Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:5696

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
01/078099-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in zijn hoedanigheid van leraar aan een school voor speciaal onderwijs schuldig gemaakt aan het over een langere periode herhaaldelijk plegen van ontuchtige handelingen met een op dat moment elfjarig meisje. Ook heeft verdachte zich met zijn computer toegang verschaft tot kinderporno.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder behandeling zal stellen. Daarnaast wordt verdachte gedurende vijf jaren ontzet uit het recht het beroep van leraar uit te oefenen voor zover het betreft onderwijs/begeleiding van minderjarigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.078099.20

Datum uitspraak: 17 november 2020

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren [geboortejaar] 1955,

wonende te [adres 1] ,

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 november 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 oktober 2020.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat (hij):

T.a.v. feit 1:

op één of meer tijdstippen in de periode van omstreeks 1 november 2018 tot en met 23 maart 2019 Boxmeer met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [datum] 2007), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- betasten van de (blote) borsten van die [slachtoffer] en/of

- wrijven over de borsten van die [slachtoffer] en/of (daarbij) in het oor fluisteren/zeggen “dat vind jij toch wel goed”, althans woorden van soortgelijke strekking

T.a.v. feit 2:

hij (op een of meer tijdstippen) op/in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 25 maart 2019 te [woonplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, afbeeldingen, te weten afbeeldingen/foto’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - te weten een laptop, van het merk Leveno, met goednummer 523694 van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verworven

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of eikel van de penis, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(zie record 1, pagina 169 van het proces-verbaal en/of record 8, pagina 171 van het proces-verbaal)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, te weten een kralenketting en/of choker en/of een stijve penis en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(Zie record 2, pagina 169 van het proces-verbaal en/of record 3, pagina 169 van het proces-verbaal en/of record 4, pagina 170 van het proces-verbaal en/of record 5, pagina 170 van het proces-verbaal en/of record 6, pagina 170van het proces-verbaal en/of record 7, pagina 170 van het proces-verbaal en/of record 9, pagina 171 van het proces-verbaal en/of record 10, pagina 171 van het proces-verbaal)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding.

Verdachte wordt verweten dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een destijds 11-jarig meisje en dat hij kinderporno in bezit heeft gehad, heeft verworven of zich daartoe toegang heeft verschaft.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte erkent gedeeltelijk het onder feit 1 ten laste gelegde te hebben begaan. De verdediging voert verweer ten aanzien van een tweetal bewijsmiddelen. Daarnaast stelt de verdediging zich op het standpunt dat vrijspraak dient te volgen voor het onder feit 2 ten laste gelegde ten aanzien van het verwerven en het in bezit hebben van kinderporno.

Bewijsmiddelen. 1

Met betrekking tot feit 1:

De verklaring van verdachte ter terechtzitting. 2 Voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven -:

Hetgeen het slachtoffer tegenover de politie heeft verklaard is correct. Sinds november 2018 gaf ik twee dagen per week les aan de klas van het slachtoffer op een school voor speciaal basisonderwijs in Boxmeer. In het klaslokaal op die basisschool heb ik de borsten van het slachtoffer onder haar kleding aangeraakt. Wanneer ik met mijn handen onder haar kleding ging, dan hield ik haar borsten vast. Het aanraken van de borsten van het slachtoffer gebeurde denk ik iedere week.

Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met mevrouw [persoon 1] (moeder van [slachtoffer] ) (p. 37). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Op zondag 24 maart 2019 zag [persoon 1] het dagboek van [slachtoffer] open liggen. Ze las daarin dat [slachtoffer] geschreven had dat meneer [verdachte] aan haar borsten had gezeten.

Waar is het gebeurd: [adres 2]

Wanneer is het gebeurd: Tussen 1 november 2018 tot en met 22 maart 2019.

Proces-verbaal van aangifte, gedaan door [persoon 1] , moeder van [slachtoffer] , op 29 maart 2019 (p. 40, 42). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

[p. 40] [slachtoffer] is 11 jaar. [slachtoffer] heeft in haar dagboek geschreven dat haar leraar aan haar borsten heeft gezeten. [slachtoffer] vertelde mij dat het meteen is begonnen toen hij daar op school kwam en dat is begin november 2018 geweest.

