Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:4979

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-10-2020
Datum publicatie
20-10-2020
Zaaknummer
C/01/354617 / HA ZA 20-56
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De vraag die moet worden beantwoord is of gedaagde de duurovereenkomst op juiste wijze heeft opgezegd. Daarnaast speelt de vraag of gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de VOG op echtheid te laten controleren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

zaaknummer / rolnummer: C/01/354617 / HA ZA 20-56

Vonnis van 14 oktober 2020

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. J. van Zinnicq Bergmann te 's-Hertogenbosch,

tegen

1 PIDZ DEN HAAG BV,

gevestigd te Den Haag,

2. SMILING GENTS SOFTWARE BV,

gevestigd te Eindhoven,

gedaagden,

advocaat mr. R.C. Kooiman te Utrecht.

Eiser wordt hierna [eiser] genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk PIDZ Den Haag BV c.s. genoemd en afzonderlijk PIDZ Den Haag en Smiling Gents.

1 Inleiding

1.1.

In deze zaak gaat het om de beëindiging van een duurovereenkomst. De vraag die moet worden beantwoord is of PIDZ Den Haag BV c.s. deze duurovereenkomst op juiste wijze heeft opgezegd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval. Daarnaast speelt de vraag of PIDZ Den Haag BV c.s. onrechtmatig heeft gehandeld door de VOG van [eiser] bij Justis op echtheid te (laten) controleren. Hiervan is volgens de rechtbank geen sprake. [eiser] heeft daarom geen recht op schadevergoeding.

1.2.

In dit vonnis wordt eerst opgesomd hoe de procedure is verlopen. Vervolgens worden de relevante feiten weergegeven. Onder 4. Het geschil staat wat partijen in deze zaak willen. Daarna volgt de beoordeling door de rechtbank en uiteindelijk de beslissing.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 januari 2020;

  • -

    de conclusie van antwoord, ingekomen ter griffie op 31 maart 2020;

  • -

    de brief van 2 juni 2020 waarin een mondelinge behandeling via Skype is bepaald;

  • -

    de akte overlegging producties namens PIDZ Den Haag B.V. c.s., ingekomen ter griffie op 13 augustus 2020;

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 31 augustus 2020 en de opmerkingen daarop namens [eiser] en PIDZ Den Haag BV c.s.;

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

3.1.

[eiser] drijft onder de naam [handelsnaam] , voorheen [handelsnaam] , sinds april 2016 een eenmanszaak, die zich toelegt op het zelfstandig verlenen van jeugdzorg.

3.2.

Smiling Gents houdt zich bezig met de ontwikkeling en het onderhoud van bepaalde software. Met deze software kunnen zzp’ers opdrachten vinden bij zorginstellingen die bij het PIDZ-concern zijn aangesloten. Smiling Gents faciliteert de totstandkoming en administratieve uitvoering van overeenkomsten van opdracht tussen zorginstellingen en zelfstandige zorgverleners.

3.3.

Er zijn dertien PIDZ-vestigingen verspreid over het land. PIDZ Den Haag is een zelfstandige franchise vestiging van PIDZ. Bij de lokale vestigingen kunnen zorginstellingen en zzp’ers onder meer terecht met vragen en voor praktische zaken. Daarnaast zijn de vestigingen een aanspreekpunt, bijvoorbeeld bij klachten, voor de zorginstellingen en zzp'ers die in het gebied van de vestiging actief zijn. Bij klachten kan een log gemaakt worden. De vestigingen monitoren deze logs en indien nodig wordt een zzp'er gewezen op zijn gedrag en/of wordt een plan van aanpak gemaakt om de situatie te verbeteren. Indien nodig kunnen de vestigingen een zzp'er in de software op inactief zetten. Smiling Gents wordt hierover door de lokale vestigingen geïnformeerd en kan de samenwerking/toegang tot de software vervolgens geheel beëindigen.

3.4.

PIDZ Zorg B.V., onderdeel van het PIDZ-concern, ontvangt van de aangesloten zorginstellingen een vergoeding per uur per zzp’er die werkzaamheden verricht bij de zorginstelling. Smiling Gents brengt voor het gebruik van de software aan de zzp’ers een vergoeding van € 22,95 (exclusief btw) per maand in rekening.

3.5.

[eiser] is sinds oktober 2017 als zzp’er ingeschreven bij de PIDZ-organisatie.

3.6.

