Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2021:1510

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
02-04-2021
Zaaknummer
01-048832-20 O
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot een bedrag van

€ 105.414,-- in verband met het tezamen en in vereniging telen van hennep gedurende een aantal jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer ontneming: 01.048832.20

Datum uitspraak: 2 april 2021

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [adres 1] .

Onderzoek ter terechtzitting.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 maart 2021.

De vordering van de officier van justitie.

De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 195.361,60 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt de vordering af te wijzen, aangezien verdachte integraal van de hem ten laste gelegde feiten vrijgesproken zou dienen te worden, subsidiair aangezien niet blijkt dat verdachte enige opbrengst heeft gehad uit de hennepkwekerij, en voorts omdat de berekening die aan de vordering van de officier van justitie ten grondslag ligt niet juist is.

De bewijsmiddelen.

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] d.d. 27 juni 2018 (p. 20 - 27). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

[p. 22] Ik woon aan de [adres 2] . Ik ben eigenaar van het pand.

Op een gegeven moment trof ik iemand die voorstelde om bij mij een wiethok te maken. Dit zal eind 2012 begin 2013 geweest zijn.

[p. 23] Een man die ik kende. [verdachte]

heb ik voor het laatst gezien, ongeveer 2 maanden geleden. [verdachte] is toen met de laatste oogst vertrokken waar ik nog steeds geen geld van heb gezien.

V: Wanneer is het kweken van hennep gestart?

A: In 2013 weer alles opgebouwd en gestart.

[p. 24] V: Hoeveel hennepplanten stonden er per m2 in de hennepkwekerij?

A: Dit was niet iedere keer het zelfde. Er hebben er zelf een keer 110 gestaan. Dit was totaal. Hoeveel per m2 weet ik zo niet.

V: Wie en Waar werden de kweekmaterialen gekocht?

A: [verdachte] deed dit.

V: Wat waren de totale kosten voor de inrichting van de hennepkwekerij.

A: Ik weet dat er 1000 euro opzij werd gelegd voor de onkosten. Ik vermoed dat [verdachte] zijn eigen kosten daar ook vanaf haalde.

V: Hoe ben jij aan de hennepplantjes/hennepstekken gekomen?

A: [verdachte] regelde dit.

V: Hoe vaak is er tot nu toe hennep geoogst?

A: Dit jaar 2 keer. Vorig jaar 4 keer. De jaren ervoor ook ongeveer 4 keer. Twee keer is gebeurd dat het te warm is geworden.

V: Hoe werd de oogst verkocht? (bewerkt of onbewerkt c.q. nat of droog)

A: Dit regelde [verdachte] . Het werd altijd droog verkocht. Toen [persoon] erbij was ging het ook nat weg.

V: Hoeveel gram hennep oogstte je gemiddeld per hennepplant of per m2 ?

A:Dit wisselde per oogst. Laatste keer hadden we 2 kg droog.

V: Hoe is de oogst verwerkt (knippen en drogen)?

A: Knippen en drogen deed ik zelf of met [verdachte] .

Opbrengst

V: Hoeveel geld zou jij voor de hennepoogst krijgen?

A: Dit wisselde tussen de 800 en 1000 euro per keer dat ik kreeg om het bij mij te kweken.

Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij [medeverdachte] (p. 63 - 69). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

[p. 63] Ontnemingsperiode

Van 1 januari 2013 tot 1 juni 2018. Deze periode beslaat 282 weken. De verdachte gaf aan dat hij sinds 2013 tot en met de aanhouding gekweekt heeft. De verdachte gaf aan 4 oogsten per jaar te hebben.

[p. 64] 6. Wederrechtelijk verkregen voordeel

Aantal kweekruimtes : 1

Vaststelling opbrengst per oogst in de kweekruimte

Aangetroffen planten/potten

In de kweekruimte stonden minimaal 100 hennepplanten en/of potten.

Ik stelde dit vast door de hennepplanten en/of potten te tellen.

De oppervlakte van de beplanting in de kweekruimte was 5,94 m2.

Per m2 stonden er 16,8 hennepplanten en/of potten, 17 afgerond en dit is in het voordeel van de verdachte.

Financiële opbrengst per oogst

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal EUR 4070,00 per kilogram.

- Boom rapport 1 juni 2016 (kweekperiode van 1 juni 2016 tot en met 1 juni 2018)

4070,00

- Boom rapport 1 november 2010 (kweekperiode van 1 januari 2013 tot en met 1 juni 2016)

EUR 3280 EUR

Vaststelling eerdere oogsten in de kweekruimte

Uitgangspunt is een gemiddelde kweekcyclus van tien weken per oogst. De vermelde eerdere

oogst(en) is vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken:

- Verklaring verdachte [medeverdachte] :

- Dat hij sinds 2013 tot en met juni 2018 hennep kweekte op de [adres 2] .

- Dat de verdachte [verdachte] de hennepstekken leverde bij de [adres 2] en de andere benodigde spullen voor de hennepkwekerij

- Dat verdachte [medeverdachte] de hennepplanten verzorgde

- Dat er 4 oogsten per jaar gekweekt werden.

