Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2021:5776

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-11-2021
Datum publicatie
08-11-2021
Zaaknummer
368734 / EX RK 21-32
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Civiele raadkamer. AVG, art 35 Uitvoeringswet AVG verzoek. Ouders van een minderjarige verzoeken verwijdering door basisschool van persoonsgegevens m.b.t. de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind (zgn ZIEN-rapportage in Parnassys). Geen termijnoverschrijding. Basisschool hoeft deze gegevens niet te verwijderen. Wet op primair onderwijs biedt wettelijke grondslag voor verwerking; Beginsel proportionaliteit niet geschonden. Correspondentie met ouders mag school bewaren om zich (mogelijk) te kunnen verweren i.h.k.v. aansprakelijkstelling. Deze correspondentie mag echter geen onderdeel uitmaken van onderwijskundig rapport.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rekestnummer: C/01/368734 / EX RK 21-32

Beschikking van 2 november 2021

in de zaak van

1 [verzoeker sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [verzoeker sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat-gemachtigde mr. C.W. Simonis te Zoetermeer,

tegen

de stichting

STICHTING SIGNUM,

gevestigd te Rosmalen,

verweerster,

gemachtigde mr. F.J.J.M. Janssen te Vught.

Partijen zullen hierna respectievelijk [verzoekers] en Signum worden genoemd. Waar verzoekers afzonderlijk worden bedoeld zullen hun voor- en achternaam worden gebruikt.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties;

  • -

    de brief van mr. Simonis met producties 8 tot en met 10 van 8 september 2021;

  • -

    het verweerschrift met producties;

  • -

    de e-mail van mr. Simonis met een aanvullende productie van 17 september 2021;

  • -

    de mondelinge behandeling op 21 september 2021 via Skype voor Bedrijven waaraan partijen en hun gemachtigden hebben deelgenomen.

1.2.

Beide partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling spreekaantekeningen voorgedragen. Op verzoek van de rechtbank hebben partijen kort na afloop van de mondelinge behandeling elkaar en de rechtbank hun spreekaantekeningen per e-mail toegestuurd. Deze spreekaantekeningen zijn aan het procesdossier toegevoegd. Ook heeft Signum daarbij een machtiging overgelegd ter zake het optreden van mr. Janssen als zijn gemachtigde in deze procedure.

1.3.

Aan het slot van de zitting heeft de rechter beslist dat schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.

2 Inleiding

2.1.

[verzoekers] zijn de ouders van [kind] . [kind] is geboren op [geboortedatum] 2014. In 2019 is zij gestart in de kleuterklas van basisschool Het Palet te ’s-Hertogenbosch. Het Palet wordt door Signum in stand gehouden.

2.2.

In november 2020 is er een zich snel escalerend conflict ontstaan tussen [verzoekers] en Het Palet. Aanleiding voor dat conflict waren bevindingen van de leerkracht van [kind] over de houding en het gedrag van [kind] op school. [kind] zat toen in groep 2.

2.3.

[verzoekers] hebben vervolgens besloten voor [kind] op zoek te gaan naar een andere basisschool. Zij hebben haar vervolgens aangemeld bij basisschool Het Noorderlicht (hierna: Het Noorderlicht).

2.4.

In verband met de aanmelding hebben [verzoekers] op verzoek van Het Noorderlicht zogeheten KIJK- en ZIEN-rapportages over [kind] ter beschikking gesteld. Deze rapportages zijn opgesteld door Het Palet.

2.5.

De ZIEN-rapportage gaf Het Noorderlicht reden tot twijfel of zij [kind] als kon toelaten. Uiteindelijk heeft het Noorderlicht medio februari 2021 besloten [kind] niet te plaatsen. [verzoekers] hebben Het Noorderlicht in rechte betrokken. Ook hebben zij deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Die voorziening is getroffen als gevolg waarvan Het Noorderlicht [kind] (voorlopig) als leerling heeft toegelaten.

2.6.