Op 13 november 2018 wordt door PIDZ Eindhoven een officiële waarschuwing aan [eiser] verzonden. Deze luidde als volgt.

“Type* Klacht

Prioriteit* Hoog*

Titel*: Franchise/ gedragsregels • waarschuwing

Omschrijving* Beste [eiser] .

Vandaag gesprek gehad betreft de notities in het systeem

Wij begrijpen zeker dat soms je privé leven doorwerkt in je onderneming, opdrachtgevers kunnen hier helaas geen rekening mee houden.

Bij dezen geven we je een officiële waarschuwing dit betekent dat mocht er een klacht komen vanuit een opdrachtgever we je helaas zullen moeten uitschrijven.”

3.7.

Eind februari 2019 is [eiser] op zijn verzoek overgeschreven naar PIDZ Den Haag.

3.8.

Op 26 april 2019 is het account van [eiser] door PIDZ Den Haag op inactief gezet. De heer [naam eigenaar] , eigenaar van PIDZ Den Haag, laat [eiser] die dag weten dat de samenwerking in verband met het niet nakomen van afspraken niet wordt voortgezet.

3.9.

In de brief van 20 mei 2019 wordt door Smiling Gents de samenwerking per direct opgezegd.

3.10.

In de brief van 6 augustus 2019 van PIDZ Den Haag staat het volgende.

“(…) De screeningsautoriteit Justis van het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft geconstateerd dat de door uw cliënt gebruikte VOG vals is.

(…)

Cliënte vernietigt hierbij de overeenkomst met uw cliënt op grond van bedrog, althans dwaling. (…)”

3.11.

De advocaat van [eiser] laat op 8 augustus 2019 weten dat de VOG na een bezwaarprocedure is verkregen en dus authentiek is.

3.12.

PIDZ Den Haag reageert per e-mail van 13 augustus 2019.

“(…) Cliënte heeft inmiddels bevestigd gekregen dat de VOG van uw cliënt authentiek is. Zij betreurt en biedt haar excuses aan voor de valse beschuldiging, die gebaseerd was op onjuist gebleken informatie van Justis, waarop zij uiteraard dacht te kunnen vertrouwen. (…)”

4 Het geschil

4.1.

[eiser] vordert samengevat - hoofdelijke veroordeling van PIDZ Den Haag BV c.s. wegens onrechtmatige beëindiging van de overeenkomst tot betaling van € 60.000,00, vermeerderd met rente en kosten. Daarnaast vordert hij vanwege het onrechtmatig handelen door het opvragen en gebruiken van informatie over hem bij Justis veroordeling van PIDZ Den Haag BV c.s. tot betaling van € 5.000,00 te vermeerderen met rente.

4.2.

PIDZ Den Haag BV c.s. voert verweer. Zij is van mening dat er geen sprake is van onrechtmatige beëindiging van de overeenkomst noch van onrechtmatig handelen rondom (het opvragen van) de informatie over de VOG van [eiser] . De vorderingen van [eiser] moeten volgens PIDZ Den Haag BV c.s. dus worden afgewezen.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

Beëindiging van de overeenkomst

5.1.

Allereerst zal de rechtbank de vordering van [eiser] over de vermeende onrechtmatige beëindiging van de overeenkomst behandelen. De rechtbank vindt dat [eiser] geen recht heeft op een schadevergoeding vanwege de beëindiging. Er is namelijk geen sprake van een tekortkoming of een onrechtmatige daad van PIDZ Den Haag BV c.s. Zij mocht opzeggen en hiervoor waren geen zwaarwegende redenen nodig. Ook hoefde PIDZ Den Haag BV c.s. geen rekening te houden met een opzegtermijn of schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank dit uit.

Duurovereenkomst – kwalificatie
5.1.1. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een duurovereenkomst. De rechtbank vindt dit ook. Er was geen sprake van eenmalige voorbijgaande prestaties, maar van een voortdurende rechtsverhouding waarbij partijen zich hebben verbonden gedurende onbepaalde tijd over en weer prestaties te verrichten, welke prestaties telkens terugkerend waren. [eiser] maakte namelijk vanaf oktober 2017 gebruik van de ter beschikking gestelde software. Hiervoor betaalde hij maandelijks een vaste prijs.

Duurovereenkomst – met wie?

5.1.2.

[eiser] heeft tijdens de zitting gezegd dat het voor hem onduidelijk is en was met wie de overeenkomst is gesloten, met PIDZ Den Haag, Smiling Gents of allebei.

5.1.3.

