Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:5317

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-11-2020
Datum publicatie
10-11-2020
Zaaknummer
8276679
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De kern van het geschil is of de X-punten onder de dekking van de annulerings- en garantieverzekering vallen. Omdat partijen hierover van mening verschillen, komt het aan op een uitleg van de polisvoorwaarden. De kantonrechter oordeelt dat de punten onder de dekking vallen. De taalkundige uitleg van de verzekeraar dat de punten niet vallen onder de reissom omdat het moet gaan om een hoeveelheid geld vindt de kantonrechter niet overtuigend, onder meer omdat waardebonnen, die evenals de X-punten een bepaalde waarde vertegenwoordigen, wel onder de dekking (kunnen) vallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingslocatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 8276679 CV EXPL 20-234

Uitspraakdatum: 5 november 2020

vonnis

in de zaak van:

[eiser] en [eiseres] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

gemachtigde: mr. R.N. van den Bekerom (ARAG SE),

tegen:

de naamloze vennootschap A.S.R. Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

gemachtigde: mr. E.J.A.A. van Dal.

Partijen worden hierna [eisers] en A.S.R. genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met een productie;

- het tussenvonnis van 12 maart 2020 waarin is bepaald dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden;

- de akte met een aanvullende productie van [eisers] ;

- de akte met een aanvullende productie van A.S.R.

1.2

Op 6 oktober 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden (via skype). De heer [eiser] is verschenen, bijgestaan door gemachtigde mr. R.N. van den Bekerom. Namens A.S.R. was de heer [naam] (senior jurist bij A.S.R.) aanwezig, bijgestaan door gemachtigde mr. E.J.A.A. van Dal. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting naar voren is gebracht.

1.3

Aan het einde van de mondelinge behandeling is een datum voor vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

[eisers] heeft een doorlopende reisverzekering met een annulerings- en garantiedekking bij A.S.R.

2.2

[eisers] bezit al geruime tijd vijf [X] -aandelen. Daarvoor betaalt zij jaarlijks een bijdrage van (omgerekend) gemiddeld circa € 1.500,00. De eigenaar van [X] -aandelen kan vakanties boeken in [X] -vakantieresorts. Met de jaarlijkse bijdrage verwerft hij [X] -punten, waarmee het gebruik van de vakantiewoningen kan worden afgerekend.

2.3

Op 7 oktober 2018 heeft [eisers] een 28-daagse vakantie geboekt naar het [X] -resort in [land] , voor de periode van 4 april 2019 tot en met 2 mei 2019. Zij heeft hiervoor in totaal € 2.933,67 betaald. Dit bedrag heeft zij betaald met 441 [X] -punten (ter waarde van € 2.226,67) en € 767,00 aan plaatselijke kosten.

2.4

[eisers] heeft op 21 april 2019 de vakantie vroegtijdig moeten afbreken wegens een sterfgeval. Zij heeft daardoor tien dagen van de vakantie gemist.

2.5

Op 29 april 2019 heeft [eisers] de schade voor het vroegtijdig afbreken van de vakantie gemeld bij A.S.R. A.S.R. heeft vervolgens de schade uitgekeerd aan [eisers] , met uitzondering van het bedrag van € 2.226,67 dat in de vorm van [X] -punten aan de vakantie is besteed. De reden die A.S.R. hiervoor noemt in haar brief van 3 mei 2019 is – kort gezegd – dat de [X] -punten niet onder de dekking van de verzekering vallen.

2.6

Artikel 7 van de polisvoorwaarden van de Bijzondere Voorwaarden Annulering van A.S.R. (productie 4 dagvaarding) vermeldt over annuleringskosten, voor zover relevant, het volgende:

“Annuleringskosten: de gedeeltelijke reissom en de administratiekosten die u moet betalen bij annulering vóórdat u op reis gaat.

(…)

Reissom: het totale bedrag dat u betaald heeft voor boekingen en reserveringen van vervoer en verblijf. Kosten die u op de plaats van bestemming maakt zijn geen onderdeel van de reissom. Dit zijn bijvoorbeeld (deel)reizen en excursies.”

2.7

Het begrip “bedrag” is niet gedefinieerd in de polisvoorwaarden.

