Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:4288

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
01/879678-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een zestal minderjarige meisjes gedwongen seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten, terwijl hij toekeek. Onder de seksuele handelingen die de meisjes moesten verrichten, viel ook het seksueel binnendringen van het eigen lichaam met de vingers of met voorwerpen. De rechtbank merkt deze handelingen niet aan als verkrachting in de zin van artikel 242 Sr. Daarnaast heeft verdachte een (grote) hoeveelheid kinderporno vervaardigd, verworven en in zijn bezit gehad. Vaststaat bovendien dat hij verschillende pornografische afbeeldingen van slachtoffers op social media heeft gezet.

Verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 40 maanden. Daarnaast wordt verdachte een terbeschikkingstellling met voorwaarden opgelegd. Ook wordt verdachte veroordeeld tot een contactverbod met de slachtoffers gedurende vijf jaar. Naast de materiële schadevergoeding wordt alle slachtoffers een immateriële schadevergoeding van € 3.000,-- toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879678-19

Datum uitspraak: 8 september 2020

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [1994] ,

wonende te [postcode] , [straatnaam] ,

thans gedetineerd te P.I. Dordrecht.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 augustus 2020.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 februari 2020. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 25 augustus 2020 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 te Eindhoven en/of Doetinchem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen door die [slachtoffer 1] een of meer handelingen te laten verrichten die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een haarborstel en/of een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde haarborstel en/of vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 1] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 1] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 te Eindhoven en/of Doetinchem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 1] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een haarborstel en/of een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde haarborstel en/of vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video 's en/of films zijn

gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren

middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

(art. 245 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 te Eindhoven en/of Doetinchem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging

met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1]

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, door die [slachtoffer 1] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te

weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een haarborstel en/of een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde haarborstel en/of vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 1] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 1] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 te Eindhoven en/of Varsseveld, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ), heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen, door die [slachtoffer 2] een of meer handelingen te laten verrichten, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een make-up kwast en/of doucheslangen/of een vinger in de vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde make-up kwast en/of doucheslangen/of vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 2] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 2] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via

videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 te Eindhoven en/of Varsseveld, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 2] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) borsten en/of billen en/of vagina en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een make-up kwast en/of doucheslangen/of een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde make-up kwast en/of doucheslangen/of vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

(art. 245 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 te Eindhoven en/of Varsseveld, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens ) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging

met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

door die [slachtoffer 2] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een make-up kwast en/of doucheslangen/of een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde make-up kwast en/of doucheslangen/of vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 2] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 2] toe te sturen indien zij niet (al dan niet

via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 19 juni 2017 te Eindhoven en/of Veldhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen door die [slachtoffer 3] een of meer handelingen te laten verrichten die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video 's en/of films zijn

gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte

heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of foto's en/of films van die [slachtoffer 3] online te zette? en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 19 juni 2017 te Eindhoven en/of Veldhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 3] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

(art. 245 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 19 juni 2017 te Eindhoven en/of Veldhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

door die [slachtoffer 3] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of foto's en/of

films van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot

en met 3 juni 2019 te Eindhoven en/of Veldhoven, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] )

heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen door die [slachtoffer 3] een of meer handelingen te laten verrichten die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote)

vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar

vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande

bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn

gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren

middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium

en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met

geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte

heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of foto's en/of

films van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden

en/of bekenden van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet

via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten

(en/of daarvan fotos en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot en met 3 juni 2019 te Eindhoven en/of Veldhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ), waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

(telkens) door giften en/of beloften van geld en/of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten

- het dreigen (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen) en/of

- het zich langdurig en/of telkens zeer dominant en/of dreigend en/of agressief gedragen (op een moment dat er iets niet gebeurde, zoals hij, verdachte, dat wilde) waarbij die [slachtoffer 3] (telkens) vreesde voor nieuwe dreigingen als zij niet zou doen wat hij, verdachte, wilde en/of aldus (telkens) voor die [slachtoffer 3] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen

en/of van hem, verdachte te dulden, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] ertoe bewogen

- meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk te ontkleden en/of

- meermalen, althans eenmaal, haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen te tonen en/of aan te raken en/of

- meermalen, althans eenmaal, een vinger in haar vagina en/of anus te duwen en/of brengen en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neer gaande bewegingen te maken,

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium

(art. 248a Wetboek van Strafrecht)

EN/OF

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 juni 2017 tot en met 3 juni 2019 te Eindhoven en/of Veldhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ) en/of door bedreiging heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer 3] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of foto's en/of films van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten

(en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 maart 2019 tot en met 20 maart 2019 te Eindhoven en/of Steenbergen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

of een andere feitelijkheid met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 4] ,

heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen door die [slachtoffer 4] een of meer handelingen te laten verrichten die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 4] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 4] toe te sturen indien zij niet (al dan niet

via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 maart 2019 tot en met 20 maart 2019 te Eindhoven en/of Steenbergen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 4] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 4] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

(art. 245 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 maart 2019 tot en met 20 maart 2019 te Eindhoven en/of Steenbergen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 4]

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer 4] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 4] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 4] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 april 2019 te Eindhoven en/of Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld

of een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen door die [slachtoffer 5] een of meer handelingen te laten verrichten die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 5] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 5] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 5] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of) daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 april 2019 te Eindhoven en/of Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 5] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] , te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

(art. 245 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 april 2019 te Eindhoven en/of Enschede, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging

met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer 5] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en/of borsten en/of billen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus en/of (vervolgens) met voornoemde vinger op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 5] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 5] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 13 juni 2019 te Eindhoven en/of ‘s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 6]

