Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2021:374

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-01-2021
Datum publicatie
28-01-2021
Zaaknummer
20/3821
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet. Sluiting woning in verband met illegaal vuurwerk. Niet voldaan aan de vereiste proportionaliteit en subsidiariteit. Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 20/3821

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2021 in de zaak tussen


[naam] , verzoeker,

[naam] , verzoekster,

hierna worden verzoeker en verzoekster samen verzoekers genoemd,

verzoekers wonen in [woonplaats]

(gemachtigde: mr. R. Laatsman),

en

de burgemeester van de gemeente Vught, de burgemeester(gemachtigde: mr. F.A. Pommer).

Procesverloop
Bij besluit van 29 december 2020 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet (Gw) besloten dat de woning van verzoekers op het adres [adres] (de woning) vanaf 30 december 2020 om 15.00 uur voor drie maanden wordt gesloten.

Verzoekers hebben op 30 december 2020 bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen waarmee het bestreden besluit wordt geschorst of een andere voorlopige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter nodig vindt.

De burgemeester heeft de griffier op 30 december 2020 telefonisch laten weten dat hij niet bereid is te wachten met het sluiten van de woning totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. Omdat het niet mogelijk was om het verzoek op een zitting te behandelen vóór de sluiting van de woning, de burgemeester niet bereid was om te wachten met die sluiting tot de uitspraak van voorzieningenrechter op het verzoek en onder overweging dat uitvoering van het bestreden besluit voor verzoekers zwaarwegende gevolgen heeft, heeft de voorzieningenrechter, gelet op alle betrokken belangen, bij uitspraak van 30 december 2020 een ordemaatregel getroffen en het bestreden besluit met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschorst.

Partijen zijn vervolgens uitgenodigd voor een zitting om te beoordelen of de ordemaatregel moet worden opgeheven of gewijzigd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2021. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Verzoekers wonen met hun minderjarige dochter in de woning.

2. Naar aanleiding van een melding over vuurwerk in de schuur van de woning van de moeder van verzoeker heeft de politie op 18 december 2020 een controle uitgevoerd bij zowel de woning van de moeder van verzoeker als die van verzoekers. Tijdens deze controle is in de schuur bij de woning van de moeder van verzoeker en in de woning van verzoekers vuurwerk aangetroffen.

3. In het mutatierapport van de politie en de bestuurlijke rapportage staat dat in de woning van verzoekers 200 kilogram zelf fabricaat instabiel vuurwerk en materiaal om zelf vuurwerk te maken is aangetroffen, dat door de Explosieven Opruimingsdienst Dienst (EOD) is veiliggesteld en vernietigd op het defensieterrein in Vught. In de rapporten is beschreven dat de bewoner van [adres] tijdelijk is geëvacueerd.

Daarbij staat in de bestuurlijke rapportage beschreven dat er een gevaarlijke situatie is ontstaan. De ruimtes waren niet ingericht om vuurwerk op te slaan en beide woningen (die van verzoekers en die van de moeder van verzoeker) zijn gelegen in een woonwijk.

4. In het voorgeleidingsdossier staat dat door de EOD bij benadering 50 kilogram aan zelf gemaakt vuurwerk en grondstoffen is aangetroffen. De diverse soorten vuurwerk aangetroffen met fabrieksopdrukking had een gewicht van 24,5 kilogram.

5. Op 18 december 2020 is verzoeker naar aanleiding van de aangetroffen hoeveelheid vuurwerk in voorlopige hechtenis gesteld, waarbij hem als beperking is opgelegd dat hij alleen contact mocht hebben met zijn advocaat. De voorlopige hechtenis is op of omstreeks 4 januari 2021 opgeheven.

Standpunt van de burgemeester

6. Bij het bestreden besluit heeft de burgemeester het standpunt ingenomen dat hij op grond van art 174a Gw bevoegd is om de woning te sluiten. Daarbij vormt de aanwezigheid van het (professioneel en illegaal) vuurwerk volgens de burgemeester een groot gevaar voor verzoekers, hun dochter en de omwonenden. De opslag en de kans op een explosie is een ernstige aantasting van de rechtsorde en zorgt voor sterke gevoelens van onveiligheid en angst in de omgeving. De burgemeester vindt het algemeen belang om aan de ernstige verstoring van de openbare orde een einde te maken en het voorkomen van strafbare feiten zwaarder wegen dan de belangen van verzoekers en hun inwonende minderjarige dochter.