2.8

[eisers] heeft vanuit zijn [X] -puntenverzekering bij de Europäische Reiseversicherungs AG 63 punten vergoed gekregen. Het resterend niet vergoede bedrag komt daarmee op een bedrag van € 1.908,57. [eisers] heeft A.S.R. op 14 november 2019 voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld het resterend bedrag te betalen aan [eisers]

2.9

A.S.R. heeft het bedrag van € 1.908,57 niet vergoed aan [eisers] , waarna laatstgenoemde deze procedure is gestart.

3 De vordering en het verweer

3.1

[eisers] vordert veroordeling van A.S.R., bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 1.908,57, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2019 tot aan de dag van betaling. Daarnaast vordert [eisers] een bedrag van

€ 346,41 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2019 tot aan de dag van betaling. Verder vordert zij veroordeling van A.S.R. in de proceskosten en in de nakosten.

3.2

[eisers] heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [eisers] heeft een doorlopende reisverzekering met annulerings- en garantiedekking bij A.S.R. Dit is een zeer uitgebreide reisverzekering. Annulerings- en garantiedekking betekent dat A.S.R. de gehele reissom vergoedt bij vroegtijdig afbreken van de vakantie. Aangezien [eisers] betaald heeft voor de [X] -punten die zij heeft ingezet voor de vakantie, vallen deze punten onder de reissom en moet A.S.R. de waarde ervan, te weten € 1.908,57, vergoeden. Vanaf 16 augustus 2019 is A.S.R. in verzuim, zodat [eisers] vanaf dat moment recht heeft op betaling van de wettelijke rente. Ook zijn er in opdracht van [eisers] werkzaamheden verricht om zonder rechtsgang betaling te verkrijgen, waardoor zij recht heeft op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten.

3.3

A.S.R. heeft het volgende verweer gevoerd. De [X] -punten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat het geen “bedragen” en “reissom” zijn in de zin van de polisvoorwaarden. Verder voert A.S.R. een niet-ontvankelijkheidsverweer, omdat [eisers] geen schade heeft geleden.

4 De beoordeling

4.1

De kern van het geschil is of de [X] -punten onder de dekking van de verzekering van A.S.R. vallen. Omdat partijen hierover van mening verschillen, komt het aan op een uitleg van de polisvoorwaarden van A.S.R. Tussen partijen staat niet ter discussie dat het vroegtijdig afbreken van de vakantie door [eisers] een gebeurtenis is die onder de dekking van de verzekering van A.S.R. valt.

Niet-ontvankelijkheidsverweer

4.2

De kantonrechter gaat allereerst in op het door A.S.R. gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer. A.S.R. stelt, kort gezegd, dat [eisers] geen schade heeft geleden. [eisers] heeft namelijk voor de reis 441 [X] -punten ingezet en dit aantal punten zou voor zowel drie weken als vier weken vakantie moeten worden ingezet. Omdat de vierde vakantieweek (7 dagen) “puntenloos” was en [eisers] van haar puntenverzekering bij de Europäische Reiseversicherungs AG 3 niet-genoten vakantiedagen (63 punten) retour heeft ontvangen, heeft zij geen schade geleden. Ter zitting heeft A.S.R. desgevraagd toegelicht dat bij een garantiedekking, die [eisers] heeft, de gehele reissom wordt vergoed, dus ook de al genoten vakantiedagen. Dit betekent dat bij de vraag of [eisers] schade heeft geleden, niet alleen de tien vakantiedagen moeten worden betrokken die [eisers] niet heeft genoten, maar ook de reeds genoten vakantiedagen. De vraag of [eisers] wel of geen schade heeft geleden, komt daarmee neer op een beoordeling van de vraag of de [X] -punten onder de dekking van A.S.R. vallen. De kantonrechter verwerpt daarom het niet-ontvankelijkheidsverweer van A.S.R.

Uitleg polisvoorwaarden

4.3

Over de polisvoorwaarden is door partijen niet onderhandeld. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat de uitleg van een bepaling in polisvoorwaarden dan met name afhankelijk is van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en in het licht van de in voorkomend geval bij de polisvoorwaarden behorende toelichting (zie recent HR 13 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:601). Verder geldt als uitgangspunt dat het een verzekeraar vrijstaat om in de polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Dat brengt ook de vrijheid mee om daarbij - op een wijze die voor de verzekeringnemer op grond van voormelde objectieve factoren voldoende duidelijk kenbaar is - binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet, dan wel onderscheid te maken tussen gevallen die feitelijk zeer dicht bij elkaar liggen.