Volgens PIDZ Den Haag BV c.s. was Smiling Gents de wederpartij van [eiser] .

5.1.4.

De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval sprake is van één overeenkomst. De verbintenissen die hieruit zijn ontstaan zijn het ter beschikking stellen van de software tegen maandelijkse betaling van een geldsom. [eiser] heeft niet onderbouwd welke andere verbintenissen zouden zijn ontstaan, terwijl het aangaan van een verbintenis wel een vereiste is voor het bestaan van een overeenkomst, zie artikel 6:213 Burgerlijk Wetboek (BW).

In dit geval is het echter niet van belang wie als formele wederpartij van die overeenkomst aangemerkt moet worden. Uit het volgende blijkt dat de overeenkomst is opgezegd en dat dit mocht. Ook [eiser] is ervan uitgegaan dat de overeenkomst in ieder geval op 20 mei 2019 is opgezegd.

Opzegging duurovereenkomst – is er opgezegd?

5.1.5.

De rechtbank gaat ervan uit dat de duurovereenkomst in ieder geval per 20 mei 2019 is opgezegd.

Op 26 april 2019 is het account van [eiser] door PIDZ Den Haag op inactief gezet. Uit punt 24 van de dagvaarding blijkt dat [eiser] dit heeft opgevat als een beëindiging van de overeenkomst (“op staande voet”).

Op 20 mei 2019 is de overeenkomst tussen partijen door Smiling Gents per direct opgezegd. Uit het e-mailbericht van (de gemachtigde van) [eiser] van 9 juli 2019 (productie 4 bij dagvaarding) blijkt dat [eiser] de opzegging ook zo heeft begrepen. Hier stelt hij namelijk het volgende.

“(…) De rechtsverhouding tussen partijen betitelt u als "samenwerking", waarbij SG de totstandkoming en (administratieve) uitvoering van overeenkomsten van opdracht tussen zorginstellingen en zzp’ers, zoals cliënt, faciliteert via de PIDZ-software. Ik denk, dat er sprake is van een duurovereenkomst en dat de "samenwerking" rechtens in dat licht moet worden bezien. SG heeft deze overeenkomst met cliënt op staande voet opgezegd en de facto ook beëindigd. De toegang tot het PIDZ-platform is voor cliënt niet meer toegankelijk. (…)”

Opzegging duurovereenkomst – mocht er worden opgezegd?

5.1.6.

[eiser] is van mening dat PIDZ Den Haag BV c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] en in ieder geval onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld door de overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen zonder opzegtermijn in acht te nemen of een schadevergoeding aan te bieden. Ook heeft zij [eiser] niet in de gelegenheid gesteld te reageren op de klachten over hem en zijn functioneren en hem op staande voet ontslagen.

[eiser] stelt dat gezien de aard en de opzet van de samenwerking voor een onmiddellijke beëindiging een zwaarwegende grond aanwezig moet zijn dan wel een redelijke opzegtermijn in acht genomen moet worden dan wel een schadevergoeding moet worden aangeboden. Ter onderbouwing heeft hij het volgende aangevoerd.

Wederzijds mochten partijen vertrouwen op een langdurige relatie. In ieder geval vertrouwde [eiser] daarop en investeerde hij daarin. Daardoor kwam hij ook in een afhankelijke positie te verkeren. PIDZ Den Haag BV c.s. heeft een op een monopolie lijkende positie in dit marktsegment. Verstoting daaruit heeft onmiddellijke en ingrijpende gevolgen voor een zelfstandige zorgverlener.

5.1.7.

PIDZ Den Haag BV c.s. is het niet met [eiser] eens. De hoofdregel is dat een duurovereenkomst gewoon kan worden beëindigd. Er is dus geen sprake van een tekortkoming of een onrechtmatige daad.

De argumenten van [eiser] kloppen ook niet. Iedere zzp’er is als ondernemer zelf verantwoordelijk voor het hebben van voldoende werk. Er is geen garantie dat er steeds voldoende opdrachten voor alle zzp’ers beschikbaar zijn. PIDZ Den Haag BV c.s. heeft daarbij geenszins een "op een monopolie lijkende positie in dit marktsegment”. Er zijn verschillende vergelijkbare platforms waar zzp’ers hun diensten aan zorginstellingen kunnen aanbieden. Daarnaast is er, mede vanwege het alsmaar toenemende personeelstekort in de zorgsector, voldoende ruimte om rechtstreeks bij zorginstellingen te solliciteren. Door PIDZ Den Haag BV c.s. wordt jegens zzp’ers ook geen concurrentiebeding gehanteerd. Voor zover [eiser] zich afhankelijk zou hebben gemaakt van PIDZ Den Haag BV c.s., komt dat geheel voor zijn eigen rekening.

