Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2021:5529

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
18-10-2021
Datum publicatie
22-10-2021
Zaaknummer
374189 / KG ZA 21-527
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. vordering tot nakoming ongedaanmakingsverbintenissen na buitengerechtelijk ingeroepen ontbinding ter zake aankoop 2e hands vrachtwagen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/374189 / KG ZA 21-527

Vonnis in kort geding van 18 oktober 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GAP INTERNATIONAL PIPELINE PROJECTS B.V.,

gevestigd te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen,

eiseres,

advocaat mr. S.T.J. Peters te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SEA HORSE B.V.,

gevestigd te Helmond,

gedaagde,

advocaat mr. L.A.M. van den Eeden te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Gap en Sea Horse genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 september 2021 met 16 producties

  • -

    de brief van mr. Van den Eeden van 1 oktober 2021 met 5 producties

  • -

    de brief van mr. Peters van 1 oktober 2021 met een akte vermeerdering van eis en aanvullende producties 17 en 18

  • -

    de mondelinge behandeling die op 4 oktober 2021 heeft plaatsgevonden via een verbinding via Skype

  • -

    de pleitnota c.q. conclusie van antwoord van Sea Horse.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Sea Horse is een onderneming die zich bezig houdt met de handel en bouw van bedrijfsauto’s en paardenwagens. Directeur van Sea Horse is de heer [directeur] .

2.2.

[A] heeft de heer [directeur] eind 2020 benaderd met de vraag of hij zou kunnen helpen bij het vinden van een paardenwagen.

[directeur] heeft daarbij medegedeeld dat hij wist van een bedrijf in Portugal, dat een paardenwagen te koop had staan. [directeur] heeft bij Whatsapp-berichten van 14 oktober 2020 enkele foto’s van de paardenwagen gestuurd aan [A] .

2.3.

[directeur] heeft de paardenwagen opgehaald uit Portugal en heeft daarbij aan [A] medegedeeld dat als zij de paardenwagen zou zien en er toch niet blij mee zou zijn, zij de wagen niet zou hoeven af te nemen.

2.4.

[A] heeft met haar echtgenoot de heer [B] de paardenwagen op het terrein van Sea Horse bezichtigd en daarbij aangegeven interesse te hebben om de paardenwagen te kopen. Om de paardenwagen in Nederland te mogen rijden, diende de wagen over een Nederlands kenteken te beschikken en te worden gekeurd door de Rijksdienst van het Wegverkeer (RDW). [directeur] heeft aangeboden de keuring te laten verrichten en heeft een aanbetaling gevraagd van € 5.000,00 voor de reeds gemaakte kosten en de kosten van de keuring.

2.5.

[directeur] heeft vervolgens een factuur opgesteld, die op verzoek van [A] en haar echtgenoot op naam was gesteld van Gap, van welke vennootschap de heer [B] directeur is.

2.6.

De RDW heeft de paardenwagen gekeurd, waarna een Nederlands kenteken is afgegeven, [kenteken] . De periodieke keuring (Inspeção Técnica Periódica) die de paardenwagen in Portugal nog had ondergaan is geaccepteerd door de RDW met een geldigheid tot 2 november 2021.

2.7.

Gap is vervolgens op 2 februari 2021 tot definitieve aanschaf van de paardenwagen overgegaan tegen een koopprijs van € 28.500,00. Zij heeft de restantbetaling op 5 februari 2021 voldaan. De paardenwagen is door Gap bij Sea Horse opgehaald.

2.8.

Op 11 maart 2021 heeft Gap per Whatsapp gemeld aan Sea Horse dat de paardenwagen een lekkage had. Zij heeft daarbij ook foto’s gestuurd van de schade die de lekkage had veroorzaakt. Sea Horse heeft vervolgens gereageerd met de mededeling dat zij de lekkage zou herstellen.

2.9.

Op 29 april 2021 heeft [bedrijf 1] (hierna [bedrijf 1] ) op verzoek van Gap een offerte uitgebracht voor reparatie van de paardenwagen. De totale kosten voor reparatie van de laadbak, dichtmaken slaapcabine, vervangen van remschijven, remblokken en banden bedraagt volgens die offerte een bedrag van

€ 17.630,07.

2.10.

Bij brief van 3 juni 2021 heeft de advocaat van Gap Sea Horse - onder meer - gesommeerd om de door [bedrijf 1] geconstateerde gebreken aan de paardenwagen te herstellen binnen vier weken na 3 juni 2021, alsmede om voor die periode vervangend vervoer aan Gap ter beschikking te stellen.

