Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:5853

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27-11-2020
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
19/3078
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 19/3078

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H.C.M. Schaeken),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: A.G. Lavrijsen).

De procedure

Eiseres heeft een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd. In het besluit van 11 januari 2019 staat dat eiseres deze uitkering niet krijgt bij einde wachttijd 5 februari 2019.

Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. In het besluit van 28 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft bij brief van 23 oktober 2020 een nader stuk ingediend. Het Uwv heeft daarop gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Wat ging vooraf aan deze zaak?

1. Eiseres, geboren op [geboortedag] 1980, was vanaf 1 januari 2014 voor ongeveer 32 uur per week werkzaam als agrarisch medewerkster. Op 7 februari 2017 meldde zij zich ziek met psychische klachten. Op 15 november 2018 heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd.

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres is door de verzekeringsartsen van het Uwv medisch onderzocht. De verzekeringsarts Bezwaar en Beroep (B&B) heeft de beperkingen van eiseres vastgelegd in de zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Er zijn beperkingen aangenomen in de rubrieken Persoonlijk en Sociaal functioneren en Werktijden in verband met de psychische klachten, in de rubriek Aanpassing aan fysieke omgevingseisen in verband met de longklachten en in de rubriek Statische houdingen in verband met de knieklachten. Vervolgens hebben de arbeidsdeskundigen van het Uwv bekeken welke voorbeeldfuncties eiseres met deze beperkingen nog kan uitvoeren. Volgens de arbeidsdeskundige B&B kan eiseres de werkzaamheden in de volgende functies verrichten:

 productiemedewerker, samenstellen van producten (SBC-code 111180)

 wikkelaar, nieuw en revisie (SBC-code 267053)

 medewerker tuinbouw: planten, bloemen en vruchten (SBC-code 111010)

Het gemiddelde uurloon dat eiseres met deze functies kan verdienen is vergeleken met het uurloon dat zij zou verdienen als agrarisch medewerkster indien zij niet ziek was geworden. Hieruit volgt dat er sprake is van een loonverlies van 0%. Omdat dit minder is dan 35% heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres met ingang van 5 februari 2019 geen WIA-uitkering krijgt. De vraag die de rechtbank in deze zaak moet beantwoorden is of dat terecht is.

3. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. Volgens eiseres zijn haar beperkingen door de verzekeringsartsen van het Uwv onderschat. Zij acht zichzelf absoluut (nog) niet in staat om fulltime (betaalde) werkzaamheden te verrichten. Eiseres vindt het lastig om haar eigen grenzen aan te geven en de laatste maanden ervaart zij meer lichamelijke en psychische klachten. Om haar standpunt te ondersteunen heeft eiseres in beroep het Zorgplan van juni 2020 van NovaFarm-Grip overgelegd.

Wat zijn de wettelijke regels?

4. In de wet is beschreven wanneer iemand recht heeft op een WIA-uitkering. Na een ziekteperiode van 104 weken na de eerste ziektedag (de zogeheten wachttijd) kan worden beoordeeld of de persoon in aanmerking komt een WIA-uitkering. Er bestaat recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, als deze persoon minimaal 35% arbeidsongeschikt is. Dit is geregeld in artikel 5 van de Wet WIA.

5. Hoe beoordeelt de rechtbank het besluit van het Uwv? De rechtbank stelt voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Die rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De rapporten:

  • -

    moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;

  • -

    mogen geen tegenstrijdigheden bevatten;

  • -

    moeten conclusies bevatten die logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen.

Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. De rechtbank beoordeelt of de rapporten die over eiseres in deze zaak zijn opgesteld, voldoen aan de hierboven genoemde voorwaarden.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank is van oordeel dat de medische en arbeidsdeskundige rapporten voldoen aan voornoemde voorwaarden. De rechtbank komt tot de conclusie dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres met ingang van 5 februari 2019 geen WIA-uitkering krijgt. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond. De motivering van deze beslissing heeft de rechtbank hierna opgenomen.

Medische beoordeling

7. De rechtbank is van oordeel dat de rapporten van de verzekeringsartsen waarop het Uwv zich baseert, zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Dat blijkt uit de onderzoeksactiviteiten die zij hebben verricht. Die activiteiten vat de rechtbank hieronder kort samen.

8. Volgens het rapport van 27 december 2018 heeft de eerste verzekeringsarts het dossier bestudeerd en eiseres gezien op het spreekuur op 18 februari 2018. De verzekeringsarts heeft de voorgeschiedenis met eiseres besproken en haar psychisch en lichamelijk onderzocht.