[p. 42] Ze vertelde mij dat hij achter haar ging zitten op een kruk en dan met zijn handen onder haar shirt ging en daarna onder haar topje, zijn handen op haar borsten legde, hier een paar keer overheen wreef en toen zijn handen er weer onderuit haalde. Hij fluisterde dan in haar oren: "Dat vind jij toch wel goed?".

Verslag verbatim studioverhoor [slachtoffer] , geboren op [datum] 2007, d.d. 5 april 2020 (p. 63 - 88). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

[p. 63-67] Ik kom praten over mijn meester. Hij heeft tijdens schooltijd aan mijn borst gezeten. Ik weet ook hoelang 't heeft geduurd. Ik denk sinds november, vorig jaar, want toen was die ongeveer d'r gekomen. Hij heet [verdachte] . Hij pakte dan een kruk en ging achter mij zitten en dan kwam die aan m'n borsten. Dat is elke donderdag en elke vrijdag gebeurd, behalve als ik een jurk aan heb dan kan die dat niet doen.

[p. 70-72] Hij doet 't eigenlijk niet zo als ik mijn shirt aan heb (10:36:04 getuige heft haar beide handen voor haar borsten) ook gewoon, maar dan doet de mijn shirt zo (getuige gaat met haar linkerhand onder haar sweater) dan pakt die 't zo. Met z'n blote handen gewoon. Hier zo onder m'n trui. En dan pakte die 't (10:36-58 getuige legt haar linkerhand op haar linkerborst). Mijn hemd en topje doet die dan ook gewoon omhoog. Die doet die dan ook gewoon z'n hand onder. En dan die dag daarna gaat die 't aan mij vragen of ik ‘t goed vind dat die dat doet. Als d'r ruzie is in de klas dan stopt 't, maar als de ruzie voorbij is dan gaat die weer verder.

[p. 87-88] Met allebei de handen bij mijn borsten. Hij pakte ze zo vast (11:20 getuige heft haar beide handen voor zich waarbij haar onderarmen tegen je tafelrand liggen. Getuige heeft haar vingers gebogen en haar handpalmen zijn gericht naar haar borst) dat die zo aan de voorkant zo vast pakken. Met één hand, en daarna pakte die ze zo vast (getuige legt haar beide handen op haar borsten, op iedere borst een hand). En dan zat die zo de hele tijd (getuige heeft een hand op iedere borst gelegd. Getuige kromt haar vingers iets verder). Dan ging die gewoon om zich heen kijken. En dan doet die zo (getuige gaat met haar rechterhand naar beneden, onder ‘t tafelblad. Getuige beweegt haar rechterhand tegen haar lichaam aan naar boven toe naar haar borst) ook onder m'n topje. En dan pakt die ze zo (getuige legt op iedere borst een hand). Soms gaat die wel eens zo (getuige beweegt haar duim over haar borst), maar voor de rest doet die bijna niks.

Met betrekking tot feit 2:

De verklaring van verdachte ter terechtzitting. 3 Voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven -:

Op onder andere de zoektermen ‘bras for teens’, ‘hugging girl from behind’ en ‘teens’ heb ik bewust gezocht. Aan verdere zoektermen heb ik geen herinneringen. Wel herken ik zoektermen, zoals vermeld in het dossier in het Forensic Examinations report, die de voorzitter mij voorhoudt. Dat zijn zoektermen waar ik nooit op had mogen zoeken. Ik ga ervan uit dat ik die zoektermen zelf heb ingevoerd.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2019 (p. 23)

Wij, verbalisanten, waren belast met het onderzoek naar de gegevensdragers in de woning van de verdachte, [verdachte] . De woning van de verdachte is gelegen te [woonplaats] .

In de woning van de verdachte had ik de uitlevering gevorderd van alle gegevensdragers. Hierop kregen wij verbalisanten de volgende goederen van de verdachte:

- Laptop, merk Lenovo kleur zwart.

Proces-verbaal van digital onderzoek (p. 164). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Op verzoek van collega [persoon 2] , werd in verband met een onderzoek met betrekking tot BVH registratienummer 2019060820 een onderzoek ingesteld naar gegevens op onderstaande gegevensdragers.