2.11.

Bij brief van 20 augustus 2021 heeft Gap de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en Sea Horse gesommeerd de paardenwagen binnen drie dagen terug te nemen en de koopprijs vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente over te maken naar de derdengeldrekening van de advocaat van Gap.

2.12.

Sea Horse heeft aan die sommatie geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Gap vordert - na vermeerdering van eis - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

primair:

  1. primair: Sea Horse te veroordelen de vrachtwagen terug te nemen binnen 48 uur na betekening van het vonnis en gelijktijdig de koopprijs ad € 28.500 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Gap terug te betalen, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  2. Sea Horse te veroordelen de buitengerechtelijke kosten ad € 1.060,00 te voldoen,

  3. Sea Horse te veroordelen de kosten van huur van de trailer ad € 847,00 aan GAP te voldoen, alsmede de kosten van de verzekering van de vrachtwagen ten bedrage van € 663,99,

  4. subsidiair: Sea Horse te veroordelen om de geconstateerde gebreken zoals vermeld in productie 10 deugdelijk te herstellen binnen vier weken na betekening van het vonnis waarbij uitsluitend aan de monteur [C] van [bedrijf 1] is om te beoordelen of de gebreken deugdelijk hersteld zijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  5. meer subsidiair: Sea Horse te veroordelen om de kosten van herstel ten bedrage van € 17.630,07 aan GAP te voldoen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2021 tot aan de dag van algehele voldoening,

  6. Seahorse te veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente indien de kosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis zijn voldaan.

3.2.

Gap legt aan haar vordering ten grondslag dat de geleverde paardenwagen niet beantwoordt aan de overeenkomst. De paardenwagen bevat niet de eigenschappen die Gap

- gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die Sea Horse daarover heeft gedaan - op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Sea Horse heeft voorafgaand aan de koopovereenkomst medegedeeld dat de paardenwagen in zeer goede staat is. Indien Gap had geweten in welke staat de paardenwagen zich werkelijk bevond, had Gap de paardenwagen nooit aangeschaft. Uit de door Gap als productie 10 overgelegde offerte van [bedrijf 1] blijkt dat de onderkant van de paardenwagen zich in zeer slechte staat bevindt. Daarnaast zijn de remschijven en remblokken versleten en nodig aan vervanging toe, alsmede de banden die vol droogtescheuren zitten. Gezien deze gebreken is er sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW en is Sea Horse tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Gap vordert primair terugname van de paardenwagen en terugbetaling van de koopprijs ad € 28.5000,00 door Sea Horse. Subsidiair vordert Gap herstel van de gebreken zoals deze door de monteur zijn geconstateerd binnen vier weken na betekening van het vonnis en meer subsidiair betaling van de kosten die de reparatie van de paardenwagen met zich mee brengen ad € 17.630,07, te vermeerderen met de wettelijke rente. Gap heeft op dit moment geen vervoer voor haar paarden, terwijl deze regelmatig moeten worden vervoerd naar trainingen, concoursen en de dierenarts. Gap heeft dan ook een spoedeisend belang bij de door haar ingestelde vorderingen.

3.3.

Sea Horse voert verweer.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter begrijpt de vorderingen van Gap aldus dat zij, vooruitlopend op de toetsing door de bodemrechter van de door Gap ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst, de voorzieningenrechter in kort geding vraagt om een ordemaatregel te treffen die op dit oordeel van de bodemrechter anticipeert. In zoverre kan Gap in haar vorderingen worden ontvangen. Nu zij stelt dat zij op dit moment niet met de paardenwagen kan rijden, is het spoedeisend belang bij de vorderingen in voldoende mate gegeven.

4.2.

In dit kort geding dient de voorzieningenrechter te beoordelen in hoeverre de rechter in een bodemprocedure de door Gap ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding zal bekrachtigen en of er - uitgaande van die prognose - aanleiding bestaat om vooruitlopend op dat oordeel een ordemaatregel te treffen. Gap heeft haar vorderingen gegrond op non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Uitgangspunt van dit artikel is dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Of de zaak aan de overeenkomst beantwoordt moet worden beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan zij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

4.3.

