbieders, waaronder de facturen van de zorgaanbieders. Die communicatie liep met een deel van de zorgaanbieders via de landelijke voorziening van het GGK. Volgens de BO- en FO-overeenkomsten zou Info Support moeten zorgen voor een koppeling tussen c2GO en het GGK voor het geautomatiseerde berichtenverkeer, maar die koppeling hoefde pas op 1 juli 2017 beschikbaar te zijn. Tot die tijd zou Peelgemeenten de berichten handmatig versturen (uploaden) en ontvangen (downloaden). Een ander deel van de zorgaanbieders maakte geen gebruik van het GGK en gebruikte Excel-bestanden voor bulkfacturen.

3.76.

Bij de Go Live was in c2GO een voorziening beschikbaar voor het handmatig uploaden en downloaden van berichten. De koppeling met het GGK was bij die Go Live al technisch gerealiseerd, maar moest toen nog wachten op omzetting naar Peelgemeenten.

3.77.

Na de Go Live bleek er een probleem te bestaan in verband met de matching van facturen van zorgaanbieders, waardoor die facturen vaak werden afgekeurd en niet konden worden betaald. Dit probleem bestond als een gemeente in één beschikking meerdere producten had toegekend. De rechtbank gebruikt hierna het voorbeeld van drie producten dat ook in productie 48 van Info Support is gebruikt. In GWS4ALL werd aan een beschikking voor drie producten één indicatiebesluitnummer of beschikkingscode toegekend met als laatste cijfer een 3 (door partijen de externe code genoemd). De applicatie c2GO ging echter uit van een beschikkingscode voor elk product. Bij de datamigratie werd de externe code uit GWS4ALL eindigend op 3 daarom omgezet naar drie codes voor elk van de drie producten eindigend op 1, 2 of 3 (door partijen de interne code genoemd). Maar de zorgaanbieders gebruikten op hun facturen voor producten die vóór de Go Live waren toegekend, nog de externe code. Als een zorgaanbieder een factuur indiende voor zorg die in c2GO een interne code eindigend op 1 of 2 had gekregen, constateerde c2GO dat die interne code afweek van de externe code eindigend op 3 en werd de factuur daarom afgekeurd.

3.78.

Uiteindelijk bedacht Info Support een oplossing voor dat probleem, waarvoor zij de datamigratie moest corrigeren. Het geautomatiseerde berichtenverkeer via het GGK werd daarna op 3 februari 2017 geactiveerd. Dat geautomatiseerde berichtenverkeer werkte daarna, maar er was wel sprake van storingen.

3.79.

Het probleem met de facturen dwong Peelgemeenten om op 14 februari 2017 overeenkomsten te sluiten met verschillende zorgaanbieders over de betaling van voorschotten (prod. 79 PG).

De dechargeprocedure

3.80.

De meeste hierna te vermelden feiten dateren uit de periode tussen de Go Live en de opzegging, die pas later in deze procedure aan de orde komt. Deze feiten worden hier besproken omdat ze van belang zijn voor de situatie op de datum van de Go Live en als aanloop naar de opzegging en naar het meerwerk dat in reconventie aan de orde is. Als de periode tussen de Go Live en de opzegging later in de procedure uitgebreider wordt behandeld, zullen partijen zich zo nodig nader kunnen uitlaten over de feiten die daarvoor relevant zijn.

3.81.

Na de Go Live overlegden partijen over de decharge die volgens de BO- en FO-implementatieplannen de implementatiefase zou afsluiten.

3.82.

Quarant stelde op 4 januari 2017 (dus nog voor de Go Live) een eerste vergelijking op tussen de functionaliteiten die waren vermeld in het Programma van Eisen, en de functionaliteiten die in c2GO beschikbaar waren (prod. 53 IS). Op 23 januari 2017 stelde Quarant een tweede vergelijking op (prod. 30 PG).

3.83.

De medewerkers van Peelgemeenten meldden na de Go Live steeds nieuwe bevindingen, die werden verwerkt op bevindingenlijsten die in dit vonnis nog niet aan de orde zijn.

3.84.

Op 31 maart 2017 voerden Quarant, Info Support, Company-X en C&P Advies (kennelijk een adviseur van een van partijen) overleg over het verlenen van decharge. Zij stelden daarna gezamenlijk een analyse op die werd gedateerd op 31 maart 2017 (prod. 7 PG), al werd feitelijk ook nog na die datum per email over de tekst gediscussieerd.

3.85.

In de analyse van 31 maart 2017 werd geconstateerd dat geleverd was conform het Programma van Eisen met uitzondering van:

1. een deel dat reeds onderdeel is van de releaseplanning van c2GO:

  1. Doorkijk vanuit c2GO naar Minima

  2. RDW

  3. CAK

2) een deel dat geen onderdeel vormt van de releaseplanning van c2GO, waarbij oplevering plaatsvindt vóór 1 juli 2017:

a. items die geen bevinding zijn, of die niet als zodanig geregistreerd zijn:

1. Koppeling met het Zaaksysteem

2. Asynchrone koppeling met SmartDocuments

items die een bevinding zijn en waar nader onderzoek door Info Support uitgevoerd dient te worden:

• Bevindingenlijst 20 maart 2017, selectie prioriteit <hoog> en soort <bug> of <eis>:

o B.20170101.64 - Jeugd zichtbaar vanuit de Koepel;

o B.20170118.06 - Aanhef inwoner verdwijnt bij GBA update;

o B.20170131.05a - Berekening bedragen bij factuur;

o B.20170215.25 - Berekening beschikkingsbedrag onjuist zorgt voor fouten

factuurcontrole;

o B.20170215.33 - GBA/BRP koppeling;

o B.20170215.37 - Verwijderen data zaken;

o B.20170220.01 - Aantal geleverde producten in controlescherm komt niet

overeen met aantal in factuurregel;

o B.20170302.02 - Verwerken 305;

o B.20170302.03 - Afkeur 301 RAC;

o B.20170313.02 - Azure ID valt weg in Beheer - gebruikers scherm;

• Het systeem biedt functionaliteit voor het creëren van bestanden voor automatische incasso,

• Het systeem biedt functionaliteit voor het genereren van mailingen/bulkbrieven of beschikkingen (Minimabeleid) voor een te selecteren deelpopulatie van cliënten of zorgaanbieders;

• Het systeem biedt functionaliteit voor het verstrekken van informatie aan het inlichtingenbureau,

• Het systeem biedt functionaliteit voor verantwoording conform BUIG (Wet bundeling uitkeringen en inkomensvoorzieningen aan gemeenten);

• Het systeem biedt een inleesfunctionaliteit voor het importeren van een Sociale kaart met algemene en voorliggende voorzieningen in een generiek bestandsformaat. De producten en diensten kunnen worden ingezet binnen het Plan van Aanpak. De sociale kaart kan bij mutaties eigenstandig en eenvoudig beheerd worden door de gebruikersbeheerder in het systeem;

• Het systeem biedt functionaliteit voor het registreren van cliënten/ gezinnen/ groepen: en cliënten aan een gezin of aan een groep kunnen koppelen.

3.86.

De functionaliteiten die volgens deze analyse op 31 maart 2017 ontbraken, ontbraken ook al bij de Go Live. De bugs werden in de periode tussen 1 januari 2017 en 13 maart 2017 ontdekt en bestonden waarschijnlijk al bij de Go Live, maar een aantal kan ook later zijn ontstaan door een nieuwe release van c2GO.

3.87.

Info Support stuurde op 14 april 2017 een offerte naar Peelgemeenten (prod. 61 IS), waarin zij aanbood om voor € 25.000, de implementatie af te ronden en ad-hoc activiteiten te verrichten (de zgn. 25k opdracht). [A] van Peelgemeenten reageerde op 18 april 2017 dat hij daar pas op zou reageren na kennisname van de analyse.

3.88.

C&P Advies verstuurde op 2 mei 2017 de definitieve versie van de analyse van 31 maart 2017 naar [A] (prod. 64 IS).

3.89.

Op 12 juni 2017 stuurde [A] een notitie naar Info Support (prod. 9 PG), waarin hij elf hoofdpunten voor verbetering van c2GO opsomde en aankondigde dat hij decharge zou verlenen als die elf punten in c2GO verwerkt zouden worden (de zgn. 11puntenlijst). Die notitie werd op 13 juni 2017 door partijen besproken (prod. 10 PG). Peelgemeenten gaf daarbij aan dat Quarant formeel verantwoordelijk was voor het begeleiden van het dechargeproces, maar dat Peelgemeenten niet tevreden was over Quarant en daarom dit proces van Quarant had overgenomen. Op 4 juli 2017 volgde een tweede bespreking (prod. 67 IS). Daarbij werd besproken dat Peelgemeenten decharge zou verlenen als Info Support de meeste van de elf punten in haar releaseplanning zou opnemen.

3.90.

Info Support stuurde op 11 juli 2017 een conceptmemo naar Peelgemeenten (prod. 37 PG en prod. 68 IS), waarin zij Peelgemeenten verzocht om decharge te verlenen onder verwijzing naar de bijgevoegde releaseplanning.

3.91.

Op 10 juli 2017 traden echter nieuwe storingen in het berichtenverkeer op. Ook wijzigde Info Support haar releaseplanning. [A] reageerde daarom op 18 juli 2017 dat hij vooralsnog niet met de memo kon instemmen (prod. 38 PG). In zijn definitieve reactie van 7 augustus 2017 (prod. 39 PG en prod. 69 IS) gaf [A] aan dat Peelgemeenten pas decharge wilde verlenen als Info Support zou toezeggen binnen welke termijn een stabiele omgeving zou zijn gerealiseerd en zou garanderen dat de releaseplanning tijdig zou worden uitgevoerd. Ook wilde Peelgemeenten een aantal functionaliteiten eerder uitgevoerd hebben.

3.92.