9. De situatie van eiseres is vervolgens beoordeeld door een verzekeringsarts B&B. Volgens het rapport van 8 augustus 2019 heeft de verzekeringsarts B&B het dossier bestudeerd en de hoorzitting op 8 augustus 2019 bijgewoond.

10. De rechtbank is van oordeel dat de rapporten van de verzekeringsartsen van het Uwv geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de conclusies van de rapporten logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen. Eiseres heeft in beroep geen medische stukken ingebracht waaruit blijkt dat er meer beperkingen vastgesteld hadden moeten worden dan nu is gedaan. De rechtbank ziet geen reden om aan de conclusies in de rapporten te twijfelen. Dit legt de rechtbank hieronder uit.

11. Eiseres voert in beroep aan dat er volgens haar sprake is van meer beperkingen. Zij heeft in haar beroepschrift bij verschillende onderdelen in de FML een toelichting gegeven. De rechtbank merkt daarover op dat de FML het resultaat is van de beoordeling van de verzekeringsarts en niet een registratie van klachten en belemmeringen die eiseres - subjectief - ervaart. De verzekeringsarts beoordeelt wat eiseres kan, dan wel wat in haar vermogen ligt om te doen zonder dat aantoonbare gezondheidsschade of letsel optreedt bij de aangegeven belastbaarheid. Subjectief ervaren klachten als pijn, vermoeidheid en onvermogen kunnen niet als maatstaf gelden en dienen altijd aan de objectief medische feiten getoetst te worden.

12. In het door eiseres overgelegde Zorgplan van NovaFarm-Grip van juni 2020 is vermeld dat zij bekend is met psychische klachten, omschreven als PTSS. Er is een begeleidingsplan opgesteld die diverse levensgebieden, zoals wonen, dagbesteding, familie-en sociale contacten en financiën bestrijkt. Met betrekking tot haar psychisch functioneren wordt in het Zorgplan opgemerkt dat eiseres in 2019 kort in behandeling is geweest bij GGzE en dat de behandeling is afgesloten na een succesvol afgeronde groepstraining. Eiseres is na een training ter zake communicatief vaardig maar behoudt een bepaalde kwetsbaarheid. De rechtbank ziet in deze informatie niet terug dat eiseres ernstiger beperkt zou zijn dan reeds is vermeld in de FML, niet alleen omdat het zorgplan is opgesteld ver na de zogeheten datum in geding 7 februari 2019 maar ook omdat het hier geen medische informatie betreft die de door haar in beroep geclaimde - veelal lichamelijke - beperkingen onderbouwt.

13. Eiseres merkt op dat zij de laatste maanden meer lichamelijke en psychische klachten ervaart. De rechtbank merkt hierover op dat, wanneer eiseres van mening is dat haar klachten na 5 februari 2019 zijn verergerd en zij opnieuw beoordeeld zou moeten worden, zij zich bij het Uwv toegenomen arbeidsongeschikt kan melden. Omdat het in het bestreden besluit en deze beoordeling (alleen) gaat om de medische situatie van eiseres op of omstreeks 5 februari 2019 (de zogenoemde datum in geding), kan de rechtbank een eventuele verslechtering van de gezondheid van eiseres na die datum niet bij de beoordeling in deze zaak meenemen.

Arbeidsdeskundige beoordeling

14. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige B&B zich heeft gebaseerd op de beperkingen die zijn vastgelegd in de FML. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige B&B in het rapport van 25 oktober 2019 duidelijk en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de werkzaamheden in de geselecteerde functies geschikt zijn voor eiseres. De conclusie van de arbeidsdeskundige B&B is dat de belastbaarheid van eiseres niet wordt overschreden. Daar waar sprake is van signaleringen en mogelijke overschrijdingen is door de arbeidsdeskundige B&B onderbouwd waarom de geselecteerde functies geschikt zijn voor eiseres. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan de conclusies in het rapport te twijfelen.

Wat gebeurt er met de kosten van deze procedure?

14. Omdat eiseres geen gelijk krijgt, hoeft het Uwv de proceskosten die eiseres heeft gemaakt en het griffierecht dat zij heeft betaald, niet aan haar te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van ‘t Klooster, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.C.W. Emmen, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op

27 november 2020.

de griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij Centrale Raad van Beroep.