Merk: LENOVO

In beslagname nummer: 523694

Forensic Examination report (p. 146-153. Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

Parsed Search Queries

Record

Search Term

Date/Time

1

[zoekterm 1]

28/02/2019

2

[zoekterm 2]

28/02/2019

3

[zoekterm 3]

28/02/2019

4

[zoekterm 4]

28/02/2019

6

[zoekterm 5]

10/03/2019

7

[zoekterm 6]

10/03/2019

9

[zoekterm 7]

10/03/2019

10

[zoekterm 8]

10/03/2019

14

[zoekterm 9]

21/03/2019

16

[zoekterm 10]

06/03/2019

17

[zoekterm 11]

06/03/2019

18

[zoekterm 12]

11/03/2019

23

[zoekterm 13]

11/03/2019

26

[zoekterm 14]

20/02/2019

28

[zoekterm 15]

20/02/2019

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop (p. 167 - 174). Voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

[p. 168] Over de collectie kinderpornografische afbeeldingen merk ik het volgende op. Ik verbalisant zag dat in totaal 135.708 afbeeldingen in deze laptop waren opgeslagen. Betreffende beelden waren op deze laptop verwijderd en doorgaans door de gebruiker niet meer zichtbaar, maar door de medewerkers van de afdeling Digitale Opsporing toch weer zichtbaar gemaakt voor onderzoek. Dit zijn de zogenaamde carved pictures.

Vanwege de grote hoeveelheid foto's werd een huidskleurfiltering ingesteld. Alle afbeeldingen werden hierna door mij bekeken.

Verder zag ik dat ongeveer 300 afbeeldingen aanwezig waren die bij nader onderzoek als kinderpornografisch zijn geclassificeerd. Ik zag dat het grootste deel van deze kinderen in de leeftijd waren van rond de 10 tot 15 jaar.

[p. 169] Door mij word een selectie van 10 gekozen afbeeldingen (Records) hieronder omschreven, die representatief zijn van de overige aangetroffen afbeeldingen die als kinderpornografisch zijn geclassificeerd.

RECORD 1

Op deze afbeelding zie ik een gedeelte van onderlichaam van een blank kind, een meisje. De focus is duidelijk op de vagina van het kind. Er is een stukje van de billen en bovenbenen te zien. Verder is de schaamstreek en de venusheuvel te zien. Ik zie een stijve penis van een donkere man. Ik zie dat de eikel van de penis een klein stukje in de vagina van het meisje is gebracht. De verhouding is een grote penis met een veel kleinere vagina van een kind. Geschatte leeftijd van het kind ca 10 jaar.

RECORD 2

Ik zie op deze afbeelding is een meisje in een poserende houding staan in rechter zijaanzicht. Ik zie dat zij met een naar rechts gedraaid bovenlijf, met de handen in de zij, in de camera kijkt. Ik zie dat zij een bh cq topje van gladde glimmende rode stof, aan de

bovenzijde afgezet met rode pluche draagt. Het rokje is aan de zijkant voorzien van een split tot bovenaan het rokje of is mogelijk dat zij de rechterkant van het rokje optilt met de rechterhand, waardoor de rechter zijkant van het rechter bovenbeen en de bil gedeeltelijk worden ontbloot en zichtbaar worden. Ik schat de leeftijd van het meisje op ca 12 jaar.

RECORD 3

Op deze afbeelding zie ik een gedeelte zie ik een jong meisje poserend op de foto. Het meisje is grotendeels vanaf de voorzijde gefotografeerd. Ik zie haar ontbloot boven en onderlichaam. Ze zit met gespreide benen. Haar geslachtsdeel is grotendeels zichtbaar. Ik zie dat het meisje kleine borsten heeft. Het meisje houdt een kralen ketting in de linker hand. Die hand ligt op haar linkerschouder waardoor de ketting over de linker borst valt. De rechterhand die gebogen onder de rechter borst ligt houdt de onderzijde van de ketting vast. Gezien de lichaamsafmetingen van dit meisje, schat ik dit kind in de leeftijd van ca 14 jaar en in ieder geval onder de 16 jaar.