Info Support stuurde op 26 september 2017 de memo “Van draagvlak naar feature gedreven samenwerking” naar Peelgemeenten (prod. 43 PG en prod. 71 IS). In die memo was een nieuwe releaseplanning opgenomen in verband met de elf punten. Een deel daarvan was gereed, een deel was verplaatst naar een latere release en een deel was nog onbekend. Info Support gaf in die memo aan dat de financiële balans van de inspanningen van partijen was verstoord en dat een deel van het werk dat Info Support had verricht, eigenlijk door Peelgemeenten zou moeten worden betaald (waaronder € 25.000, voor de afronding van de migratieproblematiek).

3.93.

Peelgemeenten reageerde bij brief van 5 oktober 2017 (prod. 44 PG en prod. 72 IS) dat Info Support had bevestigd dat zij de bevindingenlijst kosteloos zou uitvoeren omdat dat onderdeel was van de aanbesteding, dat de releaseplanning afweek van de gemaakte afspraken, dat het systeem (vooral de financiële module) nog steeds onvoldoende stabiel was, en dat Peelgemeenten juist veel hogere kosten had gemaakt dan Info Support. Peelgemeenten gaf hierbij aan dat zij per direct Info Support zou aanspreken op de afspraken uit de SLA’s.

3.94.

Op 10 oktober 2017 stuurde Peelgemeenten een brief naar Info Support, waarin zij Info Support sommeerde de SLA’s na te komen in verband met drie storingen bij het berichtenverkeer (prod. 45 PG en prod. 94 IS). Info Support reageerde bij brief van 13 oktober 2017 (prod. 46 PG en pro. 95 IS) dat de storingen inmiddels waren opgelost en dat Info Support had voldaan aan haar inspanningsverplichtingen uit de SLA’s.

3.95.

Op 2 november 2017 stuurde Peelgemeenten een geactualiseerde bevindingenlijst naar Info Support (prod. 48 PG en prod. 73 IS). Peelgemeenten verlangde dat Info Support alle bevindingen kosteloos zou oplossen en zij vroeg prioriteit voor het verbeteren van de financiële module. Er volgde daarna overleg over het karakter van de bevindingen (bug, eis of wens), maar partijen werden het niet eens over de bevindingen die volgens Info Support een wens betroffen maar volgens Peelgemeenten een eis gebaseerd op het Programma van Eisen. Dat leidde tot een verslechtering van de verhoudingen tussen partijen.

3.96.

In het eerste kwartaal van 2018 verleende Info Support prioriteit aan de herstructurering van de financiële module en de verwerking van de nieuwe landelijke standaarden voor het berichtenverkeer in verband met de Wmo en Jeugdzorg die per 1 april 2018 werden gehanteerd (de iStandaarden iWmo en iJw).

3.97.

Peelgemeenten stuurde op 5 april 2018 een brief naar Info Support (prod. 8 PG en prod. 96 IS), waarin zij Info Support sommeerde om uiterlijk 1 januari 2019 de gebreken in de bijgevoegde lijst te herstellen en uiterlijk 17 mei 2018 een plan van aanpak voor dat herstel toe te sturen. Peelgemeenten kondigde aan dat zij zou overgaan tot ontbinding van de BO- en FO-overeenkomsten met een overgangsperiode van een jaar en dat zij een schadevergoeding van minimaal € 290.000, zou vorderen als Info Support niet aan een van die twee sommaties zou voldoen.

3.98.

Info Support reageerde bij brief van 15 mei 2018 (prod. 20 PG en prod. 97 IS) dat het merendeel van de bevindingen wensen betroffen, dat Info Support de resterende bugs en eisen nog niet had uitgevoerd omdat zij in overleg met Peelgemeenten prioriteit had gegeven aan de uitvoering van wensen van Peelgemeenten, en dat Info Support die bugs en eisen zou oppakken conform de bijlage, die moest worden gezien als het plan van aanpak waarom Peelgemeenten had gevraagd.

De meerwerkfactuur van 9 april 2018

3.99.

Info Support stuurde op 9 april 2018 aan Peelgemeenten een factuur van € 13.340,25 inclusief BTW voor verricht meerwerk in november 2016 en januari 2017 (prod. 111 IS). Peelgemeenten betaalde die factuur niet.

De opzegging

3.100. Tijdens een bespreking op 10 april 2018 deelde Info Support aan Peelgemeenten mee dat zij per 1 januari 2019 zou stoppen met c2GO en dat c2GO tot die tijd in een onderhoudsmodus zou gaan. Info Support bevestigde dat bij brief van 16 april 2018 (prod. 18 PG en prod. 98 IS).

3.101. Op het laatste reguliere overleg op 20 april 2018 (prod. 19 PG) lichtte Info Support toe wat de onderhoudsmodus inhield: er zouden geen reguliere releases meer komen maar alleen functionaliteiten worden opgeleverd als Info Support daardoor zou worden ontlast, en bugs zouden alleen worden opgelost als de bedrijfsvoering van de gemeenten in gevaar zou komen.

3.102. In de eerder vermelde brief van 15 mei 2018 (prod. 20 PG en prod. 97 IS) bood Info Support aan om Peelgemeenten te ondersteunen in haar overstap naar een nieuwe leverancier, waarvoor Topicus of ZorgNed interessante opties zouden kunnen zijn. Info Support betwistte dat de kosten van de overstap naar een nieuw systeem waren aan te merken als schade, maar Info Support bood aan om kosteloos 100 manuren beschikbaar te stellen voor de datamigratie naar de nieuwe leverancier. Info Support lichtte ook toe waarom zij had besloten om met c2GO te stoppen:

“De reden voor de beëindiging van de dienstverlening is dat het niet mogelijk is gebleken om c2Go rendabel te maken en te houden binnen de huidige marktcondities. Nadat Info Support en c2Wmo hoge investeringskosten hebben gemaakt voor de ontwikkeling van c2GO, zien zij zich nu geconfronteerd met nieuwe hoge kosten die worden veroorzaakt door wijzigingen in wet- en regelgeving en steeds toenemende klanteisen (waarover hierna ook meer in relatie tot GR Peelgemeenten), zonder dat hier een redelijke vergoeding tegenover staat. De positie die gemeenten hebben ingenomen leidt ertoe dat Info Support en c2Wmo hun product niet meer tegen de huidige condities kunnen leveren. De verwachting is dat deze situatie in de toekomst zal leiden tot continuïteitsproblemen, die niet alleen Info Support en c2Wmo zullen raken, maar ook de gemeenten die klant zijn. Info Support en c2Wmo zien zich daarom genoodzaakt om nu maatregelen te nemen, om te voorkomen dat deze situatie in de toekomst tot grote problemen gaat leiden.”

3.103. De advocaat van Peelgemeenten stuurde op 13 juni 2018 een aangetekende brief naar Info Support (prod. 21 PG en prod. 99 IS). Peelgemeenten wees er in die brief op dat in de BO- en FO-overeenkomsten geen mogelijkheid tot opzegging was opgenomen en dat Info Support daarom vanwege haar opzegging per 16 april 2018 in verzuim was en verplicht was tot vergoeding van de schade van Peelgemeenten wegens het moeten overgaan naar een ander systeem. Peelgemeenten maakte ook aanspraak op vergoeding van de schade die ontstaan was door de gebreken in het systeem. Zij sommeerde Info Support om de SLA’s na te komen.

3.104. Peelgemeenten koos medio 2018 voor ZorgNed als nieuwe leverancier. Peelgemeenten en ZorgNed sloten een overeenkomst met een gebruiksfase van vier jaar vanaf 7 december 2018 tot 7 december 2022, met de mogelijkheid van drie verlengingen met twee jaar (dus maximaal tot 7 december 2028).

3.105. Info Support verzorgde de extractie van gegevens uit c2GO en overlegde met ZorgNed, die de rest van de datamigratie uitvoerde. Die datamigratie verliep probleemloos. Op 3 december 2018 ging Peelgemeenten Live met ZorgNed.

Het persbericht

3.106. Op of rond 24 september 2019 bracht Peelgemeenten een persbericht uit over deze procedure (prod. 84 PG). Dit persbericht leidde tot verschillende artikelen in regionale kranten en op het internet (prod. 112 t/m 117 IS).

De vorderingen van Peelgemeenten in conventie

4 Het geschil

4.1.

Peelgemeenten vordert samengevat - veroordeling van Info Support tot betaling aan Peelgemeenten van:

1) een schadevergoeding van € 734.949, in verband met de onrechtmatige opzegging, vermeerderd met rente;

2) een schadevergoeding van € 743.708,55 in verband met de overige tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomsten, vermeerderd met rente;

3) de buitengerechtelijke kosten van € 51.182,94, vermeerderd met rente;

4) de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.

4.2.

Info Support voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling – het gebrekkig systeem

De uitleg van de overeenkomsten

5.1.

Partijen verschillen van mening over de normen die moeten worden gehanteerd bij de uitleg van de diverse overeenkomsten en de stukken die tijdens de twee aanbestedingen zijn gewisseld: de zogenaamde objectieve CAO-norm, de zogenaamde subjectieve Haviltex-norm of een norm die ergens op de glijdende schaal tussen die twee normen ligt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat de uitleg van alle stukken die tijdens de aanbestedingsprocedure zijn gewisseld (ook de inschrijvingen van Info Support), moet worden gebaseerd op objectieve maatstaven. Het gaat daarbij steeds om stukken die door één partij zijn opgesteld zonder dat over de inhoud is onderhandeld, zodat de letterlijke bewoordingen van die stukken zwaar moeten wegen bij de uitleg daarvan. Voor de aanbestedingsdocumenten, de bijlagen bij die aanbestedingsdocumenten en de Nota’s van Inlichtingen komt daar nog bij dat die stukken waren bedoeld voor alle potentiële inschrijvers, zodat het nodig is die stukken uniform uit te leggen gelet op de gelijke behandeling van de deelnemers aan de aanbestedingsprocedure. Voor de aanbestedingsstukken zijn daarom de bewoordingen in beginsel van doorslaggevende betekenis voor de uitleg, al moet de tekst wel worden gelezen in het licht van de hele tekst van het stuk en in het licht van de voorgaande aanbestedingsstukken.