Bij het bestreden besluit heeft de burgemeester de woning daarom vanaf 30 december 2020 voor drie maanden gesloten. Bij een gewijzigd besluit van 12 januari 2021 heeft de burgemeester de duur van de sluiting bepaald op één maand. Voor het overige blijft het besluit van 29 december 2020 van kracht.

Standpunt verzoekers

7. Volgens verzoekers is het besluit onzorgvuldig genomen. De burgemeester heeft verzoeker allereerst de kans ontnomen om zijn zienswijze in te dienen. Ook is volgens verzoekers ten onrechte geen rekening gehouden met de werkelijke hoeveelheid aangetroffen (toegestaan) vuurwerk.

Daarnaast vinden verzoekers dat de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit onvoldoende in acht zijn genomen.

Ten slotte heeft de burgemeester ten onrechte geen rekening gehouden met de belangen van verzoekster en haar minderjarige dochter, met de heersende coronacrisis en met het medicijngebruik van verzoeker en is de termijn om verzoekers de kans te geven de woning te ontruimen te kort.

Waarover moet de voorzieningenrechter beslissen?

8. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter over het verzoek om schorsing van het besluit tot sluiting van de woning van verzoekers. Zij beoordeelt of het bezwaar van verzoekers een redelijke kans van slagen heeft. Is dat het geval, dan kan dat een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemzaak niet.

Zienswijze

9. Voor zover al sprake zou zijn van een gebrek in de besluitvorming door verzoeker praktisch gezien de kans te ontnemen een zienswijze in te dienen, kan dit formele gebrek niet leiden tot toewijzing van de voorlopige voorziening.

10. In het kader van de heroverweging van het besluit in bezwaar krijgt verzoeker (alsnog) de gelegenheid om zijn standpunt toe te lichten. Daarmee kan het eventuele gebrek geheeld worden.

Toetsingskader

11. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord. Artikel 174a, eerste lid, Gw maakt dat mogelijk. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

12. Als de burgemeester aannemelijk maakt dat vanuit de woning of het bijbehorende erf de openbare orde rond de woning wordt verstoord, is hij bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan. Van toepassing van deze bevoegdheid dient de burgemeester vervolgens af te zien indien sluiting van de woning onevenredig is. In dat verband dient de burgemeester aannemelijk te maken dat de verstoring van de openbare orde niet toereikend kan worden bestreden met minder ingrijpende maatregelen.

Is de burgemeester bevoegd tot sluiting van de woning?

13. Sluiting van een woning is slechts gerechtvaardigd bij overlast die wat betreft de risico's voor de omgeving te vergelijken is met drugsoverlast. Het moet gaan om overlast die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en die niet met andere, minder ingrijpende middelen kan worden bestreden. Bij de totstandkoming van artikel 174a Gw is benadrukt dat de wetgever met "verstoring van de openbare orde" een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning voor ogen heeft gestaan (Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nr. 5). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt deze lijn, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 5 april 2017 met vindplaats ECLI:NL:RVS:2017:923.

14. Volgens vaste rechtspraak moet aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk worden gemaakt dat zich in de woning of op het daarbij behorende erf ernstige gedragingen voordoen en dat daardoor verschillende soorten ernstige overlast zich met grote regelmaat en langdurig voordoen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2018 met vindplaats ECLI:NL:RVS:2018:1836.

15. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester aannemelijk heeft gemaakt dat vanuit de woning van verzoekers de openbare orde rond de woning is verstoord. In de woning is een grote hoeveelheid vuurwerk aangetroffen, waaronder grondstoffen en zelfgemaakt instabiel vuurwerk. Daarom werd de EOD ter plaatse gevraagd. Een gedeelte van het aangetroffen vuurwerk is op een externe locatie tot ontploffing gebracht. Het huis van de buren van verzoekers is tijdelijk ontruimd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze omstandigheden samen kunnen worden aangemerkt als een ernstige verstoring van de openbare orde, namelijk een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning. Gelet daarop is het begrijpelijk dat de burgemeester het nodig achtte in te grijpen en de veiligheid en rust in de omgeving van de woning te herstellen.