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

door die [slachtoffer 6] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen van haar (ontblote) borsten en/of billen en/of vagina

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of foto's en/of films van die [slachtoffer 6] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 6] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten

(en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

(art. 246 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 13 juni 2019 te Eindhoven en/of ‘s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 6] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 6] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het meermalen, althans eenmaal, zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het meermalen, althans eenmaal, tonen van (ontblote) borsten en/of billen en/of vagina

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

(art. 247 Wetboek van Strafrecht)

8.

hij op een of meer tijdstippen i n of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 12 juni 2019 te Eindhoven en/of Doetinchem en/of Varsseveld en/of Steenbergen en/of Enschede en/of ‘s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens

afbeeldingen, te weten foto's en/of video's, en/of gegevensdragers, te weten een telefoon (merk Samsung) bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid (door het plaatsen van afbeeldingen op een social media account, in elk geval een soortgelijk medium) en/of aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) anaal en/of vaginaal en/of oraal penetreren van het eigen lichaam

[bestandsnaam 1] p. 74 van de toonmap

[bestandsnaam 2] p. 112 van de toonmap

en/of het met (een) vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het eigen

geslachtsdeel, de eigen billen en/of borsten

[bestandsnaam 3] p. 109 van de toonmap

[bestandsnaam 4] p. 65 van de toonmap

en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

[bestandsnaam 5] p. 31 van de toonmap

[bestandsnaam 6] p. 51 van de toonmap

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AT2972, Pollepel-arrest) bepleit dat het dwingen van een ander tot het plegen van ontuchtige handelingen volgens de wetsgeschiedenis feitelijke aanranding van de eerbaarheid oplevert als bedoeld in artikel 246 Sr. De verdediging refereert zich aan een bewezenverklaring hiervan ten aanzien van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde. De artikelen 242 Sr en 245 Sr missen toepassing volgens de verdediging, omdat de verdachte het binnendringen niet zelf heeft verricht bij het slachtoffer. Verdachte dient dan ook van verkrachting en het plegen ontucht met een minderjarige te worden vrijgesproken. Feit 8 kan volgens de verdediging bewezen worden verklaard, met dien verstande dat de periode dient te worden ingekort.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 primair ten laste gelegde, namelijk verkrachting. Het gaat telkens om zedendelicten waarbij de meisjes zijn gedwongen seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten, die mede bestonden uit seksueel binnendringen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ook sprake kan zijn seksueel binnendringen op afstand. De officier van justitie heeft ter onderbouwing van die stelling verwezen naar een vonnis van de rechtbank Limburg van 22 januari 2019 (ECLI:NL:RBLIM:2019:497). Bij dat vonnis werd de verdachte veroordeeld voor (onder andere) het via de webcam ontucht plegen met een meisje onder de 16 jaar, waarbij sprake was van zelfpenetratie. De officier van justitie verbindt hieraan de conclusie dat ook voor een bewezenverklaring van verkrachting niet is vereist dat de verdachte zelf het seksuele binnendringen pleegt. De officier rekwireert daarnaast tot bewezenverklaring van de onder 7 primair ten laste gelegde feitelijke aanranding van de eerbaarheid en het onder 8 ten laste gelegde verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben van kinderporno, waarvan verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank.

Partiële vrijspraak

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 6 telkens primair (verkrachting).

Onder 1, 2 en 6 telkens primair zijn verkrachtingen ten laste gelegd, zoals strafbaar gesteld in artikel 242 Sr. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

Volgens artikel 242 Sr maakt hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam zich schuldig aan verkrachting. Dit artikel luidt zo sinds 1 december 1991 (Stb. 1991, 519). Voor die tijd luidde artikel 242 Sr:

“Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vrouw dwingt met hem buiten echt vleselijke gemeenschap te hebben, wordt als schuldig aan verkrachting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.”

De Hoge Raad citeerde in het eerder genoemde arrest van 11 oktober 2005 uit de bijbehorende wetsgeschiedenis en overwoog dat de wijziging van artikel 242 Sr onder meer tot doel had tevens andere wijzen van seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer als verkrachting strafbaar te stellen. Echter, volgens de Hoge Raad was het kennelijk niet de bedoeling van de wetgever geweest om ook seksuele handelingen die zijn gepleegd door een ander dan degene die de dwang heeft uitgeoefend, onder deze bepaling te laten vallen.

In de zaak die in 2005 voorlag bij de Hoge Raad, had de verdachte het slachtoffer gedwongen om bij zichzelf een voorwerp in de anus te brengen. Dit leverde volgens de Hoge Raad dus geen verkrachting op.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad kwam in zijn conclusie bij voornoemd arrest tot dezelfde slotsom. Hij wees erop dat het oude artikel 242 Sr ervan uitging dat de dader vleselijke gemeenschap met het slachtoffer had. Een logische uitleg van het huidige artikel 242 Sr zou volgens hem dan ook zijn, dat het moet gaan om een situatie waarbij een ander het lichaam van het slachtoffer binnendringt, hetgeen ook tot uitdrukking is gebracht in de woorden “dwingt tot het ondergaan.”

Bij het voorgaande past de constatering dat de terminologie in artikel 242 Sr (een ander dwingt tot het ondergaan) verschilt van de terminologie in artikel 245 Sr (met iemand pleegt) en artikel 246 Sr (iemand dwingt tot het plegen of dulden).

