Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2021:1700

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
261623 / HA ZA 13-257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

IT-zaak over software voor een ZIS en EPD voor ziekenhuizen. Eindvonnis t.a.v. twee ziekenhuizen. Tussenvonnis t.a.v. het laatste nog bij de zaak betrokken ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/261623 / HA ZA 13-257

Vonnis van 14 april 2021

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALERT LIFE SCIENCES COMPUTING B.V.,

gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen Alert NL,

2. de rechtspersoon naar Portugees recht

ALERT LIFE SCIENCES COMPUTING S.A.,

gevestigd te Vila Nova de Gaia (Portugal),

hierna te noemen Alert PT,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

gezamenlijk aan te duiden met het enkelvoud Alert,

advocaat mr. F.M. Peters te Amsterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING JEROEN BOSCH ZIEKENHUIS,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

hierna te noemen JBZ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. H.J.S.M. Langbroek te 's-Gravenhage,

2. de stichting

STICHTING ZUYDERLAND MEDISCH CENTRUM,

voorheen genaamd STICHTING ATRIUM-ORBIS MEDISCH CENTRUM,

rechtsopvolgster van STICHTING ATRIUM MEDISCH CENTRUM PARKSTAD,

gevestigd te Heerlen,

hierna te noemen Atrium,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F. de Vriend te 's-Hertogenbosch,

3. de stichting

STICHTING ST. ELISABETH ZIEKENHUIS,

voorheen STICHTING TWEESTEDEN ZIEKENHUIS,

gevestigd te Tilburg,

hierna te noemen TSZ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. E.J. van de Pas te Arnhem.

JBZ, Atrium en TSZ zullen hierna gezamenlijk de ziekenhuizen genoemd worden. Daarmee doelt de rechtbank ook op de eerdere mede-gedaagden Bernhoven en ZANOB.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 23 december 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis in de hoofdzaak bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In deze procedure is twee keer een rechter vervangen. De redenen daarvoor zijn al toegelicht in de tussenvonnissen van 29 juni 2016 (r.o. 1.3) en 3 oktober 2018 (r.o. 1.3).

2.2.

Alert heeft de procedure in conventie aangespannen tegen vijf gedaagden, waaronder Bernhoven en ZANOB. De rechtbank heeft in eerdere vonnissen al eindbeslissingen genomen in de zaken tussen Alert enerzijds en JBZ, Atrium en ZANOB anderzijds, en over de vorderingen van Alert tegen de ziekenhuizen voor zover gebaseerd op gezamenlijk onrechtmatig handelen van de ziekenhuizen. De vastlegging van die eindbeslissingen in het dictum (onder “de beslissing”) is eerder aangehouden in afwachting van het deskundigenbericht dat in het laatste vonnis in de hoofdzaak van 24 december 2019 was bevolen in de zaak tussen Alert en Bernhoven. Dat deskundigenbericht is niet meer nodig, omdat de zaak tussen Alert en Bernhoven is doorgehaald. Ook de zaak tussen Alert en ZANOB is doorgehaald. Dat betekent dat de eindbeslissingen in de zaken tussen Alert enerzijds en JBZ en Atrium anderzijds en de eindbeslissing over de vorderingen gebaseerd op gezamenlijk onrechtmatig handelen nu in het dictum kunnen worden vastgelegd. De zaak tussen Alert en TSZ is nog niet inhoudelijk behandeld, zodat die zaak opnieuw zal worden aangehouden.

Het verwijt over het gezamenlijk onrechtmatig handelen

2.3.

In het vonnis van 3 oktober 2018 heeft de rechtbank beslist dat de op individueel of gezamenlijk onrechtmatig handelen gebaseerde vorderingen van Alert moeten worden afgewezen (r.o. 10.1).

2.4.

De rechtbank zal in verband met deze vorderingen geen afzonderlijke proceskostenveroordelingen opnemen, maar de proceskosten verwerken in de proceskostenveroordelingen in de individuele zaken.

De zaak tegen JBZ

2.5.

De rechtbank is er ambtshalve van op de hoogte dat in de eerdere zaak tussen JBZ en Alert op 24 september 2019 arrest is gewezen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (op rechtspraak.nl te raadplegen onder nummer ECLI:NL:GHARL:2019:7734) en dat de Hoge Raad het tegen dat arrest ingestelde cassatieberoep heeft verworpen bij arrest van 5 maart 2021 (ECLI:NL:HR:2021:338).

2.6.

In het vonnis van 3 oktober 2018 heeft de rechtbank beslist dat de vordering van Alert tegen JBZ zal worden afgewezen en dat Alert zal worden veroordeeld in de proceskosten ten aanzien van JBZ (r.o. 10.2).

2.7.

De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van JBZ op:

- griffierecht 3.715,00

- salaris advocaat 15.996,00 (4 punten × tarief € 3.999,00)

Totaal € 19.711,00

2.8.