5.3.

Ook de uitleg van de BO- en FO-overeenkomsten moet worden gebaseerd op objectieve maatstaven. De concepten van die overeenkomsten zijn eenzijdig door Peelgemeenten opgesteld en waren bedoeld voor alle potentiële inschrijvers. In de definitieve versie van die overeenkomsten zoals die door partijen zijn ondertekend, zijn alleen wat details toegevoegd zoals de prijzen waarvoor Info Support had ingeschreven. Alle inhoudelijke wijzigingen vloeiden voort uit de antwoorden die Peelgemeenten in de Nota’s van Inlichtingen had gegeven. Peelgemeenten en Info Support hebben niet onderhandeld over de inhoud van de definitieve BO- en FO-overeenkomsten.

5.4.

De tekst van de SLA’s is niet in de aanbestedingsprocedures vastgesteld. Info Support heeft het concept voor de SLA’s opgesteld en daarna hebben partijen nog uitgebreid over de tekst onderhandeld. Het gaat hier om commerciële overeenkomsten die zijn gesloten tussen professionele partijen die met hun onderhandelingen hebben beoogd hun wederzijdse rechten en verplichtingen nauwkeurig vast te leggen. Ook in dat geval moet groot gewicht worden toegekend aan de taalkundige betekenis van die woorden die het meest voor de hand ligt, gelezen in het licht van de overige bepalingen van de overeenkomst die voor de uitleg relevant zijn.

5.5.

De rechtbank constateert dat partijen voor de uitlegkwesties die in dit vonnis aan de orde zijn, geen beroep hebben gedaan op andere omstandigheden of stukken die zouden rechtvaardigen dat wordt afgeweken van het uitgangspunt van de objectieve uitleg aan de hand van de taalkundige betekenis.

Het verwijt van slecht projectmanagement

5.6.

Peelgemeenten verwijt Info Support slecht projectmanagement. Info Support betwist dat zij als enige verantwoordelijk was voor het projectmanagement, maar dat laat de rechtbank in het midden. Hoe dan ook moet dit verwijt worden verworpen, omdat het project tenminste gedeeltelijk is vertraagd door oorzaken die in de risicosfeer van Peelgemeenten lagen. De rechtbank zal dat hieronder uitleggen.

5.7.

Peelgemeenten kon haar eis om producten met meerdere eenheden/frequenties mogelijk te maken, niet baseren op de eisen die zij in het Programma van Eisen had gesteld, omdat deze eis daarin niet is opgenomen. Ook haar stelling dat het ging om een reguliere werkwijze en dat zij mocht verwachten dat c2GO die werkwijze zou ondersteunen omdat Info Support had vermeld dat c2GO flexibel is en dat inrichting conform gewenste werkprocessen en werkprocedures van gemeenten mogelijk is, slaagt niet.

Peelgemeenten heeft immers gekozen voor een standaardapplicatie en niet voor maatwerk. Verder heeft zij gekozen voor een functionele aanbesteding waarbij alleen is opgesomd welke functionaliteiten in de (standaard)applicatie moesten zitten, en niet voor een aanbesteding waarbij exact is voorgeschreven op welke manier die functionaliteiten moesten werken. Dit betekent dat, voor zover c2GO die functionaliteiten al bevatte, Info Support die niet hoefde aan te passen. En dat, voor zover c2GO deze functionaliteiten niet bevatte, Info Support zelf mocht beslissen op welke wijze zij de nog ontbrekende functionaliteiten in c2GO zou verwerken. De mededeling van Info Support in haar BO-inschrijving dat c2GO de mogelijkheid biedt om werkprocessen in te regelen zoals de gemeente dat wenst (vermeld op pagina 5 onder het kopje “2. Flexibel configureerbaar rondom werkprocessen gemeente”), betekende in dat licht bezien daarom niet meer dan dat Peelgemeenten een flexibele configuratie mocht verwachten, maar niet dat alle functionaliteiten in c2GO zo flexibel zouden werken als Peelgemeenten wilde. Ook het beroep op de garantiebepaling in artikel 38.1 van de Inkoopvoorwaarden, inhoudende dat het systeem voldeed aan hetgeen Peelgemeenten in het algemeen daarvan naar alle redelijkheid mag verwachten, slaagt niet. Die bepaling heeft geen verdere strekking dan dat Peelgemeenten de redelijke verwachtingen mag hebben die een gemiddelde klant van een standaardapplicatie zoals c2GO mag hebben, en die verwachtingen mag Peelgemeenten overigens ook los van die garantie hebben. Maar dat betekent niet dat Peelgemeenten mocht verlangen dat c2GO precies zo werkte zoals Peelgemeenten dat graag wilde. Duidelijk is dat de vaste frequentie/eenheid van producten in c2GO ook voor Peelgemeenten bruikbaar was omdat Peelgemeenten alle soorten zorg kon invoeren in minuten (waarbij zij zorg in uren kon invoeren als een veelvoud van 60 minuten). c2GO bevatte dus al de functionaliteit daarvoor. Dat de medewerkers van Peelgemeenten gewend waren aan de keuze uit uren of minuten die GWS4ALL hen wel bood, maar c2GO niet, betekent niet dat Peelgemeenten in redelijkheid mocht verwachten dat ook elke andere applicatie die keuze zou bieden. Door deze kwestie toch als showstopper aan te merken, dus als zo belangrijk dat ze het systeem niet in gebruik wilde nemen als het niet was opgelost, heeft Peelgemeenten Info Support gedwongen extra ontwikkelingswerk te verrichten in een periode die toch al erg kort was voor de verdere ontwikkeling en implementatie van c2GO. Dit komt voor haar risico.

5.8.

Ook de problemen met de koppelingen in de fase tot de Go Live lagen in de risicosfeer van Peelgemeenten. Het is niet aan Info Support te wijten dat Peelgemeenten niet op tijd was opgericht, zodat Info Support ook niet op tijd een koppeling met CompeT&T op naam van Peelgemeenten kon realiseren. Dat is een omstandigheid die voor rekening en risico van Peelgemeenten komt. Het is ook niet aan Info Support te wijten dat de koppelingen met Atos e-Suite en SmartDocuments niet of niet volledig mogelijk waren omdat die twee applicaties niet voorzagen in (de geldende versie van) de landelijke standaarden. Het was immers Peelgemeenten die ervoor had moeten zorgen dat zij die applicaties selecteerde die aan die landelijke standaarden voldeden. Ook al heeft Peelgemeenten naar haar zeggen die eis ook gesteld bij de aanbesteding voor de documentcreatietool, het komt voor haar rekening en risico dat SmartDocuments desondanks toch niet aan die eis bleek te voldoen. De rechtbank gaat nu niet in op de problemen die na de Go Live bestonden met de synchrone koppeling tussen c2GO en SmartDocuments. Dat is een kwestie die pas in het vervolg van de procedure aan de orde kan komen.

5.9.

De vertraging van de datamigratie is tenminste gedeeltelijk aan Peelgemeenten zelf te wijten, omdat het Peelgemeenten tot twee keer toe niet is gelukt om haar taak van de extractie op de geplande datum uit te voeren. Dat partijen daarna hebben afgesproken dat zij de nieuwe planning van [B] zouden volgen en dat Peelgemeenten die derde planning wel heeft gehaald, betekent niet dat Peelgemeenten niet verantwoordelijk zou zijn voor het niet halen van de twee eerdere planningen. Volgens Peelgemeenten waren er daarna problemen bij de conversie waarvoor Info Support verantwoordelijk was, maar dat laat de rechtbank in het midden. Hoe dan ook heeft Info Support de planning van [B] gehaald en was de datamigratie voltooid bij de Go Live. De rechtbank zal in dit vonnis nog niet beslissen over het probleem dat na de Go Live bleek te bestaan met de matching van facturen, dat waarschijnlijk is veroorzaakt door een keuze die is gemaakt tijdens het proces van datamigratie. Daarop kan de rechtbank pas beslissen als partijen zich nader hebben kunnen uitlaten over de periode na de Go Live.

5.10.

Peelgemeenten veroorzaakte ook vertraging in de configuratie door haar werkprocessen niet op tijd vast te stellen. Peelgemeenten kan ook vertraging hebben veroorzaakt door de trainingen uit te stellen, maar dat laat de rechtbank in het midden omdat onduidelijk is of het geven van trainingen vóór 1 december 2016 wel zinvol was gelet op de toestand van het systeem.

5.11.

Het voorgaande wil niet zeggen dat Peelgemeenten volledig verantwoordelijk is voor de vertraging en ook niet dat serieuze verwijten aan Peelgemeenten kunnen worden gemaakt over de oorzaken van de vertraging. Ook Info Support heeft steken laten vallen. Zo is in de WSR’s vermeld dat de projectleiding door Info Support meer tijd bleek te kosten dan Info Support had geschat (prod. 27k IS blad 3 nummer 3). Ook had Info Support ervoor moeten zorgen dat de functionaliteiten die bij haar inschrijvingen nog in c2GO ontbraken, snel werden opgenomen zodat Peelgemeenten c2GO al vroeg zou kunnen testen (desnoods zonder koppelingen). De omstandigheid dat SaaS-applicaties alleen door de aanbieder plegen te worden getest, is niet relevant. Volgens de Inkoopvoorwaarden moest een acceptatieprocedure worden doorlopen. Bovendien ging Info Support er in haar eigen implementatieplannen ook van uit dat Peelgemeenten de kans moest krijgen eerst gewoon te testen en daarna acceptatietests uit te voeren.

5.12.

De problemen die bij dit project zijn ontstaan, zijn inherent aan IT-projecten die in een heel korte tijd moeten worden uitgevoerd, terwijl wordt gewerkt met een vrij nieuwe applicatie die nog niet is uitontwikkeld en met een opdrachtgever in oprichting die nog veel keuzes moet maken. Uit de aanbestedingsdocumenten blijkt dat Peelgemeenten zich ook realiseerde dat de tijd voor dit project erg kort was. Duidelijk is dat partijen de handen ineen hebben geslagen om te proberen alle problemen praktisch op te lossen zodat Peelgemeenten toch nog vrij snel Live kon gaan. Er is geen reden om Info Support achteraf verwijten te maken over haar aanpak van het project, laat staan om Info Support op grond daarvan aansprakelijk te achten voor de schade die Peelgemeenten heeft geleden omdat zij Live moest gaan met een systeem dat nog niet helemaal goed werkte. Het verwijt van slecht projectmanagement moet daarom worden verworpen.