Bij brief van 25 januari 2021 heeft de gemachtigde van [verzoekers] met een beroep op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Het Palet verzocht c.q. gesommeerd ‘alle gegevens van cliënten en van hun dochter zoals die […] in Parnassys ZIEN geregistreerd’ staan te verwijderen en verwijderd te houden. Ook hebben [verzoekers] Signum c.q. Het Palet aansprakelijk gesteld voor alle door hen te lijden en geleden schade als gevolg van de ZIEN-rapportage.

2.7.

Bij e-mail van 8 februari 2021 heeft de gemachtigde van Signum te kennen gegeven dat Signum niet aan dit verwijderingsverzoek zal voldoen.

2.8.

Bij brief van 18 mei 2021 heeft de gemachtigde van [verzoekers] namens [verzoeker sub 1] aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie van kort gezegd valsheid in geschrift gepleegd door de voormalige leerkracht van [kind] en door de directeur van Het Palet.

2.9.

Bij brief van 11 augustus 2021 heeft de officier van justitie beslist dat er naar aanleiding van de aangifte geen strafrechtelijke vervolging zal plaatsvinden.

2.10.

[kind] is inmiddels (ten tijde van de mondelinge behandeling van dit geschil) leerling van groep 3 van het Noorderlicht.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekers] verzoeken de rechtbank om Signum binnen een door de rechtbank te bepalen termijn te bevelen de ZIEN-rapportage betreffende [kind] zoals opgenomen in de systemen van basisschool Het Palet volledig te vernietigen, als ook al de (gespreks)notities en de aantekeningen zoals die in het bijbehorende (registratie)programma Parnassys ZIEN zijn opgeslagen (hierna: het ZIEN-registratieprogramma) en Signum tevens binnen een door de rechtbank te bepalen termijn te bevelen [verzoekers] schriftelijk te bevestigen dat al deze gegevens daadwerkelijk zijn verwijderd, een en ander op straffe van een dwangsom van
€ 1.000,-- voor iedere dag dat Signum met dit alles in gebreke blijft.

3.2.

Aan hun verzoek leggen [verzoekers] verkort weergeven het volgende ten grondslag.

Er bestaat geen wettelijke grondslag die Signum toestaat om correspondentie – onder meer e-mails zoals [verzoekers] hebben gemeend die aan Het Palet toe te zenden – op te slaan in het notitiesysteem zoals dat onderdeel vormt van het (registratie)programma Parnassys ZIEN. Dit programma kan immers slecht ten doel hebben het volgen van de leerlingen.

[verzoekers] mochten erop vertrouwen dat Het Palet gelet op de inhoud van de schoolgids het ZIEN-registratieprogramma niet zou gebruiken bij leerlingen in groep 1 en 2.

Het Palet had niet zonder voorafgaande expliciete toestemming van [verzoekers] mogen overgaan tot het verwerken van persoonsgegevens van [kind] in het ZIEN-registratieprogramma. De Wet op het primair onderwijs (Wpo) biedt daar geen wettelijke grondslag voor.

Het gebruik van het ZIEN-registratieprogramma naast het observatie- en registratiesysteem KIJK is voorts disproportioneel en daarmee onevenredig. Ook hiervoor geldt dat [verzoekers] vooraf expliciete toestemming hadden moeten geven.

Op grond van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) mogen in een leerlingen- en onderwijsvolgsysteem enkel vorderingen in kennis en vaardigheden (leerresultaten) worden gemeten. De gegevens in de het ZIEN-registratieprogramma betreffen geen leerresultaten die afkomstig zijn uit toetsen, maar betreffen eigen observaties van een betrokken leerkracht.

De ZIEN-rapportage is niet valide en (volledig) onbetrouwbaar.

3.3.

Signum heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4 De beoordeling

4.1.

Signum beroept zich allereerst op de niet-ontvankelijkheid van [verzoekers] De rechtbank zal als eerste deze kwestie behandelen.

4.2.

Partijen zijn het erover eens dat ten aanzien van het verzoek van [verzoekers] de AVG (en daarmee ook de Uitvoeringswet AVG; UAVG) van toepassing is. Er is sprake van het verwerken van persoonsgegevens (met Signum als verwerkingsverantwoordelijke) zoals bedoeld in artikel 4 van de AVG.

4.3.

