Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:5721

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
18-11-2020
Zaaknummer
01-095152-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van verdenking openlijk geweldpleging subsidiair mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.095152.19

Datum uitspraak: 18 november 2020

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[Verdachte] ,

[geboortedatum] 1988,

[adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 november 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 september 2020.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 04 november 2020 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

T.a.v. feit 1 primair:

hij op of omstreeks 20 december 2018 te Best

openlijk, te weten, op/aan de Nieuwstraat 79 en/of in/bij de Quatre Bras, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of ten aanschouwe van en/of zichtbaar voor publiek,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [Slachtoffer]

door die [Slachtoffer] één of meerdere malen in het gezicht en/of op het hoofd en/of tegen het lichaam te stompen en/of te slaan, terwijl dit door hen/hem gepleegde geweld enig letsel, te weten een gebroken kaak ten gevolge heeft gehad;

T.a.v. feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 20 december 2018 te Best tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [Slachtoffer] heeft mishandeld door die [Slachtoffer] één of

meerdere malen in het gezicht en/of op het hoofd en/of tegen het lichaam te stompen en/of te slaan;

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie heeft de oplegging gevorderd van een taakstraf voor de duur van 120 uur te vervangen door 60 dagen hechtenis.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht dat de verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde vrij te spreken.

Vrijspraak.

De rechtbank acht, met de raadsman, niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, dan wel mishandeling, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op grond van het dossier en de behandeling ter zitting is gebleken dat verdachte samen met [medeverdachte] en een groep collega’s van het bedrijf waar zij toentertijd werkten op 20 december 2018 een kerstborrel hadden bij restaurant Quatre Bras te Best. Tijdens die avond is er op het terras van Quatre Bras onenigheid ontstaan tussen enerzijds verdachte en medeverdachte en anderzijds aangever [Slachtoffer] .

Over wat er daarna is voorgevallen lopen de verklaringen van de aangever, de getuigen en de verdachten uiteen. Zo heeft de aangever verklaard dat hij is geslagen vanuit een dode hoek en dat hij vermoed dat verdachte hem als eerste sloeg en [medeverdachte] daarna.

Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat [medeverdachte] als eerste sloeg. Dat deed hij met zijn vuist en raakte aangever in het gezicht. Verdachte weet niet meer waar in het gezicht.

[medeverdachte] heeft echter verklaard dat hij geen enkele herinnering meer heeft aan die avond doordat hij 30 glazen whisky had gedronken.

[getuige] verklaard dat [Slachtoffer] over verdachte gebogen stond en hem een duw gaf, waarna de vechtpartij ontstond. Hij kon niet goed zien wie wie sloeg, maar benoemt wel dat [Slachtoffer] naar [medeverdachte] uithaalde. [getuige] heeft verklaard dat hij ertussen gesprongen is en dat aangever toen ook naar hem uithaalde.

[getuige] , assistent manager van Quatre Bras, heeft niet meer duidelijkheid over die avond kunnen verschaffen. Hij heeft verklaard dat hij rumoer hoorde op het terras en dat hij toen naar buiten is gelopen. Toen hij buiten kwam zag hij dat aangever al onder het bloed zat en zijn kaak vast hield en dat er niet meer fysiek gevochten werd.

De toenmalige werkgever van verdachte en [Slachtoffer] heeft verklaard dat hij zelf niets heeft gezien, maar dat hij van zijn personeel heeft gehoord dat verdachte aangever heeft geslagen. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden wie dat tegen de werkgever heeft verklaard.

De politie heeft nog getracht meerdere getuigen te benaderen, maar deze waren of onvindbaar of wilden niet verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek tekort is geschoten. Dit is, met name vanwege het tijdsverloop, niet meer te herstellen. Er bestaan nu zoveel tegenstrijdigheden in het dossier dat op grond van de wettige bewijsmiddelen niet meer is vast te stellen wat zich precies heeft voorgedaan.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verdachte zowel voor het primair, als het subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

acht het primair en subsidiair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.M. Zandbergen, voorzitter,

mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. C.A. Mandemakers, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.E. van Langen - Wouda, griffier,

en is uitgesproken op 18 november 2020.