Was sprake van fatale termijnen?

5.13.

Peelgemeenten stelt zich op het standpunt dat alle termijnen die zijn genoemd in de BO- en FO-overeenkomsten en met name ook de datum 1 januari 2017 voor de Go Live, fatale termijnen waren die automatisch tot verzuim van Info Support hebben geleid op grond van artikel 6:83 aanhef en sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Info Support betwist dat.

5.14.

De Hoge Raad heeft in een arrest van 4 oktober 2002 (Fraanje/Götte, gepubliceerd in het Nederlandse Juristenblad 2003/267) beslist dat een fatale termijn tussen partijen moet zijn overeengekomen of op grond van de redelijkheid en billijkheid moet voortvloeien uit de aard van de overeenkomst in verband met de omstandigheden van het geval.

5.15.

Peelgemeenten heeft echter in haar Inkoopvoorwaarden een beperkter criterium opgenomen. Volgens artikel 1 van die Inkoopvoorwaarden wordt onder fatale termijn verstaan “een nadrukkelijk als zodanig door partijen overeengekomen termijn bij overschrijding waarvan de partij ten aanzien van wie de termijn is gesteld terstond, dat wil zeggen zonder ingebrekestelling, in verzuim is geraakt”. De Inkoopvoorwaarden zijn op de FO- en BO-overeenkomsten van toepassing verklaard, zodat het beroep van Peelgemeenten op fatale termijnen volgens dit beperktere criterium moet worden beoordeeld.

5.16.

Volgens de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van dit criterium is het nodig dat de woorden “fatale termijn” uitdrukkelijk in de overeenkomst worden vermeld of in ieder geval in andere bewoordingen nadrukkelijk duidelijk is gemaakt dat het gaat om een termijn die bij overschrijding automatisch verzuim oplevert. Het enkele gebruik van het woord “uiterlijk” voor een datum is daarvoor onvoldoende. Geen van de termijnen die zijn genoemd in de BO- en FO-overeenkomsten vallen onder de definitie van fatale termijn in de Inkoopvoorwaarden. Het beroep van Peelgemeenten op fatale termijnen moet daarom worden verworpen.

Het beroep op acceptatie

5.17.

Info Support stelt zich op het standpunt dat Peelgemeenten op grond van de Inkoopvoorwaarden het systeem heeft geaccepteerd door daarmee Live te gaan zonder acceptatietests uit te voeren en zonder een bericht van protest uit te laten gaan. Peelgemeenten betwist dat.

5.18.

In artikel 9 van de Inkoopvoorwaarden is bepaald:

“(…)

9.4

Opdrachtgever deelt binnen 14 dagen na Oplevering c.q. Aflevering aan Contractant mee of hij de Prestatie accepteert. Hij kan dat doen door een expliciet daarvoor bedoelde mededeling ….

9.6

Indien Opdrachtgever niet in staat is om binnen de in artikel 9.2 [opmerking rechtbank: bedoeld zal zijn 9.4.] genoemde termijn aan Contractant mee te delen of hij de Prestatie accepteert, meldt hij dat voor afloop van die termijn aan Contractant onder opgaaf van redenen. Op dat moment treden Opdrachtgever en Contractant met elkaar in overleg over een nieuwe acceptatietermijn.

9.7

Bij het uitblijven van enige mededeling als bedoeld in artikel 9.4 of alsmede in het geval de aanvullende termijn voor Acceptatie, als bedoeld in artikel 9.6, zonder nader bericht van Opdrachtgever is verstreken, geldt de Prestatie als door Opdrachtgever geaccepteerd.

5.19.

De rechtbank verwerpt het standpunt van Info Support. Van de acceptatie in de zin van artikel 9.7 van de Inkoopvoorwaarden zou alleen sprake zijn geweest als Info Support het systeem daadwerkelijk ter acceptatie had aangeboden en Peelgemeenten daarna twee weken had stilgezeten. Maar Info Support heeft bij de mondelinge behandeling aangegeven dat zij het systeem nooit ter acceptatie heeft aangeboden. Peelgemeenten heeft daarom het systeem niet geaccepteerd door daarmee Live te gaan.

Het beroep op de garantie van artikel 23 Inkoopvoorwaarden

5.20.

In artikel 23 van de Inkoopvoorwaarden is bepaald:

“(…)

23.1

Indien de uitvoering van een Overeenkomst met zich mee brengt dat er programmatuur ('software') aan de Opdrachtgever geleverd wordt, garandeert de Contractant dat:

a. hij de programmatuur vóór levering grondig heeft getest;

b. de programmatuur compleet en gebruiksklaar is en dat alle voor het juiste gebruik hiervan vereiste toebehoren bij de levering zijn inbegrepen, zodat de programmatuur kan worden gebruikt voor het doel waarvoor deze wordt geleverd;

c. (…)”

5.21.

Peelgemeenten stelt dat het systeem bij de Go Live niet gebruiksklaar was en dat niet is gebleken dat Info Support de software voor die Go Live grondig heeft getest. Volgens Peelgemeenten houden de garanties een versterkte resultaatsverplichting in die door Info Support is geschonden. Volgens Peelgemeenten is van rechtswege sprake van verzuim omdat nakoming van deze garanties blijvend onmogelijk was (artikel 6:74 lid 2 BW).

5.22.

Info Support betwist dat zij c2GO niet grondig zou hebben getest en dat het systeem niet gebruiksklaar zou zijn. Zij betwist bovendien het karakter van de garanties. Info Support wijst erop dat Peelgemeenten in de BO-Nota van Inlichtingen bij haar antwoord op vraag 38 expliciet heeft aangegeven dat de garantie van artikel 23.1 onder b niet betekent dat de software foutloos moet zijn. Daaruit volgt in de visie van Info Support dat deze garantie niet staat voor foutloosheid maar veeleer voor een periode van kosteloos herstel.

5.23.

De rechtbank laat het karakter van de garanties in het midden, omdat het beroep van Peelgemeenten op die garanties hoe dan ook moet worden verworpen. Het enkele feit dat later bugs zijn aangetroffen, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat Info Support c2GO niet grondig heeft getest. Wel is duidelijk dat c2GO bij de Go Live vanwege de vertragingen tijdens de implementatie nog niet compleet was en ook nog niet volledig gebruiksklaar. Info Support had er om die reden voor kunnen kiezen om de Go Live (verder) uit te stellen, waarmee zij vanwege het ontbreken van fatale termijnen niet zou zijn tekortgeschoten in haar verplichtingen. Maar Info Support heeft meegewerkt aan een snelle Go Live omdat Peelgemeenten daarbij groot belang had. Peelgemeenten heeft er zelf voor gekozen snel Live te gaan zonder dat zij de kans had gehad de acceptatieprocedure te volgen. Daarmee heeft Peelgemeenten welbewust het risico geaccepteerd dat c2GO nog niet compleet en nog niet volledig gebruiksklaar zou blijken. Onder die omstandigheden is het beroep van Peelgemeenten op de garantie in artikel 23.1 onder b van de Inkoopvoorwaarden hoe dan ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

De dechargeprocedure

5.24.

Uit de toelichting die partijen bij de mondelinge behandeling hebben gegeven, volgt dat zij er allebei van zijn uitgegaan dat de acceptatieprocedure uit de Inkoopvoorwaarden zou worden vervangen door de procedure voor decharge die volgens de BO- en FO-implementatieplannen de implementatiefase zou afsluiten.

5.25.

De rechtbank zal daarom moeten beslissen 1) of Peelgemeenten die decharge al dan niet heeft verleend (via de deelname van Quarant aan de analyse van 31 maart 2017 of in de brief van 5 oktober 2017) en daarmee het systeem heeft geaccepteerd, en 2) zo niet, of Peelgemeenten terecht heeft geweigerd die decharge te verlenen. Omdat partijen zich nog niet hebben kunnen uitlaten over de fase na de Go Live, stelt de rechtbank die beslissingen uit tot het volgende vonnis. In dit stadium volstaat de rechtbank met twee voorlopige opmerkingen over het eerste beslispunt. Het ligt niet voor de hand dat in de analyse van 31 maart 2017 decharge is verleend omdat daarin juist is geconstateerd dat het systeem nog niet aan alle eisen voldeed. Verder betekent de melding van Peelgemeenten in haar brief van 5 oktober 2017 dat zij per direct Info Support zou aanspreken op de afspraken uit de SLA’s, op zichzelf nog niet dat Peelgemeenten daarmee te kennen heeft gegeven dat zij Info Support niet meer zou aanspreken op de afspraken uit de BO- en FO-overeenkomsten.

5.26.

De rechtbank zal een nieuwe mondelinge behandeling bevelen waarop de fase na de Go Live aan de orde zal komen. Bij die mondelinge behandeling zullen ook de concrete bevindingen aan de orde kunnen komen. Partijen doen er verstandig aan geen aandacht te besteden aan elke bevinding die ooit aan de orde is geweest, maar zich te beperken tot

1) de kwesties uit de analyse van 31 maart 2017,

2) de bevindingen die door Info Support als wens zijn bestempeld maar volgens Peelgemeenten een eis betroffen, en

3) andere essentiële bevindingen.

Het verzuim

5.27.

Hiervoor is de stelling van Peelgemeenten dat het verzuim is ingetreden wegens het verstrijken van fatale termijnen al verworpen.

Peelgemeenten beroept zich daarnaast op de volgende ingebrekestellingen die zij naar Info Support heeft verstuurd:

1) de e-mail van Quarant van 26 januari 2017 (prod. 6 PG);

2) de brief van 10 oktober 2017 (prod. 45 PG);

3) de brief van 5 april 2018 (prod. 8 PG).