- Dat de hennep vervolgens naar de verdachte [verdachte] ging

- Dat de verdachte [verdachte] de hennep verkocht

- Dat de verdachte [verdachte] 800 tot 1200 euro per kweek aan de verdachte [medeverdachte] gaf

[p. 66] Hennep resten

Verdroogde resten van hennepplanten waren aangetroffen op in de hennepkwekerij werd op een krant een hoeveelheid hennepresten aangetroffen. In de ruimte naast de hennepkwekerij (voorzolder) troffen wij vuilniszakken aan met resten van hennep. Deze resten bestonden uit henneptakken en hennepgruis.

Kalkafzetting

In de kweekruimte bevond zich een op kalk gelijkende afzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten. De hoogte van de op kalk gelijkende afzetting aan de onderzijde van de potten en op het zeil tegen de opstaande rand kwam overeen.

Stof op koolstoffilters

De aangetroffen koolstoffilters waren in de kweekruimte bevestigd met behulp van een ijzeren ketting. Het filterdoek van de koolstoffilters was vervuild. Bij het verplaatsen van de bevestiging bleek dat op de plaats (en) waar deze was aangebracht,

het filterdoek een aanzienlijk lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de kleur van het overige filterdoek. Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in de kweekruimte is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kweekruimte waren bevestigd.

De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de

kweekruimte, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht.

Stof op voorwerpen

Er lag stof op: de kappen van de armaturen van de assimilatielampen het stoffilter van de koolstofcilinder. Op de behuizing van de ventilatoren en de toegangsdeur tot de hennepkwekerij. Vervuiling met stof in een hennepkwekerij treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op voormelde goederen terecht.

Verkleuring van houten latten

Het hout van de latten waaraan de assimilatielampen waren opgehangen was verkleurd op de plaatsen waar de lampen waren bevestigd aan de lat.

Droogrekken

Wij zagen dat er meerdere droognetten in de kweekruimte lagen was een aantal droogrekken aangetroffen. Op deze droogrekken waren resten van hennepplanten aangetroffen.

Knipscharen

Wij zagen dat de scharen in de hennepkwekerij zelf en de voorzolder lagen waren knipschaartjes aangetroffen. Op deze knipschaartjes bevonden zich hennepresten.

[p. 67] Kostenberekening in de kweekruimte

Verdachte [medeverdachte] betrok de elektriciteit op illegale wijze en door [bedrijf] werd hiervan aangifte gedaan. Verdachte [medeverdachte] heeft de kosten van de illegale stroomafname terugbetaald aan [bedrijf] . Dit bedrag betrof 2000 euro.

Uit het onderzoek rijst de verdenking dat verdachte voor het knippen van de hennepplanten geen kosten heeft gemaakt. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal er dan ook geen rekening mee worden gehouden. Uit het onderzoek rijst het vermoeden dat er ten behoeve van de huisvesting geen extra kosten gemaakt zijn. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal er dan ook geen rekening mee worden gehouden. De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken (FPA)

als volgt:

Boom rapport 2016: 1 juni 2016 tot en met 1 juni 2018

Afschrijvingskosten : EUR 150,00 (Tabel pag. 3 rapport van FPA 1-11-2010)

Hennepstekken : EUR 381,00 (EUR 3,81 per stek/plant)

Variabele kosten : EUR 388,00 (EUR 3,88 per stek/plant)

Elektriciteitskosten : EUR 0,00 (Bedrag per oogst/ruimte)

Kosten knippers : EUR 0,00 (EUR 0,00 per stek/plant)

Huisvestingskosten : EUR 0,00 (Bedrag per oogst/ruimte)

Totaal aan kosten : EUR 919,00

Boom rapport 2010 = 1 januari 2013 tot en met 1 juni 2016

Afschrijvingskosten : EUR 150, 00

Hennepstekken : EUR 285,00 (EUR 2,85 per stek/plant)

Variabele kosten : EUR 333,00 (EUR 3,33 per stek/plant)

Totaal aan kosten : EUR 768,00

De beoordeling

De vordering is tijdig ingediend.

De meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant heeft bij vonnis van 2 april 2021 in de hoofdzaak onder genoemd parketnummer als strafbaar feit bewezen verklaard:

- medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde feit of andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door veroordeelde zijn begaan.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen zijn er naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen dat door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] gedurende meerdere jaren hennepplanten zijn geteeld en daarmee dat andere strafbare feiten dan waarvoor hij veroordeeld is, door hem zijn begaan en dat hij daaruit voordeel heeft verkregen. Er is sprake geweest van meerdere oogsten. In de kweekruimte zijn verdroogde resten van hennepplanten en afvalresten bestaande uit henneptakken en hennepgruis aangetroffen. Daarnaast gaat de rechtbank uit van de door mededader [medeverdachte] afgelegde verklaringen.