[p. 170] RECORD 4

Op de afbeelding zie ik een jong tenger gebouwd meisje met ontbloot bovenlijf. Ik zie dat het meisje borstgroei heeft met bovenop liggende tepelhof. Ik zie dat het meisje met haar rechter hand de rechter borst ondersteunt. Verder zie ik dat links van het meisje een bovenbeen ligt van de man die zijn stijve penis met de rechterhand vasthoudt. Ik zie dat de man de stijve penis schuin tussen de borsten houdt waarbij de ontblote eikel tot boven of op de rechter borst reikt. Vermoedelijk heeft het meisje ook een ontbloot onderlichaam. Een klein stukje van haar bil en linker bovenbeen zijn ontbloot te zien. Ik schat de leeftijd van het meisje, gezien haar lichaamsgroei, op ca 14 jaar. In ieder geval veel jonger dan 18 jaar.

RECORD 5

Op deze afbeelding zie ik een blank meisje in een poserende houding voor de camera, gekleed in een onderbroekje en een topje welk zij dit topje aan de bovenzijde met duim en wijsvinger van beide handen vasthoudt en naar voren uitrekt alsof zij haar tepeltjes wil laten zien. De tepeltjes zijn op de foto niet zichtbaar. Gezien de lichaamsafmetingen van dit kind, schat ik dit kind in de leeftijd van ca 9 jaar.

RECORD 6

Op deze afbeelding zie ik een vooraanzicht van een blank meisje in een poserende houding voor de camera. Ze is gekleed in een roze halterhemdje met opdruk en een blauw onderbroekje met tekst aan de voorzijde. De camera heeft haar vanaf de voorzijde vastgelegd terwijl zij haar benen gespreid heeft. Haar onderbroekje bedekt haar geslachtsdeel maar verdwijnt daarna in de bilspleet. De focus is duidelijk op het kruis van het meisje gericht. Gezien de lichaamsafmetingen van dit kind, schat ik dit kind in de leeftijd van ca 10 jaar.

RECORD 7

Op de afbeelding zie ik vooraanzicht van een meisje wat met het rechterbeen geknield op een roze ondergrond en poserend voor een roze ondergrond. Het linker been van het meisje is licht opgetrokken waardoor het linker bovenbeen horizontaal gesitueerd is. Het meisje staat zo met gespreide benen. Ik zie dat het meisje een wit onderbroekje draagt met blauwe kant rondom de benen. Ze draagt een gebloemd bloesje met geopende panden. Het bloesje is ter hoogte van de borst met een sluiting aan elkaar gemaakt. Het meisje houdt met de linkerhand een punt van het linker voorpand en met de rechterhand een punt van het rechter voorpand van het bloesje vast en trekt deze voorpanden zo uit elkaar. Ik zie dat de buik volledig zichtbaar is maar dat de tepels zijn bedekt. Het meisje lijkt nog geen borstvorming te hebben. Ik schat de leeftijd van dit meisje op ca 10 jaar.

[p. 171] RECORD 8

Op deze afbeelding zie ik een gedeelte van het ontblote lichaam van een man. Ik zie de onderzijde van de balzak en een klein gedeelte van een kennelijk stijve penis. Ik zie verder het onderlichaam van een klein kind van de billen tot een groot gedeelte van de beide bovenbenen. Verder is het kind niet in beeld. Ik zie dat de penis de anus van dit kind penetreert. Ik zie de buitenste schaamlippen van het kind. Ik zie dat een volwassen linkermannenhand het linker bovenbeentje van het kind vasthoudt. Ik zie dat deze hand in verhouding groot is ten opzichte van het bovenbeentje. De hand omvat de onderzijde en de buitenzijde van het linker bovenbeentje van het kind. Het geslachtsdeel van de man en het geslachtsdeel van het kindje en de bilspleet van het kindje zijn rood gekleurd terwijl de rest van het lichaam van de man en het kindje een blanke huidskleur hebben. Ik zie dat de buitenste schaamlippen van het meisje gezwollen lijken. Gezien de lichaamsafmetingen van dit kind, schat ik dit kind in de leeftijd van ca 2 tot 3 jaar.