Verder stelt Peelgemeenten dat Info Support ook vanaf 10 april 2018 in verzuim was omdat Info Support toen mondeling meedeelde dat zij per 1 januari 2019 stopte met c2GO.

5.28.

De rechtbank zal de vraag of en wanneer Info Support in verzuim is gekomen aanhouden. Info Support heeft hier nog niet op gereageerd, omdat dit een kwestie is van na de livegang waarvan zij in de veronderstelling verkeerde dat die nu nog niet aan de orde zou komen.

6 De beoordeling - de opzegging

De aansprakelijkheid

6.1.

Peelgemeenten stelt dat Info Support toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de BO- en FO-overeenkomsten door die overeenkomsten tussentijds te beëindigen. Peelgemeenten meent dat Info Support direct in verzuim verkeerde en daarom de schade van Peelgemeenten als gevolg van de opzegging volledig moet vergoeden.

6.2.

Info Support stelt dat Peelgemeenten heeft berust in de opzegging en dat de schadevordering van Peelgemeenten afstuit op die berusting. De rechtbank verwerpt dat standpunt. Dat Peelgemeenten na de opzegging heeft besloten om geen nakoming door Info Support te vorderen, betekent niet dat Peelgemeenten haar eventuele recht op schadevergoeding heeft prijsgegeven. Peelgemeenten heeft met de brief van haar advocaat van 13 juni 2018 ook direct duidelijk gemaakt dat zij aanspraak maakte op die schadevergoeding.

6.3.

Info Support doet daarnaast een beroep op het leerstuk van gewichtige redenen in artikel 7:408 BW en op de leerstukken die uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeien zoals het leerstuk van onvoorziene omstandigheden. Info Support meent dat zij goede redenen had om te stoppen met c2GO: het vele werk dat Info Support moest doen in verband met de wijziging van de landelijke standaarden voor het berichtenverkeer, de verslechterde verhouding met Peelgemeenten die steeds meer aanvullende eisen stelde over niet gecontracteerde functionaliteiten, de ingebrekestelling van 5 april 2018, de zeer lage prijs waarvoor Info Support had ingeschreven (62% van het gemiddelde van de andere inschrijvers), en het klantbelang (door geldgebrek blijft de contractuele relatie onder hoogspanning staan en er kan een faillissement volgen).

6.4.

De BO- en FO-overeenkomsten zijn gemengde overeenkomsten die voor bepaalde tijd zijn gesloten en die niet voorzien in de mogelijkheid van tussentijdse opzegging. Voor zover het overeenkomsten van opdracht zijn, geldt artikel 7:408 lid 2 BW: de opdrachtnemer die de overeenkomst is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf (zoals Info Support) kan een dergelijke overeenkomst alleen opzeggen als sprake is van gewichtige redenen. Voor zover het overeenkomsten van andere aard zijn, geldt de jurisprudentie van de Hoge Raad dat overeenkomsten voor bepaalde tijd die niet voorzien in de mogelijkheid van tussentijdse opzegging, alleen kunnen worden opgezegd als sprake is van onvoorziene omstandigheden die van zo ernstige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat de overeenkomst tot het overeengekomen tijdstip in stand blijft.

6.5.

De rechtbank verwerpt het beroep van Info Support op gewichtige redenen en onvoorziene omstandigheden. Het is op zich aannemelijk dat Info Support er niet in is geslaagd om c2GO rendabel te maken omdat zij hoge kosten voor het beheer en onderhoud moest maken maar er niet in slaagde om de verwachte nieuwe klanten binnen te halen die voor voldoende inkomsten hadden moeten zorgen. Dat behoort echter tot het normale ondernemersrisico en rechtvaardigde daarom de opzegging niet. Ook de opstelling van Peelgemeenten rechtvaardigde die opzegging niet, omdat Info Support het alternatief had om simpelweg te weigeren om eisen in te willigen die Peelgemeenten in de visie van Info Support niet op de BO- en FO-overeenkomsten kon baseren. Ook het laatste argument van het klantbelang rechtvaardigde de opzegging niet. De stelling van Peelgemeenten dat Info Support kredietwaardig is, is door Info Support niet betwist.

6.6.

De rechtbank concludeert dat Info Support toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomsten die zij met Peelgemeenten had gesloten, door die overeenkomsten in april 2018 tussentijds op te zeggen. Omdat Peelgemeenten uit die mededeling moest afleiden dat Info Support de overeenkomsten vanaf 1 januari 2019 niet meer zou nakomen, verkeerde Info Support in april 2018 in verzuim (artikel 6:83 aanhef sub c BW). Info Support is daarom verplicht om de schade te vergoeden die Peelgemeenten vanaf april 2018 als gevolg van de opzegging heeft geleden.

De kosten van de overstap naar ZorgNed

6.7.

Peelgemeenten maakt aanspraak op vergoeding van de kosten van de overstap naar de applicatie ZorgNed van € 631.989,. Die kosten zijn berekend in het rapport van [C] BV (prod. 23 PG). Het betreft:

1) de kosten die Peelgemeenten zelf heeft gemaakt voor de selectie, de aanschaf en de implementatie van ZorgNed;

2) het verschil tussen de kosten die Peelgemeenten in de periode tot 16 september 2024 zou hebben gemaakt voor c2GO en de hogere kosten die Peelgemeenten in die periode voor ZorgNed heeft gemaakt.

6.8.

Voor de beantwoording van de vraag of de schade die Peelgemeenten stelt te hebben geleden, in causaal verband staat tot de opzegging, moet de feitelijke situatie zoals die na die opzegging is ontstaan, worden vergeleken met de hypothetische situatie zoals die zonder de opzegging zou zijn ontstaan volgens de redelijke verwachting van de rechtbank over toekomstige ontwikkelingen na afweging van goede en kwade kansen.

6.9.

Peelgemeenten gaat ervan uit dat Info Support in die hypothetische situatie de overeenkomsten correct zou zijn nagekomen en dat Peelgemeenten dan gebruik zou hebben gemaakt van de maximale verlengingsmogelijkheden van de BO-overeenkomst tot 16 september 2024. De FO-overeenkomst kon maar maximaal tot 1 januari 2021 worden verlengd, maar dat kon volgens Peelgemeenten worden opgelost met een onderhandse aanbestedingsprocedure voor een nieuwe FO-overeenkomst met 16 september 2024 als einddatum.

6.10.

Info Support betwist dat er causaal verband bestaat tussen de opzegging en de geclaimde kosten in verband met de overstap naar ZorgNed. Info Support meent dat Peelgemeenten in de vergelijking van de feitelijke situatie en de hypothetische situatie het geschil in verband met het vermeende gebrekkige systeem niet mag wegdenken. Info Support stelt zich primair op het standpunt dat Peelgemeenten in de hypothetische situatie de BO- en FO-overeenkomsten zou hebben beëindigd na afloop van de looptijd van drie jaar van de FO-overeenkomst dus per 1 januari 2020 en subsidiair na de verlenging van die FO-overeenkomst met een jaar dus per 1 januari 2021. Info Support meent dat sprake is van kosten die Peelgemeenten sowieso zou hebben gemaakt en die daarom niet als schade kunnen worden aangemerkt. In ieder geval kan Peelgemeenten in de visie van Info Support geen aanspraak maken op de volledige kosten van de overstap naar ZorgNed, maar alleen op het rentenadeel dat Peelgemeenten lijdt omdat zij die kosten eerder heeft moeten maken dan zij in de hypothetische situatie zou hebben gedaan.

6.11.

De rechtbank verwerpt het uitgangspunt van Peelgemeenten, dat erop neerkomt dat Info Support in de hypothetische situatie zonder opzegging alle eisen van Peelgemeenten zou hebben ingewilligd. In de feitelijke situatie was sprake van een hoog opgelopen meningsverschil over de eisen die Peelgemeenten op grond van de BO- en FO-overeenkomsten aan c2GO mocht stellen. Dat meningsverschil zou ook een rol zijn blijven spelen als Info Support er niet voor zou hebben gekozen om die overeenkomsten tussentijds op te zeggen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat Info Support in de hypothetische situatie zou zijn blijven weigeren om in te gaan op de eisen van Peelgemeenten.

6.12.

Duidelijk is dat Info Support, ook als zij niet zou hebben gekozen voor tussentijdse opzegging, zo snel mogelijk van de onrendabele applicatie c2GO af wilde en daarom niet zou hebben meegewerkt aan feitelijke verlengingen van overeenkomsten als zij daartoe niet contractueel verplicht was. Het uitgangspunt van Peelgemeenten van de vernieuwing van de FO-overeenkomst via een eenvoudige aanbesteding moet daarom worden verworpen, omdat die vernieuwing alleen met medewerking van Info Support mogelijk zou zijn geweest. De FO-overeenkomst kon daarom door Peelgemeenten hooguit tot 1 januari 2021 worden verlengd.

6.13.

Om dezelfde reden is duidelijk dat Info Support niet zou hebben meegewerkt aan vernieuwing van de BO-overeenkomst, die daarom door Peelgemeenten hooguit tot 16 september 2024 kon worden verlengd.

6.14.

Zelfs al zou Peelgemeenten daarom in de hypothetische situatie van de maximale verlengingsmogelijkheden gebruik hebben gemaakt, dan nog zou zij twee nieuwe aanbestedingsprocedures hebben moeten volgen om de FO-applicatie per 1 januari 2021 te vervangen en de BO-applicatie per 16 september 2024. Dat betekent dat Peelgemeenten in de hypothetische situatie hoe dan ook kosten had moeten maken voor de overstap naar een of twee nieuwe applicaties. Dat Info Support de overeenkomsten tussentijds heeft opgezegd, betekende alleen dat Peelgemeenten die kosten al in 2018 heeft moeten maken, terwijl zij die kosten in de hypothetische situatie pas in 2020 en 2023/2024 zou hebben gemaakt. Daarom kan Peelgemeenten hooguit aanspraak maken op het rentenadeel dat zij heeft geleden vanwege het eerder moeten maken van de kosten van de overstap.

