Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:6524

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-12-2020
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
20/1333V, 20/1330V en 20/1335V
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 20/1333V

SHE 20/1330V

SHE 20/1335V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2020 op het verzet van

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad, opposant.

Procesverloop

Bij uitspraak van 10 augustus 2020 heeft de rechtbank het beroep van drie eisers, vanwege het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning eerste fase voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van een hotel aan de [adres] , met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gegrond verklaard. De rechtbank heeft het met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit, vernietigd en bepaald dat opposant binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend moet maken, op straffe van een dwangsom, per eiser, van € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

Tegen deze uitspraak heeft opposant bij brief van 1 september 2020 verzet gedaan.

Opposant heeft niet gevraagd om op het verzet te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de aangevochten uitspraak overwogen dat de door de rechtbank in haar uitspraak van 27 januari 2020 gestelde termijn twaalf weken bedraagt. Omdat opposant niet tegen deze uitspraak in hoger beroep was gegaan, kon deze termijn niet onderhevig zijn aan discussie. Ook kon het dictum niet worden gewijzigd door de mededeling van opposant dat hij een langere beslistermijn nodig had.

Omdat opposant volgens de rechtbank zelf had aangegeven een termijn van 26 weken na 27 januari 2020 reëel te achten, heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om een afwijkende termijn te bepalen. Daarom heeft de rechtbank de termijn voor bekendmaking van een besluit op de aanvraag bepaald op uiterlijk twee weken na verzending van de uitspraak van 27 januari 2020.

2. Opposant voert in verzet aan dat de rechtbank in de aangevochten uitspraak, mogelijk door een misverstand, de door hem in het verweerschrift in die zaak genoemde termijn van 26 weken na de uitspraak van 27 januari 2020 (uiterlijk 1 augustus 2020) voor het nemen van een ontwerpbesluit heeft opgevat als een termijn voor het nemen van een besluit. Dit misverstand zou niet zijn ontstaan, als opposant in de gelegenheid zou zijn gesteld om zijn standpunt op een zitting toe te lichten. Van een kennelijk gegrond beroep is daarom geen sprake. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte zonder zitting op het beroep beslist.

Verder acht opposant de opgelegde dwangsom per belanghebbende ongebruikelijk in een situatie dat niet door de aanvrager van de vergunning zelf beroep vanwege niet tijdig beslissen wordt ingesteld. Omdat aan de zijde van belanghebbenden geen sprake is van schade, verzoekt opposant de dwangsommen op nihil te stellen, dan wel het bedrag te matigen tot € 1.442,00 per belanghebbende.

3. Opposant merkt terecht op dat de rechtbank er in de aangevochten uitspraak ten onrechte vanuit is gegaan dat opposant een termijn van 26 weken voor het nemen van een besluit op de aanvraag redelijk achtte. Alleen al omdat hiermee niet duidelijk is hoe de rechtbank zou hebben geoordeeld als hij van een juiste lezing zou zijn uitgegaan, is het verzet gegrond.

4. Omdat het verzet gegrond is, vervalt de uitspraak van 10 augustus 2020 en hervat de rechtbank het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in aanwezigheid van A. Ibrahimovic, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 24 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.