4.4

Volgens [eisers] vallen de [X] -punten onder de annuleringskosten, omdat zij voor de [X] -punten heeft betaald via haar jaarlijkse bijdrage. Daarmee vallen de punten volgens haar onder de definitie van “reissom” en “bedrag”. [eisers] voert verder aan dat [X] -punten of andere spaarsystemen niet expliciet zijn uitgesloten in de polisvoorwaarden van A.S.R.

4.5

A.S.R. stelt dat de [X] -punten niet onder annuleringskosten vallen omdat de punten niet zijn aan te merken als bedrag. Zij voert aan dat de term “bedrag” weliswaar niet is opgenomen in de begrippenlijst van de polisvoorwaarden, maar dat dit ook niet hoeft omdat de term niet anders kan worden uitgelegd dan een hoeveelheid geld. De [X] -punten vallen volgens A.S.R. niet onder een hoeveelheid geld. Daarbij verwijst zij onder meer naar een brief van 13 augustus 2014 van de ombudsman van het Kifid (productie 9 dagvaarding), waarin deze onder verwijzing naar het Van Dale woordenboek aangeeft dat punten die een hoeveelheid geld vertegenwoordigen niet onder het begrip “een bedrag” vallen. Voorts stelt A.S.R. dat de punten moeten kunnen worden aangemerkt als een reissom die moet zijn betaald voordat men op reis gaat. De [X] -punten voldoen niet aan deze omschrijving volgens haar omdat de punten reeds in het bezit zijn van de deelnemer en niet specifiek zijn verkregen voor de vakantie in kwestie. Verder stelt A.S.R. dat [eisers] bekend was, dan wel had behoren te zijn, met het gegeven dat reguliere verzekeraars de [X] -punten niet vergoeden. [eisers] heeft namelijk een aparte [X] -punten verzekering afgesloten.

4.6

De kantonrechter is van oordeel dat de uitleg van de term “bedrag” niet zo eenduidig is als A.S.R. stelt. Dit blijkt al uit het feit dat in 2014 een vergelijkbare zaak aan de ombudsman van het Kifid is voorgelegd, wat aangeeft dat er discussie mogelijk is over de betekenis van de term. De (taalkundige) uitleg die A.S.R. voorstaat, vindt de kantonrechter niet voldoende overtuigend. Dit licht zij toe. A.S.R. heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat waardebonnen die zijn ingezet voor een vakantie onder annuleringskosten (kunnen) vallen. Hiermee geeft A.S.R. zelf al aan dat een bedrag niet alleen een hoeveelheid geld kan omvatten, maar ook waardebonnen die een bepaald bedrag aan geld vertegenwoordigen. [X] -punten vertegenwoordigen evengoed een bepaald bedrag aan geld, waardoor het de kantonrechter niet duidelijk is waarom de punten niet onder annuleringskosten kunnen vallen. A.S.R. heeft ter zitting nog gesteld dat er een onderscheid bestaat tussen waardebonnen en [X] -punten, te weten dat bij een [X] -punt de waarde ervan kan fluctueren. De kantonrechter concludeert dat dit onderscheid nergens in de polisvoorwaarden is duidelijk gemaakt of anderszins aan [eisers] is medegedeeld. Daarmee is geen sprake van een objectieve factor die voor rekening van [eisers] moet komen. Daar komt bij dat [eisers] onderbouwd heeft uiteengezet hoeveel de voor de vakantie ingezette punten waard zijn, waardoor de ingezette punten zijn terug te voeren op een specifiek bedrag. De stelling van A.S.R. dat de punten niet specifiek voor deze vakantie zijn aangeschaft en het daarom niet gaat om een reissom die betaald is voordat men op reis gaat, verwerpt de kantonrechter. Immers hoeven ook waardebonnen doorgaans niet voor een specifieke vakantie te worden ingezet. Tot slot vindt de kantonrechter van belang dat A.S.R. als verzekeraar de vrijheid heeft de grenzen te omschrijven waarbinnen zij bereid is dekking te verlenen. Het had dus in de macht van A.S.R. gelegen, ook gelet op de eerdere interpretatiekwestie in 2014 over de vraag of [X] -punten onder de dekking vallen, in de polisvoorwaarden de [X] -punten uit te sluiten van dekking en daarmee volstrekte duidelijkheid te creëren. A.S.R. heeft dit nagelaten, terwijl gesteld noch gebleken is dat een dergelijke verduidelijking onevenredige inspanningen zou vergen. De kantonrechter oordeelt gelet op het voorgaande dat [X] -punten onder het begrip “een bedrag” vallen, daarmee onder het begrip “de reissom” en dus onder de dekking van de polisvoorwaarden van A.S.R.