Over die proceskosten zal de door JBZ gevorderde wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis worden toegewezen.

2.9.

Ook de door JBZ gevorderde nakosten van € 131, dan wel in geval van betekening € 199, zijn toewijsbaar.

De zaak tegen Atrium

in conventie

2.10.

In het tussenvonnis van 3 oktober 2018 heeft de rechtbank beslist dat alle vorderingen van Alert tegen Atrium moeten worden afgewezen (r.o. 6.1).

in reconventie

2.11.

In het tussenvonnis van 29 juni 2016 (r.o. 12.45) heeft de rechtbank beslist dat de vordering onder 1 (verklaring voor recht dat Atrium terecht heeft ontbonden) toewijsbaar is.

2.12.

In het tussenvonnis van 3 oktober 2018 (r.o. 7.31) heeft de rechtbank beslist dat de vordering onder 2 (terugbetaling € 2.839.659,) toewijsbaar is en dat ook de daarover gevorderde rente als niet betwist toewijsbaar is.

2.13.

In het tussenvonnis van 24 december 2019 (r.o. 5.99) heeft de rechtbank beslist dat de vordering onder 3 (schadevergoeding € 4.451.408,68) zal worden afgewezen.

2.14.

In het tussenvonnis van 3 oktober 2018 (r.o. 7.98) heeft de rechtbank beslist dat het toewijsbare deel van de vordering onder 4 (juridische kosten) zal worden verwerkt in de proceskostenveroordeling.

2.15.

De rechtbank moet nog beslissen op het bezwaar dat Alert maakt tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis in reconventie en het subsidiaire verzoek van Alert om aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde van zekerheidstelling te verbinden. De rechtbank verwijst voor een uitgebreidere weergave van de standpunten van partijen naar r.o. 7.107 en 7.108 van het vonnis van 3 oktober 2018 en naar de beslissing in r.o. 7.109 van dat vonnis over een van de argumenten van Alert.

2.16.

De rechtbank zal het vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Ook de arresten in de eerdere zaken tegen JBZ en TSZ zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Er is nu definitief zekerheid over de hoogte van de door Alert aan Atrium te betalen bedragen. Atrium heeft er daarom belang bij dat zij net als JBZ en TSZ die bedragen zo snel mogelijk kan innen. Tegen dat belang van Atrium weegt niet op dat Alert een restitutierisico loopt als dit vonnis door een hogere rechter wordt vernietigd. Dat restitutierisico is niet zo groot dat er reden is om aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde van zekerheidstelling te verbinden. In het incidenteel vonnis van 13 september 2017 heeft de rechtbank ten onrechte vermeld dat het eigen vermogen van Atrium in 2016 was geslonken tot minder dan € 100.000,. Het eigen vermogen was eind 2016 juist € 92.339.726,, hetgeen voldoende is voor eventueel verhaal door Alert. De stukken die Alert en Atrium hebben overgelegd in het splitsingsincident (prod. 137 van Atrium en prod. 34 van Alert) wijzen niet op verslechtering van de financiële toestand van Atrium na 2016.

in conventie en in reconventie

2.17.

In het tussenvonnis van 3 oktober 2018 (r.o. 7.99) heeft de rechtbank beslist dat Alert zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten zal worden veroordeeld.

2.18.

In het tussenvonnis van 24 december 2019 (r.o. 5.108) heeft de rechtbank de door Alert aan Atrium te vergoeden proceskosten begroot op:

- in conventie in verband met de vorderingen gebaseerd op de gezamenlijke onrechtmatige daad: 50% van de in een later vonnis volgens het liquidatietarief te berekenen proceskosten;

- in conventie in verband met de vorderingen gebaseerd op wanprestatie: 25% van € 417.906,87 is € 104.476,72;

- in reconventie: 50% van € 417.906,87 is € 208.953,44.

2.19.

De rechtbank begroot de volgens het liquidatietarief berekende proceskosten van Atrium in conventie op:

- griffierecht 3.715,00

- salaris advocaat 13.996,50 (3,5 punten × tarief € 3.999,00)

Totaal € 17.711,50

Bij de begroting van het salaris van de advocaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de conclusie van antwoord, de comparitie van 5 februari 2015, de antwoord nadere conclusie en de comparitie van 4 juni 2018. De overige proceshandelingen hadden alleen betrekking op de vorderingen van Atrium in reconventie.

2.20.

Van dit bedrag van € 17.711,50 betreft 50% ofwel € 8.855,75 de kosten in verband met de vorderingen gebaseerd op de gezamenlijke onrechtmatige daad. Samen met het bedrag van € 104.476,72 voor de vorderingen gebaseerd op wanprestatie moet Alert daarom voor de proceskosten in conventie een bedrag van € 113.332,47 aan Atrium vergoeden.