6.15.

De rechtbank verwerpt het standpunt van Info Support dat Peelgemeenten na het einde van de FO-overeenkomst ook zonder meer de BO-overeenkomst zou hebben beëindigd. Peelgemeenten heeft bij de twee aanbestedingen in 2017 bewust gekozen voor twee verschillende applicaties voor de backoffice en de frontoffice met verschillende looptijden. Daarom moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat Peelgemeenten na het einde van de FO-overeenkomst nog wel de BO-overeenkomst zou hebben voortgezet.

6.16.

Hiermee heeft de rechtbank de standpunten van beide partijen over de hypothetische situatie verworpen. Naar de redelijke verwachting van de rechtbank over toekomstige ontwikkelingen na afweging van goede en kwade kansen, komt de rechtbank voorlopig uit op het volgende scenario:

Peelgemeenten zou haar dreigement met ontbinding van de overeenkomsten hebben waargemaakt. Zij zou op een nieuw systeem zijn overgestapt. Zij zou een procedure tegen Info Support zijn begonnen waarin zij een schadevergoeding vorderde op grond van het verwijt dat Info Support ten onrechte had geweigerd om te voldoen aan de eisen die Peelgemeenten op grond van het Programma van Eisen kon stellen. Peelgemeenten zou in die procedure zowel de schade hebben gevorderd die zij ook in deze procedure vordert in verband met het gebrekkig systeem, als de schade bestaande uit de kosten van de overstap naar een nieuwe applicatie die door de ontbinding nodig was geworden.

Als van deze hypothetische situatie wordt uitgegaan, ligt het voor de hand dat de beslissing over het verwijt over het gebrekkig systeem wordt afgewacht. Als dat verwijt terecht blijkt en Peelgemeenten de overeenkomsten terecht op grond van dat verwijt zou hebben ontbonden, dan komt het rentenadeel in verband met de kosten van de overstap voor vergoeding in aanmerking. Als het verwijt over het gebrekkig systeem onterecht blijkt of in ieder geval geen ontbinding kon rechtvaardigen, dan komen de kosten van de overstap voor eigen rekening van Peelgemeenten. Die kosten zijn in dat geval immers veroorzaakt door de (onterechte) ontbinding.

6.17.

De rechtbank zal partijen de kans geven om zich nog uit te laten over (de details van) dit scenario en eventuele andere scenario’s. Partijen kunnen er in onderling overleg voor kiezen om hun uitlatingen uit te stellen tot na de beslissing over het verwijt over het gebrekkig systeem.

6.18.

Met betrekking tot het verschil tussen de kosten die Peelgemeenten in de periode tot 16 september 2024 zou hebben gemaakt voor c2GO en de hogere kosten die Peelgemeenten in die periode voor ZorgNed heeft gemaakt, meent Info Support dat Peelgemeenten geen recht heeft op vergoeding van de hogere kosten van ZorgNed, omdat de systemen c2GO en ZorgNed wezenlijk van elkaar verschillen en het voor Info Support niet voorzienbaar was dat Peelgemeenten voor een veel duurder systeem zou kiezen. De rechtbank verwerpt dat standpunt. Door de opzegging heeft Info Support zelf Peelgemeenten gedwongen voor een ander systeem te kiezen. Omdat Info Support veel lager dan haar concurrenten had ingeschreven, was het ook voorzienbaar dat het nieuwe systeem duurder zou zijn. Bovendien heeft Info Support zelf ZorgNed als een van twee mogelijke geschikte vervangers aanbevolen.

6.19.

Info Support voert ook nog aan dat Peelgemeenten er kennelijk voor gekozen heeft om ZorgNed veel sneller af te schrijven, omdat c2GO volgens Peelgemeenten acht jaar zou zijn gebruikt terwijl ZorgNed maar voor vier jaar is aangeschaft. Info Support beroept zich daarom op “eigen schuld” van Peelgemeenten zoals bedoeld in artikel 6:101 BW. De rechtbank verwerpt dat beroep, omdat Info Support hierbij ten onrechte geen rekening houdt met de verlengingsmogelijkheden bij ZorgNed.

6.20.

Info Support meent dat rekening moet worden gehouden met het profijt dat Peelgemeenten twee jaar lang heeft gehad van c2GO, het vele werk dat door Info Support is verzet (onder meer door bij het opschonen van de data uit GWS4ALL) en alle kennis die Peelgemeenten daarmee heeft opgedaan. De rechtbank verwerpt dat standpunt. In de vergelijking tussen de feitelijke situatie na opzegging en de hypothetische situatie zonder opzegging is geen sprake van een voordeel voor Peelgemeenten in de periode tot 1 januari 2019, omdat Peelgemeenten in beide situaties c2GO tot die datum op dezelfde manier heeft kunnen gebruiken. De omstandigheid dat de datamigratie naar ZorgNed mede dankzij het werk van Info Support voorspoedig is verlopen, levert evenmin een voordeel voor Peelgemeenten op. Zonder de opzegging zou die datamigratie immers helemaal niet nodig zijn geweest.

6.21.

Info Support stelt zich ook nog op het standpunt dat de kosten van de applicatie XWorks, die Peelgemeenten eerst van Info Support afnam en na 1 januari 2019 rechtstreeks van Company-X, niet als schade kunnen worden aangemerkt (rn. 9.33 CvA). Op dat verweer zal de rechtbank beslissen als de hoogte van de schade aan de orde komt.

De waardeloze investeringen

6.22.

Peelgemeenten vordert een schadevergoeding van € 63.835, in verband met de kosten van de “pilot jeugd”, die Peelgemeenten in het najaar van 2017 heeft gestart om de consulenten van Jeugdzorg te laten overstappen naar c2GO en die nog niet was afgerond toen Info Support de overeenkomsten opzegde. Daarnaast vordert Peelgemeenten een schadevergoeding van € 39.125, in verband met de kosten die zij heeft gemaakt voor een onderzoek door Axians en voor de opdracht die zij in maart 2018 aan Axians heeft gegeven om een rapportagetool te bouwen voor het maken van managementrapportages op basis van gegevens uit c2GO.

6.23.

Peelgemeenten legt aan die vorderingen ten grondslag dat deze investeringen door de opzegging waardeloos zijn geworden en dat Peelgemeenten daardoor een onstoffelijk voordeel heeft gemist dat Info Support moet vergoeden op grond van het arrest van de Hoge Raad van 28 januari 2005 (Dakar rally, NJ 2008/55).

6.24.

Op de mondelinge behandeling heeft Peelgemeenten toegelicht dat ZorgNed ondersteuning biedt voor Jeugdzorg en dat het niet nodig was een rapportagetool voor ZorgNed te bouwen.

6.25.

Ook deze schadeposten moeten worden beoordeeld door de feitelijke situatie zoals die na de opzegging is ontstaan, te vergelijken met de hypothetische situatie zoals die zonder de opzegging zou zijn ontstaan. Het verschil tussen beide situaties betreft de schade.

6.26.

Het Dakar rally-arrest is bedoeld voor gevallen waarbij in de feitelijke situatie een onstoffelijk voordeel uit de hypothetische situatie is gemist dat op zichzelf niet op geld waardeerbaar is. In dat geval moet de schade worden vastgesteld op de uitgaven die hun doel hebben gemist. Dat arrest is niet bedoeld voor gevallen als deze, waarin het gaat om investeringen die door een overheidsorgaan zijn gemaakt voor het professioneel gebruik van software. In de hypothetische situatie zonder opzegging zouden de investeringen van Peelgemeenten zich hebben terugverdiend doordat de consulenten van Jeugdzorg c2GO konden gebruiken en Peelgemeenten met de rapportagetool managementrapportages kon maken. In de feitelijke situatie na de opzegging zijn deze investeringen waardeloos geworden omdat ze speciaal voor c2GO waren bedoeld en Peelgemeenten c2GO niet meer kan gebruiken. De schade moet dan worden vastgesteld op de vervangende kosten die Peelgemeenten in de feitelijke situatie heeft moeten maken om haar consulenten van Jeugdzorg ZorgNed te kunnen laten gebruiken en om managementrapportages te kunnen maken met gegevens uit ZorgNed. Die vervangende kosten had Peelgemeenten niet hoeven maken in de hypothetische situatie zonder opzegging.

6.27.

Peelgemeenten heeft aangegeven dat voor ZorgNed geen rapportagetool nodig was, zodat zij voor het maken van managementrapportages geen vervangende kosten heeft hoeven maken die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.

6.28.

Uit de kostenonderbouwing van Peelgemeenten (prod. 23c PG) leidt de rechtbank af dat de consulenten van Jeugdzorg (in dit stuk jeugdprofessionals genoemd) ZorgNed direct op 3 december 2018 in gebruik hebben genomen en dat daarvoor dus geen latere pilot nodig was. Bijvoorbeeld is op pagina 14 vermeld dat er instructiebijeenkomsten zijn georganiseerd voor de vijf gebiedsteams jeugdprofessionals. De rechtbank gaat er daarom vooralsnog van uit dat de kosten om de consulenten van Jeugdzorg over te laten stappen naar ZorgNed, al zijn verwerkt in het rapport van [C] . Dan zou het dubbelop zijn om deze kosten ook nog toe te kennen onder de noemer van vervangende kosten voor waardeloze investeringen. Omdat partijen zich hierover nog niet hebben kunnen uitlaten, zal de rechtbank Peelgemeenten nog de kans geven gemotiveerd op te geven of zij voor de consulenten van Jeugdzorg nog nadere kosten heeft moeten maken die niet in het rapport van [C] zijn meegenomen.

7 Conclusie in conventie

7.1.

In verband met het verwijt over het gebrekkig systeem zal de rechtbank de mondelinge behandeling bevelen die in 5.26 is aangekondigd. Op deze mondelinge behandeling zullen de feiten uit de fase na de Go Live (inclusief de bevindingen), de aansprakelijkheid en het verzuim aan de orde komen. Het causaal verband en de hoogte van de schade zullen zo nodig pas in een later stadium van de procedure aan de orde komen.