In lijn met het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat in de onderhavige zaak niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van het “een ander dwingen tot het ondergaan” van seksuele handelingen, die mede bestonden uit seksueel binnendringen van het lichaam in de zin van artikel 242 Sr. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van de primair ten laste gelegde verkrachtingen.

Ten aanzien van feit 3 primair, subsidiair en feit 4 primair

Onder feit 3 en 4 is ten laste gelegd dat verdachte een zedendelict heeft begaan jegens aangeefster [slachtoffer 3] . De steller van de tenlastelegging heeft daarbij onderscheid gemaakt tussen de periode dat aangeefster tussen de 12 en 16 jaar oud was (feit 3) en de periode dat aangeefster ten minste 16 jaar (maar nog geen 18 jaar) oud was (feit 4).

Afgezien van hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de ten laste gelegde verkrachtingen, geldt ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 3] het volgende.

Onder feit 3 primair en subsidiair en onder 4 primair is telkens ten laste gelegde dat de seksuele handelingen mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het “duwen en/of brengen van een vinger in haar vagina en/of anus.” De rechtbank kan niet uitsluiten dat dit inderdaad is voorgekomen, mede gelet op de verklaring van verdachte dat hij vaak tegen meisjes zei dat ze een vinger of een voorwerp in de vagina of anus moesten brengen en gelet op het feit dat aangeefster in elk geval is gedwongen haar vulva en haar billen te tonen en te betasten. Uit de bewijsmiddelen kan echter niet zonder meer worden afgeleid dat zij haar lichaam heeft moeten binnendringen, zoals ten laste is gelegd. Om die reden wordt verdachte van deze onderdelen vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5 primair, subsidiair en meer subsidiair

Aangeefster [slachtoffer 4] heeft op 21 maart 2019 aangifte gedaan van chantage en bedreiging. Zij heeft verklaard dat een persoon tegen haar heeft gezegd dat zij een Snapchataccount moest aanmaken en naaktfoto’s of video’s van zichzelf moest sturen. Deze persoon zei ook dat als zij dat niet zou doen, hij foto’s van haar op social media zou plaatsen.

Aangeefster is daar kennelijk niet op ingegaan. In haar aangifte heeft zij ondubbelzinnig verklaard dat zij nooit naaktfoto’s van zichzelf heeft gemaakt en verstuurd naar anderen. Aangeefster heeft geconstateerd dat er door een ander een Instagramaccount is aangemaakt onder haar naam, waarop twee foto’s en één video zijn geplaatst. Zij stelt dat deze foto’s en video zijn bewerkt. Op één foto lijkt het alsof aangeefster haar vingers in haar keel steekt, maar een dergelijke foto heeft zij nooit gemaakt. Op de andere foto staat een onbekende blonde vrouw met een ontbloot bovenlijf. Het gaat niet om het lichaam van aangeefster. De video is een bewerking van een video die ze zelf ooit (vrijwillig) op social media heeft gedeeld.

Aangeefster heeft op eigen initiatief melding gemaakt bij de politie van haar bevindingen en van haar vermoeden dat een bekende van haar, niet zijnde de verdachte in de onderhavige zaak, haar lastigviel.

Verdachte heeft ten aanzien van aangeefster bij de politie verklaard dat hij een naaktfoto van het internet heeft gehaald en dat hij die foto op een nep-account onder haar naam heeft geplaatst, in de hoop daarmee dwang te kunnen uitoefenen op aangeefster. Dit sluit aan bij wat aangeefster hierover heeft verklaard.

Uit het voorgaande komt niet naar voren dat aangeefster in het kader van enig contact met de verdachte in de onderhavige zaak, seksuele/ontuchtige handelingen heeft moeten ondergaan, dulden of plegen en/of dat zij daarvan foto’s of video’s heeft gemaakt en gedeeld met verdachte. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van alle onderdelen van feit 5.

Het is de rechtbank overigens niet ontgaan dat op pagina 287 van het dossier staat dat er meerdere (kinderpornografische) afbeeldingen op de gsm van verdachte zijn aangetroffen, waarop naar het oordeel van de verbalisant aangeefster staat afgebeeld. Daarbij staat echter niet beschreven waar de verbalisant op baseert dat het om aangeefster gaat. Aangeefster is hieromtrent ook niet nader gehoord. De bevindingen van de verbalisant brengen de rechtbank, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dan ook niet tot een andere conclusie.

Ten aanzien van feit 8

De steller van de tenlastelegging heeft ervoor gekozen een selectie van kinderpornografische afbeeldingen ten laste te leggen. Van specifiek deze afbeeldingen volgt niet uit de bewijsmiddelen dat verdachte die heeft verspreid en/of openlijk heeft tentoongesteld. Daarom spreekt de rechtbank hem partieel vrij. Dit laat overigens onverlet dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte nog veel kinderpornografische afbeeldingen heeft vervaardigd, verworven en in zijn bezit heeft gehad. Sterker nog, uit de bewijsmiddelen volgt zelfs dat hij verschillende pornografische afbeeldingen van de slachtoffers op social media heeft geplaatst. Dat weegt in de strafmaat wel mee.

Bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn opgenomen in een aparte bewijsbijlage. De bewijsbijlage is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De bewijsmiddelen zijn telkens slechts gebezigd voor het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank van 25 augustus 2020 erkend dat hij de in de tenlastelegging onder 1, 2, 3 en 4, 6 en 7 genoemde meisjes heeft gedwongen om seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten. Hij heeft ook verklaard dat hij daarvoor dwang heeft gebruikt, door te dreigen met het openbaar maken en verspreiden van seksueel getinte foto’s of video’s van de meisjes.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 6 telkens subsidiair (ontucht met een minderjarige).