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte voordeel heeft verkregen uit de baten van andere feiten dan waarvoor de veroordeling van verdachte heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht het aannemelijk dat verdachte in totaal 22 oogsten heeft gehad waaruit hij voordeel heeft genoten. De rechtbank zal daarbij, nu uit de processtukken niet blijkt van in deze zaak concrete gegevens over de hennepkwekerij, oogsten, opbrengsten en kosten, bij haar schatting uitgaan van de standaardberekening en normen zoals verantwoord in de rapporten ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken (voorheen BOOM) van 1 juni 2016 en 1 november 2010 (hierna te noemen: ‘BOOM rapporten’).

Financiële opbrengst per oogst

De rechtbank zal bij de schatting hoeveel een oogst aan gedroogde hennep heeft opgeleverd, uitgaan van de daarover door [medeverdachte] afgelegde verklaring, te weten 2 kilogram gedroogde hennep.

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. De rapporten van Functioneel Parket Afpakken volgend voor de onderscheiden periodes bedroeg de financiële opbrengst per oogst als volgt:.
- BOOM rapport 1 juni 2016 (kweekperiode van 1 juni 2016 tot en met 1 juni 2018)
De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 2 kilogram x EUR 4070,00 = EUR 8140,00
- BOOM rapport 1 november 2010 (kweekperiode van 1 januari 2013 tot en met 1 juni 2016)
De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 2 kilogram x EUR 3280 EUR= EUR 6560,00

Hoeveelheid oogsten

In de periode 2013 tot en met 2017 waren er volgens de verklaring van [medeverdachte] vier oogsten per jaar. In totaal komt dat neer op 20 oogsten. In 2018 waren er volgens de verklaring van [medeverdachte] twee oogsten. Dat maakt 22 oogsten in totaal. Van die oogsten vallen 14 oogsten in de periode vóór 1 juni 2016 (BOOM rapport 2010) en 8 in de periode ná 1 juni 2016 (BOOM rapport 2016).

Er zijn twee oogsten mislukt, zo verklaart [medeverdachte] in zijn eerste verklaring. De rechtbank gaat er in het voordeel van verdachten vanuit dat die twee oogsten ná 1 juni 2016 hebben plaatsgevonden. De rechtbank gaat derhalve uit van zes oogsten ná 1 juni 2016.

Kosten

BOOM rapport 2016: 1 juni 2016 tot en met 1 juni 2018 = 6 kweken

Afschrijvingskosten : EUR 150,00 (Tabel pag. 3 rapport van FPA 1-11-2010)
Hennepstekken : EUR 381,00 (EUR 3,81 per stek/plant)
Variabele kosten : EUR 388,00 (EUR 3,88 per stek/plant)
Elektriciteitskosten : EUR 0,00 (Bedrag per oogst/ruimte)
Kosten knippers : EUR 0,00 (EUR 0,00 per stek/plant)
Huisvestingskosten : EUR 0,00 (Bedrag per oogst/ruimte)
Totaal aan kosten : EUR 919,00

Boom rapport 2010 = 1 januari 2013 tot en met 1 juni 2016 = 14 kweken
Afschrijvingskosten : EUR 150, 00
Hennepstekken : EUR 285,00 (EUR 2,85 per stek/plant)
Variabele kosten : EUR 333,00 (EUR 3,33 per stek/plant)
Totaal aan kosten : EUR 768,00

BOOM rapport 1 juni 2016: kweekperiode 1 juni 2016 tot en met 1 juni 2018 (6 kweken)
Bruto opbrengst 6 oogst(en) x EUR 8140,00 = EUR 48.840,-
Totale kosten 6 oogst(en) x EUR 919,00 EUR -/- 5.514,-
Wederrechtelijk verkregen voordeel EUR 43.326,-

BOOM rapport 1 november 2010: kweekperiode 1 januari 2013 tot en met 1 juni 2016 (14 kweken)
Bruto opbrengst 14 oogst(en) x 6560,00 EUR = 91.840,-
Totale kosten 14 oogst(en) x 768,00 EUR -/- 10.752
Wederrechtelijk verkregen voordeel EUR 81.088,-

In totaal komt dat neer op een wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal (43.326,- EUR + 81.088,- EUR = ) EUR 124.414,-.

De verdachte heeft aan medeverdachte [medeverdachte] per oogst een deel uit de opbrengst betaald voor zijn aandeel in de hennepkwekerij, in totaal een bedrag van EUR 19.000,- voor 19 oogsten: er is in totaal 22 maal geoogst, maar 2 oogsten waren mislukt en voor de laatste oogst heeft [medeverdachte] niet betaald gekregen. Dit bedrag dient in mindering te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde. Dit komt neer op (EUR 124.414,- – 19.000,- =) EUR 105.414,-.

Conclusie van de rechtbank.
Op grond van al het voorstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op EUR 105.414,-.

De rechtbank zal de duur van de gijzeling, die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd, bepalen op 1080 dagen.

Toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

EUR 105.414,- (honderd en vijfduizend vierhonderdveertien euro).

Legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van EUR 105.414,-, ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij heeft verkregen door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld evenals andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat die door veroordeelde zijn begaan.

Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C. Palmboom, voorzitter,

mr. W.F. Koolen en mr. F. Schneider, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F.H.R.M. Robbers, griffier,

en is uitgesproken op 02 april 2021.