Op grond van artikel 35 lid 2 UAVG moet een verzoekschrift gericht tegen het schriftelijke antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke op een verzoek tot het wissen van persoonsgegevens (vgl. art. 17 AVG) worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van dat antwoord.

Het verzoekschrift van [verzoekers] is in ieder geval bij brief van 10 maart 2021 door de rechtbank ontvangen. [verzoekers] zijn in zoverre ontvankelijk in hun verzoek. Weliswaar was dit verzoekschrift was aanvankelijk niet ondertekend. De gemachtigde van [verzoekers] heeft bij brief van 2 juli 2021 alsnog een ondertekend verzoekschrift ingediend. De eerst ontbrekende en later gerealiseerde ondertekening staat echter niet aan de ontvankelijkheid van [verzoekers] in de weg. Het beroep van Signum op de niet-ontvankelijkheid wordt dus afgewezen.

4.4.

Als tweede zal de rechtbank ingaan op de kwestie of er voor het Palet een voldoende rechtsgrondslag bestond voor het verwerken van de persoonsgegevens van de leerlingen in haar leerlingvolgsysteem (dus met inbegrip van het ZIEN-registratieprogramma). De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is. Zij legt dat hierna uit.

4.5.

In artikel 8 Wpo is het volgende bepaald:

Artikel 8. Uitgangspunten en doelstelling onderwijs

1 Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

2 Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

Daarnaast is op grond van artikel 8 lid 6 Wpo een basisschool verplicht om een leerling- en onderwijssysteem te gebruiken.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat artikel 8 Wpo een voldoende rechtsgrondslag biedt zoals bedoeld in artikel 6 lid 1, onder c AVG voor het verwerken van de persoonsgegevens van de leerlingen in een leerlingvolgsysteem zoals dat door Het Palet is gehanteerd en dat mede betrekking heeft op hun sociaal-emotionele ontwikkeling. De rechtbank verwijst in dit verband naar overweging 45 in de considerans bij de AVG waaruit blijkt dat de AVG niet voorschrijft dat (in geval van het voldoen aan een wettelijke verplichting) voor elke afzonderlijke verwerking specifieke wetgeving is vereist en volstaan kan worden met wetgeving die als basis fungeert voor verscheidene verwerkingen op grond van een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust.

Het Palet mocht dus naar het oordeel van de rechtbank om te voldoen aan het bepaalde in artikel 8 Wpo in beginsel persoonsgegevens van [kind] op het gebied van haar sociaal-emotionele ontwikkeling verwerken door [kind] te observeren en de uitkomsten, die kwalificeren als persoonsgegevens, verwerken.

4.7.

[verzoekers] stellen verder dat met het gebruik van het registratieprogramma ZIEN naast het observatieprogramma KIJK de ter zake geldende proportionaliteit heeft geschonden. De rechtbank begrijpt deze stelling aldus dat de school niet heeft voldaan aan het vereiste van minimale gegevensverwerking (vgl. art. 5 lid 1 onder c AVG).

4.8.

Signum heeft daartegen ingebracht dat het registratieprogramma ZIEN complementair is aan observatieprogramma KIJK en dat beide programma’s zich op andere aspecten richten. Dit hebben [verzoekers] (ter zitting) niet weersproken. Daarmee is niet gebleken dat Signum het proportionaliteitsbeginsel heeft geschonden door gebruik te maken van twee observatiemethodes.

4.9.

[verzoekers] hebben ook gesteld dat tot wissing moet worden overgegaan omdat de opgestelde ZIEN-rapportage niet valide en (volledig) onbetrouwbaar is. [verzoekers] hebben deze stelling onderbouwd met een diagnostisch rapport over [kind] (onderzoeksverslag) dat is opgesteld door mevrouw [A] (psycholoog) en mevrouw [B] (orthopedagoog-generalist NVO) naar aanleiding van onderzoek op 5, 6 en 12 januari 2021. Ook hebben zij ter onderbouwing een e-mail overgelegd van een leerkracht van [kind] bij Het Noorderlicht.

4.10.