De in de tenlastelegging onder 1, 2 en 6 genoemde meisjes werden door verdachte gedwongen om met hun vingers of met voorwerpen hun eigen lichaam seksueel binnen te dringen. De rechtbank ziet zich door de steller van de tenlastelegging voor de vraag gesteld of dit telkens ontucht met een minderjarige als bedoeld in artikel 245 Sr oplevert, oftewel of er sprake is geweest van het met iemand plegen van ontuchtige handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Artikel 245 Sr luidt:

“Hij die met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie”.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 november 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AQ0950) geoordeeld dat onder omstandigheden ook sprake kan zijn van ontucht met een minderjarige als bedoeld in artikel 247 of 249 Sr als er geen lichamelijk aanraking tussen de verdachte en de minderjarige heeft plaatsgevonden. Of in dat geval de bewezenverklaarde gedraging het plegen van ontucht “met” de minderjarige oplevert, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In elk geval dient er sprake te zijn van enige voor het plegen van ontucht met de minderjarige relevante interactie tussen de verdachte en die minderjarige.

In de onderhavige zaak is de tenlastelegging (subsidiair) toegesneden op artikel 245 Sr. Dit artikel is op dezelfde wijze geredigeerd als (het hier relevante deel van) artikel 247 Sr, in die zin dat het telkens gaat om degene die “met iemand” van beneden de zestien jaar “ontuchtige handelingen pleegt.” De rechtbank ziet daarin aanleiding aan te sluiten bij de hiervoor aangehaalde jurisprudentie.

Naar het oordeel van de rechtbank is in de onderhavige sprake geweest van de relevante interactie, zoals vereist voor een bewezenverklaring de ontucht als bedoeld in artikel 245 Sr.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de meisjes heeft gedwongen seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten, terwijl hij toekeek. Verdachte gaf hen instructies over wat zij hem moesten laten zien en hoe ze dat moesten doen. Onder de seksuele handelingen die de meisjes moesten verrichten, viel ook het seksueel binnendringen van het eigen lichaam met de vingers of met voorwerpen. Er was sprake van live contact op het moment van deze seksuele handelingen. Verdachte leidde de meisjes met tekstberichten of spraak tot de handelingen die hem opwonden. Verdachte masturbeerde terwijl hij op deze manier in contact stond met de meisjes. Soms liet hij dit aan de meisjes weten en enkele keren konden de meisjes dit horen aan zijn ademhaling. De meisjes moesten meewerken aan bevrediging van verdachtes behoeftes als verdachte dat wilde. Dat betekende dat de meisjes soms verschillende keren op één dag, op willekeurige tijden en plaatsen contact met verdachte moesten hebben. Kennelijk was die interactie dus een must voor verdachte. Verdachte maakte sloeg de foto’s en video’s ook op middels speciale apps, maar dat deed hij volgens zijn verklaring ter terechtzitting vooral om een pressiemiddel te hebben om de meisjes opnieuw voor de webcam te krijgen.

In artikel 245 Sr is dwang geen bestanddeel. Het onder dwang seksuele handelingen laten plegen, maakt die handelingen echter wel ontuchtig. Kort gezegd laten de seksuele handelingen zich als ontuchtig kwalificeren, vanwege:

- de dwang die verdachte op de meisjes uitoefende, in het bijzonder de dreiging om de gemaakte foto’s en video’s online te zetten en aan familie/bekenden te verstrekken,

- de verstrekkende seksuele handelingen die de meisjes hebben moeten verrichten, in het bijzonder de anale penetratie,

- het leeftijdsverschil tussen verdachte en de meisjes; het jongste meisje was pas 13 jaar, terwijl verdachte volwassen was.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van het plegen van ontuchtige handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met drie meisjes die tussen de 12 en 16 jaar oud waren. De rechtbank acht het onder 1, 2 en 6 subsidiair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3 meer subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 7 primair (feitelijke aanranding van de eerbaarheid).

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de onder feit 3 meer subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 7 primair ten laste gelegde feitelijke aanranding van de eerbaarheid wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair acht de rechtbank tevens bewezen dat verdachte door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen.

Ten aanzien van feit 8

De rechtbank is van oordeel dat het onder 8 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De verdediging heeft bepleit dat de bewezenverklaring beperkt dient te worden tot de periode na oktober 2018, omdat er geen bewijs is dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen al voor die tijd in bezit had. De rechtbank ziet dat anders. De exacte datum waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn vervaardigd en/of verworven, staat niet vast. Wel is bekend dat verdachte sinds juni 2015 meisjes dwong seksuele foto’s of video’s met hem te delen. Verder staat vast dat de ten laste gelegde afbeeldingen ten tijde van de inbeslagname van de telefoon op 12 juni 2019 nog in het bezit van verdachte waren. Dat brengt de rechtbank tot de slotsom dat het vervaardigen en/of verwerven en in bezit hebben van alle ten laste gelegde afbeeldingen in elk geval in de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden.

Het aantal in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen, rechtvaardigt het oordeel dat er sprake is geweest van een gewoonte.

De bewezenverklaring.