7.2.

Daarnaast zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen zodat partijen (Peelgemeenten als eerste) vóór de mondelinge behandeling nog een akte kunnen nemen over de fase na de Go Live in verband met het gebrekkig systeem. De rechtbank verzoekt partijen de omvang van die akten te beperken. De rechtbank heeft geen behoefte aan herhalingen van standpunten.

7.3.

In verband met het verwijt over de opzegging zal de rechtbank partijen de gelegenheid geven om zich uit te laten over het door de rechtbank besproken scenario en eventuele andere scenario’s, zoals aangekondigd in 6.17. Partijen moeten in hun akten aangeven of zij dat onderwerp willen uitstellen tot een latere fase van de procedure. Als zij zich daarover direct willen uitlaten, zullen zij dat in hun akten moeten doen en zal het causaal verband ook op de mondelinge behandeling aan de orde komen. De hoogte van de schade wordt in ieder geval uitgesteld tot een later stadium van de procedure.

7.4.

Zoals aangekondigd in 6.28, kan Peelgemeenten in haar akte gemotiveerd opgeven

of zij voor de consulenten van Jeugdzorg nog nadere kosten heeft moeten maken die niet in het rapport van [C] zijn meegenomen.

7.5.

De buitengerechtelijke kosten en de rente zullen pas aan de orde komen als ook de hoogte van de schade aan de orde komt.

De vorderingen van Info Support in reconventie

8 Het geschil

8.1.

Info Support vordert samengevat - Peelgemeenten:

( a) te veroordelen tot betaling van € 13.340,25 (incl. BTW) wegens de openstaande nota van 9 april 2018, vermeerderd met rente;

( b) te veroordelen tot betaling van € 137.362,50 ex. BTW / 166.208,63 incl. BTW wegens verricht meerwerk, vermeerderd met rente;

( c) te bevelen de in de conclusie van eis in reconventie onder punt 12.1.2 (c) vermelde rectificatietekst te sturen aan:

(i) de media waarnaartoe zij gebruikelijk persberichten verspreidt, althans aan de media waarin de gewraakte berichtgeving is verschenen en

(ii) de gemeenteraden van de gemeenten die in Peelgemeenten deelnemen;

d) te veroordelen afschrift van de verzonden rectificaties als bedoeld onder c gelijktijdig te sturen aan de advocaat van Info Support;

e) te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.

8.2.

Peelgemeenten voert verweer.

8.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

9 De beoordeling – het meerwerk

9.1.

Peelgemeenten voert onder meer het verweer dat als Info Support het gestelde meerwerk al heeft verricht, zij niet heeft voldaan aan de vereisten voor vergoeding van meerwerk in artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden, zodat Peelgemeenten ter zake van meerwerk niets meer verschuldigd is aan Info Support.

9.2.

Artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden luidt als volgt: “Meerwerk wordt tijdig aan Opdrachtgever gemeld, steeds apart gefactureerd en komt niet voor vergoeding in aanmerking dan na schriftelijke instemming van Opdrachtgever.”

9.3.

Info Support beroept zich op artikel 6:248 lid 2 BW, dat bepaalt dat een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

De meerwerkfactuur van 9 april 2018 – vordering (a)

9.4.

In de meerwerkfactuur van 9 april 2018 zijn de werkzaamheden in november 2016 en januari 2017 waarop deze betrekking heeft als volgt gespecificeerd: ‘ondersteuning terugkomdag 10 januari 2017’; ‘RFC012: Extra ondersteuning Bedrijfsbureau’; ‘RFC007: Ondersteuning migratie exporteren gegevens uit GWS’ en ‘Meerwerk ondersteuning/consultancy’. Daarbij is ook vermeld wie de werkzaamheden op welke data hebben uitgevoerd.

Info Support heeft met stukken onderbouwd dat Peelgemeenten uitdrukkelijk om het verrichten van deze werkzaamheden heeft verzocht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Peelgemeenten niet betwist dat Info Support deze werkzaamheden heeft uitgevoerd. Wel stelt zij dat zij de betreffende werkzaamheden niet als meerwerk kwalificeert, maar als werkzaamheden die binnen de scope van de overeenkomst zijn verricht. Uit de omschrijvingen ‘(extra) ondersteuning’ in de factuur en het feit dat Peelgemeenten om deze werkzaamheden heeft verzocht, zou afgeleid kunnen worden dat het in de factuur van 9 april 2018 wel om meerwerk gaat. Werkzaamheden die binnen de scope van de overeenkomst vallen, moeten immers sowieso verricht worden. Ook de omstandigheid dat het grotendeels gaat om werkzaamheden die voortvloeien uit een RFC, wijst op meerwerk. In de WSR die is overgelegd als productie 27k IS, is bovendien (op pagina 12) vermeld dat de offerte voor RFC007 retour is ontvangen. De terugkomdag van 10 januari 2017 is ook in die WSR vermeld en wel als RFC014. Dat deze RFC’s in een WSR staan vermeld, betekent dat hierover op het niveau van de projectleiders van Peelgemeenten en Info Support is gesproken. Voor wat betreft de post over het meerwerk ondersteuning/consultancy door [D] is van belang dat Peelgemeenten in haar e-mail van 8 december 2016 Info Support heeft verzocht om 0,75 fte te leveren in januari en februari, waarop [D] dezelfde dag reageert met de mededeling dat hij het oppakt (productie 34 IS). Het verweer van Peelgemeenten dat zij pas toen zij in april 2018 de factuur ontving op de hoogte raakte van de in november 2016 en januari 2017 door Info Support verrichte werkzaamheden, gaat daarom niet op.

9.5.

Uit het voorgaande zou geconcludeerd kunnen worden dat de factuur van 9 april 2018 ziet op meerwerk, zoals Info Support stelt. Dat zou anders kunnen zijn als de in die factuur vermelde (extra) ondersteunende werkzaamheden het gevolg zouden zijn van het tekortschieten van Info Support in de nakoming van haar verplichtingen. In dat geval zijn de werkzaamheden namelijk binnen de scope van de overeenkomst verricht, zoals Peelgemeenten betoogt, en is geen sprake van meerwerk. Dat betekent dat de beslissing over de verschuldigdheid van deze factuur zal worden aangehouden totdat in conventie is geoordeeld of en zo ja, in hoeverre, Info Support is tekortgeschoten.

Overig meerwerk – vordering (b)

9.6.

Over het overige meerwerk stelt Info Support dat zij veel meer werkzaamheden heeft verricht dan waartoe zij op grond van de overeenkomsten gehouden was. Zij verwijst naar het memo “Van draagvlak naar feature gedreven samenwerking” (productie 43 PG), waarin is uiteengezet om welke werkzaamheden het gaat en dat het totaalbedrag

€ 155.925,-- is. Na correctie – er was gerekend met een te hoog uurtarief – gaat het om

€ 137.362,50. Deze aanvullende werkzaamheden waren niet verdisconteerd in de overeengekomen vergoeding. Info Support maakt daarom voor het meerdere aanspraak op het loon dat op grond van artikel 7:405 BW verschuldigd is.

9.7.

Info Support stelt zich op het standpunt dat het beroep van Peelgemeenten op artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden vanwege – samengevat – de volgende omstandigheden in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is:

1) het gaat deels om werk dat noodzakelijk was om fouten van Peelgemeenten te herstellen, althans de gevolgen daarvan te verzachten;

2) volgens artikel 10.2 van de Inkoopvoorwaarden mag meerwerk in rekening gebracht worden voor herstel van gebreken die bij het doorlopen van de acceptatieprocedure geconstateerd hadden kunnen worden, maar niet geconstateerd zijn;

3) het betreft veelal werkzaamheden die uitdrukkelijk niet tot de scope van het PvE behoren, maar die wel op verzoek van Peelgemeenten zijn doorgevoerd;

4) Peelgemeenten heeft heel lang geweigerd decharge te verlenen, Info Support daarmee doelbewust aan het lijntje gehouden en haar zodoende bewogen om maar aanvullende features te blijven realiseren zonder dat hier enige redelijke grond toe was;

5) Peelgemeenten heeft nooit betwist dat de betreffende werkzaamheden zijn verricht, maar zij heeft alleen betwist dat het meerwerk zou betreffen;

6) Peelgemeenten heeft het voorstel tot mediation afgeslagen, omdat ze wist dat haar standpunt over de scope onhoudbaar was;

7) Ongeveer twee maanden na het versturen van de memo heeft Peelgemeenten haar akkoord gegeven op de kostenverdeling voor de toen openstaande discussiepunten. Zij realiseerde zich wel degelijk dat de betreffende werkzaamheden buiten de scope van het PvE vielen. Er is geen rechtvaardiging om anders te denken over de features in het memo. Er is dus sprake van willekeur van Peelgemeenten.

9.8.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de tabel met toelichting over de financiële balans in de memo “Van draagvlak naar feature gedreven samenwerking” is af te leiden dat Info Support de daarin genoemde werkzaamheden niet op verzoek van Peelgemeenten maar uit eigen beweging heeft verricht, om het project c2GO te laten slagen. Info Support had daar ook zelf belang bij, want zij hoopte voor dit systeem binnen drie à vier jaar 40 à 50 nieuwe klanten te kunnen werven. Daarnaast volgt uit deze memo van 26 september 2017 dat Info Support niet eerder aanspraak heeft gemaakt op vergoeding voor het verrichten van de daarin vermelde werkzaamheden als meerwerk. Zij schrijft immers dat de balans wordt opgemaakt “van 1 jaar intensieve samenwerking en no finance asked”.

Peelgemeenten stelt zich op het standpunt dat Info Support in het kader van haar zorgplicht als IT-leverancier vooraf akkoord had moeten vragen voor eventueel te verrichten en te declareren meerwerk. Info Support wist dat, althans behoorde dat te weten, want zowel de branchevereniging voor IT-leveranciers (NLdigital) als ook Info Support zelf, kennen een met artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden vergelijkbare bepaling. Discussies over meerwerk zijn in IT-projecten immers eerder een gegeven dan een uitzondering, aldus Peelgemeenten. Artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden moet in dat licht worden bezien: het moet onaangename verrassingen voor de opdrachtgever en discussies zoals in deze procedure aan de orde zijn, voorkomen.