Ook indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat de heer [directeur] inderdaad aan Gap heeft medegedeeld dat de paardenwagen “in zeer goede staat” verkeert (partijen verschillen daarover - ieder onder overlegging van de volgens hen gewisselde berichten - fundamenteel van mening), kan dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter in casu nog niet leiden tot het (voorlopig) oordeel dat daarmee de non conformiteit als hiervoor bedoeld gegeven is. Daarbij is (mede) van belang dat niet is weersproken dat de heer [directeur] (daargelaten de vraag of hij wel of niet de contractspartij is van Gap en aannemende dat hij bedoelde mededeling heeft gedaan) de paardenwagen op het moment dat hij deze mededeling zou hebben gedaan - naar Gap wist - niet zelf had gezien. Gap heeft voorts erkend dat Sea Horse haar bij de eerste inspectie, nog voor de aankoopbeslissing, de gelegenheid heeft geboden de paardenwagen op het terrein van Sea Horse te (doen) inspecteren en dat zij - afhankelijk van deze inspectie - al dan niet kon besluiten om tot aanschaf van de paardenwagen over te gaan. Gap heeft van die gelegenheid tot inspectie ook gebruik gemaakt, zij het dat zij zich daarbij niet heeft laten bijstaan door een ter zake deskundige (zoals de heer [bedrijf 1] ), hetgeen - mede gelet op de aard van de zaak en de bij haarzelf op dit punt ontbrekende expertise - op grond van haar eigen onderzoeksplicht wel op haar weg zou hebben gelegen. Índien de onderkant van de paardenwagen “rot” zou zijn geweest, hetgeen volgens Gap blijkt uit de offerte van [bedrijf 1] van 29 april 2021, dan was dat op dat moment te ontdekken geweest.

4.4.

Met betrekking tot de aard van de zaak is belangrijk om op te merken dat het een vrachtwagen betreft van 23 jaar oud met meer dan 260.000 verreden kilometers die werd aangeboden voor een bedrag van € 28.500,00.

De beweerdelijk door [directeur] gedane mededeling dat het voertuig, naar hij van de eigenaar in Portugal had begrepen, “in zeer goede staat” verkeerde dient aan deze omstandigheden te worden gerelateerd en houdt gelet hierop geen garantie in dat de paardenwagen (geheel) vrij van onderhoudsgebreken zou zijn. Dat de remblokken en remschijven en ook de banden aan vervanging toe waren, zoals Gap stelt, kan reeds daarom dan ook al niet zonder meer leiden tot het oordeel dat de paardenwagen niet aan de overeenkomst beantwoordt. Het vervangen van remblokken en remschijven en banden betreft een normaal onderhoud en zegt niets over de staat van de paardenwagen an sich, nog daargelaten in hoeverre deze onderhoudsgebreken niet reeds bij een adequate – van een prudent koper redelijkerwijs te verwachten - inspectie aan het licht hadden kunnen treden.

4.5.

Voor zover Gap overigens nog heeft gesteld dat de paardenwagen onveilig is om mee te rijden en niet geschikt is voor normaal gebruik, heeft zij deze stelling onvoldoende onderbouwd. Niet weersproken is dat de paardenwagen, nadat deze door [directeur] zelf vanuit Portugal naar Nederland was gereden, door de RDW is gekeurd en is voorzien van een Nederlands kenteken en dat de RDW de Portugese APK van de paardenwagen heeft geaccepteerd en de geldigheidsduur heeft verlengd tot 2 november 2021. De enkele opmerking in een offerte omtrent een rot frame van een door Gap ingeschakeld reparatiebedrijf, dat mogelijk een eigen belang heeft bij het uitvoeren van door hemzelf noodzakelijk geachte reparaties, is - afgezet tegen de hierboven gememoreerde feiten en omstandigheden - onvoldoende om aan te nemen dat de paardenwagen niet geschikt is om aan het verkeer deel te nemen en dus niet geschikt is voor normaal gebruik.

4.6.

Gelet op het voorgaande is bij deze stand van zaken voorshands onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst, die ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. Dit betekent dat de primaire vordering van Gap zal worden afgewezen. Evenmin bestaat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de gestelde tekortkoming van Sea Horse, aanleiding voor toewijzing van de overige vorderingen van Gap die eveneens zijn gestoeld op de door haar gestelde, maar in dit kort geding niet aannemelijk geworden, non conformiteit.

4.7.

Gap zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sea Horse worden begroot op:

- griffierecht € 667,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.683,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Gap in de proceskosten, aan de zijde van Sea Horse tot op heden begroot op € 1.683,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2021.