Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:6533

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-12-2020
Datum publicatie
18-03-2021
Zaaknummer
20/1795
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 20/1795

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [naam] )

en

Belastingdienst-Toeslagen, verweerder

Procesverloop

Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 mei 2020 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. De indiener heeft binnen de gestelde termijn geen machtiging overlegd. De rechtbank heeft de indiener bij brief van 6 juli 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien de indiener niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De indiener heeft binnen deze termijn geen kopie van de machtiging toegestuurd. De griffier heeft de indiener bij brief van 13 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld binnen een week na dagtekening van de brief de rechtbank schriftelijk mede te delen wat de reden is van het niet tijdig herstellen van het verzuim. De rechtbank heeft het kopie van het bestreden besluit en de machtiging pas ontvangen op
20 augustus 2020. Dit is echter buiten de termijn van vier weken.

4. De indiener heeft binnen vier weken geen machtiging ingediend.

5. De indiener heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.D. Streefkerk, rechter, in aanwezigheid van
A. Ibrahimovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 30 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.