RECORD 9

Ik zie op deze afbeelding een ontbloot jong meisje vanaf haar wenkbrauwen tot aan haar buik. Ik zie de buik vanaf een stukje boven de navel. Het meisje lijkt make up te dragen. Ik zie dat ze om de nek een donker gekleurde choker draagt. Ik zie eveneens dat zij een zilverkleurige ketting draagt die met een grote ronde hanger tot boven haar blote borsten reikt. Ik zie dat het meisje beginnende borstvorming heeft met bovenopliggende tepelhof. Ik schat de leeftijd van het meisje op ca 12 jaar.

RECORD 10

Het meisje ligt met opgetrokken knieën en is vanaf de linker voorzijde door de camera vastgelegd. Het meisje omvat haar beide knieën met de linker hand en -arm. Ze is schaars gekleed in een soort van rood hesje wat geheel open ligt en alleen over de rechter schouder en gedeeltelijk over de bovenarm ligt. Het bovenlichaam is verder ontbloot. Het oranje onderbroekje ligt over haar geslachtsdeel en ligt verder in de bilspleet die zichtbaar is. Het meisje heeft verder geen kleding aan. Het kind lijkt nog geen borstvorming te hebben. Gezien de lichaamsafmetingen van dit kind, schat ik dit kind in de leeftijd van ca 10 jaar.

[p. 172] Er is verder ook onder andere gezocht met de zoekvragen op:

[zoekterm 5]

[zoekterm 16]

[zoekterm 17]

[zoekterm 10]

[zoekterm 12]

[zoekterm 1] ( [zoekterm 1] )

[zoekterm 14]

[zoekterm 18]

[zoekterm 19]

[zoekterm 20]

[p. 173] Via [naam] werden een groot aantal porno gerelateerde internetsites bezocht zoals onder andere:

[webnaam]

[webnaam 2]

[webnaam 3]

[webnaam 4]

[webnaam 5]

[webnaam 6]

[webnaam 7]

[webnaam 8]

URL's

Op de laptop werden een groot aantal porno gerelateerde internetsites bezocht zoals

onder andere:

[webnaam 9]

[webnaam 10]

[webnaam 11]

[webnaam 12]

[webnaam 13]

[webnaam 14]

[webnaam 15]

[webnaam 16]

[webnaam 17]

[webnaam 18]

[webnaam 19]

[webnaam 20]

[webnaam 21]

[webnaam 22]

[webnaam 23]

[webnaam 24]

[webnaam 16]

[webnaam 25]

[webnaam 26]

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 1.

Op 25 maart 2019 komt bij de politie een telefonische melding binnen van mevrouw [persoon 1] . In het dagboek van haar 11-jarige dochter, [slachtoffer] , heeft mevrouw [persoon 1] gelezen dat zij zou zijn betast aan haar borsten door haar leraar. Het betreft een leraar, [verdachte] , die lesgeeft aan de klas van haar dochter op het speciaal basisonderwijs. Nadat mevrouw [persoon 1] haar dochter confronteert met het dagboek, bevestigt [slachtoffer] dat dit verhaal klopt. Naar aanleiding hiervan is aangifte gedaan.

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte, zoals ter terechtzitting is afgelegd, en op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde, voor zover hierna bewezen is verklaard, heeft begaan.

Voor zover verdachte ter zitting heeft ontkend tegen [slachtoffer] te hebben gezegd “dat vind jij toch wel goed” (of woorden van soortgelijke strekking) overweegt de rechtbank dat zij uitgaat van hetgeen [slachtoffer] daarover in haar aangifte heeft verklaard. Deze verklaring vindt steun in de verklaring van haar moeder, aan wie [slachtoffer] eveneens heeft verteld dat verdachte deze woorden in haar oor fluisterde als hij haar borsten aanraakte. Nu de rechtbank geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte – deze vindt immers voor het overige steun in de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting – komt de rechtbank ook ten aanzien van de in de tenlastelegging opgenomen woorden “dat vind jij toch wel goed” tot een bewezenverklaring.