Op grond van de inhoud van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen, in onderling (tijds)verband en samenhang bezien, en op grond van de inhoud van het vorenoverwogene, is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 meer subsidiair, 4 subsidiair, 6 subsidiair, 7 primair en 8 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. subsidiair

hij in de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 1] ontuchtige handelingen te laten verrichten, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en

- het tonen en aanraken van haar (ontblote) billen en

- het duwen en/of brengen van een haarborstel in haar anus en met voornoemde haarborstel op en neergaande bewegingen maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video 's en/of films zijn

gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren

middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

2. subsidiair

hij in de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 mei 2019 in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 2] ontuchtige handelingen te laten verrichten, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en

- het tonen en/of aanraken van haar (ontblote) borsten en/of billen en/of vagina en

- het duwen en brengen van een make-upkwast en doucheslang en een vinger in haar anus en een vinger in haar vagina en met voornoemde make-upkwast op en neergaande bewegingen te maken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

3. meer subsidiair

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 19 juni 2017 in Nederland, door bedreiging met een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ) heeft gedwongen tot het plegen van een ontuchtige handeling, door die [slachtoffer 3] een ontuchtige handeling te laten verrichten, te weten

- het tonen van haar (ontblote) billen

bestaande [de] bedreiging met een feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen)

4. subsidiair

hij in de periode van 20 juni 2017 tot en met 3 juni 2019 in Nederland,

[slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ), waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht te weten:

- het dreigen (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of films van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie en/of vrienden en/of bekenden van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen) en/of

- het zich zeer dominant en/of dreigend en/of agressief gedragen op een moment dat er iets niet gebeurde, zoals verdachte dat wilde, en aldus telkens voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie laten ontstaan,

telkens opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 3] ertoe bewogen

- zich geheel of gedeeltelijk te ontkleden en

- haar (ontblote) vagina en billen te tonen en aan te raken

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

EN

hij in de periode van 20 juni 2017 tot en met 3 juni 2019 te Nederland, meermalen, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ) door bedreiging met een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer 3] een of meer ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en

- het tonen en/of aanraken van haar (ontblote) vagina en billen

van welke handelingen door verdachte foto's zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande de bedreiging met een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's van die [slachtoffer 3] online te zetten en/of aan familie van die [slachtoffer 3] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

6. subsidiair

hij in de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 april 2019 in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 5] ontuchtige handelingen te laten verrichten, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] , te weten

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en

- het tonen en aanraken van haar (ontblote) vagina en borsten en billen en

- het duwen en brengen van een vinger in haar anus

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium;

7.

hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 13 juni 2019 in Nederland, door bedreiging met een andere feitelijkheid [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 6] ), heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer 6] ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en

- het tonen van haar (ontblote) borsten en billen,

van welke handelingen (door verdachte) foto's en/of video's en/of films zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en/of zichtbaar waren middels videobellen, in elk geval een soortgelijk medium en bestaande de bedreiging met een andere feitelijkheid hierin dat verdachte heeft gedreigd (reeds in zijn bezit zijnde) naaktfoto's en/of foto's en/of films van die [slachtoffer 6] online te zetten en/of aan familie van die [slachtoffer 6] toe te sturen indien zij niet (al dan niet via videobellen) nog meer seksuele handelingen bij zichzelf zou verrichten (en/of daarvan foto's en/of films aan hem, verdachte, zou toesturen);

8.

hij in de periode van 1 juni 2015 tot en met 12 juni 2019 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en een gegevensdrager, te weten een telefoon (merk Samsung) bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een vinger of voorwerp anaal penetreren van het eigen lichaam

[bestandsnaam 1] p. 74 van de toonmap

[bestandsnaam 2] p. 112 van de toonmap

en het met een hand betasten en aanraken van de eigen billen

[bestandsnaam 3] p. 109 van de toonmap

[bestandsnaam 4] p. 65 van de toonmap

en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk de (blote) borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

[bestandsnaam 5] p. 31 van de toonmap

[bestandsnaam 6] p. 51 van de toonmap

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht en een terbeschikkingstelling met voorwaarden geëist.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Net als de officier van justitie vindt de verdediging de oplegging van de maatregel tot terbeschikkingstelling met voorwaarden aangewezen. De verdediging heeft verzocht deze eventueel op te leggen maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Voorts heeft de verdediging verzocht een eventueel op te leggen gevangenisstraf fors minder te doen zijn dan vijf (5) jaren, omdat verdachte zo snel mogelijk behandeld wil worden.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft meerdere minderjarige slachtoffers door bedreiging gedwongen (verregaande) seksuele handelingen bij zichzelf laten verrichten, terwijl hij toekeek. Dit alles deed verdachte vanaf zijn telefoontoestel. Verdachte drong zich op aan de slachtoffers via chatberichten en viel hen op afstand op een dwangmatige manier lastig. De meisjes konden door de hevige dwang die verdachte op hen uitoefende, zelfs tijdens schoollessen, niet aan hem ontkomen. De meisjes werden in hun thuisomgeving, veelal in hun eigen slaapkamer, gedwongen tot het verrichten van de seksuele handelingen. Een omgeving waar de meisjes zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. Verdachte heeft bij het door hem gepleegde seksuele misbruik enkel oog gehad voor zijn eigen seksuele behoeften en op geen enkele manier rekening gehouden met de gevoelens van de slachtoffers en de mogelijke nadelige gevolgen van zijn handelen voor hun ontwikkeling.