Er zijn bij de beëindiging geen lopende opdrachten van [eiser] afgebroken en PIDZ Den Haag BV c.s. heeft ervoor gezorgd dat [eiser] alle via de software aangenomen opdrachten netjes heeft kunnen afwikkelen. In zoverre is dus feitelijk een redelijke opzegtermijn in acht genomen.

Overigens heeft PIDZ Den Haag BV c.s. de klachten met [eiser] willen bespreken, maar kwam [eiser] te laat op deze afspraak waardoor die niet door is gegaan.

5.1.8.

De rechtbank stelt voorop dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij geen opzegtermijn is overeengekomen, zoals hier het geval is, in beginsel opzegbaar is.

De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat (Hoge Raad 3 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3821 (Maison Louis Latour/P. de Bruijn Wijnkopers)).

Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854, SNU-Stedin/gemeente de Ronde Venen).

Of er reden is om af te wijken van de hoofdregel dat de overeenkomst per direct opzegbaar is, dient per geval te worden vastgesteld met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, bezien in onderling verband. Onder die omstandigheden is begrepen de termijn die nodig is voor een omschakeling in de bedrijfsvoering naar de nieuwe situatie die door de opzegging ontstaat en het terugverdienen van gedane investeringen, alsmede de tijd en kosten die overigens met die omschakeling gemoeid zijn. Ook de mate van afhankelijkheid van de opgezegde partij en de tijd die de overeenkomst geduurd heeft, alsmede de redenen van de opzegging spelen daarbij een rol (Gerechtshof Den Haag 3 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2764).

5.1.9.

De rechtbank is van oordeel dat [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat een zwaarwegende grond voor beëindiging was vereist, een opzegtermijn in acht moest worden genomen en/of een schadevergoeding moest worden aangeboden.

Hierbij heeft de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden meegewogen.

  • -

    [eiser] maakte vanaf oktober 2017 gebruik van de software. Het gaat daarmee om een (relatief overzichtelijke) periode van 1,5 jaar.

  • -

    Volgens PIDZ Den Haag BV c.s. was er, mede vanwege het alsmaar toenemende personeelstekort in de zorgsector, voldoende ruimte om rechtstreeks bij zorginstellingen te solliciteren. Dit is door [eiser] niet betwist.

  • -

    Er gold geen concurrentiebeding.

  • -

    Er is niet gebleken of (in ieder geval te summier) gesteld dat [eiser] tijd nodig had zijn bedrijfsvoering aan te passen aan de nieuwe situatie.

  • -

    Er is niet gesteld of gebleken dat [eiser] investeringen had gedaan die hij niet had terugverdiend. De maandelijkse bijdrage van € 22,95 werd door [eiser] maandelijks ruimschoots terugverdiend.

  • -

    De redenen van opzegging zijn het niet naleven van de overeengekomen gedragsregels en het verlies van vertrouwen. Het ligt dan niet voor de hand een opzegtermijn in acht te nemen. De redenen van opzegging acht de rechtbank geldig. Er bestaan meerdere klachten over de punctualiteit van [eiser] . Met PIDZ Den Haag BV c.s. is de rechtbank van mening dat ook als een klacht met een zorginstelling is afgehandeld, dit niet wegneemt dat er een klacht bestond. Bij de afspraak om de klachten te bespreken, kwam [eiser] (weer) te laat, ook als de afspraak om 11:30 was. [eiser] erkent dat hij “iets vertraagd” was.

5.1.10.

De rechtbank kan [eiser] niet volgen in zijn stelling dat er sprake is van onrechtmatig handelen door hem geen kans te geven te reageren op de logs en hem op staande voet te ontslaan. Ten eerst is zoals hierboven overwogen een afspraak gemaakt om deze klachten te bespreken en staat vast dat [eiser] hiervoor te laat was. Daarnaast is geen sprake van een ontslag op staande voet. Tussen partijen bestond immers in het geheel geen arbeidsovereenkomst. Niet gesteld of gebleken is dat [eiser] als zzp’er in dit geval dezelfde bescherming moet krijgen als een werknemer in loondienst.