De verdediging heeft verweer gevoerd ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaring [persoon 3] , zoals daarvan blijkt uit de verklaring van diens vader en het bij die verklaring gevoegde, opgenomen en uitgewerkte gesprek tussen [persoon 3] en zijn vader. Nu deze verklaringen niet voor het bewijs worden gebruikt, hoeft de rechtbank dit verweer niet te bespreken.

Ten aanzien van feit 2.

Naar aanleiding van de eerder genoemde aangifte hebben verbalisanten op 25 maart 2019 de woning van de verdachte in [woonplaats] betreden en is uitlevering van alle gegevensdragers gevorderd. Eén van deze gegevensdragers betreft de laptop, merk Lenovo, van verdachte. Op deze gegevensdrager werd een hoeveelheid van ongeveer 300 afbeeldingen aangetroffen, die konden worden aangemerkt als kinderporno in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. In essentie betreft het afbeeldingen, zoals in de tenlastelegging zijn omschreven.

Verdachte heeft, zowel bij de politie als op de zitting, verklaard dat hij naar porno keek door op internet te zoeken en internetsites te bezoeken. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat hij via de zoekmachine [naam] een groot aantal porno-gerelateerde internetsites heeft bezocht zoals onder andere:

[webnaam]

[webnaam 2]

[webnaam 3]

[webnaam 4]

[webnaam 5]

[webnaam 6]

[webnaam 7]

[webnaam 8]

Daarbij merkt de rechtbank op dat een aantal van deze zoektermen overeen lijken te komen met de ontuchtige handelingen die verdachte heeft verricht bij [slachtoffer] . Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging, in tegenstelling tot hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, dat de verdachte opzettelijk, bewust en heel gericht heeft gezocht naar kinderporno op het internet via zijn laptop.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het verwerven of in bezit hebben van kinderporno. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte de op zijn laptop gevonden bestanden op enig moment ook heeft vastgelegd. Het enkel bekijken van digitale kinderpornografie levert geen bezit op. De bestanden die zijn gevonden waren verwijderd. Ze zijn door de medewerkers van de afdeling digitale opsporing weer zichtbaar gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat het zich de toegang verschaffen tot de kinderpornografische afbeeldingen, zoals ook de verdediging heeft aangevoerd, een kortere periode heeft beslagen dan ten laste is gelegd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat slechts de periode van 1 februari 2019 tot en met 25 maart 2019 bewezen kan worden verklaard.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde, voor zover hierna bewezen is verklaard, heeft begaan. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte alleen in februari en in maart 2019 in zijn computer kinderpornografische afbeeldingen heeft bekeken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

in de periode van 1 november 2018 tot en met 23 maart 2019 te Boxmeer met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [datum] 2007), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het meermalen,

- betasten van de blote borsten van die [slachtoffer] en

- wrijven over de borsten van die [slachtoffer] en daarbij in het oor fluisteren/zeggen “dat vind jij toch wel goed”, althans woorden van soortgelijke strekking

2.

zich in de periode van 1 februari 2019 tot en met 25 maart 2019 te [woonplaats] , meermalen, door middel van een geautomatiseerd werk, te weten een laptop van het merk Lenovo met goednummer 523694 en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft tot afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of eikel van de penis, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(zie record 1, pagina 169 van het proces-verbaal en/of record 8, pagina 171 van het proces-verbaal)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, te weten een kralenketting en/of choker en/of een stijve penis en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(Zie record 2, pagina 169 van het proces-verbaal en/of record 3, pagina 169 van het proces-verbaal en/of record 4, pagina 170 van het proces-verbaal en/of record 5, pagina 170 van het proces-verbaal en/of record 6, pagina 170van het proces-verbaal en/of record 7, pagina 170 van het proces-verbaal en/of record 9, pagina 171 van het proces-verbaal en/of record 10, pagina 171 van het proces-verbaal).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Hieraan dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden dat de verdachte onder toezicht van de reclassering wordt gesteld, ook als dat inhoudt dat verdachte medewerking moet verlenen aan diagnostiek en/of behandeling bij FPP De Horst of soortgelijke instelling, alsmede het verlenen van medewerking aan de controle van gegevensdragers.

Daarnaast vordert de officier van justitie de ontzetting van het recht het beroep van leerkracht uit te oefenen voor een periode van 5 jaar.