Seksueel misbruik van minderjarigen kan leiden tot aanzienlijke problemen op het emotionele en seksuele vlak. Dat het seksuele misbruik daadwerkelijk grote impact heeft gehad blijkt uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , de ingediende schadevergoedingsvorderingen en de gedane aangiftes. Voor ieder van de slachtoffers geldt dat het misbruik grote impact op hen heeft gehad en nog steeds heeft. Los van de grote gevolgen die het handelen van verdachte voor de slachtoffers heeft gehad, leidt het handelen van verdachte tot een toename van een gevoel van onveiligheid van ouders en de samenleving in het algemeen.

Daarnaast heeft verdachte een (grote) hoeveelheid kinderporno vervaardigd, verworven en in zijn bezit gehad. Vaststaat bovendiend dat hij verschillende pornografische afbeeldingen van slachtoffers op social media heeft gezet. Verdachte heeft zo zijn dreigementen uitgevoerd. Dit is zeer kwestsend voor de slachtoffers. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal afbeeldingen en filmpjes dat verdachte in bezit had, de (geschatte) leeftijd van de kinderen en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen.

De rechtbank houdt er rekening mee dat de onder 4 subsidiair cumulatief bewezenverklaarde feiten een eendaadse samenloop opleveren.

Tbs met voorwaarden.

De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages omtrent verdachte van psychiater J. van der Meer d.d. 8 april 2020, psycholoog J. Yntema d.d. 10 april 2020 en het reclasseringsrapport van 13 juli 2020.

Psychiater J. van der Meer rapporteert - zakelijk weergegeven - als volgt:

Er is bij betrokkene sprake van een psychische stoornis die bestaat uit een overige gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale persoonlijkheidskenmerken, een andere gespecificeerde parafiele stoornis en een matig ernstige stoornis in het gebruik van cannabis. Het advies is om het tenlastegelegde in verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen. De verwachting is dat het risico op recidive hoog is. Deze inschatting is gebaseerd op de klinische indruk en het gebruik van een risicotaxatieinstrument. Om het recidive risico in de toekomst te verlagen en aangezien ambulante behandeling op basis van een

voorwaardelijk strafdeel niet afdoende was is het van groot belang dat betrokkene klinisch wordt behandeld. Daarbij moeten de seksuele gevoelens van betrokkene worden behandeld en is het van groot belang dat betrokkene leert hoe hij de grenzen van vrouwen kan respecteren en een gelijkwaardig seksueel contact met een vrouw kan opbouwen.

Daarnaast dient behandeling plaats te vinden voor de persoonlijkheidsproblematiek van betrokkene. Hiervoor is een psychotherapeutische behandeling nodig. Aanvankelijk moet de nadruk vooral liggen op het nemen van verantwoordelijkheid en het beheersen van de eigen

impulsen. Later moeten echter ook de onderliggende persoonlijkheidsproblemen aan de orde komen. Er kan dan bijvoorbeeld worden gedacht aan schematherapie of mentalisatie bevorderende therapie. Daarbij zouden er behalve de hier vastgestelde antisociale persoonlijkheidskenmerken tijdens de behandeling mogelijk ook nog andere persoonlijkheidskenmerken naar voren kunnen komen die behandeling behoeven.

Tenslotte moet de stoornis in het gebruik van cannabis worden behandeld. Hiervoor is het

belangrijk dat betrokkene de vaardigheden leert die nodig zijn om abstinent te blijven van

cannabis. Bij de Van der Hoeven kliniek bestaat een klinisch behandelprogramma gestart voor zedendelinquenten. Een dergelijke (of vergelijkbare) behandeling zou voor betrokkene zeer geschikt zijn. Op de klinische behandeling moet vervolgens een dagklinische en ambulante behandeling volgen.

Het advies is om de behandeling plaats te laten vinden in het kader van TBS met voorwaarden.

Psycholoog J. Yntema rapporteert - zakelijk weergegeven - als volgt:

Bij betrokkene is sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, een ongespecificeerde parafiele stoornis en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Geadviseerd wordt om, bij bewezen geachte feiten, betrokkene het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen. Bij een afweging van het beschreven risico en beschermende factoren wordt het risico bij een onbehandelde

terugkeer in de maatschappij - met enige voorzichtigheid – als hoog geduid. Voornaamste risicofactoren bij betrokkene zijn het gebruik van cannabis, ontoereikende copingvaardigheden, impulsiviteit, negatieve zelfbeeld en emotionaliteit. Mocht betrokkene zonder steun en toezicht in vrijheid komen dan is de kans groot dat hij opnieuw terug zal vallen in het gebruik van cannabis, hetgeen een grote risicofactor is voor verdere escalatie,

hetgeen een grote risicofactor is voor verdere escalatie en terugval in deviant seksueel gedrag. Gezien de stoornis(sen), de gedeeltelijke doorwerking in de ten laste gelegde feiten en het hoge recidiverisico, maakt dat behandeling noodzakelijk is om het recidiverisico terug te brengen. Geadviseerd wordt om bovenstaande behandeling in beginsel uit te voeren in een klinische setting, waar de behandeling gericht is op de verslavingsproblematiek, maar ook de zedenproblematiek. Betrokkene heeft zich, zoals hierboven genoemd, eerder niet aan behandeling en meldplicht gecommitteerd. Hoewel hij stelt zeer gemotiveerd te zijn, is het niet ondenkbaar dat hij zijn motivatie voor behandeling opnieuw verliest. Dientengevolge en in combinatie met het hoge recidiverisico is een stevige stok achter de deur nodig en wordt een tbs met voorwaarden geadviseerd. Hierbij wordt de inschatting gemaakt dat het beveiligingsniveau van een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) voldoende zal zijn. Betrokkene zonder behandeling laten terugkeren in de maatschappij is - met het oog op het recidiverisico - een niet gewenste optie.