Signum heeft hiertegen aangevoerd, verkort weergegeven, dat de ZIEN-rapportage geen diagnostisch onderzoek betreft maar een weergave betreft van een observatie van een leerling op een bepaald moment aan de hand van een beperkte set vragen, waarbij het aantal vragen per item ook verschilt. Het gaat volgens Signum om een gevalideerde, in het primair onderwijs veel gebruikte (observatie)methode. Signum heeft voorts gesteld dat er altijd verschillen zitten tussen de uitkomsten van de observaties die gedurende het jaar worden uitgevoerd en dat deze verschillen volgens Signum vooral bij jongere kinderen groter (kunnen) zijn. De rapportage betreft volgens Signum geen (eind)oordeel en is volgens Signum ook niet volstrekt in strijd met het overgelegde diagnostisch rapport.

Ook heeft Signum ter zitting nog toegelicht dat de antwoorden op de vragen in de vragenlijst op een ander moment zijn ingevoerd dan waarop de observatie van [kind] in oktober 2020 plaatsvond zijn ingevoerd. Dit verklaart volgens Signum waarom in de rapportage staat 20 oktober 2020 vermeld, een dag dat op Het Palet wegens de herfstvakantie geen onderwijs werd gegeven. Tot slot heeft Signum erop gewezen dat [verzoekers] wel bekend waren met toepassing van de ZIEN-observatiemethode omdat dit aan de orde is geweest in (eerder) met hen gevoerde gesprekken en bij voorlichting door Het Palet over het onderwijs op de school.

4.11.

Tegenover de gemotiveerde betwisting van Signum hebben [verzoekers]

onvoldoende feiten of omstandigheden aangedragen die haar stelling dat de ZIEN-rapportage niet valide en (volledig) onbetrouwbaar is, onderbouwen. Daarom zullen zij ook niet worden toegelaten in het leveren van nader bewijs op dit punt. Ook aan deze stelling wordt voorbijgegaan.

4.12.

De rechtbank zal vervolgens ingaan op de vraag of en hoe lang Signum c.q. Het Palet de ZIEN-rapportage betreffende [kind] zoals opgenomen in de systemen van basisschool Het Palet en de (gespreks)notities en de aantekeningen zoals die in het bijbehorende (registratie)programma Parnassys ZIEN zijn opgeslagen mag bewaren.

4.13.

Signum heeft in dit verband een beroep gedaan op het Besluit uitwisseling leer- en begeleidingsgegevens (Staatsblad 2012, 234, hierna: het Besluit.).

4.14.

In de artikelen 2 tot en met 7 van het Besluit is de inhoud van het onderwijskundig rapport zoals bedoeld in artikel 42 Wpo nader geregeld.

4.15.

Artikel 42 Wpo luidt (voor zover voor deze zaak relevant):

1 Over iedere leerling die de school verlaat, stelt de directeur, na overleg met het onderwijzend personeel, ten behoeve van de ontvangende school of school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra dan wel als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs een onderwijskundig rapport op. Afschrift van dit rapport wordt aan de ouders van de leerling verstrekt. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent dit rapport gegeven. De centrale eindtoets of andere eindtoets dient als tweede objectieve gegeven om onderadvisering vanuit het primair onderwijs te voorkomen.

4.16.

In artikel 2 van het Besluit is bepaald dat het onderwijskundig rapport geen andere gegevens kan bevatten dan in dat artikel genoemd. Tot die gegevens behoren onder meer ‘gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling en het gedrag’ van de leerling.

4.17.

Artikel 5 van het Besluit bepaalt dat onder gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling uitsluitend worden verstaan gegevens

a. uit een leerlingvolgsysteem of een vergelijkbare systematiek van beoordelen; en

b. gebaseerd op de beoordeling van de leerkracht.

Voorts is bepaald dat het gedrag en de leer-/werkhouding van de leerling worden beschreven, onderscheiden naar gedrag in de omgang, speel-/leergedrag, huiswerkgedrag, concentratie en doorzettingsvermogen, zelfstandigheid en overige aspecten. Tot slot is bepaald dat als sprake is van een sociaal-emotionele problematiek de aard daarvan wordt beschreven.

Artikel 7a van het Besluit bepaalt dat het onderwijskundig rapport wordt bewaard tot vijf jaar na uitschrijving van de leerling.