Ten slotte dient de in beslag genomen laptop te worden onttrokken aan het verkeer.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging verzoekt de rechtbank een deels voorwaardelijke (werk)straf op leggen met een proeftijd van 2 jaar met algemene voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het over een langere periode herhaaldelijk plegen van ontuchtige handelingen met een op dat moment elfjarig meisje en het zich toegang verschaffen tot kinderporno.

Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar lichamelijke integriteit aangetast. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vordering benadeelde partij en de slachtofferverklaring blijkt dat dit ook bij [slachtoffer] het geval is. Zij heeft veel verdriet en pijn ervaren als gevolg van de handelingen van verdachte.

Hoewel [slachtoffer] besefte dat wat verdachte deed fout was, begreep zij zijn gedrag niet. Zij raakte erdoor in de war en zij begreep evenmin waarom het, zover zij wist, alleen haar trof. Duidelijk is verder dat [slachtoffer] zich maandenlang heel alleen en eenzaam moet hebben gevoeld, omdat ze niet wist hoe ze met de situatie om moest gaan en ze er niet over durfde of kon praten. Zij heeft lange tijd geworsteld met wat er gebeurde en ze durfde dit niet aan haar moeder of anderen te vertellen. Er is uiteindelijk een eind gekomen aan de handelingen doordat [slachtoffer] een manier vond om het bespreekbaar te maken.

Ook moeder, stiefvader en haar broer hebben last van hetgeen hun dochter en zusje is aangedaan.

[slachtoffer] bevond zich in een afhankelijke positie van verdachte nu hij haar leraar was op het speciaal onderwijs. School is bij uitstek een plek waar zij zich veilig had moeten kunnen voelen en dat ook had moeten zijn. Verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat [slachtoffer] en haar ouders in hem stelden. Hij wist of had in ieder geval moeten begrijpen dat zijn handelen schadelijk zou zijn voor het jonge meisje. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat het slachtoffer een kwetsbaar meisje is. Zij zat niet voor niets op het speciaal onderwijs. Vaststaat dat verdachte gedurende een aantal maanden structureel ontuchtige handelingen met het slachtoffer heeft gepleegd. Ten aanzien van het bewezenverklaarde onder feit 2 laat de rechtbank in het nadeel van verdachte meewegen dat verdachte zich de toegang heeft verschaft tot kinderporno waarbij (zeer) jonge kinderen zijn betrokken en bij wie verregaande seksuele handelingen worden verricht. Met name de samenhang tussen de beide bewezenverklaarde feiten werkt voor de rechtbank strafverzwarend.

De rechtbank weegt anderzijds mee dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het leed dat hij [slachtoffer] heeft aangedaan inziet en dat hij ter terechtzitting oprecht berouw heeft getoond. Daarnaast blijkt uit het door de reclassering over de persoon van de verdachte uitgebrachte rapport, dat verdachte inmiddels, nadat hij door de politie over de tenlastegelegde feiten is gehoord, hulp heeft gezocht. Ook is verdachte zelf getroffen door de gevolgen van de door hem gepleegde strafbare feiten, aangezien verdachte door zijn werkgever is ontslagen, hij zijn hobby niet meer kan uitoefenen - wat zijn sociale kring bijzonder heeft verkleind - en dat het gevolgen heeft gehad voor de privésfeer van verdachte.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten.

De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De raadsman heeft verzocht aan verdachte een taakstraf waarvan een deel voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Een taakstraf zou geen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde.

De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal de in het dictum noemen bijzondere voorwaarde worden gekoppeld. De rechtbank vindt het belangrijk dat verdachte zijn behandeling zal voortzetten en dat hiervoor ook begeleiding is vanuit de reclassering, nu verdachte zelf nog geen inzicht heeft in hoe hij tot de delicten is gekomen. Ook ontzet de rechtbank de verdachte voor de duur van 5 jaren van het recht het beroep van leraar uit de oefenen, voorzover het betreft onderwijs aan/begeleiding van minderjarigen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij mevrouw [slachtoffer] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering van de benadeelde partij dient geheel te worden toegewezen met toekenning van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen opmerkingen ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding, maar verzet zich tegen de geëiste materiële schadevergoeding. De verdediging verzoekt het bedrag hiervan te matigen met betrekking tot de opgenomen verlofuren en de reiskosten.

Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding, ten bedrage van € 1.500,--, en materiële schadevergoeding, ten bedrage van € 345,37 (bestaande uit € 217,92 ten aanzien van de opgenomen verlofuren4 en € 127,45 reiskosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal het bedrag voor vergoeding van de verlofuren matigen. De rechtbank begrijpt dat voor de steun van moeder en [slachtoffer] ook stiefvader mee geweest is naar afspraken en dat soms hele dagen zijn vrij genomen. Tegelijkertijd betekent dit niet dat de daaraan verbonden kosten volledig door de verdachte dienen te worden gedragen.

De rechtbank acht de reiskosten voor het bijwonen van de inhoudelijke zitting op 3 november 2020 toewijsbaar tot een bedrag van € 32,59. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten dienen te worden aangemerkt als proceskosten. Deze reiskosten zijn namelijk niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit.

De rechtbank zal de volgende onderdelen van de vordering afwijzen, te weten materiële schadevergoeding, ten bedrage van € 326,88 (bestaande uit de overige verlofuren).

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de proceskosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 32,59. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp, te weten Computer, zwart, merk: Lenovo, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met betrekking tot en/of met behulp van welke het onder 2 ten laste gelegde feit is begaan en niet met zekerheid kan worden gezegd dat alle strafbare afbeeldingen niet meer toegankelijk zijn op deze gegevensdrager.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 247 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

Ten aanzien van feit 2:

zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, meermalen gepleegd

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

En stelt als bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde medewerking zal verlenen aan nadere diagnostiek en zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen bij FPP De Horst of een soortgelijke instelling voor ambulante (forensische) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling/behandelaar aan te geven en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de zorginstelling/behandelaar zullen worden gegeven.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen.

T.a.v. feit 1:

Ontzet de verdachte voor de duur van 5 jaren van het recht het beroep van leraar uit de oefenen, voorzover het betreft onderwijs aan/begeleiding van minderjarigen.

T.a.v. feit 1:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van € 1.845,37, bestaande uit € 345,37 materiële schadevergoeding, te weten verlofuren en reiskosten, en € 1.500,-- immateriële schadevergoeding.

Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 01 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 32,59, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Wijst de vordering voor het overige af.

T.a.v. feit 1:

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van

[slachtoffer] , van een bedrag van € 1.845,37, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 28 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Voormeld bedrag bestaat uit € 345,37 materiële schadevergoeding, te weten verlofuren en reiskosten, en € 1.500,-- immateriële schadevergoeding.

Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 01 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

T.a.v. feit 2:

Onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen goed, te weten: 1 STK Computer (omschrijving: Goednr 523694, zwart, merk: Lenovo).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Soeteman, voorzitter,

mr. B.A.J. Zijlstra en mr. J.T.M. Groenendijk, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F.H.R.M. Robbers, griffier,

en is uitgesproken op 17 november 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, Dienst regionale recherche, afdeling thematische opsporing, Zedenteam 's-Hertogenbosch, BVH-nummer 2020060506, onderzoek ABEL, afgesloten op 26 maart 2020, aantal pagina’s: 1 tot en met 203. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

2 Proces-verbaal ter terechtzitting, verklaring van verdachte ter terechtzitting.

3 Proces-verbaal ter terechtzitting, verklaring van verdachte ter terechtzitting.

4 De toegekende verlofuren bestaan uit: 4 uur verlof d.d. 25 maart 2019 (gesprek op politiebureau mw. [persoon 1] ), 4 uur verlof d.d. 29 maart 2019 (officiële aangifte, mw. [persoon 1] ), 8 uur verlof d.d. 5 april 2019 (studioverhoor te Eindhoven, mw. [persoon 1] ), 4 uur verlof d.d. 14 juli 2020 (voegingsgesprek SHN, mw. [persoon 1] ), 4 uur verlof d.d. 20 oktober 2020 (officiersgesprek, mw. [persoon 1] ), 8 uur verlof d.d. 3 november 2020 (zitting, mw. [persoon 1] en stiefvader slachtoffer).