Gezien bovenstaande beschreven doorwerking van de stoornis(sen) in de ten laste gelegde

feiten, de daaruit voortvloeiende behandelnoodzaak en in combinatie met het hoge recidive

risico wordt geadviseerd betrokkene in het kader van een tbs met voorwaarden te behandelen.

De reclassering schrijft in haar rapport - zakelijk weergegeven - het volgende:

Wij adviseren positief over tbs met voorwaarden met de onderstaande voorwaarden. De reclassering kan het toezicht hierop uitoefenen. Betrokkene heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan deze voorwaarden.

• Geen strafbaar feit plegen

• Meewerken aan reclasseringstoezicht

• Meewerken aan time-out

• Niet naar het buitenland

• Meldplicht bij reclassering

• Gedragsinterventie middelengebruik

• Opname in een zorginstelling

• Ambulante behandeling

• Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

• Drugs en alcohol verbod

• Meewerken aan schuidhuipverlening

• Meewerken aan middelencontrole

• Vermijden contact met minderjarigen

• Geen toegang tot het internet

Wij adviseren de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden. De kans op een misdrijf met schade voor personen is groot.

Verdachte heeft zich ter terechtzitting (wederom) bereid verklaard tot naleving van die voorwaarden.

Op grond van de rapportages die over de persoon van verdachte zijn uitgebracht, is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond. Tevens is er, zonder behandeling, sprake van een hoog recidivegevaar. De door verdachte begane feiten zijn misdrijven waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Voorts merkt de rechtbank op dat het een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van het bovenstaande en mede gelet op de ernst van de begane feiten en het recidiverisico, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De rechtbank is voorts van oordeel dat een terbeschikkingstelling met voorwaarden op zijn plaats is. In het kader van deze maatregel kan een klinische behandeling van langere duur plaatsvinden. Daarbij weegt mee dat de rechtbank in de houding van verdachte voldoende aanknopingspunten ziet om deze minder verstrekkende maatregel op te leggen in plaats van het zwaardere gesloten kader van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden de duur van twee (2) jaren niet te boven zal gaan (artikel 38d, eerste lid, Sr). Deze termijn kan telkens hetzij met een jaar hetzij met twee jaren worden verlengd, indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen die verlenging eist (artikel 38d, tweede lid, Sr) met inachtneming van het bepaalde in artikel 38e, tweede lid, Sr.

Gevangenisstraf.

De rechtbank is voorts van oordeel dat in verband met een juist normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte van enkele (onderdelen van) feiten vrijspreekt en van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Daarbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op de verminderde toerekeningsvatbaarheid bij verdachte ten tijde van het plegen van de delicten.

Gedragsaanwijzing (contactverbod).

Daarnaast zal de rechtbank verdachte de maatregel ex artikel 38v Sr opleggen, inhoudende een contactverbod ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde slachtoffers, te weten:

- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ),

- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ),

- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ),

- [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 4] ),

- [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] ), en

- [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 6] )

voor de duur van 5 jaar, met een vervangende hechtenis van een week per keer dat verdachte dit verbod overtreedt.

De rechtbank zal tevens met toepassing van artikel 38v, vierde lid, Sr de uitvoerbaarheid bij voorraad gelasten van deze gedragsaanwijzing.

De vordering van de benadeelde partijen

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelden aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 162,84 (reis/parkeerkosten) aan materiële schade en een vergoeding van € 3.000,- aan immateriële schade. Het bedrag van € 162,84 aan reis/parkeerkosten heeft de benadeelde partij subsidiair gevorderd als vergoeding voor de proceskosten.

In de vordering benadeelde partij valt te lezen dat het bedrag van € 162,84 als volgt is opgebouwd:

- 20-08-2020: gesprek ovj: € 60,32 (reiskosten);

- 25-08-2020: zitting rechtbank: € 60,32 (reiskosten);

- aangifte politie 3x: € 21,84 (reiskosten);

- parkeren 20 en 25 augustus: € 20,- (parkeerkosten).

De rechtbank constateert dat sprake is van een kennelijke verschrijving, aangezien het totaal te vorderen bedrag aan materiële schade, dan wel proceskosten - op basis van bovenstaande posten - neerkomt op € 162,48. De rechtbank zal dit bedrag dan ook hanteren.

De rechtbank overweegt als volgt.

Gelet op de bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379) en gelet op de wetsgeschiedenis zien proceskosten op een vergoeding voor noodzakelijke reis- en verblijfkosten en verletkosten (vergoeding voor gederfde inkomsten) voorzover deze kosten samenhangen met het bijwonen van de zitting.

In het onderhavige leidt zulks tot de conclusie dat de volgende posten:

- 20-08-2020: gesprek ovj: € 60,32 (reiskosten),

- 25-08-2020: zitting rechtbank: € 60,32 (reiskosten),

- parkeren 20 en 25 augustus: € 20,- (parkeerkosten)

kunnen worden aangemerkt als proceskosten, omdat deze noodzakelijke reis- en verblijfkosten verband houden met het bijwonen van de zitting.

De rechtbank zal verdachte derhalve veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 140,64.

De overgebleven post (de reiskosten voor het doen aangifte (3x) à € 21,84) is aan te merken als materiële schade, omdat deze rechtstreeks verband houdt met het bewezenverklaarde feit (ECLI:NL:GHSHE:2015:465). Deze kosten komen de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voor en de hoogte ervan is door de verdediging niet weersproken, zodat ook deze worden toegewezen.