4.18.

In de nota van toelichting bij het Besluit (Staatsblad 2012, 234) staat onder meer:

In dit Besluit wordt nader gespecificeerd welke leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens ten hoogste door scholen onderling over een leerling mogen worden uitgewisseld, met behulp van het persoonsgebonden nummer ten behoeve van de in- en uitschrijving van die leerling.

[…]

Het is gebruikelijk dat scholen leer- en begeleidingsgegevens uitwisselen wanneer leerlingen van school veranderen. In het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt daartoe het verplichte onderwijskundig rapport opgesteld. Door het uitwisselen van deze op de persoonlijke onderwijsbehoeften toegesneden gegevens zorgen scholen ervoor dat leerlingen ook na een overstap op de nieuwe school het juiste onderwijs of aangepaste begeleiding ontvangen. Deze gegevens worden in de praktijk al decennia op allerlei manieren uitgewisseld tussen scholen: in mondeling contact, middels papieren dossiers, en recenter per e-mail.

[…]

De begeleidingsgegevens van leerlingen die scholen vastleggen in dossiers en onderling uitwisselen kunnen privacygevoelige persoonsgegevens zijn. Op de bewerking (waaronder uitwisseling) van deze gegevens is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing. Scholen mogen, als verantwoordelijke in de zin van de Wbp, de begeleidingsgegevens alleen verwerken voor zover zij, gelet op de doeleinden waarvoor deze gegevens worden verzameld en verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wbp. De proportionaliteit wordt dus voorgeschreven voor wat betreft de gegevens die mogen worden uitgewisseld: alleen gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor het leren en begeleiden van de leerling op een volgende school op het moment dat een leerling overstapt. Daarnaast wordt ook proportionaliteit betracht voor het moment waarop mag worden uitgewisseld, namelijk uitsluitend bij de overstap van een leerling naar een andere school. Ten slotte, is het wettelijk kader beperkt tot uitwisseling tussen scholen onderling en is uitwisseling met andere instanties niet toegestaan.

In dit besluit zijn gegevenscategorieën gedefinieerd. In de artikelsgewijze toelichting wordt met concrete voorbeelden van gegevens geïllustreerd wat hieronder verstaan kan worden. De toelichting bevat echter geen limitatieve opsomming. Het is ondoenlijk en onwenselijk om in regelgeving specifiek voor te schrijven wat wel en niet mag op het niveau van een individueel gegeven. Allereerst zijn scholen als verantwoordelijke volgens de Wbp al gehouden aan proportionaliteit bij verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens. Daarnaast heeft een school ook professionele ruimte nodig om te bepalen wat in een specifiek geval voor een specifieke leerling op een specifiek moment noodzakelijk is binnen dit kader. De uitwisseling van een onderwijskundig rapport is bijvoorbeeld staande praktijk en de inhoud is divers. Dat codificeren we nu en het is niet de bedoeling scholen daarin sterk te beperken. Ten slotte zijn er allerlei ontwikkelingen in het onderwijs gaande, zoals onderwijs op maat, bevordering van excellentie, passend onderwijs en doorlopende leerlijnen voor onder andere taal en rekenen. Scholen moeten de mogelijkheid hebben om ook naar de toekomst toe gegevens die daarvoor relevant en noodzakelijk zijn onderling uit te mogen wisselen. Een zekere bandbreedte van wat scholen in bepaalde gevallen mogen uitwisselen is dus wenselijk. Zonder voorbij te gaan aan de wens en noodzaak om kaderstellend te zijn. Daarom wordt in deze toelichting ook expliciet stil gestaan bij de gegevens die dus zeker niet mogen worden uitgewisseld.

[…]

Zoals in paragraaf 1.1 al is uiteengezet doet dit besluit niet af aan de algemene gelding van de Wbp. Deze wet is ook onverkort op het verwerken en uitwisselen van leer- en begeleidingsgegevens en het onderwijskundig rapport van leerlingen van toepassing. Bij deze verwerking dienen de beginselen van doelbinding en proportionaliteit, zoals vastgelegd in de Wbp, in acht te worden genomen. Dit betekent dat het moet gaan om gegevens die op het moment van overstap naar een nieuwe school actueel en ter zake dienend zijn, en dat niet meer gegevens worden uitgewisseld dan nodig is voor goede begeleiding/onderwijs door de nieuwe school.