Naar het oordeel van de rechtbank leiden de omstandigheden die Info Support heeft aangevoerd niet tot de conclusie dat de toepasselijkheid van artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden voor wat betreft het overige meerwerk naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De omstandigheden die Info Support heeft vermeld onder 1, 3, 4, 5 en 7 gaan over de kwestie of de betreffende werkzaamheden als meerwerk bestempeld moeten worden. Het antwoord op die vraag kan overigens in het midden blijven, want ook als komt vast te staan dat het gaat om meerwerk, ketst de gevorderde vergoeding daarvoor af op artikel 2.12 van de Inkoopvoorwaarden. Artikel 10.2 van de Inkoopvoorwaarden is niet van toepassing, want in dat artikel wordt ervan uitgegaan dat er een acceptatieprocedure heeft plaatsgevonden en vaststaat dat dit niet is gebeurd. De onder 6 vermelde omstandigheid over de reden voor het afslaan van mediation wordt als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.

Nu Info Support niet heeft gehandeld in lijn met het toepasselijke artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden, is haar vordering tot betaling van het meerwerk uit de memo niet toewijsbaar.

9.9.

Omdat het beroep van Peelgemeenten op artikel 12.2 van de Inkoopvoorwaarden slaagt, hoeven haar overige verweren niet besproken te worden.

10 De beoordeling – het persbericht

10.1.

Info Support verwijt Peelgemeenten ten slotte dat zij zich op onrechtmatige wijze over Info Support heeft uitgelaten in het persbericht dat zij op of rond 24 september 2019 heeft uitgebracht en in daarop gebaseerde artikelen in regionale kranten en op het internet. Info Support doelt met name op de passages die zij in punt 10.15 van haar conclusie van eis heeft uitgelicht. Peelgemeenten betwist dat zij zich op onrechtmatige wijze over Info Support heeft uitgelaten.

10.2.

Onder de door Info Support uitgelichte passages bevinden zich ook teksten die niet uit het persbericht, maar uit daarop gebaseerde artikelen in kranten en op het internet afkomstig zijn. Peelgemeenten stelt dat zij alleen verantwoordelijk is voor het persbericht en niet voor de teksten van de daarop gebaseerde artikelen, omdat haar communicatieadviseur [E] slechts in één geval een journalist te woord heeft gestaan. Info Support heeft dit niet weersproken. In de verdere beoordeling zullen daarom alleen (de uitgelichte passages uit) het persbericht en de uitgelichte passage van [E] betrokken worden, samen aangeduid als ‘het persbericht’.

10.3.

De Hoge Raad heeft in een arrest van 24 juni 1983 (gepubliceerd in het Nederlandse Juristenblad 1984/801) overwogen dat bij een kwestie zoals deze, twee, ieder voor zich hoogwaardige, maatschappelijke belangen tegenover elkaar staan: aan de ene kant het belang dat individuele burgers niet door publicaties in de media worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen; aan de andere kant het belang dat niet, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, misstanden die de samenleving raken kunnen blijven voortbestaan. Welk van deze belangen in een gegeven geval de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden, en wel in het bijzonder van de volgende:

a. de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben;

b. de ernst — bezien vanuit het algemeen belang — van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;

c. de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;

d. de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c bedoelde factoren;

e. de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publicatie via de pers, in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes bereikt had kunnen worden;

f. een mogelijke beperking van het door de perspublicatie te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen, in verband met de kans dat het betreffende stuk, ook zonder de verweten terbeschikkingstelling aan de pers, in de publiciteit zou zijn gekomen.

10.4.

Toetsend aan de hiervoor genoemde maatstaf moet om de volgende redenen worden geconcludeerd dat Peelgemeenten in dit geval niet onrechtmatig heeft gehandeld.

10.5.

Het verwijt van Peelgemeenten in het persbericht komt erop neer dat er door de opzegging van de overeenkomsten door Info Support gemeenschapsgeld verloren is gegaan en dat Peelgemeenten om die financiële schade vergoed te krijgen genoodzaakt is om - ook weer met gemeenschapsgeld - een (kostbare) juridische procedure te voeren. Daarmee is het algemeen belang dat Peelgemeenten de besteding van gemeenschapsgeld aan haar inwoners verantwoordt, gegeven.

10.6.

Dit verwijt vindt steun in de feiten, in die zin dat tussen partijen vast staat dat Info Support de overeenkomsten met Peelgemeenten eenzijdig heeft beëindigd, dat Peelgemeenten daardoor schade heeft geleden, dat partijen wel hebben gesproken over het betalen van een schadevergoeding door Info Support, maar dat Info Support geen schadevergoeding aan Peelgemeenten heeft betaald en dat Peelgemeenten daarom een rechtszaak is begonnen.

10.7.

Hoewel de uitgelichte passages hier en daar onnodige informatie bevatten, de gebeurtenissen daarin soms eenzijdig zijn weergegeven en ook de woordkeus van Peelgemeenten daarin niet steeds neutraal is, kan niet gezegd worden dat zij haar verwijten aan Info Support excessief heeft verwoord. Er is geen sprake van ‘stevige beschuldigingen aan het adres van Info Support’ en van het neerzetten van Info Support als ‘een kwaadaardige partij’, zoals Info Support betoogt. Het is daarom niet te verwachten dat de omstandigheid dat het persbericht nog steeds eenvoudig online terug te vinden is, tot ernstige gevolgen voor Info Support zal leiden.

10.8.

Voor zover Info Support zich op het standpunt stelt dat het persbericht niet nodig was geweest, omdat hetzelfde doel zou zijn bereikt door het afleggen van verantwoording aan de gemeenteraden of de provincie, deelt de rechtbank die mening niet. Een publicatie in ‘de lokale sufferdjes’ heeft immers een veel groter bereik en biedt de gelegenheid om zich direct tot de doelgroep, alle inwoners van de Peelgemeenten, te richten.

10.9.

Bovendien is het waarschijnlijk dat het feit dat deze procedure gevoerd wordt ook zonder het persbericht van Peelgemeenten in de publiciteit zou zijn gekomen. Dat een rechtszaak waarbij een dergelijke grote IT-leverancier partij is bij de media niet onopgemerkt blijft, blijkt ook uit de door Info Support overgelegde zoekresultaten met de woorden ‘Info Support’ en ‘Info Support rechtszaak’ op het internet (producties 118 en 119 IS).

10.10.

Omdat Peelgemeenten niet onrechtmatig heeft gehandeld door het uitbrengen van het persbericht, is er geen reden voor een rectificatie van dat persbericht.

11 Conclusie in reconventie

11.1.

De beslissing over de vordering tot betaling van de factuur van 9 april 2018 (a) zal worden aangehouden totdat in conventie is geoordeeld of en zo ja, in hoeverre, Info Support is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen

11.2.

De vordering tot betaling voor het overige – in de memo vermelde – meerwerk (b) zal bij eindvonnis worden afgewezen.

11.3.

De vorderingen met betrekking tot de rectificatie (c en d) zullen bij eindvonnis worden afgewezen.

12 De beslissing

De rechtbank

in conventie

12.1.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op een nader te bepalen terechtzitting van deze rechtbank in het gerechtsgebouw te Eindhoven aan het Stadhuisplein 4;

12.2.

bepaalt dat partijen in onderling overleg kunnen kiezen uit één van de drie volgende dagen en de gekozen datum binnen veertien dagen na dit vonnis aan de griffie van de rechtbank moeten berichten:

- woensdag 26 oktober 2022 om 10:00 uur,

- donderdag 27 oktober 2022 om 10.00 uur, of

- maandag 31 oktober 2022 om 10.00 uur,

12.3.

bepaalt dat de partijen op de zitting vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

12.4.

bepaalt dat Peelgemeenten op de rol van 1 juni 2022 een akte kan nemen over de onderwerpen genoemd in 7.1 en volgende, waarna Info Support op de rol van zes weken later een antwoordakte kan nemen,

12.5.

wijst partijen er op, dat voor de zitting de hele dag zal worden uitgetrokken,

12.6.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

12.7.

houdt de beslissing in reconventie aan totdat ook in conventie vonnis kan worden gewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen, mr. E.J.C. Adang en mr. M.E. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2022.

1 Een computerprogramma.

2 Alles doen wat nodig is om een applicatie in gebruik te kunnen nemen.

3 De applicatie feitelijk in gebruik nemen. Ook Live gang genoemd.

4 Een technische verbinding tussen twee applicaties, die wordt gebruikt om berichten tussen de twee applicaties te versturen.

5 Een standaard voor de code die twee applicaties moeten gebruiken om met elkaar te kunnen communiceren.

6 Het verplaatsen van gegevens van de oude applicatie naar de nieuwe applicatie. Een datamigratie bestaat uit het ophalen van gegevens uit de oude applicatie (extractie), het omzetten van die gegevens naar het formaat dat door de nieuwe applicatie wordt gebruikt (conversie), en daarna de feitelijke migratie van de gegevens.

7 Een productenboek is een lijst van producten (vormen van zorg of hulp) die een gemeente voor de uitvoering van haar taken kan inkopen, met de bijbehorende productcode.

8 De omgeving waarin de applicatie feitelijk wordt gebruikt. Te onderscheiden van de testomgeving waarin de eerste versies van een applicatie kunnen worden getest en van de acceptatie-omgeving waarin de klant kan beoordelen of de opgeleverde applicatie aan de eisen voldoet.

9 De instellingen in de applicatie.

10 Een verzoek tot aanpassing van de applicatie.

11 Meerdere organisaties delen de toegang tot een applicatie.

12 De uitgifte van een update (een nieuwe versie van een applicatie) of een patch (waarin fouten ofwel bugs worden hersteld).