Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2021:2158

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-04-2021
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
367384 / EX RK 21-13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar op grond van artikel 4:203 lid 1 aanhef en onderdeel a. BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2021-0123
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rekestnummer: C/01/367384 / EX RK 21-13

Beschikking van 9 april 2021

in de zaak van

1 [verzoeker sub 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [verzoeker sub 2],

wonende te [plaats] ,

3. [verzoeker sub 3],

wonende te [plaats] ,

4. [verzoeker sub 4],

wonende te [plaats] ,

5. [verzoeker sub 5],

wonende te [plaats] ,

verzoekers,

advocaat: mr. A.A.M. van der Steen te 's-Hertogenbosch.

Het verzoek heeft betrekking op de nalatenschap van de heer [overledene], geboren te [plaats] op [geboortedatum] overleden te [plaats] op [datum] , laatst gewoond hebbende te [plaats] , hierna te noemen de overledene.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen, ter griffie van de rechtbank binnengekomen op 22 januari 2021;

  • -

    de brief van de griffier van de rechtbank van 8 februari 2021;

  • -

    de brief van de advocaat van verzoekers van 12 februari 2021.

1.2.

Daarop is beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De overledene was ten tijde van zijn overlijden ongehuwd en niet geregistreerd als partner. De overledene is gehuwd geweest met mevrouw [A] . Dit huwelijk is ontbonden door het overlijden van mevrouw [A] .

2.2.

De overledene heeft blijkens opgave van het Centraal Testamenten Register voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 20 juni 2013. Daarbij heeft de overledene verzoekers sub 1, verzoeker sub 2 en mevrouw [B] benoemd tot zijn erfgenamen, ieder voor een gelijk deel. In verband met het vooroverlijden van mevrouw [B] zijn haar drie kinderen, verzoekers sub 3, 4 en 5 bij plaatsvervulling als erfgenaam tot de nalatenschap geroepen. De heer [C] en mevrouw [D] alsmede hun afstammelingen zijn door de overledene uitgesloten van erfopvolging in zijn nalatenschap.

2.3.

Verzoekers hebben de nalatenschap van de overledene bij akte van 17 november 2020 van de Rechtbank Oost-Brabant beneficiair aanvaard.

3 Het verzoek

3.1.

Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar van na te melden nalatenschap, een en ander bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.2.

Verzoekers voeren aan dat de verhoudingen tussen de erfgenamen onderling en tussen de erfgenamen en de kinderen die zijn uitgesloten als erfgenaam zijn verstoord. Er is geen onderling contact en geen vertrouwen als gevolg van ernstige gebeurtenissen uit hun jeugd. Ook is er sprake van een tegenstrijdig belang tussen de erfgenamen en de schuldeisers, in de vorm van de kinderen die als erfgenaam zijn uitgesloten, begiftigde kinderen en de legitimarissen. Daarnaast zijn alle erfgenamen ook schuldeisers uit hoofde van de vordering uit de nalatenschap van hun vooroverleden moeder. Als gevolg van dit alles is de nalatenschap tot op heden onbeheerd.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 4:203 lid 1 aanhef en onderdeel a. BW kan de rechtbank, na een aanvaarding van een nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving, op verzoek van een erfgenaam overgaan tot benoeming van een vereffenaar.

4.2.

Uit de dossierstukken is naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast komen te staan dat de benoeming van een vereffenaar geboden is. De rechtbank overweegt dat afdoende is gebleken dat de nalatenschap op dit moment onbeheerd is. Daarnaast vergt de berekening van de legitieme porties en de mogelijke inkorting van de schenkingen een gedegen juridisch inzicht in en ervaring met de afwikkeling van nalatenschappen. Van de erfgenamen kan een dergelijk(e) inzicht en ervaring niet verlangd worden. Gelet op deze omstandigheden is de noodzaak tot benoeming van een vereffenaar in het kader van artikel 4:203 lid 1 BW vast komen te staan, zodat de rechtbank tot benoeming van een vereffenaar zal overgaan.

4.3.

De rechtbank is verzocht om zonder voorafgaande mondelinge behandeling tot benoeming van een vereffenaar over te gaan. De rechtbank kan aan dit verzoek tegemoet komen, nu alle in het dossier bekende personen die in artikel 4:206 BW genoemd worden met het verzoek ingestemd hebben zonder een zitting te verzoeken en niet is gebleken dat er door de executeur een ruimschootsverklaring is afgelegd, zodat op grond van de stukken het verzoek kan worden toegewezen.

4.4.

De rechtbank is verzocht om mevrouw Saskia José-Christine Theuns, kandidaat-notaris te Vught, tot vereffenaar te benoemen. Deze voorgestelde vereffenaar heeft zich, blijkens de overgelegde bereidstellingsverklaring, bereid verklaard deze functie te vervullen. De rechtbank acht de voorgestelde vereffenaar, gelet op haar kennis en ervaring als gecertificeerd NOVEX executeur, voldoende geschikt om de functie van vereffenaar te vervullen. De voorgestelde kandidaat-notaris zal tot vereffenaar worden benoemd.

5 De beslissing

De rechtbank

benoemt mevrouw S.J.C. Theuns, kandidaat-notaris, kantoorhoudende te Vught, ten kantore van OWK Notarissen (Maurickplein 1, 5261 BV Vught), tot vereffenaar van de nalatenschap van de overledene;

draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.C. Mommers en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2021.