[…]

Bij de uitwisseling van het verplichte onderwijskundig rapport van het basis- en (voortgezet) speciaal onderwijs naar het voortgezet onderwijs geldt dat de ouder inzage- en correctierecht heeft. Scholen zijn verplicht ouders actief te informeren over de inhoud van het onderwijskundig rapport. Professionele indrukken kunnen niet gecorrigeerd worden, maar indien de ouders hierbij bezwaren hebben dan dient dit vermeld te worden in het dossier. De opmerkingen en visie van de ouders moeten dus op verzoek worden toegevoegd aan het dossier. Ouders of leerlingen kunnen een klacht indienen bij de klachtencommissie van de school als de school zich hier niet aan houdt, zich wenden tot het CBP of gebruik maken van de in de Wbp geregelde rechtsbescherming.1 De klachteninstellingen in het onderwijs zijn bedoeld voor alle mogelijke klachten over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel van de school.2 Daaronder vallen ook mogelijke klachten van ouders of leerlingen over het niet naleven door de school van voorschriften uit de Wbp of onderwijswetten ten aanzien van het verwerken van persoonsgegevens, het uitwisselen van leer- en begeleidingsgegevens en de rechten van ouders en leerlingen daarbij.

[…]

Artikel 5. Gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling en het gedrag

Onder gegevens over sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag worden in ieder geval verstaan: gegevens uit een leerlingvolgsysteem, leerkrachtbeoordeling, aard van de problematiek, oorzaak van de problematiek, omgang met medeleerlingen, leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel, werkhouding, concentratie, zelfstandigheid, huiswerkgedrag, doorzettingsvermogen, taalaanpak, gedragsbeïnvloeding, speel- en leergedrag.

[…]

Wanneer een leerling bijvoorbeeld sterke faalangst kent of een recente traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt, kan het goed zijn dat de nieuwe school hier vooraf een signaal over ontvangt zodat men alert is, rekening houdt met de situatie of zo nodig begeleiding inschakelt. Het gaat hierbij wederom nadrukkelijk om gegevens die direct verband houden met het leren en onderwijs volgen van de leerling op moment van overstap. Het betreft hier in eerste instantie professionele waarnemingen van de leerkracht op school. Als het gegevens betreffen uit de behandelpraktijk van een zorgverlener, zoals een gedragskundige, dan is daarop de betreffende regelgeving van de beroepsgroep van toepassing. Dit kan betekenen dat scholen dergelijke gegevens niet zonder meer mogen uitwisselen, tenzij er expliciete toestemming is van de zorgverlener en de ouder of leerling.

4.19.

Ter zitting heeft Signum onbetwist gesteld dat inmiddels een onderwijskundig rapport is opgesteld en dat dit rapport ter beschikking is gesteld aan Het Noorderlicht en dat de ZIEN-rapportage onderdeel uitmaakt van dat rapport. [verzoekers] hebben gesteld dat de ZIEN-rapportage niet aansluit bij de gestelde mogelijkheden c.q. vereisten die artikel 5 van het Besluit.

4.20.

De rechtbank overweegt dat het Besluit in de eerste plaats regelt welke gegevens een school in het primair onderwijs ten hoogste in het kader van een onderwijskundig rapport met een andere school mag uitwisselen en waar deze gegevens uit afkomstig mogen zijn (in geval van de sociaal-emotionele ontwikkeling een leerlingvolgsysteem of een vergelijkbare systematiek van beoordelen). Ook regelt het Besluit over welke aspecten ten aanzien van het gedrag en de leer-/werkhouding van de leerling het onderwijskundig rapport gegevens mag bevatten.

De rechtbank is van oordeel dat [verzoekers] gelet op de betwisting daarvan door Signum niet dan wel onvoldoende hebben onderbouwd dat de in het kader van de ZIEN-rapportage beoordeelde aspecten (betrokkenheid, welbevinden, sociaal initiatief, sociale flexibiliteit, sociale autonomie, impulsbeheersing en inlevingsvermogen) buiten het bestek gaan en niet onder de noemer zijn te brengen van de in het Besluit genoemde gegevenscategorie ‘sociaal-emotionele ontwikkeling’.