4.7

Het feit dat [eisers] naast de annuleringsverzekering bij A.S.R. ook een [X] -punten verzekering heeft afgesloten, vindt de kantonrechter geen omstandigheid die tot een ander oordeel leidt. De stelling van A.S.R. is dat [eisers] wist dat de [X] -punten niet onder de dekking van A.S.R. vielen, omdat in de boekingsinformatie van [X] (productie 1 conclusie van antwoord) het volgende is opgenomen: “Voor zover ons tot op heden bekend is, wijzen alle gangbare verzekeraars de vergoeding van punten voor verblijf die afkomstig zijn van een timesharingbedrijf van de hand. Wij raden u dan ook aan om via ons een puntenverzekering af te sluiten bij de EVR, die de aansprakelijkheid aanvaardt.” Nog daargelaten dat deze tekst slechts gaat over een (veronderstelde) handelwijze van verzekeraars en niet over de inhoud van polisvoorwaarden noch over de houdbaarheid van die handelwijze, mag aan die tekst niet de conclusie worden verbonden dat [eisers] wist dat (ook) A.S.R. de punten niet zou vergoeden toen zij de [X] -punten verzekering afsloot. Verder ontslaat een dergelijk advies A.S.R. er niet van om in haar polisvoorwaarden duidelijk te omschrijven wat wel en niet onder de geboden dekking valt, althans kan zij een in stand gelaten onduidelijkheid niet aan [eisers] tegenwerpen. De heer [eiser] heeft ter zitting aangegeven dat hij het zekere voor het onzekere wilde nemen en vaker dubbel verzekerd is.

Schade

4.8

Omdat de [X] -punten onder de polisvoorwaarden van A.S.R. vallen, moet worden beoordeeld hoe hoog de schade is. De kantonrechter constateert dat partijen het er over eens zijn dat [eisers] een garantiedekking heeft. Een garantiedekking houdt in dat de gehele reissom, inclusief de genoten vakantiedagen, wordt vergoed. In zoverre wijkt die dekking af van alleen een annuleringsdekking. A.S.R. heeft onder 16 en 17 van de conclusie van antwoord de omvang betwist van de door [eisers] gestelde schade. Daarbij gaat A.S.R. echter voorbij aan het feit dat [eisers] een garantiedekking heeft. Die dekking brengt mee dat het door [eisers] gevorderde bedrag van € 1.908,57 in zijn geheel toewijsbaar is. De gevorderde rente hierover is door A.S.R. niet betwist en zal worden toegewezen vanaf 16 augustus 2019 tot aan de dag van betaling.

Nevenvorderingen

4.9

[eisers] maakt tevens aanspraak op een vergoeding wegens buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft voldoende gesteld en onderbouwd om te concluderen dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.10

A.S.R. wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze worden aan de kant van [eisers] tot vandaag begroot op:

- griffierecht € 236,00

- kosten gemachtigde € 360,00 (2 punten x € 180,00)

- deurwaarderskosten € 110,61

Totaal € 706,61.

4.11

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

veroordeelt A.S.R. tot betaling aan [eisers] van € 1.908,57, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2019 tot aan de dag van betaling;

5.2

veroordeelt A.S.R. tot betaling aan [eisers] van een vergoeding wegens buitengerechtelijke incassokosten van € 346,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2019 tot aan de dag van betaling;

5.3

veroordeelt A.S.R. in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot vandaag begroot op € 706,61;

5.4

veroordeelt A.S.R. in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op een bedrag van € 90,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis;

5.5

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen en in het openbaar uitgesproken door mr. B.C.W. Geurtsen- van Eeden op 5 november 2020.