Opvragen en gebruiken informatie rondom VOG
5.2. De tweede vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of PIDZ Den Haag BV c.s. onrechtmatig heeft gehandeld door het opvragen en gebruiken van informatie over [eiser] bij Justis. De rechtbank is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Omdat er geen sprake is van onrechtmatig handelen, heeft [eiser] geen recht op een schadevergoeding.

Onrechtmatig handelen

5.2.1.

[eiser] stelt dat PIDZ Den Haag BV c.s. onrechtmatig heeft gehandeld door via een haar bekende medewerker bij Justis inzage te vragen in de justitiële informatie van [eiser] wetende dat het hier om vertrouwelijke informatie gaat, die Justis niet aan derden mag doorgeven. PIDZ Den Haag BV c.s. heeft [eiser] hiermee in zijn persoon aangetast. Dat PIDZ Den Haag BV c.s. het oogmerk had nadeel toe te brengen, blijkt uit het feit dat zij deze informatie gebruikte in het geschil over de beëindiging van de duurovereenkomst.

5.2.2.

PIDZ Den Haag BV c.s. betwist dat sprake is van enig onrechtmatig handelen of een aantasting in persoon. PIDZ Den Haag BV c.s. heeft de VOG van [eiser] ontvangen in het kader van de screening bij het aangaan van de duurovereenkomst. In augustus 2019 zijn twijfels gerezen over de echtheid van de VOG van een aantal zzp’ers. Dit omdat de datum in het kenmerk van de VOG en de datum van uitgifte - anders dan gebruikelijk - ver uit elkaar lagen. Dit was reden om contact op te nemen met Justis. Op de website van Justis staat hierover het volgende.

“Controleer de afgegeven VOG

Het is de taak van u als organisatie of werkgever om te controleren of iemand een echte VOG heeft en geen vervalsing. U controleert ook of de VOG is afgegeven volgens het door u

opgegeven screeningsprofiel. Vraag altijd naar het originele exemplaar. Dit voorkomt misbruik.

Twijfelt u of een VOG echt is? Neem dan contact op met Justis.”

Overigens zijn de gegevens opgevraagd door (een medewerker van) PIDZ Zorg B.V. en die vennootschap is geen partij in deze procedure.

Nadat duidelijk werd dat de informatie van Justis onjuist was en er (in tweede instantie) wel een VOG aan [eiser] is afgegeven, zijn er richting hem excuses gemaakt.

5.2.3.

De rechtbank is met PIDZ Den Haag BV c.s. van mening dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen. [eiser] heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waar de onrechtmatigheid op ziet. Volgens [eiser] was het geven van de informatie door Justis onrechtmatig, omdat deze wettelijk is beschermd. Wat hiervan ook zij, Justis is geen partij in deze procedure en [eiser] heeft niet onderbouwd waarom het vragen naar de informatie ook onrechtmatig is. Justis had immers ook kunnen weigeren de informatie te verstrekken.

Bovendien is niet gevraagd naar justitiële antecedenten, maar naar de geldigheid van de VOG. Uit de door partijen overgelegde mailwisseling blijkt namelijk dat de volgende vraag is gesteld. “Had jij deze meneer zijn VOG ook gecontroleerd en of deze aan hem is uitgegeven?”

Het PIDZ-concern beschikte over de, door [eiser] zelf verstrekte, VOG in verband met de screening bij het inschrijven. Niet gesteld of gebleken is dat deze screening onrechtmatig was. Niet valt in te zien waarom het onrechtmatig zou zijn om de echtheid van de VOG bij Justis, het bureau dat aanvragen voor een VOG beoordeelt en eventueel de VOG afgeeft, na te gaan. [eiser] heeft niet betwist dat er een lange tijd zat tussen de datum van aanvraag en afgifte van zijn VOG en dat dit tot vragen kon leiden over de echtheid hiervan.

5.2.4.

Of Justis onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming van [eiser] informatie te verstrekken is in deze zaak niet van belang, omdat Justis hierin geen partij is.

Rente en kosten

5.3.

De nevenvorderingen, tot veroordeling van PIDZ Den Haag BV c.s. tot betaling van de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, delen het lot van de hoofdvordering en worden ook afgewezen.

5.4.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PIDZ Den Haag BV c.s. worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- griffierecht 2.042,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 4.190,00

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

wijst de vorderingen van [eiser] af,

6.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van PIDZ Den Haag BV c.s. tot op heden begroot op € 4.190,00,

6.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.S. Verstraelen en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2020.