Daarbij stelt de rechtbank vast dat gelet op de nota van toelichting en de woorden ‘en overige aspecten’ in artikel 5 van het Besluit, het Besluit niet de strekking heeft (gedetailleerd) ‘voor te schrijven wat wel en niet mag op het niveau van een individueel gegeven’ (vgl. nota van toelichting bij het Besluit).

Signum mag de ZIEN-rapportage als onderdeel van het onderwijskundig rapport conform de wettelijke bewaartermijn bewaren en is daar wettelijk ook toe verplicht. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten of aanwijzingen dat Signum c.q. Het Palet het onderwijskundig rapport langer dan de wettelijke termijn zal bewaren en ziet dan ook geen reden Signum c.q. Het Palet in deze procedure daar nu al toe te veroordelen.

4.21.

Met betrekking tot het verzoek van [verzoekers] om Signum te veroordelen al de (gespreks)notities en de aantekeningen zoals die in het bijbehorende (registratie)programma Parnassys ZIEN zijn opgeslagen te vernietigen, oordeelt de rechtbank als volgt.

4.22.

Kennelijk doelen [verzoekers] hiermee, gezien randnummer 13 van het verzoekschrift, ook op correspondentie die is gevoerd tussen [verzoekers] en Het Palet. Volgens Signum moet ook de correspondentie die met [verzoekers] is gevoerd deel uitmaken van het onderwijskundig rapport. Signum heeft gesteld dat die communicatie van belang is voor de algemene duiding omdat daarmee ook de relatie kan worden gelegd met de ervaringen thuis of in andere sociale settingen zoals bij het spelen met vriendjes of op de sportclub.

4.23.

Naar het oordeel van de rechtbank vindt die opvatting geen steun in het bepaalde in artikel 42 Wpo en het Besluit. Signum heeft niet althans onvoldoende kunnen uitleggen dat de e-mailcorrespondentie noodzakelijk is voor het leren en begeleiden van [kind] op een volgende school. Signum zal die communicatie dan ook uit het opgestelde onderwijskundig rapport moeten verwijderen (voor zover dat daarvan deel uitmaakt).

4.24.

Het verzoek van [verzoekers] richt zich echter op het verwijderen van die communicaties uit het ZIEN-observatie/registratieprogramma.

Signum mag die communicaties en de (gespreks)notities en de aantekeningen zoals die in het bijbehorende (registratie)programma Parnassys ZIEN zijn opgeslagen (voorlopig) nog wél behouden. De rechtbank legt dat hierna uit.

4.25.

Gelet op de proceshouding van [verzoekers] , hun aankondiging ter zitting in beroep te gaan van de beslissing van de officier van justitie om de leerkracht en de directeur niet te vervolgen, en de namens [verzoekers] uitgebrachte aansprakelijkstelling van 25 januari 2021, heeft Signum er belang bij nog over die communicatie te kunnen beschikken en doet Signum terecht een beroep op het bepaalde in artikel 17 lid 3 onder e) AVG (vgl. ook Rechtbank Oost-Brabant 27 juli 2018, ECLI:NL:ROBR:2018:3609, onder 8 en in hoger beroep Raad van State 30 september 2020 ECLI:NL:RVS:2020:2316 onder 10.1).

Dat geldt naar het oordeel voor de rechtbank ook voor de ZIEN-rapportage en eventuele ‘de (gespreks)notities en de aantekeningen’, zoals bedoeld onder 4.3.6.

4.26.

De slotsom luidt dat het verzoek van [verzoekers] wordt afgewezen.

4.27.

De rechtbank zal de kosten van de procedure compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt en verwijst daarvoor naar rechtsoverwegingen 3.7.1. tot en met 3.7.6. van de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 augustus 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:2536 /JOR 2020/260).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het verzoek af;

5.2.

compenseert de kosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Bartels en in openbaar uitgesproken op 2 november 2021.