16. Door verzoekers wordt gesteld dat de burgemeester niet is uitgegaan van de werkelijke hoeveelheid aanwezig vuurwerk. Er was naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter geen reden voor de burgmeester om niet uit te gaan van de informatie in de bestuurlijke rapportage. In zowel de bestuurlijke rapportage als het mutatierapport van de politie staat dat er in de woning van verzoekers 200 kilogram vuurwerk en grondstoffen is aangetroffen. Vaste rechtspraak is dat een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit uitgangspunt. De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2409). De voorzieningenrechter kent aan de stelling van verzoekers dat het volgens het voorgeleidingsdossier gaat om 75 kilogram vuurwerk en grondstoffen geen relevante betekenis toe, alleen al omdat ook die hoeveelheid (van in beslaggenomen vuurwerk) veel meer is dan wettelijk is toegestaan.

17. De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten. De voorzieningenrechter begrijpt ook dat de burgemeester, gelet op de door hem genoemde feiten en omstandigheden, die de openbare orde rond de woning ernstig hebben verstoord, duidelijk heeft willen maken dat verzoekers gedragingen volstrekt niet kunnen worden getolereerd en dat hiertegen moet worden opgetreden.

Is de sluiting noodzakelijk voor het herstel van de openbare orde?

18. Op grond van de vereisten van artikel 8 EVRM is een beperking van de persoonlijke levenssfeer alleen toegestaan als deze beantwoordt aan een dringende maatschappelijke behoefte (Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nr. 5, p. 7). De conclusie van de regering is dat het sluiten van een woning alleen gerechtvaardigd kan zijn in het geval van maatschappelijk onaanvaardbare overlast, waarbij geen minder ingrijpende middelen ingezet kunnen worden om die overlast te bestrijden. Het gaat hier in essentie om de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

19. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester niet aannemelijk heeft gemaakt dat de sluiting van de woning van verzoekers noodzakelijk is om een einde te maken aan de verstoring van de openbare orde en dat geen minder ingrijpende middelen ingezet hadden kunnen worden. Er wordt dus niet voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

20. Anders dan in de, door de burgemeester aangehaalde, uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 december 2020 met vindplaats ECLI:NL:RBGEL:2020:6540 bestond er in het geval van verzoekers op het moment van het bestreden besluit van 29 december 2020 geen concreet en reëel gevaar voor de openbare orde meer.

Verzoekers hebben geen vuurwerk en grondstoffen meer in hun woning, terwijl een sluiting hier niet het doel dient om de loop naar het pand te doorbreken, zoals bij drugsoverlast het geval is. De voorzieningenrechter hecht er daarnaast veel waarde aan dat verzoeker tijdens de ‘vuurwerkperiode’ rond oud en nieuw in detentie zat. Het eerdere incident uit 2008 vond ook plaats in de aanloop naar oud en nieuw. Daarbij komt dat verzoeker aangeeft geen vuurwerk meer te zullen afsteken en in gesprek te gaan met een psycholoog om te kijken of hij mogelijk vuurwerkverslaafd is.

De burgemeester heeft in het licht van deze omstandigheden niet voldoende gemotiveerd waarom er geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn, zoals controles of aanwijzingen in de aanloop van en tijdens de vuurwerkperiode 2021.

21. Voor zover de burgemeester heeft betoogd dat de sluiting van de woning noodzakelijk is vanwege de vrees voor herhaling, kan dit niet leiden tot een ander oordeel, alleen al omdat deze vrees onvoldoende concreet is onderbouwd.

Conclusie

22. Het bezwaar van verzoekers heeft een redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe en bepaalt dat het bestreden besluit, zoals gewijzigd bij het besluit van 12 januari 2021, is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

23. Omdat het verzoek wordt toegewezen, bepaalt de voorzieningenrechter dat de burgemeester aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

24. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De burgemeester moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De door de gemachtigde beroepsmatig verleende rechtsbijstand levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting). Die punten hebben een waarde van € 534,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1.068,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijzigt de getroffen voorlopige voorziening (ordemaatregel) en schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan verzoekers te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.S. Verstraelen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.C.T. Rabou-Coort, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
28 januari 2021.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage

Artikel 174a Gemeentewet

1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord.

2. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.

3. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen.

4. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is.

5. De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. De burgemeester kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.