2.21.

Over de proceskosten in conventie van € 113.332,47 en de proceskosten in reconventie van € 208.953,44 die Alert aan Atrium moet vergoeden, is de wettelijke rente verschuldigd vanaf de vijftiende dag na dit vonnis (r.o. 7.103 vonnis 3 oktober 2018).

2.22.

In het vonnis van 24 december 2019 (r.o. 5.109) is beslist dat de door Atrium gevorderde nakosten (van € 205,00 dan wel € 273,00 indien betekening van dit vonnis plaatsvindt) toewijsbaar zijn.

De zaak tegen TSZ

2.23.

De comparitie in de individuele zaak tegen TSZ heeft nog steeds niet plaatsgevonden. In de eerdere zaak die TSZ heeft aangespannen tegen Alert, heeft Alert cassatie ingesteld tegen het eindarrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 december 2019 (op rechtspraak.nl te raadplegen onder nummer ECLI:NL:GHSHE:2019:4535). Waarschijnlijk zullen Alert en TSZ pas na het arrest van de Hoge Raad verzoeken om de individuele zaak tussen hen voort te zetten. De rechtbank houdt daarom iedere verdere beslissing in deze individuele zaak opnieuw aan.

2.24.

De rechtbank zal onder “De beslissing” al wel de vorderingen afwijzen die Alert heeft ingesteld tegen TSZ op grond van gezamenlijk onrechtmatig handelen door de ziekenhuizen. Dat betekent dat een eventueel hoger beroep tegen de afwijzing van die vorderingen wat betreft alle drie ziekenhuizen tegelijk kan (en moet) worden ingesteld.

2.25.

De rechtbank zal Alert als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten tussen Alert en TSZ die zijn gemaakt in verband met de vorderingen op grond van gezamenlijk onrechtmatig handelen.

2.26.

De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van TSZ op:

- griffierecht 1.857,50 (50% van 3.715,00)

- salaris advocaat 7.998,00 (2 punten × tarief € 3.999,00)

Totaal € 9.855,50

Hierbij is de rechtbank ervan uitgegaan dat de helft van het griffierecht en de helft van het salaris voor de conclusie van antwoord betrekking hadden op de vorderingen op grond van gezamenlijk onrechtmatig handelen en de andere helft op de individuele vorderingen tegen TSZ. De nadere conclusie en de comparitie hadden alleen betrekking op de vorderingen op grond van gezamenlijk onrechtmatig handelen en zijn daarom volledig meegerekend.

3 De beslissing

De rechtbank

ten aanzien van JBZ

3.1.

wijst de vorderingen van Alert tegen JBZ af,

3.2.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten tussen Alert en JBZ, aan de zijde van JBZ tot op heden begroot op € 19.711,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, dan wel € 199,00 als Alert NL en Alert PT niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,

3.4.

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

ten aanzien van Atrium

in conventie

3.5.

wijst de vorderingen van Alert tegen Atrium af,

3.6.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten in conventie, aan de zijde van Atrium tot op heden begroot op € 113.332,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.7.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

3.8.

verklaart voor recht dat de door Atrium jegens Alert buitengerechtelijk

ingeroepen ontbinding van de Framework Agreement d.d. 25 mei 2009 bij brief van 22 juli 2011 rechtens gegrond was,

3.9.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Atrium te betalen een bedrag van € 2.839.659,00 (twee miljoen achthonderdnegenendertig duizendzeshonderdnegenenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag tot aan de dag van volledige betaling, met begroting van die rente over de periode vanaf 7 september 2011 tot 12 juni 2018 op € 540.352,87,

3.10.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van Atrium tot op heden begroot op € 208.953,44, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.11.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, dan wel € 273,00 als Alert NL en Alert PT niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,

3.12.

verklaart deze veroordelingen tot betaling uitvoerbaar bij voorraad,

3.13.

wijst het meer of anders gevorderde af,

ten aanzien van TSZ

3.14.

wijst de vorderingen van Alert tegen TSZ af voor zover die vorderingen gebaseerd zijn op het verwijt van gezamenlijk onrechtmatig handelen door de ziekenhuizen,

3.15.

veroordeelt Alert NL en Alert PT hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten in verband met die afgewezen vorderingen, aan de zijde van TSZ tot op heden begroot op € 9.855,50,

3.16.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

3.17.

houdt de beslissing voor het overige aan,

3.18.

bepaalt dat de individuele zaak tussen Alert en TSZ op de parkeerrol zal komen van 6 oktober 2021 en bepaalt dat de zaak weer op de gewone rol zal worden gezet voor overlegging van de arresten die in de eerdere zaak tussen TSZ en Alert zijn of nog worden gewezen zodra Alert en/of TSZ om voortzetting van de zaak vragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, mr. M.E. Bartels en mr. M. van den Brink en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021.