De rechtbank wijst verder toe de overige gevorderde immateriële schade, te weten een bedrag van € 3.000,-.

Het totaal toe te wijzen bedrag à € 3.021,84 dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.750,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2017 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Ten aanzien van [slachtoffer 1] .

Op 24 augustus 2020 heeft de rechtbank vernomen van een medewerkester van slachtoffercoördinatie dat slachtoffer [slachtoffer 1] een vordering tot schadevergoeding wenst in te dienen, maar dat dit voorafgaand aan de terechtzitting van 25 augustus 2020 niet mogelijk is gebleken. Op de terechtzitting van 25 augustus 2020 heeft het slachtoffer ten overstaande van de rechtbank opnieuw die wens uitgesproken.

De rechtbank heeft op basis van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de bevoegdheid om aan degene die bij rechterlijke uitspraak wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld tot een straf/maatregel de verplichting op te leggen tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer. De rechtbank maakt van deze bevoegdheid gebruik, gehoord de uitdrukkelijke wens van het slachtoffer.

De rechtbank heeft bij de hoogte van de schadevergoeding (immateriële schade) aansluiting gezocht bij de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] , aangezien het feitencomplex nagenoeg identiek is en dit bedrag de rechtbank redelijk en billijk voorkomt. Derhalve zal de rechtbank aan slachtoffer [slachtoffer 1] een bedrag van € 3.000,- aan immateriële schadevergoeding toekennen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

36f, 38, 38a, 38v, 55, 57 240b, 245 en 246, 248a van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 5 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Ten aanzien van feit 3 meer subsidiair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair: het door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen

en

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Ten aanzien van feit 6 subsidiair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren

heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede

bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Ten aanzien van feit 7 primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Ten aanzien van feit 8: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt heeft.

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf en maatregel.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 meer subsidiair, 4 subsidiair, 6 subsidiair, 7 primair en 8: Gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

Terbeschikkingstelling met voorwaarden voor de duur van 2 jaren.

stelt daarbij de navolgende voorwaarden:

de veroordeelde

- onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten en hij zal zich niet in situaties begeven

die voor hem risicovol zijn;

- werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat de veroordeelde:

- zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat

nodig is;

- een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien.

Dit is nodig om de identiteit van de veroordeelde vast te stellen;

- zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan

aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

- de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze

foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

- meewerkt aan huisbezoeken.

- de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling

door andere instellingen of hulpverleners;

- zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

- meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die

contact hebben met hem, als dat van belang is voor het toezicht;

- meewerkt aan het vinden van een dagbesteding en zich hiervoor inzet;

- werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere

instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per kalenderjaar;

- gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder toestemming van

het Openbaar Ministerie;

- werkt mee aan een klinische behandeling bij de door het IFZ geïndiceerde klinische

setting, bij voorkeur in een FPK/ FPA of soortgelijke setting, zolang zijn behandelaars noodzakelijk achten, nadien werkt hij mee aan een opname in een F-RIBW of soortgelijke instelling;

- aansluitend aan zijn klinische opname zal verblijven in een instelling voor beschermd

wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het verblijf duurt zolang de reclassering en zorginstelling dat nodig vinden. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- werkt na zijn klinische behandeling mee aan een ambulante forensische poliklinische

behandeling in een nader te bepalen setting en volgt alle aanwijzingen (indien geïndiceerd) en houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling voor hem heeft opgesteld;

- gebruikt geen alcohol of drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle

gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd. Bij een terugval in middelengebruik werkt de veroordeelde mee aan de gewenste interventie, ook als dit een detoxificatietraject inhoudt;

- werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen,

ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of soortgelijke traject. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

- werkt mee aan controle van het gebruik van [alcohol/drugs] om het middelengebruik te

beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

- zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel

mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de veroordeelde dat er een volwassene bij aanwezig is of bespreekt hij dit met de behandelaar;

- heeft geen toegang tot het internet. Als toegang onvermijdelijk is, zorgt de veroordeelde dat er een volwassene bij aanwezig is of bespreekt hij dit met de behandelaar. De veroordeelde werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een (huis)bezoek.

legt op de maatregel dat de veroordeelde op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

- [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ),

- [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] ),

- [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] ),

- [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 4] ),

- [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] ), en

- [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 6] )

voor de duur van 5 jaren.

beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

beveelt dat de maatregel inhoudende het contactverbod dadelijk uitvoerbaar is.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van € 3.000,- subsidiair 40 dagen gijzeling.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro) aan immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:Maatregel van schadevergoeding van € 3.021,84 subsidiair 40 dagen gijzeling.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van € 3.021,84 (zegge: drieduizend eenentwintig euro en vierentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit € 3.000,- aan immateriële en € 21,84 aan materiële schadevergoeding. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 3.021,84 (zegge: drieduizend eenentwintig euro en vierentachtig cent), bestaande uit € 3.000,- aan immateriële en € 21,84 aan materiële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 140,64. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Ten aanzien van de feiten 3 meer subsidiair en 4 subsidiair:Maatregel van schadevergoeding van € 3.750,- subsidiair 47 dagen gijzeling.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van € 3.750,- (zegge: drieduizend zevenhonderd en vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 47 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 3.750,- (zegge: drieduizend zevenhonderd en vijftig euro) aan immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R. van den Munckhof, voorzitter,

mr. H. Slaar en mr. J.O.Y. Elagab, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,

en is uitgesproken op 8 september 2020.